| Plan: | Arnestein |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0687.BPARS-OH99 |
Voor bedrijventerreinen geldt dat de milieuaspecten in een bestemmingsplan een grote rol spelen. Dit heeft onder andere te maken met de noodzaak om afstand te houden tussen de bedrijven als milieubelastende bron en milieugevoelige functies (wonen) in de omgeving (milieuzonering). Ook andere aspecten hebben invloed op de milieusituatie bij het industrieterrein Arnestein, onder andere de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen.
Dit hoofdstuk vormt de samenvatting van de milieusituatie binnen het plangebied van industrieterrein Arnestein, de samenvatting van het planMER. Het planMER zelf vormt een separate bijlage bij dit bestemmingsplan. Hierin is het onderzoek naar de milieusituatie integraal opgenomen. Het planMER vormt dan ook tevens de milieuonderbouwing van dit bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt volstaan met de samenvatting.
Het bestemmingsplan is voor een groot deel consoliderend van aard. Toch geldt er een planmer-plicht, vooral vanwege de aanwezigheid van het bedrijf Eastman. Wijzigingen en/of uitbreidingen bij dit bedrijf kunnen mogelijk mer-beoordelingsplichtig zijn.
De milieueffecten van de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden zullen worden vergeleken met de referentiesituatie.
De referentiesituatie
Dit betreft de feitelijke huidige ruimtelijke situatie en de autonome ontwikkelingen. Voor het plangebied zelf zijn er geen autonome ontwikkelingen (reeds bestemde en bouwkundig vergunde ontwikkelingen), met uitzondering van de invulling van de milieuruimte van het bedrijf Eastman conform de vigerende milieuvergunning. Buiten het plangebied betreft dit de realisatie van de woonwijk Mortiere aan de overzijde van de N57, de autonome groei van het autoverkeer en de afname van de achtergrondconcentratie van luchtverontreinigende stoffen. Hiermee is bij de onderbouwing en het onderzoek van de relevante milieuaspecten rekening gehouden.
Representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden
Om de ontwikkelingsmogelijkheden van het ruimtelijk plan te vertalen naar milieueffecten, is het noodzakelijk om uit te gaan van onderbouwde aannames ten aanzien van de invulling van bestemmingen, om zo de representatieve invulling van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden te bepalen. Voor de representatieve invulling op industrieterrein Arnestein wordt uitgegaan van de volgende ontwikkelingen:
Op advies van de Commissie voor de m.e.r. spitst de beschrijving van het voornemen zich toe op de mogelijke wijzigingen en/of uitbreiding van Eastman, omdat het MER zich moet richten op activiteiten met mogelijk aanzienlijke milieugevolgen, al dan niet in cumulatie met elkaar. Deze effecten worden op hoofdlijnen op bestemmingsplanniveau in beeld gebracht, voor zover dat in dit stadium van de planvorming mogelijk is.3 Tevens worden mogelijke maatregelen op hoofdlijnen aangestipt, indien dit relevant is.
Het planMER is dusdanig opgebouwd dat het tevens als milieuonderbouwing voor het bestemmingsplan dient.