direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Wozoco Wemeldinge
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST

Toelichting

Hoofdstuk 1 Het plan

1.1 Aanleiding en doel wijzigingsplan

Aanleiding

Aan de Prinses Beatrixlaan 52 in Wemeldinge is de bibliotheek en de Rabobank gevestigd. RWS projecten B.V. is voornemens het pand te slopen en hier een woonzorgcomplex te realiseren.

In het geldende bestemmingsplan Wemeldinge is de ontwikkeling niet direct toegestaan. Er is wel een wijzigingsbevoegdheid opgenomen die het mogelijk maakt om onder voorwaarden de bestemming te wijzigen in de bestemming Gemengd - 2 waarin een woonzorgcomplex mogelijk is.

Dit wijzigingsplan geeft uitvoering aan de wijzigingsregels en heeft als doel de ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken.

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Prinses Beatrixweg nabij de kruising met de Koningin Emmastraat en grenst aan weerszijden aan woningbouw. De ligging van het plangebied is op een luchtfoto weergegeven in figuur 1.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0001.png"

Figuur 1.1. De ligging van het plangebied (bron: Bing Maps)

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan: Kom Wemeldinge (vastgesteld op 1 november 2010). Hierin is het bestemd als "Maatschappelijk". Een woonzorgcomplex is binnen die bestemming niet toegestaan.

Eveneens zijn op het perceel de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 1" en deels de gebiedsaanduiding "vrijwaringszone - molenbiotoop" van toepassing. Binnen de dubbelbestemming worden eventuele archeologische waarden beschermd. Binnen de gebiedsaanduiding zijn hoogtebepalingen ten aanzien van de bebouwing opgenomen om windvang van omliggende molens te garanderen.

Het perceel is samen met het zuidelijk gelegen perceel voorzien van een wijzigingsbevoegdheid. In het kader van die wijzigingsbevoegdheid kan de bestemming van het perceel worden gewijzigd naar “Gemengd - 2”. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • 1. er is ten hoogste één hoofdgebouw toegestaan;
  • 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 9 meter, het aantal bouwlagen aan de zijde van het park en de Spoorlaan bedraagt ten hoogste twee. aan de zijde van de Prinses Beatrixweg is een derde bouwlaag toegestaan;
  • 3. de oppervlakte van de bebouwing bedraagt ten hoogste 75% van het wijzigingsgebied;
  • 4. zorgafhankelijk wonen is toegestaan, tevens zijn er ten hoogste elf reguliere woningen toegestaan, zij het uitsluitend in combinatie met zorgafhankelijk wonen;
  • 5. wijziging is uitsluitend mogelijk wanneer de bodemkwaliteit ter plaatse geschikt is voor de beoogde functie;
  • 6. de economische uitvoerbaarheid moet gewaarborgd zijn;
  • 7. voldaan moet zijn aan de vereisten inzake de Flora- en faunawet, Wet geluidhinder, Wet luchtkwaliteit en archeologie;
  • 8. wijziging leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer, alvorens de wijziging toe te staan vragen burgemeester en wethouders schriftelijk advies van de waterbeheerder;
  • 9. in het wijzigingsplan moet aandacht worden besteed aan de gemaakte belangenafweging;
  • 10. voor de vaststelling van een wijziging dient vooraf door de gemeenteraad welstandscriteria worden opgesteld op basis van de welstandsnota.

Hieronder wordt het initiatief getoetst aan de wijzigingsvoorwaarden:

  • 1. in paragraaf 1.3 wordt de ontwikkeling toegelicht, hieruit blijkt dat het gaat om één nieuw hoofdgebouw;
  • 2. de bouwhoogte bedraagt 9,70 meter. Dat is hoger dan de toegestane 9,00 meter. In het bestemmingsplan is een overschrijding van de bestemmingsgrenzen toegestaan tot maximaal tien procent van de gegeven maat. In paragraaf 1.3 wordt dit nader toegelicht;
  • 3. in paragraaf 1.3 wordt de ontwikkeling toegelicht, hieruit blijkt dat de bebouwing niet groter wordt dan 75% van het wijzigingsgebied, het bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 78%;
  • 4. in de regels is opgenomen dat er maximaal elf woningen zijn toegestaan;
  • 5. in bijlage 4, onder bodemkwaliteit wordt toegelicht dat de bodemkwaliteit voldoende is;
  • 6. in paragraaf 3.1 wordt toegelicht dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is;
  • 7. in bijlage 4, onder Flora- en faunawet, wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit en archeologie is beschreven dat wordt voldaan aan de gestelde vereisten;
  • 8. in bijlage 4, onder water is beschreven dat er geen onevenredige gevolgen zijn voor het waterbeheer;
  • 9. het ontwerpwijzigingsplan wordt ter inzage gelegd. De binnengekomen reacties worden door de gemeente beantwoord. Indien nodig wordt het wijzigingsplan daar op aangepast;
  • 10. de gemeente heeft welstandscriteria voor dit plan vastgesteld.

Doel

De gemeente staat positief tegenover het initiatief. Het plan voldoet aan de wijzigingsvoorwaarden. Daarom wordt een wijzigingsplan opgesteld. Dit wijzigingsplan vormt het juridisch-planologisch kader waarbinnen de realisatie van het woonzorgcomplex mogelijk is.

1.2 Huidige situatie en omgeving

Het plangebied ligt aan de Prinses Beatrixweg nabij de kruising met de Koningin Emmastraat. Aan de westzijde van het plangebied is heeft de Spoorlaan-Prinses Beatrixweg een erg smal wegprofiel. Het pand grenst aan de oostzijde aan woningen en aan de zuidzijde aan een fysiotherapiepraktijk. Op het terrein staat een monumentale boom.

In de omgeving van het plangebied komen vooral woningen voor. De woningen bestaan uit één of twee bouwlagen met kap. Aan de overzijde van het plangebied staat ook een woonzorgcomplex. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen. Ten zuiden van het plangebied ligt een grasveld.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0002.jpg"

Figuur 1.2 Sfeerimpressie omgeving plangebied (bron: Grosfeld van der Velde architecten).

1.3 Beoogde ontwikkeling

Het initiatief betreft de sloop van de huidige bibliotheek en Rabobank. De bibliotheek wordt verplaatst naar de overzijde in het dorpshuis de Wemel. De Rabobank is recent gesloten. De pinfunctie blijft aanwezig.

Het volgende programma wordt beoogd op de locatie:

  • woonzorgcomplex, bestaande uit 9 (zorg)appartementen, 2 groepswoningen (met elk 6 cliëntenkamers) en bijbehorende zorginfrastructuur;
  • huisarts (nu gevestigd aan over zijde van de locatie);
  • pinautomaat Rabobank.

In de toekomst is het mogelijk dat de naastgelegen fysiotherapiepraktijk uitbreidt tot tegen het woonzorgcomplex, zodat een fysieke koppeling mogelijk is. Zodra dit aan de orde is wordt hiervoor een afzonderlijke planologische procedure gevolgd.

Dit maakt geen onderdeel uit van voorliggende ontwikkeling.

Door Grosfeld van der Velde architecten is een architectonisch plan vervaardigd deze is in bijlage 5 toegevoegd.

Het complex bestaat uit één hoofdgebouw bestaande uit drie bouwlagen. Dit sluit aan op de stedenbouwkundige structuur in de omgeving.

De hoofdingang van het complex komt in de noordgevel. In totaal krijgt het gebouw een bouwhoogte van 9,70 meter. Aan de noordzijde wordt een deel van de derde bouwlaag iets terug gelegd. Voor het overige deel van de noord- en oostgevels komt er tussen de eerste en tweede bouwlaag een overstekende dakrand. Een impressie van het nieuwe gebouw is weergegeven in figuur 1.5. Het gebouw heeft een oppervlak 964 m².

De monumentale boom kan helaas niet behouden blijven en dient gekapt te worden.

Overschrijding bouwhoogte

De bouwhoogte van het gebouw wordt met 0,70 meter overschreden. Dit komt omdat vanuit het Bouwbesluit hogere bouwlaag/plafondhoogtes zijn vereist dan bij het opstellen van de wijzigingsbevoegdheid was voorzien.

In het bestemmingsplan is in artikel 30 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waaruit blijkt dat een overschrijding van de in het bestemmingsplan opgenomen maatvoering toegestaan is tot een maximale afwijking van 10%. Van deze mogelijkheid wordt gebruik gemaakt.

Overschrijding bebouwingspercentrage

De oppervlakte van het gebouw bedraagt 964 m². Hiermee komt het bebouwingspercentage uit op de kavel/ wijzigingsgebied uit op 78%. Dit is overschrijding van de eis van 75% zoals genoemd in de wijzigingsvoorwaarden. Deze beperkte overschrijding komt mede door de oppervlakte eisen die gesteld worden aan de interne ruimtes. Gezien de stedenbouwkundige inpassing van het geheel wordt de overschrijding acceptabel geacht en is er geen sprake van nadelige effecten richting de omgeving.

Kap monumentale boom

Het is niet mogelijk gebleken de monumentale boom in te passen in het ontwerp. Deze dient dan gekapt te worden. Voor de kap van de boom zal ter zijner tijd een omgevingsvergunning worden ingediend.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0003.jpg"

Figuur 1.3 Huidige situatie bebouwing (bron: Grosfeld van der Velde architecten)

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0004.jpg"

Figuur 1.4 Contour nieuwe bebouwing (bron: Grosfeld van der Velde architecten)

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0005.png"

Figuur 1.5 Impressie van het woonzorgcomplex (bron: Grosfeld van der Velde architecten)

Parkeren

Op het terrein van het woonzorgcomplex is geen ruimte aanwezig voor parkeren. Daarom zal een beroep worden gedaan op de parkeerplaatsen in de omgeving. Dat is in de huidige situatie van de bibliotheek en de Rabobank ook al het geval. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient aangetoond te worden dat in de omgeving voldoende restcapaciteit aanwezig is om de parkeervraag van het woonzorgcomplex op te kunnen vangen, zonder dat hierdoor parkeerproblemen optreden. Daartoe heeft allereerst een vergelijking plaatsgevonden tussen de bestaande planologische situatie en de toekomstige planologische situatie. In een parkeerbalans is, op basis van aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies, het verschil in de theoretische parkeervraag voor de huidige en toekomstige planologische situatie inzichtelijk gemaakt. Deze parkeerbalans is opgenomen in bijlage 1.

Op basis van de werkelijke parkeerdruk in het omliggend gebied en de theoretische parkeervraag van het woonzorgcomplex is vervolgens bepaald of de parkeercapaciteit in het gebied voldoende is. Dit tweede punt is inzichtelijk gemaakt middels een parkeeronderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd door Rho Adviseurs in Leefruimte en vastgelegd in de notitie 'Woonzorgcomplex Wemeldinge - Parkeeronderzoek', d.d. 27 november 2013. Deze notitie is opgenomen in bijlage 2.

Bestaande planologische situatie Prinses Beatrixweg 52

In de huidige situatie is in het pand aan de Prinses Beatrixweg 52 een bibliotheek en Rabobank gevestigd. Dit gebouw heeft een totale vloeroppervlakte van 495 m2. Circa de helft (246 m2) is in gebruikt als bibliotheek en de andere helft (246 m2) is in gebruik van de Rabobank. De theoretische parkeervraag voor deze beide functies is bepaald op basis van CROW-publicatie 317 (parkeerkencijfers en aanwezigheidspercentages). Uitgangspunt is een ligging in weinig stedelijk gebied (bron: CBS) binnen het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Daarnaast is, op basis van het autobezit binnen de gemeente Kapelle ten opzichte van gemeenten met eenzelfde stedelijkheidsgraad, gebruik gemaakt van de gemiddelde kencijfers.

Voor de bibliotheek geldt, op basis van deze uitgangspunten, een parkeerkencijfer van 1,15 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Voor de Rabobank wordt aangesloten bij het parkeerkencijfer voor kantoren met baliefunctie. Deze bedraagt 3,55 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Dit leidt tot een totale parkeervraag van beide functies van 12 parkeerplaatsen.

Toekomstige planologische situatie Prinses Beatrixweg 52

In de toekomstige situatie worden binnen het woonzorgcomplex 9 zorgappartementen mogelijk gemaakt 2 groepswoningen met ieder 6 cliëntenkamers. Voor de zorgappartementen wordt aangesloten bij het parkeerkencijfer voor aanleunwoningen / zorgflat. Per woning geldt zodoende een kencijfer van 1,2 parkeerplaatsen (waarvan 0,3 ten behoeve van bezoekers). Voor de groepswoningen wordt aangesloten bij het kencijfer voor verpleeg- en verzorgingstehuizen. Hierbij wordt elke cliëntenkamer als wooneenheid gezien. Per wooneenheid geldt een kencijfer van 0,6 parkeerplaatsen. Dit leidt tot een totale parkeervraag van het woonzorgcomplex van 18 parkeerplaatsen.

Parkeerbalans huidige en toekomstige planologische situatie

Op basis van de totale theoretische parkeervraag en de aanwezigheidspercentages per functie is voor zowel de huidige planologische situatie als de toekomstige planologische situatie een parkeerbalans opgesteld. Een vergelijking tussen beide situaties toont aan dat in de toekomstige situatie de maximale toename van de theoretische parkeervraag 18 parkeerplaatsen bedraagt (zaterdagavond). Ook ten tijde van verschillende andere dagperioden leidt de ontwikkeling tot een significante toename van de theoretische parkeervraag.

Parkeeronderzoek en verrekening toekomstige parkeervraag woonzorgcomplex

Middels een parkeeronderzoek is de werkelijke parkeerdruk tijdens verschillende dagperioden in de omgeving van het pand aan de Prinses Beatrixweg 52 inzichtelijk gemaakt. In deze situatie is de kantoorfunctie van de Rabobank reeds buiten gebruik. De theoretische parkeervraag van het woonzorgcomplex is vervolgens met de bestaande parkeerdruk in het gebied verrekend, op basis waarvan beoordeeld is of hiervoor voldoende parkeercapaciteit aanwezig is. Bij deze verrekening is rekening gehouden met:

  • het verplaatsen van de bibliotheek naar dorpshuis De Wemel (Dorpsplein 1), wat binnen het onderzoeksgebied ligt. De verplaatsing leidt zodoende niet tot een afname van de parkeervraag;
  • het verplaatsen van de huisartsenpraktijk aan de Koningin Emmastraat 16 naar het zoonzorgcomplex. Ook deze locatie ligt binnen het onderzoeksgebied, waardoor deze verplaatsing niet leidt tot een toename van de parkeervraag;
  • de aanwezige pinfunctie van de Rabobank blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken:

  • De maximale parkeerdruk in het gebied rondom het woonzorgcomplex bedraagt in de huidige situatie 50%. Deze vindt plaats tijdens de zaterdagochtend en het begin van de zaterdagmiddag. Een deel van de parkeercapaciteit op het Dorpsplein is in deze periode niet beschikbaar door de weekmarkt. De maximale parkeerdruk bij een volledige beschikbare parkeercapaciteit vindt plaats tijdens werkdagochtenden (schoolspits). De parkeerdruk in het onderzoeksgebied bedraagt dan 48%;
  • Indien de theoretische parkeervraag van het woonzorgcomplex wordt verrekend, neemt de parkeerdruk tijdens de zaterdagochtend en het begin van de zaterdagmiddag toe tot 64%. De maximale parkeerdruk bij een volledige beschikbare parkeercapaciteit vindt dan plaats tijdens zondagen. De parkeerdruk in het onderzoeksgebied bedraagt dan 57%. In de toekomstige situatie blijft de parkeerdruk in het onderzoeksgebied onder de toegestane parkeerdruk van 90%. De functiewijziging van het pand aan de Prinses Beatrixweg 52 leidt zodoende niet tot parkeerproblemen;
  • Te benutten restcapaciteit ten behoeve van het woonzorgcomplex is met name beschikbaar aan de Prinses Beatrixweg (direct grenzend aan het pand) en aan de Spoorlaan. Dit geldt in mindere mate op een werkdagochtend ten tijde van de schoolspitsperiode. Dan is echter ook voldoende restcapaciteit aanwezig op het Dorpsplein. Deze capaciteit kan zowel benut worden voor het parkeren ten behoeve van het woonzorgcomplex, als ook voor het parkeren ten behoeve van het halen en brengen van kinderen naar school. Ook de Oranjeboomstraat biedt in alle onderzoeksperioden restcapaciteit. Deze ligt echter op grotere afstand van het woonzorgcomplex;
  • Op de zaterdagochtend, ten tijde van de weekmarkt, is geen restcapaciteit beschikbaar op het Dorpsplein. Tijdens andere dagperioden is hier wel restcapaciteit aanwezig.

Overwegingen

Om de parkeercapaciteit aan de Prinses Beatrixweg (voor het woonzorgcomplex) zo veel mogelijk toe te laten komen aan de bewoners van de Prinses Beatrixweg, er zijn afspraken gemaakt over de locatie waar werknemers van het woonzorgcomplex parkeren. Op werkdagen zullen deze parkeren op het Dorpsplein.

1.4 Planologische afweging

Het nieuwe woonzorgcomplex wordt voorzien van drie bouwlagen. Dit sluit aan bij de hoogte van het westelijk daarvan aan de Koningin Emmastraat gelegen (gebogen) woongebouw. Beide gebouwen vormen op deze wijze een eenheid die goed is in te passen in de stedenbouwkundige structuur in de omgeving. Ook de beoogde functies passen uitstekend in de overheersende woon(zorg)functie.

1.5 Afweging beleid en sectorale aspecten

De ontwikkeling is getoetst aan het geldende beleidskader en sectorale wetgeving. Deze toetsing is opgenomen in bijlage 3 en 4. Hieruit blijkt dat er geen beleidsmatige, milieu hygiënische en andere belemmeringen voor de locatie gelden.

Hoofdstuk 2 Toelichting op de juridische regeling

Na gebruik making van dit wijzigingsplan worden de regels van het moederplan Wemeldinge van toepassing. De bestemming mag gewijzigd worden in de bestemming Gemengd - 2. In deze bestemming zijn geen specifieke regels opgenomen voor het maximaal aantal woningen en er geldt geen maximaal bebouwingspercentage.

Daarom zijn voor deze twee aspecten in dit wijzigingsplan extra regels opgesteld.

Hoofdstuk 3 Uitvoerbaarheid

3.1 Financiële uitvoerbaarheid

3.1.1 Grondexploitatie

In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van de wet is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling.

In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Dit wijzigingsplan maakt een dergelijk bouwplan mogelijk.

Tussen de gemeente en de ontwikkelaar wordt een overeenkomst gesloten. Hiermee is het kostenverhaal voldoende geregeld. En het stellen van nadere eisen is niet noodzakelijk. Daarom wordt er geen exploitatieplan opgesteld.

3.1.2 Onderzoek uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.6, lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Een aan de gemeente voorgelegd exploitatieoverzicht toont aan dat het plan economisch uitvoerbaar is.

3.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het aantonen van de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt de, in de wet vastgelegde, wijzigingsplanprocedure doorlopen.

Voor het wijzigingsplan is overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.2.a Wet ruimtelijke ordening de openbare voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Op basis hiervan wordt het besluit, tezamen met het wijzigingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tegen het besluit wordt gedurende de termijn van terinzagelegging de mogelijkheid geboden bezwaar in te dienen.

Op 29 augustus is er een informatieavond gehouden over de voorgenomen ontwikkeling voor omwonenden in de Wemel. Tijdens deze informatieavond zijn omwonenden geïnformeerd over de ontwikkeling en de te volgen procedure.

Bijlagen

Bijlage 3 Toetsing aan beleidskader

overheid   beoordelingsaspect   afweging  
Rijk   Nationale belangen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)   In het plangebied worden geen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR geraakt.  
Provincie Zeeland   Omgevingsplan Zeeland 2012-2018 (2012)   In het Omgevingsplan wordt ingezet op een goed voorzieningenniveau. De bouw van een woonzorgcomplex draagt hierin bij.  
  Verordening ruimte provincie Zeeland (2012)   Bij bestemmingsplannen voor nieuwe voorzieningen moet de behoefte worden aangetoond. In dit geval gaat het om een verplaatsing van bestaande functies en het toevoegen van enkele nieuwe zorgfuncties waar behoefte aan is. De woningen staan op de regionale planningslijst. Hiermee wordt voldaan aan de verordening.  
Gemeente Kapelle   Structuurvisie 2012-2030   Het beleid is gericht op behoud van een optimaal voorzieningenniveau voor de eigen inwoners dat past bij het schaalniveau van de kernen. Kwaliteit en bereikbaarheid zijn belangrijker dan nabijheid van voorzieningen. Voor Wemeldinge hebben de voorzieningen een lokale functie.

Het plangebied wordt in de visie specifiek genoemd. Het betreft een inbreidingslocatie, waarbij de gemeente inzet op benutting daarvan.  
  Woonvisie Wemeldinge   In de Woonvisie wordt gestreefd naar het creëren van een ruimer aanbod van passende woningen voor starters en senioren. De gemeente wil dit samen met corporaties, zorginstellingen en marktpartijen bereiken.
Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van deze samenwerking.  

Bijlage 4 Toetsing aan sectorale aspecten

aspect/kader   beoordelingsaspect   afweging  
Bodemkwaliteit  
Besluit Bodemkwaliteit   Bodemkwaliteit dient voldoende te zijn voor de beoogde functie. Functie mag geen bedreiging vormen voor de bodemkwaliteit   Uit verkennend bodemonderzoek is gebleken dat vervolgonderzoek en/of nader te nemen maatregelen niet noodzakelijk worden geacht. Er zijn in de huidige situatie en met betrekking tot de toekomstige activiteiten geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig.  
Archeologie  
Archeologiebeleid gemeente Kapelle   Is er sprake van een verwachtingswaarde op de gronden?   Het plangebied ligt volgens de Maatregelenkaart in gebiedscategorie 4 (hoge verwachting).
Archeologisch onderzoek is noodzakelijk. Door Artefact is archeologisch onderzoek uitgevoerd dit is toegevoegd in bijlage 9.

Uit verkennend booronderzoek is gebleken dat de lage verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd laag blijft. Er bestaat geen verwachting voor de perioden tussen het Paleolithicum en de Late Middeleeuwen. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
 
Cultuurhistorie   Zijn er cultuurhistorische waarden?   Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Ook heeft het plan geen negatieve gevolgen voor eventuele waarden in de omgeving.  
Kabels en leidingen   Zijn er planologisch relevante leidingen en hoogspanningslijnen in de directe omgeving aanwezig?   In of rondom het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante leidingen. Wel valt een deel van het plangebied binnen een molenbiotoop. Hierbinnen worden randvoorwaarden gesteld aan de toegestane hoogte van bebouwing. De hoogte van het gebouw voldoet hier aan.  
Ecologie  
Natuur-
beschermingswet 1998  
Is er sprake van significant negatieve
effecten?  
Het plangebied ligt in binnenstedelijk gebied. Uit het uitgevoerde ecologisch onderzoek blijkt dat de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie de uitvoering van het plan niet in de weg staan (zie bijlage 7).  
Flora- en
faunawet  
Is er sprake van aantasting,
verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten,
hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen?  
Met betrekking tot gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan (zie bijlage 7).  
Water  
Watertoets   Wateroverlast:
Voldoende ruimte voor vasthouden/bergen/afvoeren van water. Per m2 verharding 75 mm berging  

De ontwikkeling zorgt niet voor een significant verschil in oppervlakteverharding ten opzichte van de huidige situatie. Daarom is er geen noodzaak tot watercompensatie maatregelen.  
  Riolering:
Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken i.v.m. reductie hydraulische belasting RWZI en transportsysteem met beperken overstorten. Rekening houden met (eventuele benodigde filter)ruimte daarvoor.  

De planontwikkeling voorziet in de aanleg van een gescheiden riool. deze zal worden aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering  
  Volksgezondheid:
Voorkomen van verdrinkingsgevaar;
Geen gebruik uitlogende materialen.  

Er is geen oppervlaktewater aanwezig op het perceel.
Er wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen.  
  Bodemdaling:
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveld dalingen met name in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken.  

Er is geen aanpassing waterpeil of drainage nodig.  
  Oppervlakte waterkwaliteit:Behoud/Realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit voor mens en natuur. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem.  
Het bestemmingsplan stelt geen activiteiten voor die negatieve gevolgen voor de waterkwaliteit hebben. Binnen het plangebied is verder geen sprake van oppervlaktewater.  
  Onderhoud waterlopen:
Onderhoudsmogelijk heden waterlopen niet belemmeren.  

Er zijn geen waterlopen aanwezig in het plangebied.  
Wateradvies     Het wijzigingsplan wordt in het kader van het vooroverleg met het waterschap Scheldestromen gecommuniceerd. Opmerkingen worden verwerkt in het wijzigingsplan.  
Milieuzonering  
Bedrijfs-
milieuzonering
VNG-brochure
'Bedrijven en
Milieuzonering 2009  
Is er sprake voor hinder of belemmeringen van functies in de omgeving van de ontwikkeling?
 
In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijfsactiviteiten die hinder veroorzaken voor de woonfunctie in het plangebied. Het woonzorgcomplex zelf valt volgens de VNG-brochure in milieucategorie 1.
Dergelijke voorzieningen kunnen goed voorkomen naast woningen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering.  
Parkeren   Is er voldoende parkeergelegenheid (aanbod) in de omgeving?   Zoals is aangegeven in paragraaf 1.3 legt het plangebied een beperkte claim op de parkeerruimte in de omgeving. Er worden hier echter geen problemen voorzien.  
Externe veiligheid  
Bevi-inrichtingen
Vervoer van
gevaarlijke
stoffen over de
weg, spoor,
buisleiding en
en water.  
Ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van risicobronnen?   In de omgeving van het plangebied liggen geen risicovolle inrichtingen en gasleidingen. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Externe veiligheid vormt dus geen belemmering voor het plan.  
Wegverkeerslawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone van een weg voorgesteld?   Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek (zie bijlage 8) blijkt dat kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit het aspect geluid.  
Industrielawaai  
Wet geluidhinder   Worden geluidsgevoelige objecten in de geluidszone voor industrielawaai voorgesteld?   In de omgeving van het plangebied liggen geen bedrijven die een geluidszone hebben.  
Luchtkwaliteit  
Wet milieubeheer   Wordt voldaan aan de genoemde grenswaarden
in de Wet milieubeheer?  
Luchtverontreiniging is veelal het gevolg van verkeersbewegingen in een gebied. Uit bijlage 8 blijkt dat het plan leidt tot een verkeersgeneratie van 85 verkeersbewegingen per dag. Dit aantal valt onder de regeling 'Niet in betekenende mate' bijdragen. Vanuit dit aspect bestaan dan ook geen belemmeringen voor het plan.  

Bijlage 7 Ecologisch bureauonderzoek

Ecologie

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur de uitvoering van het plan niet in de weg staan.

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit bebouwing, verharding en bomen.

Beoogde ontwikkelingen

Het plan voorziet in de realisatie van een woonzorgcomplex. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • verwijderen beplanting en bomen;
  • sloopwerkzaamheden;
  • bouwrijp maken;
  • bouwwerkzaamheden.

Beleid en Normstelling

Beleid

Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De begrenzing van de EHS is in Zeeland door Gedeputeerde Staten vastgesteld in het Omgevingsplan Zeeland. In het Omgevingsplan staan ook de spelregels hoe om te gaan met de EHS. De wijzigingen van de EHS-begrenzing worden door Gedeputeerde Staten vastgesteld in het Natuurbeheerplan Zeeland. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd.

Normstelling

Flora- en faunawet

Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet (hierna Ffw) van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Ffw bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de Ffw niet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet. Voor zover deze vrijstelling niet van toepassing is, bestaat de mogelijkheid om van de verbodsbepalingen ontheffing te verkrijgen van het Ministerie van Economische Zaken. Voor de zwaar beschermde soorten wordt deze ontheffing slechts verleend, indien:

  • er sprake is van een wettelijk geregeld belang (waaronder het belang van land- en bosbouw, bestendig gebruik en dwingende reden van groot openbaar belang);
  • er geen alternatief is;
  • geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient in het geval van zwaar beschermde soorten of broedende vogels overtreding van de Ffw voorkomen te worden door het treffen van maatregelen, aangezien voor dergelijke situaties geen ontheffing kan worden verleend.

Met betrekking tot vogels hanteert het Ministerie van Economische Zaken de volgende interpretatie van artikel 11:

De verbodsbepalingen van artikel 11 beperken zich bij vogels tot alleen de plaatsen waar gebroed wordt, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te doen zijn, én slechts gedurende de periode dat er gebroed wordt. Er zijn hierop echter verschillende uitzonderingen, te weten:

Nesten die het hele jaar door zijn beschermd

Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van artikel 11 van de Ffw het gehele seizoen.

  • 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil).
  • 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).
  • 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).
  • 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruikmaken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).

Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd

In de 'aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten' worden de volgende soorten aangegeven als categorie 5. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.

  • 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het hele jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De soorten uit categorie 5 vragen soms wel om nader onderzoek, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd. Categorie 5-soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

De Ffw is voor dit bestemmingsplan van belang, omdat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat.

Natuurbeschermingswet 1998

Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet 1998 van belang. Deze wet onderscheidt drie soorten gebieden, te weten:

  • a. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen gebieden, zoals bedoeld in de Vogel- en Habitatrichtlijn;
  • b. door de minister van EZ (voormalig Ministerie van EL&I/LNV) aangewezen beschermde natuurmonumenten;
  • c. door Gedeputeerde Staten aangewezen beschermde landschapsgezichten.

De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder a en b bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen, behoudens vergunning van Gedeputeerde Staten of de Minister van EZ). De bescherming van de onder c bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. De speciale beschermingszones (a) hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Natuurbeschermingswet 1998 de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 zal kunnen worden verkregen.

Onderzoek

Gebiedsbescherming

Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ten noorden van Wemeldinge ligt het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0006.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0678.WemeldingeWZ001-VAST_0007.png"

Figuur 1. Ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. beschermde natuurgebieden (bron: geoweb provincie Zeeland)

De ontwikkeling betreft de realisatie van een woonzorgcomplex ter plaatse van de huidige bibliotheek en de (voormalige) rabobank. Dit leidt niet tot een wezenlijke verandering van het gebruik van het plangebied. De verkeersgeneratie is zeer beperkt en lokaal van aard. Dit leidt niet tot een waarneembare toename van de stikstofdepositie op de Oosterschelde. De sloop en bouw in het plangebied leiden mogelijk tot een tijdelijke verstoring van het Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging in het centrum van Wemeldinge zal die verstoring opgaan in de reeds bestaande verstoring. Negatieve effecten kunnen dan ook worden uitgesloten.

De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

Soortenbescherming

De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van foto's van het plangebied, algemene ecologische kennis en verspreidingsatlassen/gegevens (onder andere Ravon en www.waarneming.nl).

Vogels

In de groenstrook komen tuin- en struweelvogels voor. Hier zijn soorten als koolmees, roodborst, winterkoning en merel aanwezig. Spreeuw, huismus, gierzwaluw en kauw kunnen broeden in (de omgeving van) de bebouwing. Deze soorten worden niet verwacht in het bibliotheekgebouw met plat dak en gladde gevels. De bomen bieden mogelijk nestgelegenheid aan de buizerd, kraai en grote bonte specht.

Zoogdieren

Het plangebied biedt geschikt leefgebied aan algemeen voorkomende, licht beschermde soorten als mol, egel, gewone bosspitsmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, veldmuis en bosmuis. De bomen kunnen plaats bieden aan vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Het is niet waarschijnlijk dat in de bebouwing vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. De groenstrook kan daarnaast fungeren als foerageergebied of onderdeel zijn van een vaste vliegroute van vleermuizen.

Overige soorten

Er zijn, gezien de aanwezige biotopen, geen beschermde vaatplanten, vissen, amfibieën, reptielen en/of bijzondere insecten of overige soorten te verwachten op de planlocatie. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; het plangebied voldoet hier niet aan.

In tabel B7.1 staat aangegeven welke beschermde soorten er binnen het plangebied (naar verwachting) aanwezig zijn en onder welk beschermingsregime deze vallen.

Tabel B.7.1. Naar verwachting aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied en het beschermingsregime

  nader onderzoek nodig voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkeling  
Vrijstellings-
regeling Ffw  
tabel 1     mol, egel, gewone bosspitsmuis, dwergspitsmuis, huisspitsmuis, veldmuis, bosmuis   nee  
Ontheffings-
regeling Ffw  
tabel 2     geen   nee  
  tabel 3   bijlage 1 AMvB   geen   nee  
    bijlage IV HR   alle vleermuizen   Ja  
  vogels   cat. 1 t/m 4   geen   nee  

Het wijzigingsplan voorziet in de realisatie van een woonzorgcomplex. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

  • Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
  • Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron: website vogelbescherming).
  • Voor de vleermuizen geldt dat, gezien de bebouwing en de omgeving/beplanting, niet verwacht wordt dat sprake is van vaste rust-, verblijfs- of voortplantingsplaatsen, foerageergebied of vliegroutes. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

Conclusie

Met betrekking tot gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.

 

Bijlage 8 Geluidsonderzoek

Beoogde ontwikkeling

Binnen het woonzorgcomplex worden 9 zorgappartementen en 2 groepswoningen gevestigd. Woningen zijn in de Wet geluidhinder (Wgh) aangemerkt als 'ander geluidsgevoelig gebouw'. Voor deze functies dient, indien deze gelegen zijn binnen de wettelijke geluidzone van een weg, akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden.

Toetsingskader

Normstelling

De ontwikkeling ligt niet binnen de wettelijke geluidszone van een gezoneerde weg. Rondom de ontwikkeling liggen alleen 30 km/uur-wegen, welke vanuit de Wgh geen geluidszone kennen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient op grond van vaste jurisprudentie aangetoond te worden dat sprake is van een acceptabel akoestisch klimaat. Daarbij wordt aangesloten bij de wet- en normstelling die de Wgh kent voor gezoneerde wegen.

De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal.

Nieuwe situaties

Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Deze waarde wordt voor 30 km/uur-wegen als richtwaarde gehanteerd. Bij overschrijding van deze richtwaarde is de maximaal aanvaardbare geluidsbelasting 63 dB. Aangetoond moet worden dat maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Voor de ontwikkeling is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting ten aanzien van de Prinses Beatrixweg.

Aftrek ex artikel 110g Wgh

Krachtens artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een maximum snelheid tot en met 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een hogere maximum snelheid geldt een aftrek van 2 dB. De maximum snelheid op de Prinses Beatrixweg bedraagt 30 km/uur. Zodoende is een correctie toegepast van 5 dB.

Uitgangspunten

Rekenmethode

De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode I (SRM I) uit het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012 (RMG 2012). Dit is mogelijk doordat grotendeels sprake is van een vrije veldsituatie en er geen afscherming plaatsvindt door andere gebouwen. Ten aanzien van de Prinses Beatrixweg is een berekening gemaakt van de geluidsbelasting op het de meest nabij de wegas gelegen gevelpunt van het gebouw. Deze afstand bedraagt circa 13,0 meter.

Verkeersgegevens

In de huidige situatie is in het bestaande gebouw een bibliotheek en Rabobank gevestigd. Het gebouw waarin deze beide functies zijn gevestigd heeft een omvang van 492 m2 bruto vloeroppervlak. Beide functies hebben circa 50% van dit vloeroppervlak ter beschikking. Voor deze huidige functies is de verkeersgeneratie bepaald op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 317 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', 2012). Uitgaande van een ligging in weinig stedelijk gebied (bron: CBS) en binnen het gebiedstype 'rest bebouwde kom' geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 10,6 mvt/etmaal voor de bibliotheek. Voor de Rabobank is aangesloten bij de verkeersgeneratie voor kantoren met een baliefunctie. Deze bedraagt 16,6 mvt/etmaal. Op basis van de omvang van de beide functies bedraagt de totale verkeersgeneratie circa 70 mvt/etmaal.

In de toekomstige situatie wordt in het woonzorgcomplex een huisartsenpraktijk gevestigd, 9 zorgappartementen en 2 groepswoningen (met elk 6 cliëntenkamers). Daarnaast vindt een uitbreiding plaats van de bestaande fysiotherapiepraktijk met 340 m2 bruto vloeroppervlak, waarbinnen vijf nieuwe behandelkamers worden opgenomen. De te vestigen huisartsenpraktijk is in de huidige situatie gevestigd tegenover de planlocatie, aan de overzijde van de Prinses Beatrixweg. De vestiging in het nieuwe woonzorgcomplex leidt niet tot een toename van de verkeersgeneratie. Voor de overige nieuwe of uit te breiden functies is wederom de verkeersgeneratie bepaald op basis van geldende gemiddelde kencijfers. Voor de zorgappartementen is uitgegaan van de verkeersgeneratiecijfers voor aanleunwoningen / serviceflat. Voor de cliëntenkamers in de groepswoningen zijn geen kencijfers bekend. Uitgangspunt is dat elke benodigde parkeerplaats voor deze kamers (0,6 per cliëntenkamer) twee verkeersbewegingen genereert. Voor de uitbreiding van de fysiotherapiepraktijk is de toename met vijf behandelkamers aangehouden. De berekening van de verkeersgeneratie is opgenomen in tabel B.8.1.

Tabel B.8.1 Berekening verkeersgeneratie nieuwe of uit te breiden functies

functie   eenheid   kencijfer   verkeersgeneratie*  
Zorg-
appartementen  
9   2,6 mvt/etmaal per woning   25 mvt/etmaal  
Groepswoningen   2 * 6 cliëntenkamers   1,2 mvt/etmaal per kamer   15 mvt/etmaal  
Fysiotherapie-
praktijk  
5 behandelkamers   17,95 mvt/etmaal per behandelkamer   90 mvt/etmaal  

*afgerond op 5-tallen

Uit de berekening blijkt dat de totale verkeersgeneratie van de ontwikkeling 130 mvt/etmaal bedraagt. Omdat de bibliotheek en de Rabobank in de toekomstige situatie verdwijnen, is de netto toename van het aantal verkeersbewegingen echter kleiner. Deze netto toename bedraagt 60 mvt/etmaal.

Er zijn geen intensiteitsgegevens bekend voor de Prinses Beatrixweg. Op de provinciale Verkeersstromenkaart zijn wel intensiteiten opgenomen voor de Wemeldingse Zandweg en de Westelijke Kanaalweg. Deze wegen verzorgen de ontsluiting van de kern Wemeldinge richting onder andere Kapelle en de Rijksweg A58. De intensiteiten op deze wegen bedragen 3.100 mvt/etmaal. Voor de Prinses Beatrixweg is aangenomen dat de intensiteit circa de helft bedraagt van deze ontsluitingswegen. In de huidige situatie bedraagt de intensiteit op de Prinses Beatrixweg dan circa 1.500 mvt/etmaal. Deze intensiteit is opgehoogd naar het planjaar 2024 op basis van een autonome groei van 1% per jaar. Tabel B.8.2 geeft een overzicht van de berekende intensiteit op de Prinses Beatrixweg voor het jaar 2024, waarbij de autonome situatie vervolgens op basis van de berekende netto verkeerstoename is opgehoogd.

Tabel B.8.2 Intensiteit planjaar 2024 (mvt/etmaal)

weg   intensiteit basisjaar   intensiteit 2024 autonoom   netto toename door ontwikkeling   intensiteit 2024 incl. ontwikkeling  
Prinses Beatrixweg   1.500
 
1.670   +60   1.730  

Voor de Prinses Beatrixweg is geen etmaal- en voertuigverdeling bekend. Er is aangesloten bij de standaardverdeling voor buurtverzamelwegen (beperkte ontsluitende functie en maximum snelheid van 30 km/uur). De gehanteerde voertuig- en etmaalverdelingen zijn opgenomen in tabel B.8.3.

Tabel B.4.3 Voertuig- en etmaalverdeling per weg

weg   voertuigverdeling (%)
(Licht/Middelzwaar/Zwaar)  
dag-, avond-, nachtpercentages  
Prinses Beatrixweg   Dagperiode: 94,59/4,76/0,65
Avondperiode: 94,59/4,76/0,65
Nachtperiode: 94,59/4,76/0,65  
6,54/3,76/0,81  

Maximum snelheid en wegdekverharding

Op de Prinses Beatrixweg geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. De weg is uitgevoerd in dicht asfaltbeton (referentiewegdek).

Resultaten

In tabel B.8.4 is voor de Prinses Beatrixweg de geluidsbelasting op de gevel van het pand weergegeven, inclusief de afstand tot de wegas en de verschillende waarneemhoogtes. Uit deze gegevens blijkt dat de richtwaarde van 48 dB wordt niet overschreden.

Tabel B.8.4 Overzicht geluidsbelasting gevel woonzorgcomplex

bron   afstand tot wegas   maatgevende waarneemhoogte   geluidsbelasting  
Prinses Beatrixweg   13,0 meter   1,5 meter   48 dB  
    4,5 meter   48 dB  
    7,5 meter   48 dB  

Conclusie

Ten aanzien van de niet-gezoneerde Prinses Beatrixweg bedraagt de geluidsbelasting op de gevel maximaal 48 dB (bij alle waarneemhoogtes). Zodoende is ten aanzien van de Prinses Beatrixweg dus sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.

Het aspect wegverkeerslawaai staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.