direct naar inhoud van Regels
Plan: Landgoed De Acht Morgen e.o.
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0668.BPLandgoedDAM-BOH1

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Landgoed De Acht Morgen e.o. met identificatienummer NL.IMRO.0668.BPLandgoedDAM-BOH1 van de gemeente West Maas en Waal;

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen;

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5 aanduidingsvlak

een vlak door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden;

1.6 activiteitgebonden horeca

de horeca-activiteit moet de hoofdfunctie ondersteunen en complementair zijn aan de hoofdfunctie en is geopend tijdens de openingstijden van de hoofdfunctie. Er kan geen sprake zijn van een zelfstandig uitgevoerd horeca-etablissement;

1.7 afhankelijke woonruimte

een onderdeel van het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;

1.8 afwijken van de bouwregels en/of van de gebruiksregels

een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening;

1.9 agrarisch bedrijf

inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;

1.10 agrarische gebouwen

gebouwen ten dienste van agrarische doeleinden, niet zijnde een bedrijfswoning;

1.11 ambachtelijke bedrijvigheid

het bedrijfsmatig vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsook het in verband hiermee beperkt verkopen en/of leveren van ter plaatse vervaardigde, geproduceerde of bewerkte goederen;

1.12 ander bouwwerk

een bouwwerk, niet zijnde een gebouw of bijbehorend bouwwerk;

1.13 archeologische verwachting

een gebied met een daaraan toegekende hoge, middelmatige of lage archeologische verwachtingswaarde in verband met de in de ondergrond aangetroffen sporen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.14 archeologische waarde

een gebied met een daaraan toegekende archeologische waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden;

1.15 archeologisch monument

terrein dat op basis van de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument;

1.16 avondperiode

de periode van 19:00 uur tot 23:00 uur;

1.17 bebouwde oppervlakte van een perceel of ander terrein

de som van de oppervlakten van alle op een perceel of terrein gelegen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken 1 m boven peil en buitenwerks gemeten;

1.18 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.19 bebouwingspercentage

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van dat bouwperceel;

1.20 bed and breakfast

een voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt, als toeristisch-recreatieve activiteit, met een maximum verblijfsduur van 6 weken. Onder een bed & breakfast-voorziening wordt niet verstaan overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;

1.21 bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen;

1.22 bedrijf aan huis

een bedrijf, waaronder een kappersbedrijf, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.23 bedrijfsmatige exploitatie

beheer en/of exploitatie door een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon.

1.24 bedrijfsvloeroppervlakte

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.25 bedrijfswoning

één woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de bestemming;

1.26 bestaand
  • a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald;
  • c. bij gebruik: het gebruik van gronden voor fruitteelt en boom- en sierteelt indien het gebruik van de betreffende gronden niet langer dan drie jaar onderbroken is geweest.
1.27 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak;

1.28 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.29 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een (bedrijfs)woning dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend (bedrijfs)woning verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.30 bijgebouw

een vrijstaand danwel aangebouwd gebouw, behorend bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

1.31 bouwen;

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.32 bouwgrens

de grens van een bouwvlak;

1.33 bouwlaag

een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

1.34 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.35 bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel;

1.36 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bijbehorende bouwwerken zijn toegelaten;

1.37 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.38 buitenopslag

het in de open lucht opslaan of opgeslagen houden van gerede of ongerede goederen, materialen, werktuigen, machines of gebruiksklare of onklare voer- of vaartuigen of onderdelen hiervan;

1.39 chalet

een recreatief onderkomen, dat functioneel overeen komt met een vakantiewoning of stacaravan, maar dat zich door de (houten) vormgeving onderscheidt van een recreatiewoning of stacaravan;

1.40 dagperiode

de periode van 07:00 uur tot 19:00 uur;

1.41 dagrecreatie

vormen van recreatie, die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;

1.42 dB

afkorting van decibel, waarmee het geluidsniveau weergegeven wordt;

1.43 dB(A)

afkorting van decibel (A-gewogen): maat voor de geluidsterkte gecorrigeerd naar de gevoeligheid van het menselijke oor.

1.44 dB(C)

afkorting van decibel (C-gewogen): maat voor de hinderbeleving bij hogere geluidsniveaus waarbij ook de lage frequenties (de bassen) een rol spelen.

1.45 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.46 detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten

(streek)producten die door het toegelaten bedrijf zijn voortgebracht, geteeld of vervaardigd;

1.47 ecologisch deskundige

een gecertificeerde deskundige die in een bepaalde situatie en voor specifieke soorten gevraagd wordt te adviseren en/of begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie;

1.48 equivalent geluidsniveau (LAeq)

het energetisch gemiddelde van de (fluctuerende) geluidsdrukniveaus van het ter plaatse, gedurende een bepaalde periode optredende geluid;

1.49 evenement

een één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden:

  • 4. categorie I: een evenement bestaande uit een jaarmarkt, braderie, rommelmarkt of daarmee vergelijkbare evenementen;
  • 5. categorie II: een evenement bestaande uit een kermis, circus, sportevenement of daarmee vergelijkbare evenementen, niet zijnde een sportevenement met gemotoriseerde voertuigen;
  • 6. categorie III: een evenement bestaande uit een concert, muziekfestival of daarmee vergelijkbare evenementen.
1.50 extensief recreatief medegebruik

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, paardrijden, (water)fietsen, kanoën, sport en spel;

1.51 extensieve dagrecreatie

die vormen van openluchtrecreatie, waarbij in het algemeen het beleven van rust voorop staat en het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is. Voorbeelden zijn fietsen en wandelen;

1.52 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.53 glastuinbouw

een agrarisch bedrijf dat zich hoofdzakelijk toelegt op het telen van gewassen in kassen;

1.54 groepsaccommodatie

een (deel van) een gebouw welke blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers, waaronder mede begrepen voorzieningen die rechtstreeks ten dienste staan van en rechtstreeks verband houden met het recreatief nachtverblijf;

1.55 grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Afhankelijkheid van de grond kent hierbij de volgende aspecten: voedervoorziening, mestafzet of het bieden van een natuurlijk substraat voor plantaardige teelten. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven en productiegerichte paardenhouderijen worden ook aangemerkt als een grondgebonden agrarisch bedrijf;

1.56 hoofdgebouw

een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt;

1.57 horeca

het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, waarbij de volgende categorieën worden onderscheiden:

  • categorie 1: een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt;
  • categorie 2: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszakenlunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant;
  • categorie 3: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen. Daaronder worden begrepen: café, bar, grand-café, eetcafé, danscafé, pubs, juice- en healthbar;
  • categorie 4: een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nacht-café en een zalencentrum (met nachtvergunning);
  • categorie 5: een inrichting die geheel of in overwegende mate is gericht op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en/of bed & breakfast;
1.58 hobbymatige basis houden van dieren

het niet bedrijfsmatig houden van dieren;

1.59 huisvesting in verband met mantelzorg

huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

1.60 indoor-activiteitencentrum

een overdekte voorziening waarin functies gericht op entertainment, sport en spel zijn ondergebracht;

1.61 indoor-speeltuin

een inpandige speelplaats met speelvoorzieningen;

1.62 intensieve veehouderij

een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van (pluim)vee de hoofdzaak is. Onder intensieve veehouderijen worden tevens pelsdierhouderijen verstaan;

1.63 jaarmarkt

een toeristisch-recreatief evenement al dan niet in combinatie met de verkoop van goederen/producten met maximaal 5.000 bezoekers per dag, dat eens per jaar plaatsvindt;

1.64 kampeermiddel

tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, niet zijnde een stacaravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.65 kampeerseizoen

de periode van 15 maart tot en met 31 oktober;

1.66 kantoor

het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;

1.67 landschappelijke waarde

waarde van een gebied in landschappelijk-esthetische en/of geomorfologische zin;

1.68 langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT)

het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai (ministerie van VROM, 1999), met dien verstande dat de bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid en de strafcorrectie voor muziekgeluid niet worden toegepast;

1.69 ligplaats

een ligplaats is een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig;

1.70 mantelzorg

langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar;

1.71 meergeneratiewoning

meergeneratiewoning is een gebouw met geschakelde, zelfstandige of onzelfstandige wooneenheden, appartementen of huizen met inpandige verbinding voor ouderen of mensen met een handicap en hun familie, waarbij de familie mantelzorg verleent. De zorgvrager woont in een aparte wooneenheid, maar staat in directe verbinding met zijn of haar mantelzorger;

1.72 nachtperiode

de periode van 23:00 uur tot 07:00 uur;

1.73 natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de aanwezigheid en de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur, zoals geologische, geomorfologische, bodemkundige en/of biologische elementen;

1.74 nevenactiviteit

activiteiten die in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een agrarisch bouwperceel;

1.75 niet-grondgebonden agrarisch bedrijf

een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenfokkerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen;

1.76 onderkomen

vaartuigen, arken, kampeermiddelen en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;

1.77 omgevingsvergunning

een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.78 omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.79 ondergronds

onder peil;

1.80 onversterkte muziek

live-geproduceerde muziek die ten gehore wordt gebracht, waarvan de geluidssterkte niet kan worden gevarieerd langs mechanische of elektronische weg;

1.81 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak;

1.82 overnachtingsplaats

een plaats bedoeld voor het bieden van mogelijkheden tot overnachting, waarbij geldt dat 1 bed voor 1 persoon is bedoeld en dus 1 overnachtingsplaats is;

1.83 parkeerterrein

een terrein bestemd voor het parkeren van (gemotoriseerde) voertuigen, inclusief de daarbij behorende (groen)voorzieningen;

1.84 parkwinkel

een detailhandelsvoorziening met een beperkt assortiment aan voedingsmiddelen en andere dagelijkse goederen uitsluitend ten dienste van de gebruikers van verblijfsrecreatieve voorzieningen;

1.85 peil
  • a. voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang;
  • b. voor gebouwen in het talud van de dijk: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld ter plaatse van de van de dijk afgekeerde zijde van het gebouw;
  • c. indien volledig in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het gemiddelde waterniveau ter plaatse van het bouwwerk;
  • d. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld;
1.86 permanente bewoning

bewoning door (het huishouden van) een persoon of door daarmee gelijk te stellen groep van personen van een recreatiewoning, stacaravan of andere voor wisselende bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats;

1.87 pleziervaartuig

al dan niet gemotoriseerd vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden, niet zijnde beroeps- of bedrijfsmatige doeleinden;

1.88 prostitutie

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

1.89 recreatief nachtverblijf

een ruimte die is ingericht en bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond;

1.90 recreatiepark

een bedrijfsmatig geëxploiteerd terrein met meerdere recreatiewoningen of andere verblijfsrecreatieve onderkomens, al dan niet met de daarbij behorende voorzieningen;

1.91 recreatiewoning

een permanent ter plaatse aanwezig voor wisselende bewoning bedoeld gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of daarmee gelijk te stellen groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden bewoond;

1.92 schuilgelegenheid

een vrijstaand gebouw voor het tijdelijk stallen van hobbymatig of bedrijfsmatig gehouden dieren;

1.93 seksinrichting

een voor publiek toegankelijk, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoning van erotische-pornografische aard plaatsvindt. Hieronder wordt in elk geval verstaan een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, sekstheater, of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.94 sierteeltbedrijf

een agrarisch bedrijf dat gericht is op het telen van siergewassen;

1.95 (sleuf)silo

een bouwwerk - geen mestopslagplaats zijnde - voor het opslaan van agrarische producten;

1.96 solitaire recreatiewoning

een recreatiewoning die geen onderdeel is van een bedrijfsmatig geëxploiteerd recreatiepark;

1.97 stacaravan

een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen;

1.98 standplaats

een in of op het (kampeer)terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek, onder andere middels nummering, stroomvoorziening, erfafscheiding of anderszins, voor het tijdelijk plaatsen van een kampeermiddel ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Een bijzettentje wordt hierbij niet als afzonderlijk kampeermiddel aangemerkt;

1.99 straatmeubilair

bij de openbare weg behorende bouwwerken;

1.100 teeltondersteunende voorzieningen

ondersteunende voorzieningen ten behoeve van vollegronds groente-, fruit-, bloemen- en boomteelt, te onderscheiden in tijdelijke en permanente voorzieningen:

  • tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 7 maanden in de periode 1 maart tot en met 30 november, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolie, lage tunnels. Verankerde palen en constructie, zijn de enige onderdelen van deze voorzieningen, die permanent aanwezig mogen zijn;
  • permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn het gehele jaar toegestaan;
1.101 trekkershut

een gebouw van beperkte omvang (maximaal 25 m2) ten behoeve van een kortstondig recreatief (nacht)verblijf door passanten;

1.102 uitbouw

aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is;

1.103 verblijfsrecreatie

een vorm van recreatie waarbij de recreant voor een bepaalde tijd, maar ten minste één nacht in een verblijfsrecreatief onderkomen verblijft, met dien verstande dat geen sprake mag zijn van permanente bewoning;

1.104 verblijfsrecreatieve onderkomens

onderkomens bedoeld voor tijdelijk recreatief nachtverblijf van personen die elders hun hoofdverblijf hebben; hieronder vallen onder andere kampeermiddelen, stacaravans, chalets, recreatiewoningen en groepsaccommodaties. De verblijfsrecreatieve onderkomens worden onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • categorie 1: kampeermiddelen, geen gebouwen zijnde (waaronder tenten of caravans op seizoensplaatsen);
  • categorie 2: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 45 m² (waaronder stacaravans, chalets en trekkershutten);
  • categorie 3: verblijfsrecreatieve gebouwen tot 90 m² (recreatiewoningen);
  • categorie 4: verblijfsrecreatieve gebouwen ten behoeve van groepen (groepsaccommodaties);
1.105 versterkte muziek

muziek en spraak die ten gehore wordt gebracht, hetzij live-geproduceerd, hetzij afgespeeld van een geluidsdrager, waarvan de geluidssterkte kan worden gevarieerd langs mechanische of elektronische weg;

1.106 voorgevelrooilijn

de lijn waarin de voorgevel van een bouwwerk, dan wel bouwvlak, is gelegen alsmede het verlengde daarvan die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;

1.107 voorgevel

de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw, of indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;

1.108 wegen

alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin gelegen bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten;

1.109 woning

een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten;

1.110 zorgboerderij

een (functionerend) agrarisch bedrijf waar zorgactiviteiten gecombineerd worden met agrarische activiteiten. Op de locatie wordt op kleine schaal opvang geboden aan zorgvragers die op therapeutische basis meehelpen en/of aanwezig zijn bij (onderdelen van) met name agrarische werkzaamheden.

Artikel 2 Wijze van meten

2.1 Gebouwen en andere bouwwerken

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1.1 Bebouwingspercentage

het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden, tenzij in de regels anders vermeld staat;

2.1.2 De bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.1.3 De goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.1.4 De hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.1.5 De inhoud van een bouwwerk
  • a. tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
  • b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt voor woningen dat bouwlagen met gevelopeningen (opening in een gevel voor o.a een deur, een venster, etc.), die geheel of gedeeltelijk boven peil gelegen zijn, meegerekend worden bij de bepaling van de inhoud van een bouwwerk.
2.1.6 De oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.1.7 Het gebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen;

2.1.8 geluidsbelasting op woningen
  • a. in de reguliere bedrijfssituatie (zonder evenementen): de geluidbelasting (etmaalwaarde) vanwege de reguliere bedrijfssituatie wordt gemeten en beoordeeld volgens de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai, uitgave 1999 (HMRI-II);
  • b. op evenementdagen: het geluidsniveau op evenementdagen wordt bepaald op basis van de Handleiding meten- en rekenen industrielawaai, uitgave 1999 (HMRI-II), met dien verstande dat:
    • 1. het LAeq (1 minuut) en het LCeq (1 minuut) geldt;
    • 2. het stemgeluid wordt meegerekend;
    • 3. geen bedrijfsduurcorrectie (Cb) wordt toegepast;
    • 4. geen strafcorrectie voor muziekgeluid wordt toegepast;
    • 5. metingen onder alle weersomstandigheden worden uitgevoerd, en;
    • 6. gemeten wordt op 15 meter uit de meest belaste gevel van woningen.

Bij het meten van een afstand wordt gemeten vanaf het hart van de lijn naar het hart van de lijn (hart op hart).

2.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van de 'wijze van meten' als vermeld in art. 2.1 worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, timpanen, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch - Komgebied

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Komgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het bestaande grondgebonden agrarisch bedrijf, zijnde een melkveehouderij met rundvee, met bijbehorend erf;
  • b. het behoud, beheer en/of herstel van de landschappelijke en ecologische waarden;
  • c. de uitoefening van nevenfuncties bij agrarische bedrijven, als vermeld in bijlage 3 'Toegelaten functies';
  • d. het uitoefenen van een beroep aan huis of een bedrijf aan huis waarvoor maximaal 40% van de bestaande gebouwen tot een totale vloeroppervlakte van maximaal 80 m² mag worden ingericht;
  • e. ondergeschikte detailhandel in eigen vervaardigde producten en streekgeproduceerde producten;
  • f. extensief recreatief medegebruik;
  • g. kleinschalige voorzieningen voor de verkoop van streek geproduceerde (agrarische) producten;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. watergangen;

met daarbij behorende gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken.

3.2 Bouwregels

Binnen deze bestemming mogen gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:

3.2.1 Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken binnen het bouwvlak
  • a. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken dienen binnen het 'bouwvlak' te worden gebouwd; Per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf en één bedrijfswoning toegestaan. Indien meerdere legale bedrijfswoningen aanwezig zijn ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan geldt dit aantal als maximum.
  • b. maximaal 25% van de oppervlakte van bestaande bedrijfsgebouwen tot een totale maximale vloeroppervlakte van 350 m² mag worden gebruikt ten behoeve van nevenfuncties, als bedoeld in bijlage 3 'Toegelaten functies' mits:'
    • 1. de toegelaten nevenactiviteiten plaatsvinden naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering;
    • 2. geen buitenopslag plaatsvindt ten behoeve van deze nevenfuncties;
    • 3. geen sprake is van een aanzienlijke verkeersaantrekkende werking;
    • 4. geen detailhandel plaatsvindt anders dan detailhandel in eigen vervaardigde producten en streekgeproduceerde producten tot een vloeroppervlakte met een maximum van 80 m2.
  • c. in afwijking van het bepaalde onder b mag de oppervlakte van een zorgboerderij maximaal 35% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen bedragen, tot een maximale vloeroppervlakte van 700 m2;
  • d. de maatvoering van de gebouwen (bedrijfswoning en overige bedrijfsgebouwen), bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken is als volgt:
bedrijfswoning   maximaal  
goothoogte   5 m  
bouwhoogte   10 m  
inhoud   650 m3  

bedrijfsgebouwen   maximaal  
goothoogte   6 m  
bouwhoogte   12,5 m  

bijbehorende bouwwerken   maximaal  
goothoogte   3 m  
bouwhoogte   6 m  
oppervlakte   80 m2  
  minimaal  
achter de voorgevel van de woning op een afstand van   1 m  

andere bouwwerken   maximaal  
bouwhoogte mestsilo (goothoogte)   8,5 m (4 m)  
bouwhoogte sleufsilo's   6 m  
bouwhoogte overige silo's   15 m  
bouwhoogte erfafscheidingen   2 m  
bouwhoogte overige bijbehorende bouwwerken   6 m  
bouwhoogte hooiberg (goothoogte en oppervlakte)   9 m (6 m en 36 m2)  

  • e. tijdelijke en/of permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn toegelaten. Voor een permanente teeltondersteunende voorziening geldt een oppervlakte van maximaal 1500 m². Indien de huidige oppervlakte van deze voorzieningen reeds groter is, dan geldt de bestaande oppervlakte als maximum;
  • f. per bedrijf is maximaal 1 windmolen/windturbine toegestaan onder de volgende voorwaarden:
    • 1. geplaatst in de nabijheid van aanwezige gebouwen binnen het bouwvlak;
    • 2. de hoogte is maximaal gelijk aan de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen;
    • 3. de afstand tot een ondergrondse hoge druk aardgasleiding bedraagt minimaal de masthoogte plus 1/3 van de lengte van het rotorblad;
    • 4. de afstand tot gasontvangstations bedraagt minimaal de masthoogte plus de lengte van het rotorblad.
3.2.2 Andere bouwwerken buiten het bouwvlak

Voor andere bouwwerken buiten het bouwvlak geldt het volgende:

  • a. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan. Deze mogen worden opgericht in de periode 1 maart t/m 30 november voor een maximale duur van 7 maanden. De verankerde palen en constructies mogen permanent aanwezig zijn. De hoogte van deze voorzieningen bedraagt maximaal 6 meter;
  • b. de hoogte van andere bouwwerken zoals steigers, banken, picknicktafels, informatievoorzieningen, bewegwijzering ten behoeve van recreatief medegebruik bedraagt maximaal 2 meter;
  • c. de hoogte van andere bouwwerken, als bedoeld in lid 3.1 onder h, bedraagt maximaal 2,5 meter en de oppervlakte maximaal 6 m2;
  • d. de hoogte van perceelafscheidingen bedraagt maximaal 2 m bedraagt.

3.3 Nadere eisen
  • a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan:
    • 1. de situering van nieuw op te richten bebouwing op percelen met het oog op de bescherming van de natuur- en landschapswaarden, als bedoeld in lid 3.1, sub b;
    • 2. afmetingen en vorm van gebouwen en andere bouwwerken, indien dat noodzakelijk is voor de verkeersveiligheid of om aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen te voorkomen dan wel een goede landschappelijke inpassing te bereiken.
  • b. De nadere eisen mogen niet op onevenredige wijze het gebruik van bouwwerken en gronden aantasten.

3.4 Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Vergroten inhoud bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub c, waarbij de bedrijfswoning mag worden uitgebreid onder de volgende voorwaarden:

  • a. de uitbreiding tot een maximum van 800 m3 moet plaatsvinden binnen het bouwvlak;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. een aanvaardbaar woonmilieu moet gewaarborgd zijn.

3.4.2 Vergroten inhoud bedrijfswoning binnen het hoofdgebouw

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van de inhoudsmaat van de bedrijfswoning, als bedoeld in sublid 3.2.1, sub c, om een uitbreiding van een woning toe te staan tot maximaal de inhoud van het gebouw waarin de bedrijfswoning is gelegen onder de volgende voorwaarden:

  • a. deze bevoegdheid geldt uitsluitend voor bedrijfswoningen die gelegen zijn onder de kap van het hoofdgebouw;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.

3.4.3 Bouw tweede bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub a, om de tweede bedrijfswoning toe te staan onder de volgende voorwaarden:

  • a. de initiatiefnemer moet op basis van een advies van een onafhankelijke door de gemeente aan te wijze deskundige aantonen dat de werkzaamheden op het bedrijf een omvang hebben van ten minste twee volwaardige arbeidskrachten. De noodzaak van een tweede bedrijfswoning moet op het moment van de aanvraag en op de lange termijn worden aangetoond;
  • b. de tweede bedrijfswoning moet in beginsel worden gerealiseerd binnen het bouwvlak;
  • c. de tweede bedrijfswoning dient aan de wegzijde van het agrarische bouwperceel te worden opgericht;
  • d. het bouwvlak mag worden vergroot met maximaal 200 m2 als dit leidt tot een ruimtelijk betere situatie;
  • e. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • f. een aanvaardbaar woonmilieu moet gewaarborgd zijn.

3.4.4 Bouw verblijfsruimte voor zorgboerderij

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub a, om bestaande bedrijfsbebouwing in te richten/te verbouwen voor een zorgfunctie onder de volgende voorwaarden:

  • a. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • b. maximaal 25% van de oppervlakte van bestaande bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt tot een totale maximale vloeroppervlakte van 350 m².

3.4.5 Paardenbak

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub a, om een paardenbak te realiseren onder de voorwaarden:

  • a. een paardenbak kan worden gerealiseerd binnen of direct aansluitend aan het bouwvlak, het bedrijfsperceel of het bestemmingsvlak;
  • b. de aanleg van de paardenbak vindt plaats binnen een afstand van 50 m van de bedrijfswoning, maar niet tussen de woning en de openbare weg of aan de overzijde van die weg;
  • c. de afstand tot de naastgelegen woningen van derden bedraagt minimaal 50 m;
  • d. de afmeting van de bak bedraagt maximaal 20 x 60 m;
  • e. de hoogte van de afrastering en verlichtingsmasten bedragen respectievelijk maximaal 1,4 m en 4 m.

3.4.6 Melkstal en schuilgelegenheid dieren

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub a en 3.2.2, sub b, om een melkstal of een schuilgelegenheid voor dieren toe te staan onder de volgende voorwaarden:

  • a. het perceel waarop de melkstal en/of schuilgelegenheid wordt gebouwd, grenst niet aan het huisperceel van de eigenaar;
  • b. de de melkstal en/of schuilgelegenheid dienen op verantwoorde wijze landschappelijk te worden ingepast;
  • c. de schuilgelegenheid heeft een oppervlakte van maximaal 30 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 m en wordt afgedekt met een kap. De schuilgelegenheid is aan één zijde open zodat dieren onbelemmerd in/uit de schuilstal kunnen gaan;
  • d. de melkstal heeft een oppervlakte van maximaal 50 m² en een bouwhoogte van maximaal 3,5 m
  • e. de melkstal en/of schuilgelegenheid is geen stal voor permanent verblijf van dieren;
  • f. het opslaan van materiaal is niet toegestaan.

3.4.7 Mestopslag buiten bouwvlak

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub a om een mestopslagplaats buiten het bouwvlak toe te staan onder de voorwaarden:

  • a. opslag is feitelijk of vanwege milieuhygiënische redenen niet mogelijk binnen het bouwvlak;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. de oppervlakte van de mestopslag bedraagt maximaal 750 m2 en de hoogte bedraagt maximaal 4 meter;
  • d. de mestopslag dient aan te sluiten op het bouwvlak van het betreffende agrarisch bedrijf;
  • e. deze afwijkingsbevoegdheid is niet van toepassing op bouwvlakken met een oppervlakte van meer dan 2 ha.

3.4.8 Recreatieve nevenfunctie

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van sublid 3.2.1, sub b, waarbij kleinschalige kampeerterreinen kunnen worden toegelaten onder de volgende voorwaarden:

  • a. de aanleg is mogelijk op of in aansluiting op het bouwvlak;
  • b. het gebruik van de staanplaatsen is beperkt tot het kampeerseizoen (15-3 t/m 31-10);
  • c. het terrein dient landschappelijk zorgvuldig te worden ingepast; de landschappelijke inpassing en ruimtelijke inrichting van het terrein dient te worden vastgelegd in een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan;
  • d. sanitaire voorzieningen worden uitsluitend binnen het bouwvlak aangelegd, bij voorkeur binnen de bestaande bebouwing of in nieuwbouw die op de bestaande bebouwing aansluit; de oppervlakte van deze voorziening bedraagt maximaal 50 m2 en de hoogte bij uitbreiding van de bestaande bebouwing bedraagt maximaal 6 m;
  • e. een recreatieruimte/kantine toegestaan, bij voorkeur binnen de bestaande bebouwing of in nieuwbouw die op de bestaande bebouwing aansluit; Deze voorziening heeft in totaal een maximum oppervlakte van 100 m2 en bij uitbreiding van de bestaande bebouwing een hoogte van maximaal 6 m.

3.5 Specifieke gebruiksregels

Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. Daaronder wordt in ieder geval begrepen:

  • a. het gebruik van gronden en gebouwen voor niet-grondgebonden agrarische bedrijven en grondgebonden agrarische bedrijven, anders dan het bestaande grondgebonden agrarisch bedrijf (melkveehouderij met rundvee);
  • b. het opslaan van materialen en goederen in de open lucht buiten het bouwvlak;
  • c. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en producten tenzij:
    • 1. dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf;
    • 2. dit plaatsvindt ten behoeve van een toegestane niet-agrarische nevenactiviteit binnen de bestaande bebouwing;
  • d. detailhandel, tenzij het detailhandel betreft als ondergeschikte nevenactiviteit in zelf vervaardigde en/of voortgebrachte producten;
  • e. de wijziging van het bestaande agrarisch gebruik van de gronden in boom- en/of sierteelt;
  • f. het gebruik van de gronden voor pot- en containerteelt buiten het bouwvlak;
  • g. het gebruik van gronden voor tuinbouw met open grondteelt, fruitteelt en/of bestaande boom- en sierteelt (met uitzondering van bestaand gebruik) waarbij bestrijdingsmiddelen worden ingezet in een zone van 50 meter, gemeten vanaf de grens van de bestemmingen 'Gemengd' en 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' met (verblijfs)recreatieterreinen;
  • h. het in gebruik geven, nemen en hebben van een recreatiewoning, recreatieappartementen, groepsaccommodatie, een mobiel kampeervoertuig of een vrijstaand bijbehorend bouwwerk voor permanente bewoning;
  • i. het in gebruik geven, nemen en hebben van (delen van) ruimten of gebouwen bestemd voor een zorgfunctie voor zelfstandige bewoning;
  • j. het plaatsen van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf, anders dan de daarvoor bij dit bestemmingsplan aangewezen gronden;
  • k. het geheel of gedeeltelijk onder peil stallen van dieren;
  • l. het gebruik van de gronden voor glastuinbouw.

3.6 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

3.6.1 Afwijken niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, sub a en lid 3.5 sub a, voor het gebruik van gronden en gebouwen voor een niet-grondgebonden agrarische bedrijf en/of grondgebonden agrarische bedrijf (anders dan het bestaande grondgebonden agrarisch bedrijf), op voorwaarde dat:

  • a. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn.

3.6.2 Afwijken mantelzorg / meergeneratiewoning

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, sub a, voor het gebruik van een deel van de bedrijfswoning of bijbehorende bouwwerken als afhankelijke woonruimte (inwoning), met dien verstande dat:

  • a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit het oogpunt van mantelzorg;
  • b. op het perceel al een bedrijfswoning aanwezig is;
  • c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • d. per bedrijfswoning maximaal één afwijking ten behoeve van inwoning voor mantelzorg mag worden verleend;
  • e. inwoning in beginsel dient plaats te vinden bij, in of direct aansluitend aan de bedrijfswoning, waarbij de afhankelijke woonruimte een onderlinge verbinding met de bedrijfswoning dient te hebben;
  • f. het gebruik van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte is uitsluitend toegestaan indien realisering van de inwoning in of aan de bedrijfswoning vanwege bouwtechnische, financieel-economische of sociaal-medische redenen onmogelijk is;
  • g. maximaal 75 m2 van bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken mag worden gebruikt ten behoeve van de inwoning;
  • h. geen eigen nutsvoorziening is toegestaan;
  • i. er een overeenkomst wordt gesloten met de gemeente West Maas en Waal.

3.6.3 Huisvesting seizoensarbeiders

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van lid 3.1, sub a, om huisvesting voor seizoenarbeiders toe te staan onder de volgende voorwaarden:

  • a. het betreft werknemers voor de ter plaatse uitgeoefende agrarische bedrijfsactiviteit;
  • b. de huisvesting in bestaande bebouwing is toegestaan voor maximaal 6 maanden per jaar en in tijdelijke units of caravans bij piekbelasting voor maximaal 4 maanden per jaar;
  • c. er moet worden voldaan aan de vereisten van het Bouwbesluit en de Bouwverordening.

3.6.4 Verkleining zone bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.5, sub f, voor een verkleining van de zone van 50 meter bij het in gebruik nemen van nieuwe gronden voor fruitteelt en boom- en sierteelt indien aangetoond wordt dat er geen ongewenste effecten optreden voor aanwonenden.

3.7 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden
3.7.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. op de tot 'Agrarisch - Komgebied' bestemde gronden:
    • 1. het beplanten van gronden met houtgewas;
    • 2. het vellen en/of rooien van houtgewas en waardevolle houtopstanden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kunnen hebben;
    • 3. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden;
    • 4. het aanleggen en verharden van (bedrijfs)wegen, paden, het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen, groter dan 250 m2;
    • 5. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies;

3.7.2 Uitzondering op verbod

Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken van geringe omvang en werken:

  • a. die in het kader van het normale agrarische beheer en onderhoud worden verricht of ter uitvoering van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP);
  • b. die worden uitgevoerd binnen een bouwvlak;
  • c. waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

3.7.3 Afwegingscriteria

Omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien de in de bestemmingsomschrijving van deze bestemming omschreven waarden niet onevenredig worden aangetast en de werken voor de naast liggende gebieden geen onevenredig nadelige gevolgen hebben.

3.8 Wijzigingsbevoegdheid
3.8.1 Vergroten agrarisch bouwvlak tot 2 ha

Burgemeester en wethouders kunnen het bouwvlak vergroten tot maximaal 2 ha onder de volgende voorwaarden:

  • a. het bouwvlak dient zó te worden vergroot dat de afstand tot de naastgelegen bedrijven niet wordt verkleind. De bebouwing dient, mede daarom, in de lengterichting haaks op de weg te worden geplaatst (tenzij een goede stedenbouwkundige inpassing vraagt om plaatsing parallel aan de weg);
  • b. de economische noodzaak van de wijziging dient te worden aangetoond;
  • c. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing gebaseerd op een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan. De stroken die nodig zijn voor de erfbeplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing worden niet meegerekend bij de nieuwe toegelaten oppervlakte;
  • d. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.

3.8.2 Wijziging agrarisch bedrijf in woonfunctie

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Komgebied' deels wijzigen in de bestemming 'Wonen' en deels 'Agrarisch - Komgebied' zonder bouwvlak onder de volgende voorwaarden:

  • a. de regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen die minstens vijf jaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest;
  • b. functieverandering mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven;
  • c. nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied. Een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan;
  • d. bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe functie;
  • e. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • f. de initiatiefnemer heeft bij sloop van (voormalige) agrarische bedrijfsgebouwen de keuze zijn bestaande woning uit te breiden, een extra woning te bouwen of nieuwe bijbehorende bouwwerken op te richten:
    • 1. bij sloop van alle agrarische bedrijfsgebouwen mag de (voormalige) bedrijfswoning tot maximaal 1.200 m3 worden uitgebreid. De toegestane inhoud van de uitbreiding is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen, zoals vermeld in onderstaande tabel:
      gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2   extra uitbreiding woning in m3  
      0 - 750 m2   0,5 m3 per gesloopte m2  
      > 750 m2   0,35 m3 per gesloopte m2  
    • 2. bij de bouw van een extra woning geldt dat de oppervlakte van de nieuwe woning maximaal 50% bedraagt van de oppervlakte van de gebouwen, die gesloopt mag worden om voor deze regeling in aanmerking te komen. De toegestane inhoud van de extra woning is gerelateerd aan de totale oppervlakte van de gesloopte gebouwen zoals vermeld in onderstaande tabel:
      gesloopte oppervlakte bedrijfsgebouwen in m2   Volume extra woning in m3  
      0 - 1.000 m2   Bouw extra woning niet mogelijk  
      > 1.000 m2   Bouw woning van maximaal 800 m3  
    • 3. om bij de bouw van een extra woning voor saldering in aanmerking te komen gelden voor elk van de bij de saldering betrokken percelen de volgende voorwaarden:
      • voor elk perceel geldt dat alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen moeten worden gesloopt met een minimum van 250 m2;
      • de extra woning wordt gerealiseerd daar waar dat uit ruimtelijke oogpunt het meest passend is.
    • 4. bij sloop van alle vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag 60% van de gesloopte oppervlakte als bijbehorend bouwwerk van de bestaande bedrijfswoning worden teruggebouwd onder voorwaarde dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken (bestaand en nieuw) maximaal 200 m2 bedraagt;
  • g. de regels van de bestemming 'Wonen' zijn overeenkomstig van toepassing.

3.8.3 Wijziging agrarisch bedrijf in niet-agrarische functie

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Agrarisch - Komgebied' van een bouwvlak wijzigen in 'Bedrijf' onder de volgende voorwaarden:

  • a. de regeling voor functieverandering geldt niet alleen voor recent vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen maar ook voor eerder vrijgekomen legale agrarische bedrijfsgebouwen (al dan niet met een woonbestemming) en minstens vijf jaar rechtmatig in agrarisch gebruik zijn geweest;
  • b. functieverandering van vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen mag niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende agrarische bedrijven.
  • c. bij functieverandering moet de bestaande infrastructuur toereikend zijn voor de nieuwe functie; nieuwe functies mogen geen grote verkeersaantrekkende werking hebben;
  • d. bebouwing met monumentale of karakteristieke waarde mag volledig worden hergebruikt voor de nieuwe bedrijfsfunctie;
  • e. nieuwe bebouwing wordt alleen toegestaan wanneer deze op een goede landschappelijke en stedenbouwkundige wijze kan worden ingepast in het buitengebied;
  • f. een goede landschappelijke inpassing door streekeigen beplanting moet zijn gewaarborgd door een door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.;
  • g. buitenopslag van goederen en stalling buiten is niet toegestaan;
  • h. de vestiging van bepaalde typen bedrijvigheid wordt alleen toelaatbaar geacht wanneer een deel van de vrijgekomen agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De hoeveelheid te slopen bedrijfsgebouwen is afhankelijk van de functie van het bedrijf dat zich er wil vestigen;
  • i. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • j. in de onderstaande tabel zijn de soorten bedrijvigheid vermeld waarvoor de vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen kunnen worden benut en de maximaal toegelaten oppervlakte van de gebouwen voor de nieuwe bedrijfsfunctie.
    Categorie bedrijvigheid     Omvang  
    1. Verblijfsrecreatie (geldt uitsluitend voor extensieve verblijfsaccommodatie)     500 m2    
    2. Dagrecreatie     500 m2 (voor horeca max. 250 m2)    
    3. Agrarisch verwante bedrijven     100 %    
    4. Overige aan het buitengebied gebonden bedrijven     100 %    
    5. Opslagbedrijven     500 m2 + 75% van de overtollige opstallen    
    6. Overige bedrijven     500 m2    
  • k. de lijst van categorieën van bedrijvigheid, die opgenomen is in lid j, is nader uitgewerkt in een bedrijvenlijst die als bijlage 3 Toegelaten functies aan deze regels is toegevoegd;
  • l. de bestemming 'Agrarisch - Komgebied' van het bouwvlak vervalt;
  • m. de regels van de bestemming 'Bedrijf' zijn overeenkomstig van toepassing.

3.8.4 Wjziging Agrarisch - Komgebied in Natuur of Bos

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Bos' of 'Natuur' onder de volgende voorwaarden:

  • a. de wijziging van de bestemming van de gronden is in overeenstemming met het Landschapsontwikkelingsplan;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad.

Artikel 4 Gemengd

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie, met inachtneming van het bepaalde in lid 4.5.3;
  • b. een bed & breakfast;
  • c. horeca in categorie 2;
  • d. een indoor-speeltuin met de daarbij behorende (ondergeschikte) voorzieningen;
  • e. ambachtelijke bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met inachtname van het bepaalde in lid 4.5.6;
  • f. een stalling voor caravans en boten;
  • g. opslag in gebouwen (in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten);
  • h. extensief recreatief medegebruik;
  • i. bedrijfswoningen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - houtsingel': uitsluitend voor (de instandhouding van) een houtsingel conform het inrichtingsplan dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen;

met daaraan ondergeschikt:

  • k. activiteitgebonden horeca;
  • l. wegen en paden;
  • m. parkeervoorzieningen;
  • n. groenvoorzieningen;
  • o. speelvoorzieningen;
  • p. waterlopen en waterpartijen;

met de daarbij behorende bouwwerken.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)';
  • c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)';

4.2.2 Stacaravans

Voor stacaravans gelden de volgende regels:

  • a. de maximum oppervlakte per stacaravan mag niet meer dan 36 m2 bedragen;
  • b. de maximum goot- en bouwhoogte van een stacaravan mag niet meer dan respectievelijk 3,5 en 4 m bedragen;
  • c. per stacaravan mogen bijbehorende bergruimten worden gebouwd tot een oppervlakte van ten hoogste 4 m2 en een hoogte van maximaal 2,5 m.

4.2.3 Chalets en trekkershutten

Voor het bouwen van chalets en trekkershutten gelden de volgende regels:

  • a. de maximum oppervlakte van een chalet mag niet meer dan 45 m2 bedragen;
  • b. de maximum oppervlakte van een trekkershut mag niet meer dan 25 m2 bedragen;
  • c. de maximum goot- en bouwhoogte van een chalet en/of trekkershut mag niet meer dan respectievelijk 3,5 en 5 m bedragen;
  • d. per chalet en/of trekkershut mogen bijbehorende bergruimten worden gebouwd tot een oppervlakte van ten hoogste 4 m2 en een hoogte van maximaal 2,5 m.

4.2.4 Recreatiewoningen

Voor het bouwen van recreatiewoningen gelden de volgende regels:

  • a. de maximum oppervlakte van een recreatiewoning mag niet meer dan 90 m2 bedragen;
  • b. de maximum goot- en bouwhoogte van een recreatiewoning mag niet meer dan respectievelijk 6 en 10 m bedragen;
  • c. per recreatiewoning mogen bijbehorende bergruimten worden gebouwd tot een oppervlakte van ten hoogste 4 m2 en een hoogte van maximaal 2,5 m.

4.2.5 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. er mogen niet meer dan 2 bedrijfswoningen worden gebouwd;
  • b. bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen;
  • e. de inhoud mag niet meer dan 650 m3 bedragen.

4.2.6 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevel van de woning bedraagt ten minste 1 m;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedraagt maximaal 80 m2;
  • c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen.

4.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • b. de hoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen;
  • c. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • d. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Vergroten inhoud bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van lid 4.2.5, sub e, waarbij de bedrijfswoning mag worden uitgebreid onder de volgende voorwaarden:

  • a. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. een aanvaardbaar woonmilieu moet gewaarborgd zijn.

4.5 Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Voorwaardelijke verplichting

Het gebruik van de gronden voor de in lid 4.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien binnen één jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de landschapselementen conform het Landschappelijk inpassingsplan, dat als bijlage 2 bij de regels is ogenomen, zijn gerealiseerd. Deze landschapselementen dienen in stand te worden gehouden.

4.5.2 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het uitoefenen van een activiteit, die is genoemd in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  • b. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens voor permanente bewoning;
  • c. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens als solitaire recreatiewoning;
  • d. het gebruik van gronden voor het stallen van caravans en boten, anders dan in gebouwen;
  • e. het gebruik van gronden voor buitenopslag;
  • f. het gebruik van gronden en gebouwen voor detailhandel, behoudens productiegebonden detailhandel;
  • g. het gebruik van een standplaats buiten het kampeerseizoen.

4.5.3 Verblijfsrecreatie

Binnen de bestemming 'Gemengd' zijn verblijfsrecreatieve onderkomens in categorie 1 t/m 4 toegestaan, met inachtname van het bepaalde in lid 4.5.2 sub b en c.

4.5.4 Bed & breakfast

Binnen het bouwvlak is een bed & breakfast toegestaan, met dien verstande dat:

  • a. het aantal kamers niet meer mag bedragen dan 8;
  • b. het aantal overnachtingsplaatsen niet meer mag bedragen dan 16;
  • c. er geen (zelfstandige) kookgelegenheden ten dienste van de slaapverblijven zijn toegestaan.

4.5.5 Oppervlaktematen

Ten aanzien van de maximum toegestane oppervlakte en het maximum aantal eenheden is het volgende bepaald:

  • a. het bruto vloeroppervlak van horeca in categorie 2 mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  • b. het bruto vloeroppervlak van een indoor-speelpark mag niet meer dan 1.000 m2 bedragen;
  • c. het bruto vloeroppervlak van ambachtelijke bedrijvigheid mag niet meer dan 1.000 m2 bedragen, met dien verstande dat het aantal bedrijven niet meer mag bedragen dan 10;
  • d. het totale aantal overnachtingsplaatsen binnen de bestemming 'Gemengd' mag niet meer dan 236 bedragen.

4.5.6 Milieuzonering

De afstand van verblijfsrecreatieve onderkomens tot (ambachtelijke) bedrijven in milieucategorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bedraagt ten minste 10 meter.

4.6 Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Afwijken ander bedrijf

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van lid 4.1 onder e. voor ambachtelijke bedrijfsactiviteiten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, indien en voor zover de betrokken bedrijfsactiviteiten naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de ingevolge lid 4.1 onder e. toegelaten categorieën van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij deze regels is gevoegd.

Artikel 5 Natuur

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden;
  • b. bos en bosbouw;
  • c. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • d. waterpartijen, sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;

met daaraan ondergeschikt:

  • e. paden;
  • f. nutsvoorzieningen;

met de daarbij andere bouwwerken.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd.

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen;

5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden
5.3.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het beplanten van gronden met houtgewas, anders dan in het kader van het inrichtingsplan, dat als bijlage 2 bij de regels is opgenomen;
  • b. het vellen en/of rooien van houtgewas en waardevolle houtopstanden, of het verrichten van werkzaamheden welke de dood of ernstige beschadiging van houtgewas tot gevolg kunnen hebben;
  • c. het afgraven, egaliseren, aanvullen of ophogen van gronden;
  • d. het aanleggen en verharden van paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, groter dan 100 m2;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies;
  • f. het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
5.3.2 Uitzondering op verbod

Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken van geringe omvang en werken:

  • a. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden verricht;
  • b. waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
5.3.3 Afwegingscriteria

Omgevingsvergunningen kunnen slechts worden verleend indien de in de bestemmingsomschrijving van deze bestemming omschreven waarden niet onevenredig worden aangetast en de werken voor de naast liggende gebieden geen onevenredig nadelige gevolgen hebben.

Artikel 6 Recreatie

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. dagrecreatie, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute': uitsluitend voor een calamiteitenroute;

met daaraan ondergeschikt:

  • c. paden en wegen;
  • d. extensief recreatief medegebruik;
  • e. waterlopen en waterpartijen;

met de daarbij behorende bouwwerken.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • b. overkappingen zijn niet toegestaan.

Artikel 7 Recreatie - Verblijfsrecreatie

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie, met inachtneming van het bepaalde in lid 7.5.4;
  • b. bedrijfswoningen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
  • c. horeca in categorie 1 en 2;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning': tevens voor cultuur en ontspanning, waaronder begrepen:
    • 1. een indoor-activiteitencentrum;
    • 2. een theater;
    • 3. een overdekt zwembad/zwemparadijs;
    • 4. een buitenzwembad, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'zwembad uitgesloten';
    • 5. een wellnesscentrum;
    • 6. een congrescentrum;
    • 7. een evenementenhal;
    • 8. sport- en spelruimten;
    • 9. horeca in categorie 3, 4 en 5;
    • 10. een parkwinkel;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein': tevens voor evenementen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': uitsluitend voor een parkeerterrein;
  • g. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 1': tenminste twee noord-zuid georiënteerde migratieroutes voor de das, met een minimale breedte van 7 meter;
  • h. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 2': een oost-west georiënteerde migratieroute voor de das;
  • i. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 3': tenminste één oost-west georiënteerde migratieroute voor de das, met een minimale breedte van 7 meter;

met daaraan ondergeschikt:

  • j. activiteitgebonden horeca;
  • k. ondersteunende detailhandel;
  • l. extensief recreatief medegebruik;
  • m. wegen en paden;
  • n. parkeervoorzieningen;
  • o. groenvoorzieningen;
  • p. speelvoorzieningen;
  • q. waterlopen en waterpartijen;

met de daarbij behorende bouwwerken.

7.2 Bouwregels
7.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. het bebouwingspercentage van het bouwvlak mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)';
  • c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)'.

7.2.2 Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. er mogen niet meer dan 2 bedrijfswoningen worden gebouwd;
  • b. bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
  • c. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen;
  • e. de inhoud mag niet meer dan 650 m3 bedragen.

7.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:

  • a. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevel van de woning bedraagt ten minste 1 m;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bedraagt maximaal 80 m2;
  • c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen;
  • d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen.

7.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:

  • a. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • b. de hoogte van nestpalen en vlaggenmasten mag niet meer dan 12 m bedragen;
  • c. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • d. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen;
  • e. de hoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 6 m bedragen;
  • f. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen.

7.2.5 Voorwaardelijke verplichting
  • a. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien de terreininrichting binnen de bestemming 'Natuur' heeft plaatsgevonden conform het Landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2. Deze inrichting dient in stand te worden gehouden.
  • b. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien binnen de bestemming 'Verkeer' ten minste twee faunapassages zijn gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - faunapassage'. De faunapassages dienen in stand te worden gehouden.
  • c. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien ten minste twee noord-zuid georiënteerde migratieroutes met elk een minimale breedte van 7 m zijn gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 1'. De migratieroutes dienen in stand te worden gehouden.
  • d. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een oost-west georiënteerde migratieroute is gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 2'. De migratieroute dient in stand te worden gehouden.
  • e. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een oost-west georiënteerde migratieroute met een minimale breedte van 7 m is gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 3'. De migratieroute dient in stand te worden gehouden.
  • f. Het bouwen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een ontheffing is verleend voor het verstoren van de functionele leefomgeving van de poelkikker en de das en afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen.

7.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

7.4 Afwijken van de bouwregels
7.4.1 Vergroten inhoud bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van lid 7.2.2 , sub e, waarbij de bedrijfswoning mag worden uitgebreid onder de volgende voorwaarden:

  • a. de inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 800 m3;
  • b. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. een aanvaardbaar woonmilieu moet gewaarborgd zijn.

7.4.2 Extra bedrijfswoning

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen om af te wijken van lid 7.2.2 , sub a, teneinde een derde bedrijfswoning toe te staan, mits:

  • a. in voldoende mate is aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is voor het houden van toezicht en een doelmatige bedrijfsvoering. De noodzaak van de bedrijfswoning moet op het moment van de aanvraag en op de lange termijn worden aangetoond door een door de gemeente aan te wijzen deskundige;
  • b. de bedrijfswoning binnen het bouwvlak wordt gebouwd, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
  • c. de belangen van in de omgeving aanwezige functies en waarden niet onevenredig worden geschaad;
  • d. een aanvaarbaar woonmilieu is gewaarborgd;
  • e. voldaan wordt aan het bepaalde in lid 7.2.2.

7.5 Specifieke gebruiksregels
7.5.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing

Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien binnen één jaar na het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen de landschapselementen conform het Landschappelijk inpassingsplan, dat als bijlage 2 bij de regels is ogenomen, zijn gerealiseerd. Deze landschapselementen dienen in stand te worden gehouden.

7.5.2 Voorwaardelijke verplichtingen natuurwaarden
  • a. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien de terreininrichting binnen de bestemming 'Natuur' heeft plaatsgevonden conform het Landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2. Deze inrichting dient in stand te worden gehouden.
  • b. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien binnen de bestemming 'Verkeer' ten minste twee faunapassages zijn gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - faunapassage'. De faunapassages dienen in stand te worden gehouden.
  • c. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien ten minste twee noord-zuid georiënteerde migratieroutes zijn gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 1', met elk een minimale breedte van 7 m. De migratieroutes dienen in stand te worden gehouden.
  • d. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een oost-west georiënteerde migratieroute is gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 2'. De migratieroute dient in stand te worden gehouden.
  • e. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een oost-west georiënteerde migratieroute met een minimale breedte van 7 m is gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - migratieroute 3'. De migratieroute dient in stand te worden gehouden.
  • f. Het gebruik van de gronden voor de in lid 7.1 genoemde doeleinden is uitsluitend toegestaan, indien een ontheffing is verleend voor het verstoren van de functionele leefomgeving van de poelkikker en de das en afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen.

7.5.3 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het uitoefenen van een activiteit, die is genoemd in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
  • b. het gebruik van gronden voor evenementen in de openlucht, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein';
  • c. het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' voor evenementen die niet voldoen aan het bepaalde in lid 7.5.6 voor evenementen die niet voldoen aan de in dat artikel gestelde voorwaarden;
  • d. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens voor permanente bewoning;
  • e. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens als solitaire recreatiewoning;
  • f. het gebruik van gronden voor een caravanstalling;
  • g. het gebruik van een standplaats buiten het kampeerseizoen.

7.5.4 Verblijfsrecreatie

Binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' zijn verblijfsrecreatieve onderkomens in categorie 1 t/m 4 toegestaan, met inachtname van het bepaalde in lid 7.5.3 sub d en e.

7.5.5 Oppervlaktematen en eenheden

Ten aanzien van de maximum toegestane oppervlakte en het maximum aantal eenheden is het volgende bepaald:

  • a. het totale brutovloeroppervlak van horeca in categorie 1 t/m 4 mag niet meer dan 625 m2 bedragen;
  • b. het totale brutovloeroppervlak ten behoeve van voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'cultuur en ontspanning' mag niet meer dan 10.000 m2 bedragen, met dien verstande dat:
    • 1. het brutovloeroppervlak van een congrescentrum niet meer dan 3.000 m2 mag bedragen;
    • 2. het brutovloeroppervlak van een indoor-activiteitencentrum, evenementenhal en sport- en spelruimten gezamenlijk niet meer dan 7.000 m2 mag bedragen;
    • 3. het brutovloeroppervlak van een theater niet meer dan 1.500 m2 mag bedragen;
    • 4. het gezamenlijke brutovloeroppervlak van overdekte en buitenzwembaden niet meer dan 1.500 m2 mag bedragen;
    • 5. het brutovloeroppervlak van een wellnesscentrum niet meer dan 1.000 m2 mag bedragen;
    • 6. het brutovloeroppervlak van een parkwinkel niet meer dan 250 m2 mag bedragen;
  • c. het totale brutovloeroppervlak van ondersteunende detailhandel mag niet meer dan 50 m2 bedragen;
  • d. het totale aantal overnachtingsplaatsen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en de bestemming 'Water' mag niet meer dan 1.250 bedragen, met dien verstande dat het aantal overnachtingsplaatsen in een horecavoorzieningen vallende onder categorie 5 (hotel, motel, pension en bed & breakfast) niet meer dan 250 mag bedragen.

7.5.6 Evenementen
a Toegelaten evenementen

Ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein' zijn de volgende evenementen toegestaan:

  • a. een evenement in categorie I, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het aantal evenementdagen (exclusief op- en afbouwdagen) bedraagt maximaal 4 dagen per jaar;
    • 2. het evenement mag plaatsvinden in de dagperiode:
    • 3. de geluidproductie (Li, Aeq) als gevolg van het evenement mag op de meest belaste gevel van alle omliggende woningen niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de dagperiode;
  • b. een evenement in categorie II, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het aantal evenementdagen (exclusief op- en afbouwdagen) bedraagt maximaal 4 dagen per jaar;
    • 2. het evenement mag plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
    • 3. de geluidproductie (Li, Aeq) als gevolg van het evenement mag op de meest belaste gevel van alle omliggende woningen niet meer bedragen dan:
      • 60 dB(A) in de dagperiode;
      • 60 dB(A) in de avondperiode;
  • c. een evenement in categorie III, onder de volgende voorwaarden:
    • 1. het aantal evenementdagen (exclusief op- en afbouwdagen) bedraagt maximaal 4 dagen per jaar, met dien verstande dat de periode tussen twee evenementen tenminste 14 dagen bedraagt;
    • 2. het evenement mag plaatsvinden in de dag- en avondperiode;
    • 3. het podium en de bijbehorende geluidsinstallaties worden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie – podium' gesitueerd;
    • 4. het podium wordt aan de achterzijde voorzien van een geluidwerende voorziening;
    • 5. de geluidproductie (Li, Aeq) op basis van het house-spectrum als gevolg van het evenement mag op 15 meter uit de meest belaste gevel van alle omliggende woningen (meetpunt) niet meer bedragen dan:
      • 70 dB(A) in de dagperiode;
      • 70 dB(A) in de avondperiode;
    • 6. de geluidproductie (Li, Aeq) op basis van het house-spectrum gemeten op 15 meter vóór het podium mag niet meer bedragen dan 95 dB(A) en 110 dB(C) in de dag- en avondperiode.

b Op- en afbouwdagen
  • a. Ten behoeve van het op- en afbouwen van een evenement zijn per evenement maximaal 2 op- en afbouwdagen toegestaan.
  • b. Op- en afbouwactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden in de dagperiode.
  • c. Tijdens op- en afbouwdagen mag geen sprake zijn van onversterkte of versterkte muziek, met uitzondering van onversterkte of versterkte muziek voor het instellen/inregelen van apparatuur gedurende een periode van maximaal 60 minuten in de dagperiode, mits dat noodzakelijk is in verband met het te organiseren evenement.

7.6 Afwijken van de gebruiksregels
7.6.1 Afwijken parkwinkel

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.5.5, sub b onder 6 voor een parkwinkel met een brutovloeroppervlakte van 600 m2, mits middels een distributieplanologisch onderzoek is aangetoond dat er geen sprake is van een duurzame ontwrichting van de detailhandelsstructuur.

7.6.2 Afwijken evenementen

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.5.6, sublid a (toegelaten evenementen) om andere evenementen toe te staan, in het geval de in lid 7.5.6, sublid a genoemde evenementendagen (deels) niet benut zijn, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. het totaal aantal evenementendagen per jaar zoals toegestaan op grond van lid 7.5.6, sublid a mag niet worden overschreden;
  • b. de eindtijd op de betreffende evenementendag(en) mag niet later zijn dan op grond van lid 7.5.6, sublid a op de niet benutte evenementendag(en) is toegestaan;
  • c. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege de tijdens het evenement geproduceerde versterkte en/of onversterkte muziek en vanwege de tijdens het evenement in gebruik zijnde installaties, mag op de gevels van woningen niet meer bedragen dan op grond van lid 7.5.6, sublid a op de niet benutte evenementendag(en) is toegestaan;
  • d. het bepaalde in lid 7.5.6, sublid b en c blijft overeenkomstig van toepassing.

Artikel 8 Verkeer

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wegen voor verkeer en verblijf;
  • b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - faunapassage': tenminste twee faunapassages;
  • c. parkeervoorzieningen en fietsenstallingen;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. ondergrondse afvalcontainers;
  • f. watergangen, waterberging en waterinfiltratievoorzieningen;
  • g. geluidswerende voorzieningen;
  • h. kunstwerken;
  • i. nutsvoorzieningen;

met daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken en verhardingen.

8.2 Bouwregels
8.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en straatmeubilair gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen;
  • b. de maximale oppervlakte van gebouwen bedraagt 25 m².
8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte mag maximaal 4 m bedragen;
  • b. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mogen maximaal 6 m hoog zijn;
  • c. in afwijking van het bepaalde in lid 8.2.2, sub a mag de bouwhoogte van lichtmasten maximaal 10 m bedragen.

Artikel 9 Water

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. waterlopen en waterpartijen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie': tevens voor bedrijfsmatig geëxploiteerde verblijfsrecreatie, met inachtneming van het bepaalde in lid 9.3.2;
  • c. infrastructurele voorzieningen;
  • d. nuts- en groenvoorzieningen;
  • e. vispaaiplaatsen en visstekken, natuurvriendelijke oevers, (schier)eilanden, voorzieningen ten behoeve van het water;

met daarbij behorende bouwwerken, waaronder bruggen, dammen, steigers en/of duikers.

9.2 Bouwregels
9.2.1 Gebouwen

Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:

  • a. bouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie';
  • b. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)';
  • c. de goothoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 9 m;
  • d. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 12 m;

9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

9.2.3 Voorwaardelijke verplichting

Het bouwen ten behoeve van verblijfsrecreatieve voorzieningen als bedoeld in lid 9.1, sub b is uitsluitend toegestaan indien is voldaan aan de voorwaardelijke verplichtingen zoals opgenomen in lid 7.2.5.

9.3 Specifieke gebruiksregels
9.3.1 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met de bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens voor permanente bewoning;
  • b. het gebruik van verblijfsrecreatieve onderkomens als solitaire recreatiewoning;
  • c. het gebruik van een standplaats buiten het kampeerseizoen;
  • d. het gebruik van gronden voor gemotoriseerde (plezier)vaartuigen op het water, met uitzondering van vaartuigen ten behoeve van onderhoud;
  • e. het gebruik van gronden met de aanduiding 'dagrecreatie uitgesloten' voor (extensieve) recreatie op het water.

9.3.2 Verblijfsrecreatie

Ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' zijn verblijfsrecreatieve onderkomens in categorie 1 t/m 4 toegestaan, met inachtname van het bepaalde in lid 9.3.1 sub a en b.

9.3.3 Oppervlaktematen en eenheden

Ten aanzien van de maximum toegestane oppervlakte en het maximum aantal eenheden is het volgende bepaald:

  • a. het totale aantal overnachtingsplaatsen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en de bestemming 'Water' mag niet meer dan 1.250 bedragen, met dien verstande dat het aantal overnachtingsplaatsen in een horecavoorzieningen vallende onder categorie 5 (hotel, motel en pension) niet meer dan 250 mag bedragen.

 

Artikel 10 Water - A Watergang

10.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water - A Watergang' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. A-watergangen en andere waterhuishoudkundige doeleinden waaronder het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water met de daarbij behorende oeverstroken;
  • b. behoud, herstel en ontwikkeling van natuurlijke en visueel landschappelijke waarden;
  • c. infrastructurele voorzieningen;
  • d. nuts- en groenvoorzieningen;
  • e. vispaaiplaatsen en visstekken, natuurvriendelijke oevers, voorzieningen ten behoeve van het water;

met daarbij behorende bouwwerken, waaronder bruggen, dammen, steigers en/of duikers.

10.2 Bouwregels

Er mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemming worden gebouwd.

10.2.1 Gebouwen

Op of in deze grond mogen geen gebouwen worden gebouwd.

10.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.

10.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen ten behoeve van het in geringe mate aanpassen van de bestemmingsgrens ten behoeve van de verbreding van de A-watergang onder voorwaarde dat bestemmingsgrens niet meer dan 5 m aan weerszijden wordt verschoven.

 

Artikel 11 Waarde - Archeologie

11.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachtte en reeds vastgestelde archeologische waarden.

11.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en/of een omgevingsvergunning voor het bouwen
11.2.1 Vergunningplicht

Het is toegestaan om een bodemingreep uit te (laten) voeren. Hierbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding:

  • a. 'overige zone - waarde archeologie 4' bodemingrepen groter dan 1.000 m² en dieper dan 150 cm of/dan wel ophogen groter dan 1.000 m2 en hoger dan 70 cm;
  • b. 'overige zone - waarde archeologie 5' bodemingrepen groter dan 5.000 m² en dieper dan 40 cm of/dan wel ophogen groter dan 5.000 m2 en hoger dan 70 cm;

alleen zijn toegestaan indien een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen is verkregen. Deze regeling geldt ongeacht het bepaalde in de regels bij andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen.

11.2.2 Uitzonderingsregeling

Het bepaalde in artikel 11.2.1 is niet van toepassing indien reeds in het kader van een planologische procedure er een selectiebesluit is genomen over de archeologische waarde.

11.2.3 Verlenen van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en/of een omgevingsvergunning voor het bouwen

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, indien het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat de in artikel 11.2.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal danwel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd.

11.2.4 Onderbouwing van de aanvraag

Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

11.2.5 Verbinding van voorschriften

Aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden en / of een omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; of
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen; of
  • c. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

11.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door:

  • a. de gebieden waar de aanduidingen als genoemd in artikel 11.2.1 betrekking op hebben te veranderen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis wenselijk is; of
  • b. de oppervlaktes en / of de dieptes als genoemd in artikel 11.2.1 te veranderen en / of hier desgewenst een extra aanduiding voor op te nemen indien dat op basis van nader verkregen archeologisch kennis wenselijk is.

Artikel 12 Waterstaat - Waterstaatkundige functie

12.1 Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen

De voor ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor vrijwaring van de beschermingszone langs A-watergangen met de daarbij behorende voorzieningen, werken en werkzaamheden.

12.2 Bouwregels
12.2.1 Algemeen

In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.

12.2.2 Bouwwerken

Op of in deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

12.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.2.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits:

  • a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering en.of waterloop;
  • b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de watergang.

12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
12.4.1 Verbod

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het graven, vergraven, vergroten alsmede het dempen van watergangen en waterpartijen;
  • b. het ophogen en egaliseren van gronden;
  • c. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen.

12.4.2 Uitzondering op verbod

Geen omgevingsvergunning is vereist voor werken van geringe omvang en werken:

  • a. die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden verricht;
  • b. die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan in uitvoering waren of waarvoor op dat tijdstip reeds een omgevingsvergunning was verleend.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 13 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 14 Algemene bouwregels

14.1 Bestaande maten

In die gevallen dat bestaande goot- en bouwhoogten, afstanden, oppervlakten, inhoud van legale bouwwerken meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, gelden deze goot- en bouwhoogten, afstanden, oppervlakten of inhoud als maximum.

14.2 Herbouw woningen
  • a. Herbouw van woningen is, voor zover het de situering van de woning betreft, uitsluitend toegestaan indien en voor zover:
    • 1. de herbouw grotendeels plaatsvindt op de bestaande fundamenten; bij het ontbreken daarvan vindt herbouw plaats binnen de voormalige bebouwingscontour van de woning of binnen een afstand van maximaal 3 m van de bebouwingscontour;
    • 2. de voorgevel van de te herbouwen woning wordt geplaatst in de (voormalige) voorgevelrooilijn of in de voorgevelrooilijn die parallel loopt met de bestaande voorgevelrooilijn;
    • 3. de belangen van de in de omgeving aanwezige functies en waarden mogen niet onevenredig worden geschaad;
    • 4. de nieuwe situering van de woning stedenbouwkundig en milieuhygiënisch aanvaardbaar is;
  • b. Het bepaalde sub a is niet van toepassing op de herbouw van (bedrijfs)woningen binnen de bestemming 'Gemengd'.

Artikel 15 Algemene gebruiksregels

15.1 Strijdig gebruik
  • a. Onder verboden gebruik, als bedoeld in artikel 2.1, sub c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval beschouwd het gebruik van gronden en/of bouwwerken als:
    • 1. ligplaats voor onderkomens;
    • 2. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen of onderdelen daarvan;
    • 3. al dan niet tijdelijke buitenopslag voor gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, bouwmaterialen, werktuigen, machines of onderdelen daarvan, indien deze opslag hoger is dan 3 meter of gelegen is voor de voorgevel aan de wegzijde;
    • 4. stortplaats voor puin, zand en grind, grond, mest- of afvalstoffen;
    • 5. seksinrichting of ten behoeve van prostitutiedoeleinden;
    • 6. het gebruik van de gronden voor de beoefening van lawaaisporten (zoals motorcross, quad rijden, modelvliegtuigen, etc.) anders dan de daarvoor door de gemeente aangewezen gronden.
  • b. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. Hieronder wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de gronden voor klei-, zand- en grindwinning of voor het storten van baggerspecie en/of verontreinigde grond.

15.2 Uitzondering van verboden gebruik

Het bepaalde in lid 15.1 is niet van toepassing op (tijdelijk) gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemmingen of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken.

15.3 Meest doelmatige gebruik

Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in lid 15.1 bij een omgevingsvergunning afwijken indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt.

15.4 Vormen van verboden gebruik ten aanzien van stikstofdepositie

Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van nieuwe activiteiten en/of de uitbreiding van bestaande activiteiten, die, inclusief de bijdrage van het daarmee samenhangende verkeer, leiden tot een toename van stikstofdepositie hoger dan 0,05 mol/ha/jaar op voor verzuring gevoelige gebieden die onderdeel uitmaken van Natura2000, met uitzondering van:

  • a. activiteiten waarvoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming geldt, mits die vergunning:
    • 1. nog steeds geldig is op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten, dan wel;
    • 2. nog steeds geldig is op het moment van realisatie, indien voor die activiteit geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is;
  • b. activiteiten die voldoen aan het Besluit grenswaarden PAS:
    • 1. op het moment van verlening van de omgevingsvergunning bouwen en/of milieu voor die activiteiten, dan wel;
    • 2. op het moment van realisatie, indien voor die activiteit geen omgevingsvergunning bouwen en/of milieu benodigd is.

15.5 Voorwaardelijke verplichting bron- en/of gevelmaatregelen

Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 2.1, lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c.q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van nieuwe activiteiten en/of de uitbreiding van bestaande activiteiten, die leiden tot een toename van de geluidbelasting als gevolg van wegverkeerslawaai met meer dan 1,5 dB op de woningen Dijkgraaf de Leeuwweg 59, Noord-Zuid 7, 8 en 9, tenzij:

  • a. uit (akoestisch) onderzoek blijkt dat een binnenwaarde in de woningen kan worden beperkt tot 33 dB (nieuwbouweis);
  • b. voldoende bron- en/of gevelmaatregelen zijn getroffen om de binnenwaarde in de woningen te beperken tot 33 dB.

Artikel 16 Algemene aanduidingsregels

16.1 Vrijwaringszone - natuurwaarden
16.1.1 Verbod

Het bouwen en het gebruik van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - natuurwaarden' ten behoeve van de hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen is uitsluitend toegestaan indien door het bevoegd gezag een ontheffing is verleend voor het verstoren van de vaste verblijfsplaats van de buizerd en afdoende compenserende maatregelen zijn getroffen.

16.1.2 Afwijken van het verbod

Van het verbod als bedoeld in lid 16.1.1 kan uitsluitend worden afgeweken indien door een ecologisch deskundige is vastgesteld dat de vaste verblijfsplaats van de buizerd niet langer als zodanig in gebruik is.

16.1.3 Uitzondering

Geen ontheffing is vereist voor werken die in het kader van het normale beheer en onderhoud worden verricht.

Artikel 17 Algemene afwijkingsregels

17.1 Afwijkingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan voor:

  • a. het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut (zoals abri's, telefooncellen, transformatorhuisjes, gasregel- en drukstations, conmatics), mits de inhoud van elk van deze bouwwerken niet meer bedraagt dan 75 m3 en de bouwhoogte ervan niet meer bedraagt dan 4 m;
  • b. het in geringe mate aanpassen van enig onderdeel van het plan, zoals een bebouwingsgrens, indien bij definitieve uitmeting en verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwerkelijking van het plan gewenst of noodzakelijk is, waarbij de grenzen met niet meer dan 3 m worden verschoven;
  • c. het oprichten van masten ten behoeve van mobiele (beeld)telefonie en zendmasten tot een bouwhoogte van maximaal 15 m;

17.2 Afwegingscriteria

Van de bevoegdheid van lid 17.1 kan slechts gebruik worden gemaakt indien het bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast.

Artikel 18 Algemene wijzigingsregels

18.1 Wijziging landschappelijk inpassingsplan
  • a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen door het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 2, te vervangen door een nieuw landschappelijk inpassingsplan, op voorwaarde dat de duurzame instandhouding van de aanwezige dassenburcht en het functionele leefgebied van de das is verzekerd. Hiervoor leggen burgemeester en wethouders het nieuwe landschappelijk inpassingsplan ter beoordeling voor aan een ecologisch deskundige.
  • b. Voordat burgemeester en wethouders tot wijziging besluiten vragen zij over het nieuwe landschappelijk inpassingsplan tevens advies aan een landschapsdeskundige.

18.2 Algemene wijzigingsbevoegdheden

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in art. 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen ten behoeve van:

  • a. het in geringe mate aanpassen van het plan, teneinde enig onderdeel van het plan, zoals een bestemmingsgrens of een bouwgrens te veranderen, indien bij definitieve uitmeting of verkaveling blijkt, dat deze aanpassing in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan gewenst of noodzakelijk is en de bestemmingsgrens niet meer dan 5 m en de bouwgrens niet meer dan 10 m worden verschoven;
  • b. het oprichten van gebouwen van openbaar nut, zoals transformatorhuisjes en gemaalgebouwtjes met een inhoud van maximaal 100 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m;
  • c. het enigszins anders situeren en/of begrenzen van bouwvlakken, indien dit ten behoeve van de uitvoering van een bouwplan nodig mocht blijken, één en ander, mits de vorm slechts in geringe mate wordt gewijzigd en de oppervlakte van het desbetreffende bouwvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot of verkleind.

18.3 Afwegingscriteria

Van de bevoegdheid van lid 18.2 kan slechts gebruik worden gemaakt indien het bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast.

Artikel 19 Overige regels

19.1 Parkeren
  • a. Bij het bouwen op grond van de in hoofdstuk 2 genoemde bestemmingen en/of het wijzigen van het bestaande gebruik dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen uit de 'Nota Parkeren 2019' van de gemeente West Maas en Waal, zoals deze door de gemeenteraad is vastgesteld op 24 januari 2019. Indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels, zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag, worden toegepast.
  • b. Indien voor een bepaalde functie geen specifieke parkeernormen zijn benoemd in de 'Nota Parkeren 2019' van de gemeente West Maas en Waal (d.d. 24 januari 2019) of diens rechtsopvolger(s), worden de gemiddelde parkeernormen uit de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' als toetsingskader gehanteerd.
  • c. Van het bepaalde onder a en b kan worden afgeweken, indien kan worden aangetoond dat op andere wijze is voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

19.2 Waterberging

Binnen het plangebied dient voorzien te worden in de aanleg en instandhouding van voldoende waterberging, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. de maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer bedragen dan 1,5 l/s/ha;
  • b. bij een T10 + 10% neerslagsituatie bedraagt de waterberging ten minste 436 m3 per ha verhard oppervlak, met dien verstande dat de peilstijging niet meer dan 0,3 m mag bedragen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 20 Overgangsrecht

20.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan als gevolg van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

20.2 Met een omgevingsvergunning afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid 20.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 20.1 met maximaal 10%.

20.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Lid 20.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning voor het bouwen en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

20.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

20.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 20.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

20.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in lid 20.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Artikel 21 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan 'Landgoed De Acht Morgen e.o.'

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 4 april 2019.

De voorzitter, De griffier,