Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Lid 3.3.9, lid 4.3.5, lid 5.3.5, lid 7.3.5 worden als volgt gewijzigd:
-
1. aan het bepaalde onder b toe te voegen 'of direct aansluitend aan het bouwvlak';
-
2. in het bepaalde onder e 'het bouwvlak' te wijzigen in 'de stacaravans en woonunits';
-
3. in het bepaalde onder e '10 m' te wijzigen in '1,5 m voor zover gelegen op een afstand van ten minste 20 meter uit de as van een openbare weg of fietspad en 7 meter voor zover gelegen binnen de genoemde afstand; de inrichting van de beplantingsstrook moet voldoen aan de voorwaarden ten aanzien van landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de 'Notitie Landschappelijke inpassing huisvesting arbeidsmigranten'; indien direct aangrenzend gelijktijdig aan één of meer zijden een boomgaard aanwezig is, met een vergelijkbaar afschermend effect en een breedte van minimaal 10 meter, dan wordt aan de betreffende zijde de boomgaard aangemerkt als een adequate landschappelijke inpassing; aan de zijde en ter hoogte van een afschermende bedrijfsgebouw is geen landschappelijke inpassing vereist; in het afwijkingsbesluit wordt bepaald dat bij sanering van het bedrijfsgebouw of herinplant of sanering van de boomgaard, alsnog een afschermende haag moet worden aangebracht; de beplantingsstrook wordt op voldoende afstand van sloten aangebracht, rekening houdend met het belang van het waterschap;';
-
4. in het bepaalde onder i '10 m' te wijzigen in '1,5 m voor zover gelegen op een afstand van ten minste 20 meter uit de as van een openbare weg of fietspad en 7 meter voor zover gelegen binnen de genoemde afstand; de inrichting van de beplantingsstrook moet voldoen aan de voorwaarden ten aanzien van landschappelijke inpassing zoals opgenomen in de 'Nota Landschappelijke inpassing huisvesting arbeidsmigranten'; indien direct aangrenzend gelijktijdig aan één of meer zijden een boomgaard aanwezig is, met een vergelijkbaar afschermend effect en een breedte van minimaal 10 meter, dan wordt aan de betreffende zijde de boomgaard aangemerkt als een adequate landschappelijke inpassing; aan de zijde en ter hoogte van een afschermende bedrijfsgebouw is geen landschappelijke inpassing vereist; in het afwijkingsbesluit wordt bepaald dat bij sanering van het bedrijfsgebouw of herinplant of sanering van de boomgaard, alsnog een afschermende haag moet worden aangebracht; de beplantingsstrook wordt op voldoende afstand van sloten aangebracht, rekening houdend met het belang van het waterschap;';
-
5. in het bepaalde onder i 'alvorens afwijking te verlenen vraagt het bevoegd gezag schriftelijk advies van een landschapsdeskundige' in te trekken;
Voor het overige zijn de regels van het bestemmingsplan Buitengebied 2e herziening onverkort van toepassing.