| Plan: | Goes: bestemmingsplan Zorgappartementen Populierenstraat - Goes |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0664.BPGZ23-OH99 |
Beleidskader
Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit van kracht. In dat besluit wordt uitgegaan van het principe dat de bodem geschikt dient te zijn voor de beoogde functie. De gewenste functie bepaalt als het ware de gewenste bodemkwaliteit.
In de gemeente Goes zijn op basis van de "Vrijstellingsregeling grondverzet" Bodemkwaliteitskaarten en bijbehorende Bodembeheerplannen opgesteld. Deze zijn in 2008 opnieuw vastgesteld, waardoor voor een periode van maximaal 5 jaar in vrijwel de gehele gemeente nog het overgangsbeleid van het Besluit Bodemkwaliteit geldt. Resultaten van bodemonderzoeken dienen dus ook getoetst te worden aan de geldende Bodemkwaliteitskaarten en de bijbehorende Bodembeheerplannen.
In de gemeente Goes geldt dat bij nieuwbouwactiviteiten, functiewijzigingen en / of herinrichtingen in principe altijd een volledig verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) moet worden uitgevoerd. Onderzoek is niet nodig ingeval er sprake is van bijvoorbeeld een gering oppervlak en / of geen gevoelige bestemmingen. Voor de planlocatie is ten minste een volledig verkennend bodemonderzoeknoodzakelijk.
Indien op basis van de onderzoeksresultaten er belemmeringen voor de voorgenomen plannen zijn, kan vervolgens worden nagegaan welke maatregelen genomen moeten worden om die belemmeringen weg te nemen (functiegericht saneren).
Onderzoek en resultaten
In opdracht van Stichting Het Gors heeft Mitec Advies een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de projectlocatie.2 Doel van het verkennend bodemonderzoek was het verkrijgen van inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse en op basis daarvan nagaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen ontwikkeling.
Voor de locatie is de hypothese aangenomen dat ter plaatse geen bodemverontreiniging te verwachten is (onverdachte locatie).
Op grond van de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond voor de parameters barium, kobalt, PAK10 VROM en minerale olie een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetroffen. In de ondergrond is voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater is in één peilbuis voor de parameters molybdeem, benzeen, naftaleen, vinylchloride, dichloormethaan, 1,1-dichlooretheen, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan en tetrachlooretheen een overschrijding van de streefwaarde aangetoond.
Gezien deze resultaten dient de hypothese 'onverdachte locatie' dan ook verworpen te worden. Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling en de grond- en grondwatermonsters en de reslutaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat er geen gebruiksbeperkingen hoeven te worden gesteld aan de onderzoekslocatie.
In het rapport wordt geconcludeerd dat de verkregen resultaten geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Er hoeven geen gebruiksbeperkingen te worden gesteld aan de onderzoekslocatie.
Conclusie
De resultaten van het onderzoek vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.