direct naar inhoud van 4.3 Omgevingsaspecten
Plan: Recreatiegebieden Wemeldinge
Status: vastgesteld
Plantype: beheersverordening
IMRO-idn: NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST

4.3 Omgevingsaspecten

In het kader van de beheersverordening heeft voor het verordeninggebied een scan plaatsgevonden van relevante omgevingsaspecten in het gebied. Dit onderzoek is beperkt van aard, omdat de beheersverordening gericht is op instandhouding van de bestaande situatie met de bestaande kwaliteit. Het onderzoek richt zich erop te bepalen of in het gebied vanuit het oogpunt van milieu, natuur, verkeer of water aanleiding bestaat tot het treffen van maatregelen. Hiervoor is een toets uitgevoerd op het voldoen aan wet- en regelgeving.

4.3.1 Archeologie en Cultuurhistorie

Archeologie

Toetsingskader

Monumentenwet 1988.

Onderzoek en conclusie

Door burgemeester en wethouders van de gemeente Kapelle is archeologiebeleid vastgesteld (d.d. 20 december 2011), waarmee invulling wordt gegeven aan de beleidsruimte die de Monumentenwet aan gemeenten biedt.

Op basis van de beleidskaart, die bestaat uit een samenhangend pakket van kaarten en een toelichting, kan worden bepaald of voor een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling op een specifieke locatie al dan niet archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt in 8 categorieën, waarvan enkele categorieën bekende archeologische waardevolle gebieden omvatten en andere een bepaalde verwachtingswaarde op archeologische vondsten weergeven. Aan elke categorie, uitgezonderd categorie 1, is een, aan oppervlakte van grondverstoring gebonden, vrijstelling voor archeologisch onderzoek gekoppeld. Bij alle categorieën, wederom uitgezonderd categorie 1, geldt in ieder geval dat geen onderzoek hoeft plaats te vinden indien de bodem niet dieper dan 40 cm wordt verstoord. De gehanteerde categorieën zijn:

  • a. categorie 1: archeologisch rijksmonument; hiervoor is altijd een monumentenvergunning nodig;
  • b. categorie 2: terrein van archeologische waarde; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord;
  • c. categorie 3: stads- en dorpskernen van een specifieke archeologische verwachting; geen onderzoeksplicht indien minder dan 50 m2 wordt verstoord;
  • d. categorie 4: hoge verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 250 m2 wordt verstoord;
  • e. categorie 5: matige verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 500 m2 wordt verstoord;
  • f. categorie 6: lage verwachtingswaarde op archeologische vondsten; geen onderzoeksplicht indien minder dan 2500 m2 wordt verstoord;
  • g. categorie 7: verwachting van maritieme vondsten; hiervoor is altijd overleg met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nodig;
  • h. categorie 8: archeologische vondsten worden niet verwacht; geen onderzoeksplicht.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST_0005.jpg"

Figuur 4.1. Archeologische verwachtingswaarde (laag Walcheren)

Onderzoek en conclusie

Aanwezig in het verordeningsgebied zijn:

categorie 4 (grootste deel), categorie 5 (delen grenzend aan Oesterbaai), categorie 6 (dijken Oosterschelde), categorie 7 (haven).

De archeologische verwachtingswaarde is vastgelegd in de beheersverordening.

Cultuurhistorie

Toetsingskader

Monumentenwet 1988.

Wet modernisering monumentenzorg.

Onderzoek en conclusie

In het plangebied zijn de volgende cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig.

  • Molenbiotopen van de buiten het verordeningsgebied gesitueerde molens:
    • 1. molen "De Hoop", Westelijke Kanaalweg: molen De Hoop, een ronde stellingkorenmolen in Wemeldinge, is in 1866 gebouwd door de knecht van de andere molen, die het met zijn baas niet zo goed kon vinden. Diens molen is later afgebrand, hierna liet de molenaar als revanche de molen Aeolus bouwen, die vanzelfsprekend hoger, groter en beter ingericht moest worden. Hierdoor is Wemeldinge nu nog in het bezit van een zeer fraai en markant molenduo.
      Op 30 april 1968 raakte De Hoop buiten bedrijf en werd de witte ronde stenen stellingmolen verkocht aan een particulier, die het inwendige er uitsloopte om er een woning in te maken. Gelukkig kocht de gemeente de molen begin jaren tachtig aan en na een ingrijpende restauratie van 1981 tot 1983 door molenmaker Bos uit Almkerk was De Hoop weer een complete, maalvaardige korenmolen. Een vrijwillig molenaar stelt de molen regelmatig in werking.
    • 2. molen "Aeolus", Bonzijweg: Deze molen is een ronde stenen stellingkorenmolen uit 1869. Deze molen is alleen boven de stelling geheel wit gepleisterd, heeft zes zolders en is korte tijd, tot 1892, bewoond geweest. Deze woning is nog deels aanwezig. Opvallend zijn de rode bogen boven de ramen en deuren, de rode bovenrand en de daaronder aangebrachte vierkante gaten rondom. Nadat de laatste eigenaars de molen aan de gemeente Kapelle verkochten, werd in 1999 de stelling vernieuwd. Van de oorspronkelijke maalinrichting resteren de drie koppels maalstenen, een buil en een koppel pelstenen.
      Vanaf de dijk is het een prachtig gezicht als beide molens 's avonds in de schijnwerperlicht staan.
  • Dijken langs het kanaal door Zuid-Beveland, langs de Oosterschelde, enkele binnendijken, waaronder:
    • 1. Koude Polderdijk;
    • 2. Binnendijk;
    • 3. Hogedijk;
    • 4. Stelledijk.

In de beheersverordening wordt voorzien in een passende regeling.

  • De molenbiotopen worden voorzien van een besluitvlak.
  • De cultuurhistorische waarden worden in de diverse besluitvlakken veilig gesteld.

4.3.2 Bodem

Toetsingskader

Wet bodembescherming.

Onderzoek en conclusie

In de Wet bodembescherming is bepaald dat bij functiewijzigingen onderzocht dient te worden of de bodemkwaliteit voldoende is voor de betreffende functiewijziging. Binnen het verordeningsgebied worden er geen functiewijzigingen mogelijk gemaakt waarbij rekening moet worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Hierdoor is geen bodemonderzoek noodzakelijk. Het aspect bodem staat de vaststelling van de beheersverordening niet in de weg.

4.3.3 Ecologie

Toetsingskader

Flora- en faunawet

Natuurbeschermingswet 1998.

Onderzoek en conclusie

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur de uitvoering van het plan niet in de weg staan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST_0006.jpg"

Figuur 4.2. Natura 2000-gebieden in of nabij het verordeningsgebied (geografisch loket provincie Zeeland)

De waterkeringen maken deel uit van het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.bvrecreatiegebied-VAST_0007.jpg"

Figuur 4.3. EHS en nieuwe natuur in of nabij het verordeningsgebied (geografisch loket provincie Zeeland)

Delen in het verordeningsgebied die zijn aangewezen als EHS / bestaande natuur zijn de volgende (figuur 4.3).

  • Dorpsbos Wemeldinge (groene kleur).
  • Agrarische beheersdijken Zuid- Beveland (blauwe kleur).
  • Inlagen Kattendijke Wemeldinge (gele kleur).

De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur staan de uitvoering van dit plan dan ook niet in de weg.

4.3.4 Externe veiligheid

Toetsingskader

Besluit externe veiligheid inrichtingen;

Besluit externe veiligheid buisleidingen;

Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen.

Onderzoek en conclusie

Algemeen

Bij externe veiligheid gaat het om het aanhouden van voldoende afstand tussen gevoelige functies en bronnen, om het veiligheidsrisico voor de omgeving tot aanvaardbare normen te beperken. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties gaat het Rijk uit van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen. Van belang zijn het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen en de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Bronnen zijn inrichtingen en routes (vaarwegen) waarbij sprake is van werken met, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen.

Inrichtingen

Camping Linda

In het verordeningsgebied is Camping “Linda” gelegen. Op deze camping staat een propaantank van 5 m3.Ten gevolge van deze propaantank beschikt de inrichting over een PR 10-6 risicocontour van 20 meter. Deze risicocontour ligt over de eigen inrichting. Derhalve vormt de inrichting geen belemmering voor de vaststelling van de beheersverordening. Het groepsrisico vormt eveneens geen belemmering voor de vaststelling van de beheersverordening. De beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk ten opzichte van de huidige planologische situatie, het groepsrisico neemt derhalve niet toe.

CZAV

In de directe nabijheid van het verordeningsgebied is een BEVI-inrichting aanwezig die van belang is voor het verordeningsgebied. Ten zuiden van het verordeningsgebied ligt het bedrijf C.Z.A.V., gelegen aan de Oostelijke Kanaalweg 5. Bij dit bedrijf worden bestrijdingsmiddelen opgeslagen, met een opslagcapaciteit voor gevaarlijke stoffen tot 80 ton. Op basis van de risicokaart wordt aangegeven dat de risicocontour van dit bedrijf 20 meter betreft (PR 10-6) en is gelegen op het terrein van de inrichting. De afstand tot het verordeningsgebied bedraagt minimaal circa 300 meter en is, voor wat betreft de externe veiligheid, daarmee niet relevant.

Het invloedsgebied voor het groepsrisico ligt op 90 meter van de inrichting. Het verordeningsgebied ligt op ruimere afstand (minimaal 300 meter) van de inrichting en beïnvloedt de hoogte van het groepsrisico van de inrichting daarmee niet. Het opstellen van een verantwoording voor het groepsrisico is daarmee niet noodzakelijk.

Transport gevaarlijke stoffen

Over het kanaal door Zuid-Beveland worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Deze vaarweg wordt door het Basisnet water beschouwd als een zwarte vaarweg. Voor zwarte vaarwegen geldt dat de PR-contour maximaal tot op de oever gelegen is. Een zwarte vaarweg beschikt tevens over een Plasbrandaandachtsgebied van 25 meter vanaf de waterrand. Binnen dit gebied worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, derhalve vormt dit aspect geen belemmering.

Uit de gegevens van de basisnet blijkt dat voor zwarte vaarwegen de orientatiewaarde niet overschreden wordt indien het personenaantal minder is dan 2250 personen/hectare aan één zijde of 1500 personen/hectare aan twee zijden. De personendichtheid in dit gebied is kleiner dan de hiervoor genoemde waarden. Derhalve kan gesteld worden dat de orientatiewaarde niet overschreden wordt. De beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk ten opzichte van de huidige planologische situatie. Het groepsrisico blijft daarmee onder de oriëntatiewaarde.

Conclusie

Het aspect Externe veiligheid vormt geen belemmering.

4.3.5 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

Grenswaarden uit de Wet milieubeheer;

Besluit niet in betekenende mate (nibm).

Onderzoek en conclusie

De beheersverordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk die van invloed zijn op de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Formele toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

4.3.6 Bedrijven en milieuhinder

Toetsingskader

Richtafstanden uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).

Onderzoek en conclusie

In het verordeningsgebied bevinden zich diverse agrarische en recreatieve bedrijven alsmede een bouwmarkt en een horecavestiging. Dit is allemaal bestaande bedrijvigheid. Vanuit het milieuspoor vindt hier reeds afbakening ten opzichte van de omliggende functies plaats.

In het verordeningsgebied vinden verder geen ontwikkelingen plaats. Er worden dan ook geen hinder veroorzakende of hinder gevoelige functies mogelijk gemaakt. Een nader onderzoek naar milieuhinder van bedrijvigheid en horeca is niet noodzakelijk.

4.3.7 Water

Toetsingskader

Waterwet;

Watertoets;

Besluit ruimtelijke ordening.

Onderzoek en conclusie

Het verordeningsgebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, het waterschap hanteert een watertabel bij ruimtelijke plannen. Ook voor deze beheersverordening is deze opgesteld.

thema en water(beheer)doelstelling   uitwerking  
Waterveiligheid
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.  
Binnen het verordeningsgebied zijn primaire waterkeringen gelegen, die worden voorzien van daarop toegesneden besluitvlakken.
De verordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk. De waterveiligheid zal niet veranderen ten opzichte van de huidige waterkwaliteit ten gevolge van de beheersverordening.  
Wateroverlast (vanuit oppervlaktewater)
Het plan biedt voldoende ruimte voor het
vasthouden, bergen en afvoeren van water.
Waarborgen van voldoende hoog bouwpeil om
inundatie vanuit oppervlaktewater in
maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.  
De verordening maakt geen ontwikkelingen mogelijk. Het verhard oppervlak zal eveneens niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie.  
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Tegengaan / verhelpen van grondwateroverlast
en -tekort. Rekening houden met de gevolgen
van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en benutten van infiltratiemogelijkheden.  
Niet van toepassing.  
Hemel- en afvalwater
(inclusief water op straat / overlast)
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen.
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.  
De beheersverordening zorgt niet voor een verandering in de afvoer van hemel- en afvalwater ten opzichte van de huidige situatie.  
Volksgezondheid
(water gerelateerd)
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.  
Niet van toepassing.  
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra)
maaivelddalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.  
De beheersverordening heeft geen effect op eventuele bodemdaling.  
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud / realisatie van goede
oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de
veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden en zuiveren.  
De beheersverordening heeft geen effect op de kwaliteit van het oppervlaktewater, de kwaliteit zal niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie.  
Grondwaterkwaliteit
Behoud / realisatie van een goede
grondwaterkwaliteit.
Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.  
Geen negatieve beïnvloeding.  
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.  
De aanwezige natuurwaarden binnen/naast het verordeningsgebied zullen niet (negatief) beïnvloed worden door de beheersverordening.  
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden
worden. Rekening houden met obstakelvrije
onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.  
De beheersverordening zorgt niet voor een belemmering van de onderhoudsstroken.  
Andere belangen waterbeheerder(s)  
Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de
werking van objecten (terreinen, milieuzonering)
van de waterbeheerder niet belemmeren.  
De beheersverordening voorziet geen ruimtelijke ontwikkeling in de directe nabijheid van objecten in eigendom van het waterschap.  
Scheepvaart en/of wegbeheer
Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.  
De beheersverordening heeft geen invloed op de (vaar)wegen van het waterschap en/- of Rijkswaterstaat.  

Conform de watertoetstabel blijkt dat het aspect water binnen de beheersverordening geen belemmering vormt voor de beheersverordening.

4.3.8 Geluid

Toetsingskader

Wet geluidhinder (Wgh).

Onderzoek en conclusie

Wegverkeerslawaai

Langs alle wegen, met uitzondering van 30km/h-wegen en woonerven, liggen geluidszones. Binnen deze geluidszones dient de geluidsbelasting op gevels van geluidgevoelige gebouwen binnen de in de Wgh gestelde eisen te blijven. Er worden geen nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Onderzoek naar geluidhinder is niet aan de orde.

Spoorweglawaai

Spoorweglawaai is niet aan de orde, gezien het ontbreken van spoorwegen in of in de nabijheid van het verordeningsgebied.

Industrielawaai

Industrielawaai is aan de orde, gezien het feit dat bedrijventerrein Choorhoek een gezoneerd industrieterrein is. De geluidszone hiervan reikt tot over het oostelijk deel van het verordeningsgebied. In de beheersverordening is voorzien in een regeling dat in de geluidszone geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd.

4.3.9 Verkeer

Toetsingskader

Goede ruimtelijke ordening

Toetsing en conclusie

Autoverkeer

Door de ligging aan de Oosterschelde en het Kanaal door Zuid-Beveland wordt het verordeningsgebied eenzijdig ontsloten. De Wemeldingse Zandweg en de Westelijke Kanaalweg zijn de belangrijkste ontsluitingswegen. Hierin zijn in de beheersverordening geen veranderingen voorgestaan.

Langzaam verkeer

Voor fietsers geldt in algemene zin dat zij gebruikmaken van dezelfde infrastructuur als het autoverkeer. Hierin zijn in de beheersverordening geen veranderingen voorgestaan.

Openbaar vervoer

Het verordeningsgebied wordt per openbaar busvervoer in de kern Wemeldinge ontsloten door lijndienst 27. De verbinding naar Kapelle en Goes is 1 maal per uur.

Parkeren

Parkeren geschiedt op parkeerstroken die langs de rijbaan zijn gesitueerd of op eigen terrein (bij de verschillende recreatie voorzieningen en het horecabedrijf). Nabij de jachthaven is ook een groot (openbaar) parkeerterrein gesitueerd.

Conclusie

De bestaande verkeersstructuren en parkeervoorzieningen zijn - waar nodig - vastgelegd.