| Plan: | Arnestein |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0687.BPARS-OH99 |
Milieuzonering
In het bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van een milieuzonering om milieuhinder al in het ruimtelijke spoor zoveel mogelijk te beperken. Bij de milieuzonering is rekening gehouden met gevoelige functies in de omgeving van het plangebied. Bestaande bedrijfsactiviteiten die niet passen binnen de algemene toelaatbaarheid worden mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding. Gelet op de ligging van de betreffende bedrijven (op het bestaande industrieterrein) en het huidige functioneren van deze bedrijven, vindt de gemeente de betreffende bedrijven ter plaatse vanuit milieuoogpunt aanvaardbaar.
De uitbreiding van Eastman heeft naar verwachting geen negatieve milieueffecten op het gebied van geur en stof. Dit omdat in de vigerende milieuvergunning deze aspecten eveneens geen rol van betekenis spelen voor het bedrijf en het niet verwacht wordt dat dit na uitbreiding wezenlijk anders wordt. Voor het aspect gevaar (externe veiligheid) en geluid (industrielawaai) vanwege Eastman wordt verwezen naar de betreffende vervolgparagrafen.
De opvulling van de overige braakliggende kavels zal niet tot relevante negatieve milieugevolgen leiden. Naar verwachting zullen de kavels worden opgevuld met hooguit middelzware bedrijvigheid, zoals deze bedrijven in de huidige situatie op een groot deel van het industrieterrein aanwezig zijn. De invulling van de overige lege kavels zal de realisatie van reguliere bedrijvigheid betreffen (zoals aannemers, constructiebedrijven, autohandels, transportbedrijven, groothandels etc.). Aan de bijbehorende richtafstanden wordt ruimschoots voldaan.
Industrielawaai
Het plangebied behoort tot het gezoneerde industrieterrein Arnestein. De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein is op de verbeelding opgenomen. Buiten de geluidszone van het industrieterrein mag de geluidsbelasting cumulatief niet meer dan 50 B(A) bedragen. In de dag- en avondperiode wordt in de huidige situatie (ruimschoots) aan de geluidsnormen voldaan. In de nachtperiode is aan de noordwestzijde sprake van een (relatief lichte) overschrijding van de geluidsnormen bij 1 woning en aan de zuidoostzijde bij 2 zonebewakingspunten. Deze overschrijding wordt veroorzaakt door de milieuruimte voor de nachtperiode in de huidige milieuvergunning van het bedrijf Eastman. Deze milieuruimte heeft het bedrijf overigens nog niet volledig benut. Ter beheersing van de geluidssituatie heeft de gemeente Middelburg de afgelopen jaren maatwerkvoorschriften opgelegd aan de aanwezige bedrijven. Gemeente en provincie zijn samen in overleg om te zoeken naar een pragmatische oplossing van de overschrijding van de geluidsnormering in de nachtsituatie. In het planMER zijn hiervoor verschillende mogelijkheden genoemd.
Bij een eventuele wijziging/uitbreiding van Eastman moet de geluidsbelasting gelijk blijven of afnemen ten opzichte van de vigerende geluidsruimte van het bedrijf. Om de geluidssituatie ook in het bestemmingsplan te reguleren is als randvoorwaardelijke verplichting opgenomen dat uitbreiding/wijziging in de nachtsituatie pas mogelijk is, indien deze ontwikkeling niet leidt tot een toename van de geluidsbelasting op de MTG-punten en op de zonegrens in de nachtperiode. Dit is mogelijk door het treffen van akoestische maatregelen voor Eastman (zoals geen of minder activiteiten op dit terrein in de nachtsituatie).
De opvulling van de andere lege kavels zal niet leiden tot een toename van het geconstateerde geluidsknelpunt (geen activiteiten in de nachtperiode). De opvulling leidt, mede gelet op de afstand en de invulling met hooguit middelzware bedrijvigheid, nauwelijks tot een relevante geluidsbelasting in de dag- en avondperiode bij de aanwezige woningen in de omgeving. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de opvulling van de lege kavels niet tot relevante negatieve milieugevolgen zal leiden.
Externe veiligheid en planologisch relevante leidingen
In het plangebied bevinden zich verschillende risicovolle inrichtingen. Eastman is daarvan de belangrijkste.
Uit de QRA 2010 blijkt dat het de PR10-6-contour buiten de inrichtingsgrens ligt. Hierbinnen liggen meerdere bestaande beperkt kwetsbare objecten, maar geen kwetsbare objecten. Er wordt ruimschoots voldaan aan de oriënterende waarde voor het groepsrisico. Aangezien er nog geen aangepaste omgevingsvergunning voor milieu is, vormt voor het bestemmingsplan de PR10-6-contour uit de QRA 2010 de basis. Om te anticiperen op een mogelijke uitbreiding/wijziging van Eastman is de PR 10-6-contour eveneens over het uitbreidingsterrein van Eastman gelegd. Er zijn gewichtige redenen voor de ligging van de aanwezige beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour. Alleen nieuwe bedrijfsbebouwing is als beperkt kwetsbaar object via een afwijkingsprocedure toegestaan, indien sprake is van gewichtige redenen.
Het is niet de verwachting dat als gevolg van de uitbreiding van Eastman de bestaande PR 10-8-contour (die een eerste indicatie biedt voor het gebied dat relevant is voor het groepsrisico) enorm zal vergroten, ook gelet op de randvoorwaarden ten aanzien van het PR die in het bestemmingsplan worden opgenomen. De omliggende woonwijken liggen ruimschoots buiten de huidige PR 10-8-contour. Mogelijk dat door de uitbreiding van Eastman het groepsrisico in enige mate toeneemt. Gelet op de aard van de omgeving (industrieterrein) en de hoogte van het groepsrisico in de bestaande situatie, zal naar verwachting ook in de nieuwe situatie nog ruimschoots worden voldaan aan de oriënterende waarde van het groepsrisico.
Voor de overige relevante risicovolle inrichtingen geldt dat in het bestemmingsplan rekening wordt gehouden met de risiconormering voor deze bedrijven. Vestiging van nieuwe risicovolle inrichtingen is alleen onder voorwaarden via een wijzigingsbevoegdheid mogelijk. Door deze voorwaarden wordt voldaan aan de normstelling voor het PR (ligging PR 10-6-contour binnen het eigen bedrijfsperceel, dan wel ligging over de verkeers-, groen- of waterbestemming) en wordt voorkomen dat bedrijven met een groot invloedsgebied voor het groepsrisico (en in potentie een hoog groepsrisico) zich op het industrieterrein via een wijzigingsplan kunnen vestigen. De opvulling van de lege kavels zal dan ook slechts hooguit beperkte negatieve gevolgen hebben voor het aspect externe veiligheid.
Voor de N57 ligt de veiligheidsafstand en PR10-6-contour niet buiten de weg zelf. Het groepsrisico is zeer laag en zal door de beoogde ontwikkelingen niet toenemen. Over het spoor vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Dit is over het kanaal wel het geval. Er is echter geen PR10-6-contour en de hoeveelheden gevaarlijke stoffen die vervoerd worden zijn niet tot nauwelijks van invloed op het groepsrisico. Dit hoeft daarom niet verder beschouwd te worden. De twee aardgastransportleidingen hebben geen PR10-6-contour en het groepsrisico ligt ruim onder de oriëntatiewaarde. De beoogde ontwikkelingen hebben hier geen invloed op.
Al met al zullen de gevolgen van de bestemmingsplanontwikkelingen op het gebied van externe veiligheid beperkt van aard zijn.
Verkeer en wegverkeerslawaai
De bereikbaarheid van bedrijventerrein Arnestein is voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer goed. Met het openbaar vervoer is de bereikbaarheid matig. Na volledige ingebruikname van het bedrijventerrein zal de bereikbaarheid niet worden aangetast. De capaciteit van het wegennet is ruim voldoende om de hoeveelheid verkeer te kunnen verwerken. Aandachtspunt is wel de verkeersveiligheidssituatie voor fietsers op de wegen zonder fietsvoorzieningen en de gelijkwaardige voorrangssituatie op de verschillende kruispunten gecombineerd met een 50 km/h-regime. De situatie met betrekking tot de verkeersontsluiting van het langzaam verkeer en openbaar vervoer als ook de verkeersveiligheids- en parkeersituatie wijzigt na volledige ingebruikname van het bedrijventerrein niet. Het aspect verkeer en vervoer staat de uitvoering van de ontwikkelingen dus niet in de weg.
Op geen enkele weg vindt een verkeerstoename van meer dan 20% plaats wanneer de nog lege bouwvlakken bebouwd zullen worden. De volledige ingebruikname van het bedrijventerrein leidt dan ook niet tot een significante verslechtering van het akoestisch klimaat. Het aspect wegverkeerslawaai staat de volledige ingebruikname van bedrijventerrein Arnestein dan ook niet in de weg.
Luchtkwaliteit
De beoogde ontwikkelingen zorgen voor een beperkte toename van de concentratie luchtverontreinigende stoffen. Ook na realisatie van deze ontwikkelingen wordt overigens ruimschoots voldaan aan de normen die gelden voor luchtkwaliteit. Dit geldt ook voor de bijdrage van nieuwe bedrijven zelf. Op het gebied van luchtkwaliteit zijn dan ook geen relevante negatieve milieugevolgen te verwachten.
Voortoets Natuurbeschermingswet
De ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt leiden niet tot significante effecten op Natura 2000 om de volgende redenen:
Overige ecologieaspecten
Door opvulling van de braakliggende kavels gaat het broedgebied voor enkele paren scholeksters verloren. Afhankelijk van de buitenverlichting aan de nieuwe gebouwen zullen de randen van het gebied ook minder geschikt worden voor foeragerende vleermuizen. Vaste rust-, verblijfs- en voortplantingsplaatsen van zwaar beschermde soorten gaan echter nergens verloren. De Flora- en faunawet staat derhalve de uitvoering van het plan niet in de weg.
De ruime groenbestemming langs de randen van het gebied, grotendeels ter plaatse van de EHS, biedt overigens goede mogelijkheden voor de ontwikkeling van soortenrijke (dijk)graslanden. Er is dan ook sprake van een neutraal tot licht positief ecologische effect. Indien de ecologische potenties in het kader van dit bestemmingsplan daadwerkelijk worden gerealiseerd, bijvoorbeeld door nader uitwerking in een parkbeheersplan, leidt de ontwikkeling zelfs tot positieve effecten op de beschermde soorten.
Bodem en water
Er zullen geen relevante negatieve effecten op de bodemkwaliteit optreden. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande waterhuishoudkundige situatie. Eventuele waterhuishoudkundig relevante ontwikkelingen die binnen de kaders van het bestemmingsplan kunnen worden uitgevoerd, dienen te voldoen aan de doelstellingen van duurzaam waterbeheer.
Archeologie
Verdere invulling van het industrieterrein verandert niets aan het reeds industriële karakter van het plangebied. Een verdere invulling van de lege kavels heeft naar verwachting geen gevolgen voor het beschermd stadsgezicht van Middelburg, aangezien het beschermd stadsgezicht van Middelburg op grote afstand ligt en reeds aan vrijwel alle kanten wordt afgeschermd door andere bebouwing. Ter bescherming van het stadsilhouet is de maximale bouwhoogte in het bestemmingsplan beperkt tot 20 m. Nieuwe hoge gebouwen zullen in de wintermaanden goed zichtbaar zijn vanuit het open agrarische landschap ten noorden en oosten van het plangebied. Dit pleit er voor om terughoudend te zijn met kleur- en materiaalgebruik van gebouwen en installaties bij op het terrein en de beplanting langs de randen te behouden en zo mogelijk te versterken. De groenbestemming langs de oost- en noordrand biedt hiertoe goede mogelijkheden.
In het plangebied zijn verschillende archeologische verwachtingswaarden en verschillende archeologische waarden aanwezig (AMK-terrein van hoge archeologische waarde, waardevolle historische locaties, waardevolle bekende vindplaatsen en hoge/middelhoge verwachtingswaarde). De opvulling van de lege kavels kan leiden tot aantasting van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. Ter bescherming worden de (mogelijke) archeologische waarden met een gebiedsaanduiding op de plankaart opgenomen. Indien bij verkennend onderzoek bijzondere archeologische sporen worden aangetroffen, zullen deze sporen door opgraving door erkende archeologen worden veiliggesteld.
Duurzaamheid
De gemeente Middelburg heeft in haar 'Visie op milieu' de ambitie om duurzame energie zoveel mogelijk toe te passen, ook bij bestaande bedrijven. De 'Trias Energetica' is daarbij leidend4. Op Arnestein is in dit bestemmingsplan de realisatie van kleine windturbines (tot 15 m) toegestaan. Dergelijke windturbines ('mixers') leveren geen beperkingen op voor omliggende bedrijfsbebouwing op het gebied van gevaar. Vanuit de Middelburgse Visie op Milieu wordt de toepassing van zonne-energie gestimuleerd. Vanwege de zuidwestelijke oriëntatie van het bedrijventerrein Arnestein, behoort toepassing van zonne-energie op grotere schaal tot de mogelijkheden. Uit de provinciale kaart 'Geschiktheid voor bodemenergie' blijkt dat het gehele plangebied goed geschikt is voor het toepassen van gesloten systemen en matig tot goed geschikt voor het toepassen van open systemen.
Gestreefd wordt naar een structurele toepassing van de duurzaamheidsuitgangspunten in de bouw en stedelijke ontwikkeling zodat tot een optimale leefbare woonomgeving wordt gekomen. Omgevingsvergunningen worden getoetst aan duurzaamheidsmaatregelen.