direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bedrijvenpark Deltaweg - Partiële herziening hoogspanningsstation
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0664.BPBP08-VG99

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Stedin (hierna: initiatiefnemer) is netwerkbeheerder van het regionale elektriciteits- en gasnetwerk in het grootste deel van Zuid-Holland en de provincies Utrecht en Zeeland. Het elektriciteitsverbruik neemt in hoog tempo toe. Aan de Repelweg 3 in Goes op Bedrijventerreinpark Deltaweg staat één van de hoogspanningsstations, namelijk 150 kV-station Goes de Poel, die het toegenomen aanbod moet verwerken. Om aan de vraag te kunnen blijven voldoen moet worden geïnvesteerd in het elektriciteitsnetwerk op deze locatie. Voor initiatiefnemer betekent dit de realisatie van twee extra transformatoren met een vermogen van maximaal 350 MVA.

De gronden van het transformatorstation zijn geregeld in bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' (2020) en hebben hierin de bestemming Bedrijventerrein met de aanduiding 'nutsvoorziening'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en een maximum goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 10 meter. Op de gronden zijn Wgh-inrichtingen (Wgh = Wet geluidhinder), zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht die in belangrijke mate geluidshinder veroorzaken, niet toegestaan.

De beoogde bebouwing, waaronder transformatoren, is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. De uitbreiding van het vermogen van meer dan 200 MVA leidt ertoe dat sprake is van een geluidzoneringsplichtige inrichting op grond van de Wet geluidhinder. Dit is niet toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het geldende bestemmingsplan nodig.

1.2 Doel van dit bestemmingsplan

Het onderhavige bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' waarmee een transformatorstation met een vermogen van meer dan 200 MVA (als aangewezen Wgh-inrichting) in ten hoogste categorie 4.2 mogelijk wordt gemaakt inclusief de bijbehorende geluidzone.

In deze plantoelichting is onderbouwd dat het toestaan van een vermogen van maximaal 350 MVA planologisch en ruimtelijk aanvaardbaar is en dat er geen milieubelemmeringen voor de beoogde ontwikkeling zijn.

Een geluidzoneringsplichtige inrichting moet worden voorzien van een geluidzone. Binnen de geluidzone mogen geen (nieuwe) geluidsgevoelige functies worden gerealiseerd en buiten de geluidzone mag de geluidsbelasting vanwege het hoogspanningsstation niet meer dan 50 dB(A) bedragen. De geluidzone ligt over 3 andere bestemmingsplannen ('Buitengebied 2010', 'Buitengebied' en 'Bedrijvenpark Deltaweg 1e herziening'). Deze partiële herziening ziet ook op het vastleggen van de geluidzone van het transformatorstation ter plaatse van de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2010', 'Buitengebied' en 'Bedrijvenpark Deltaweg 1e herziening'.

1.3 Leeswijzer

De toelichting op het bestemmingsplan heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 is de behoefte aan een nieuw transformatorstation onderbouwd. Vervolgens is de voorgenomen ontwikkeling beschreven. Direct daaropvolgend is aangegeven op welke wijze de nieuwe situatie in voorliggend bestemmingsplan juridisch-planologisch is geregeld. In de hoofdstukken 3 en 4 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden en aan ruimtelijke en planologische aspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Onwikkeling - uitbreiding vermogen

2.1 Inleiding

De realisatie van het transformatorstation vloeit voort uit de taken die Stedin als regionaal netbeheerder voor elektriciteit in het kader de Elektriciteitswet zijn opgedragen. Als netbeheerder is Stedin verantwoordelijk voor de aanleg, het onderhoud en het beheer van het energienetwerk. Daarbij zal voldoende (reserve)capaciteit moeten worden aangehouden. Zo nodig moeten netwerken worden uitgebreid. Daarnaast heeft de onderneming een wettelijke verplichting om degenen die daarom verzoeken van een aansluiting op het elektriciteitsnet te voorzien en transport van elektriciteit uit te voeren.

De belangrijkste ontwikkeling die speelt op het gebied van energie is de transitie naar een duurzame energievoorziening. Klanten wekken steeds vaker zelf energie op, bedrijven experimenteren met nieuwe energietechnieken en er komen allerlei innovaties op de markt. Ook in Zeeland wordt in toenemende mate energie opgewekt door de aanleg van lokale zonneparken en windturbines. Dit heeft grote gevolgen voor het elektriciteitsnet. Het transport- en distributienet dient immers geschikt te zijn (of te worden gemaakt) voor een situatie waarbij er geen sprake meer is van eenrichtingsverkeer naar eindgebruikers, maar waarbij er in de omgeving energie wordt opgewekt (wind- en zonne-energie) en deze wordt ingevoerd op het elektriciteitsnet.

Daarbij komt dat de aansluitplicht van woningen op gas als gevolg van het Klimaatverdrag van Parijs en regeerakkoord van het Kabinet Rutte III is komen te vervallen. Dat leidt ertoe dat eindgebruikers meer gebruik gaan maken van het elektriciteitsnet.

Uitbreiding van de elektrische infrastructuur is noodzakelijk om de ontwikkelingen in het kader van de energietransitie adequaat en tijdig te faciliteren.

2.2 Beschrijving huidige situatie

Het 150kV-station Goes de Poel ligt aan de westzijde van de Repelweg in Goes en wordt hierop ontsloten. De gronden maken deel uit van Bedrijvenpark Deltaweg. Aan de noord- en zuidzijde grenst de locatie aan agrarische gronden. Aan de oostzijde grenzen de gronden aan de Repelweg waar aan de oostzijde Van der Valk Hotel Goes is gelegen. Aan de westzijde grenzen de gronden aan een bos.

afbeelding "i_NL.IMRO.0664.BPBP08-VG99_0001.png"

Figuur 2.1 Globale ligging plangebied (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland, bewerkt: Rho adviseurs)

2.3 Toekomstige ontwikkeling

TenneT en initiatiefnemer zijn gestart met de bouw van vier kabelvelden aan de westzijde van het plangebied. Twee van de kabelvelden zijn in aanbouw door TenneT ten behoeve van de 150-kV verbinding met Zeeuws-Vlaanderen en er worden twee transformatoren door initiatiefnemer gebouwd. Daarnaast realiseert initiatiefnemer nog één gebouw voor de schakelinstallatie en twee transformatoren inclusief transformatorcellen en fundatie. De nieuwe bebouwing past binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Bij ingebruikname van de transformatoren stijgt het maximaal vermogen van alle transformatoren op deze locatie gezamenlijk naar 350 MVA. Een transformatorstation met een vermogen van meer dan 200 MVA is een Wet geluidhinder (Wgh) inrichting. Een Wgh-inrichting is niet toegestaan binnen de regels van het geldende bestemmingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0664.BPBP08-VG99_0002.png"

Figuur 2.2 Inrichtingstekening uitbreiding Goes de Poel (Voor de schakelinstallatie zijn twee varianten opgenomen er komt één gebouw / grijs vlak) (bron: Stedin).

Het transformatorstation is een geluidzoneringsplichtige inrichting. Dit omdat de transformatoren worden ondergebracht in een niet gesloten gebouw, waarbij het maximaal gelijktijdig in te schakelen elektrisch vermogen op enig moment meer is dan 200 MVA. Om te voorkomen dat er nieuwe geluidsgevoelige functies worden gerealiseerd in de nabijheid van een geluidzoneringsplichtige inrichting wordt zo'n inrichting conform artikel 41 van de Wet geluidhinder voorzien van een geluidzone. Buiten deze geluidzone mag de geluidsbelasting vanwege het hoogspanningsstation, zoals aangegeven, niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Vanwege de zoneringssystematiek blijft de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen buiten de zone beperkt tot ten hoogste 50 dB(A). Binnen de zone gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. In figuur 2.3 is de vast te stellen geluidzone om het transformatorstation weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0664.BPBP08-VG99_0003.png"

Figuur 2.3 Geluidcontour (bron: Peutz)

2.4 Toelichting op de partiële herziening

In paragraaf 1.1 is vermeld dat het onderhavige bestemmingsplan een partiële herziening is van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' (16-4-2020 vastgesteld) en wat betreft de geluidzone is het een partiële herziening van de bestemmingsplannen 'Buitengebied 2010' (17-3-2011 vastgesteld), 'Buitengebied' (21-6-2023 vastgesteld) en 'Bedrijvenpark Deltaweg 1e herziening' (28-7-2022 vastgesteld). De partiële herziening bestaat uit een verbeelding met toevoegingen op de verbeelding van het basisplan en een beperkt aantal regels.

2.4.1 Toelichting op de verbeelding

De plangrens van de verbeelding volgt de contour van de bestemming 'Bedrijventerrein' uit het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' en de de contour van de geluidzone zoals weergegeven in figuur 2.3. Ter plaatse van het hoogspanningsstation is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 4.2 elektriciteitsdistributiebedrijf en wgh inrichting' opgenomen. Ter plaatse van de geluidzone is de aanduiding 'geluidzone - industrieterrein' opgenomen.

2.4.2 Toelichting op regels

De regels in deze partiële herziening zien op de volgende 2 onderwerpen:

  • 1. het mogelijk maken een transformatorstation in milieucategorie 4.2;
  • 2. daarmee samenhangend wordt de geluidzone van de transformatorstations vastgelegd.

De overige regels in deze partiële herziening vloeien rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. Voor de overige regels wordt teruggevallen op de regels van de geldende bestemmingsplannen 'Bedrijvenpark Deltaweg', 'Buitengebied 2010', 'Buitengebied' en 'Bedrijvenpark Deltaweg 1e herziening'. Daarom zijn er geen 'eigen' bestemmingsartikelen opgenomen. De koppeling met de regels uit de geldende bestemmingsplannen is gelegd met een Artikel 1 Bestaande regels van toepassing.

Artikel 2 Aanvulling op bestaande regels bestemmingsplan Bedrijvenpark Deltaweg

Transformatorstation

In artikel 3 Bedrijventerrein uit het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltapark' is geregeld dat ter plaatse van de bestemming 'Bedrijventerrein' uitsluitend bedrijven tot en met categorie 4.1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen als bijlage bij de regels, zijn toegestaan. Het transformatorstation valt onder categorie 4.2 en is een Wet geluidhinder (Wgh)-inrichting.

Om het transformatorstation mogelijk te maken is in artikel 2 van deze partiële herziening geregeld dat aan artikel 3 Bedrijventerrein uit het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' een nieuw sublid 3.f wordt toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 4.2 elektriciteitsdistributiebedrijf en wgh inrichting': een elektriciteitsdistributiebedrijf van >200 MVA (als aangewezen Wgh-inrichting) in ten hoogste categorie 4.2 is toegestaan.

In artikel 3.5 van het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' is vastgelegd dat de vestiging van Wgh-inrichtingen is uitgesloten. In artikel 2 van deze partiële herziening is geregeld dat aan artikel 3.5 het volgende wordt toegevoegd aan sublid d: ".. met uitzondering van een elektriciteitdistributiebedrijf van > 200MVA zoals aangeduid ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - 4.2 elektriciteitsdistributiebedrijf en wgh inrichting'."

Geluidzone

Het transformatorstation is een geluidzoneringsplichtige inrichting. Op grond van artikel 41 Wgh moet deze inrichting worden voorzien van een geluidzone.

In artikel 2 van deze partiële herziening is geregeld dat een nieuw artikel 15A 'Overige regels' wordt toegevoegd aan het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg' waarin is geregeld dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrieterrein' de gronden mede zijn aangewezen voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein op geluidsgevoelige objecten en dat de geluidsbelasting op de grens van de aanduiding 'geluidzone - industrieterrein' vanwege de inrichting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.

Er is voor gekozen om de regeling 'Overige regels' toe te voegen aan het bestemmingsplan 'Bedrijvenpark Deltaweg', omdat er in dit bestemmingsplan geen apart artikel is opgenomen met aanduidingsregels.

Artikel 3 Aanvulling op bestaande regels bestemmingsplan Buitengebied 2010

In artikel 3 van deze partiële herziening is geregeld dat een nieuw artikel 32A 'Overige regels' wordt toegevoegd. Hier is de regeling met betrekking tot de geluidzone opgenomen.

Artikel 4 Aanvulling op bestaande regels bestemmingsplan Buitengebied

In artikel 4 van deze partiële herziening is geregeld dat een nieuw artikel 35A 'Overige regels' wordt toegevoegd. Hier is de regeling met betrekking tot de geluidzone opgenomen.

Artikel 5 Aanvulling op bestaande regels bestemmingsplan Bedrijvenpark Deltaweg 1e herziening

In artikel 5 van deze partiële herziening is geregeld dat een nieuw artikel 15A 'Overige regels' wordt toegevoegd. Hier is de regeling met betrekking tot de geluidzone opgenomen.

Hoofdstuk 3 Toetsing aan beleid en visies

3.1 Inleiding

Op diverse bestuurlijke niveaus zijn beleidsuitspraken geformuleerd die relevant zijn voor de ontwikkeling. In dit hoofdstuk zijn deze kort beschreven en getoetst.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.

Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.

Opgaven

Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:

  • 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie;
  • 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden;
  • 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken;
  • 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Op land schiet de hoofdinfrastructuur voor transport en opslag van duurzame energie in gebieden soms nu al tekort. Naar 2050 toe neemt het aandeel duurzame energie alleen maar toe. Dan zijn veel meer aanpassingen aan de infrastructuur voor energie nodig. Ook de opgave voor ruimte voor de bronnen van duurzame energie zelf is groot.

Realiseren opgaven

In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:

  • 1. De Omgevingsagenda.
    Voor landsdeel Zuidwest is een omgevingsagenda opgesteld, waar Zeeland onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio.
  • 2. De NOVI-gebieden.
    Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.

Toetsing

Door de uitbreiding van het transformatorstation wordt aangesloten bij opgave 1 'ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie'. Hierdoor wordt meer ruimte gemaakt voor transport en distributie van energie. De energie-infrastructuur in Zeeland wordt verbeterd.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling draag bij de opgaven uit de NOVI.

3.2.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) van 2012 zet het Rijk de nationale belangen in het ruimtelijke en mobiliteitsdomein uiteen en wordt vermeld welke instrumenten hiervoor worden ingezet. Er wordt gestreefd naar een Nederland dat concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig is. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden.

Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen, waarvoor zij verantwoordelijk is. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. In de SVIR wordt ten aanzien van energieontwikkelingen en transitie aangegeven dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol.

De komende decennia groeit de vraag naar elektriciteit in Nederland nog gestaag (uitgaande van Global Economy-scenario). Het opvangen van deze groei en het handhaven van het huidige hoge niveau van leveringszekerheid, vraagt om uitbreiding van het productievermogen en de energienetwerken.

Toetsing

Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Eén van deze hoofddoelen is relevant voor voorliggend bestemmingsplan. Het betreft het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland. Subdoelen daarbij zijn onder andere het efficiënt gebruik van de ondergrond en ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie. Voorliggende bestemmingsplan draagt bij aan deze doelen.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelen van de SVIR.

3.2.3 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening

Het beleid dat in de SVIR is geformuleerd, is in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (hierna: Barro) vastgelegd in regelgeving. In het Barro zijn nationale belangen vastgelegd waar provincies en gemeenten rekening mee moeten houden als zij inpassingsplannen en bestemmingsplannen opstellen. De elektriciteitsvoorziening is aangemerkt als een nationaal belang.

Voor hoogspanningsverbindingen, waaronder ook de schakel- en transformatorstations vallen, zijn de volgende regels opgenomen in het Barro:

  • Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe.
  • Een bestemmingsplan wijst geen ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan.
  • In afwijking van het tweede punt kan, na schriftelijk advies van de beheerder van het hoogspanningsnet, een ander tracé voor de hoogspanningsverbinding worden aangewezen, mits de hoogspanningsverbinding als zodanig in het bestemmingsplan wordt gehandhaafd, het bestemmingsplan het gebruik van dat gewijzigde tracé als hoogspanningsverbinding toelaat en het tracé aansluit op het tracé van de hoogspanningsverbinding in de naastliggende bestemmingsplannen.

Toetsing

De beoogde ontwikkeling in het plangebied heeft geen effect op één van de bovenstaande nationale belangen. Het voorliggende bestemmingsplan is niet in strijd met de regels van het Barro.

Conclusie

Het Barro vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.2.4 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Deze regeling houdt in dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing

Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van een transformatorstation met een vermogen van meer dan 200 MVA en daarmee een geluidzoneringsplichtige inrichting. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er hoeft dan ook niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

Conclusie

Het Bro en de ladder voor duurzame verstedelijking vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.2.5 Conclusie rijksbeleid

Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Inleiding

Het Omgevingsplan Zeeland 2018 (hierna OP2018) bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het OP2018 is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving. Het is het wettelijke provinciale beleidsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening, Wet Milieubeheer, Waterwet en Planwet verkeer en vervoer. Daarnaast houdt het OP2018 rekening met de Omgevingswet die die in voorbereiding is.

Bij de vaststelling van het OP2018 is besloten een select aantal provinciale belangen (onderdelen uit het Omgevingsplan) te regelen in een verordening. Het betreft een aantal concreet geformuleerde provinciale beleidsdoelen waarvoor, met het oog op het gewicht dat vanuit het provinciaal belang daaraan wordt toegekend en met het oog op een goede ruimtelijke ordening, regeling bij verordening noodzakelijk wordt geacht Met het vaststellen van het OP2018 is daarom ook de provinciale omgevingsverordening geactualiseerd. In de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (hierna: Omgevingsverordening) is waar mogelijk, rekening gehouden met de Omgevingswet. Gemeenten dienen bij het nemen van ruimtelijke besluiten (zoals een bestemmingsplan) de bepalingen uit de Omgevingsverordening in acht te nemen.

3.3.2 Omgevingsplan Zeeland 2018

Inzet van beleid

De kern van het OP2018 zijn 4 grote integrale strategische toekomstgerichte opgaven die nationaal en provinciaal centraal staan:

  • duurzame en concurrerende economie;
  • klimaatbestendige en -neutrale samenleving;
  • waardevolle leefomgeving;
  • toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving.

Het OP2018 beoogt naast een concrete invulling voor de vier grote strategische opgaven ook een eerste aanzet voor te geven voor de lange termijn (2040) strategische doelen. Daarbij richt het zich op de volgende provinciale kerntaken:

  • duurzame ruimtelijke ontwikkeling & waterbeheer;
  • milieu, energie & klimaat;
  • vitaal platteland, natuurbeheer & ontwikkeling natuurgebieden;
  • regionale bereikbaarheid & regionaal openbaar vervoer;
  • regionale economie;
  • culturele infrastructuur & monumentenzorg.

Toetsing

Het omgevingsplan heeft geen concreet beleid geformuleerd dat relevant is voor toetsing van de beoogde ontwikkeling. Wel sluit de aanpassing van het HS-station aan op de ambitie van de provincie voor het opwekken van duurzame energie met wind, zon, water en biomassa om daarmee in de eigen elektriciteitsbehoefte van Zeeland te kunnen voorzien en een evenredige bijdrage te leveren aan de landelijke doelstellingen. De provincie stelt daarvoor op hoofdlijnen kaderstellende beleidsruimte voor wind, zon en waterprojecten, maar laat maatwerk over aan de gemeenten.

Conclusie

Het OP2018 vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.3.3 Zeeuws Energieakkoord

Op dit moment wordt in Zeeland al 50% van de stroom met de wind en de zon geproduceerd. Zonne-energie heeft na wind het grootste potentieel qua duurzame energie op de lange termijn. De afgelopen jaren is het geïnstalleerde vermogen aan zonne-energie op daken flink toegenomen. Op land is het nog een relatief nieuw fenomeen.

Onder de naam Zeeuws Energieakkoord werken partijen samen aan een energieneutraal Zeeland. Zij benutten kansen voor Zeeland en voeren het landelijk Klimaatakkoord uit. De zogenoemde 'sectortafels' spelen een hoofdrol in de totstandkoming ervan. Zij werken de thema’s uit. Het plan, de Regionale Energiestrategie voor Zeeland is in oktober 2020 door alle Zeeuwse overheden vastgesteld.

Toetsing

De tafel 'Elektriciteit' heeft als opgave om maximale ontwikkeling van duurzame energie in Zeeland te faciliteren, knelpunten en aanpassingen in het elektriciteitsnet in beeld te brengen en na te denken over de broodnodige flexibiliteit in het energiesysteem van de toekomst. De voorgenomen ontwikkeling draagt hier aan bij.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het Zeeuws Energieakkoord.

3.3.4 Provinciale Omgevingsverordening 2018

In de omgevingsverordening worden regels gesteld met betrekking tot ruimte, milieu, water, wegen en vaarwegen, natuur, distelbeheer, landschapsbescherming en ontgrondingen.

De regels die betrekking hebben op het aspect ruimte, hebben voor een belangrijk deel betrekking op het buitengebied. Er zijn regels die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het bestaand stedelijk gebied, zoals molenbiotoop en erfgoed. Een beperkt aantal regels heeft vooral betrekking op stedelijke functies, namelijk bedrijven en detailhandelsvoorzieningen en wonen.

Toetsing

Voor wat betreft dit plan zijn de regels uit de omgevingsverordening niet direct van toepassing op voorliggende ontwikkeling. De verordening stelt regels met betrekking tot de ontwikkeling van wind- en zonne-energie. Daarvoor worden mogelijkheden geboden. Dat heeft direct gevolgen voor de transformatorvermogens die nodig zijn op de verschillende hoogspanningsstations.

Conclusie

De provinciale omgevingsverordening vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.3.5 Conclusie provinciaal beleid

Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

3.4 Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Goes 2040

In de op 14 juni 2012 door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisie wordt gesteld dat Goes in 2040 een florerende centrumgemeente is met een breed aanbod aan voorzieningen en werkgelegenheid voor de inwoners van de Bevelanden.

Toetsing

Goes hecht belang aan energieefficiënte en duurzame energie-opwekking bij zowel nieuwe ontwikkelingen, als ook bij vernieuwing van het bestaand stedelijk gebied. Hiervoor is het van belang dat er voldoende vermogen is op de verschillende hoogspanningsstations. Voorliggend plan voorziet hierin.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen uit de structuurvisie Goes 2040.

3.4.2 Structuurvisie Bedrijvenpark Poelbos

Op 31 mei 2018 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Bedrijvenpark Poelbos (nu

Bedrijvenparkt Deltaweg) vastgesteld. Voortbordurend op de uitgangspunten uit de Structuurvisie Goes 2040 zijn diverse verkenningen gedaan en is een gebiedsvisie

voor het plangebied opgesteld met veel aandacht voor de landschappelijke inpassing en de kwaliteiten en potenties van het bestaande Poelbos.

Toetsing

Ook in de structuurvisie Bedrijvenpark Poelbos wordt het belang van duurzame energie benadrukt.

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen uit de structuurvisie Bedrijvenpark Poelbos.

3.4.3 Conclusie gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor voorgenomen ontwikkeling.

3.5 Conclusie toetsing aan beleidskader

De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan het rijks-, provinciaal en het gemeentelijk beleid. Dit beleid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling draagt bij aan de doelstellingen uit de verschillende beleidsstukken.

Hoofdstuk 4 Toetsing aan omgevingsaspecten

4.1 Inleiding

Met dit bestemmingsplan wordt geregeld dat het toegestane vermogen van de transformatoren in het plangebied een vermogen mogen hebben van meer dan 200 MVA. In het plangebied is al een transformatorstation toegestaan.

De toename van het vermogen heeft geen effect op de omgevingsaspecten verkeer, water, bodem, landschap, archeologie, wegverkeerslawaai, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Verdere toetsing is niet aan de orde. Er is geen sprake van een activiteit als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling is ook niet aan de orde. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de aspecten bedrijven en milieuzonering, industrielawaai en ecologie.

4.2 Bedrijven en milieuzonering

4.2.1 Beleid en normstelling

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de ontwikkeling van een bedrijventerrein nabij milieugevoelige functies (zoals woningen) of visa versa:

  • een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;
  • bedrijven/inrichtingen niet te veel in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

Om in dit bestemmingsplan de belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat en de bedrijfsvoering te borgen, wordt in dit plan milieuzonering toegepast. Daarmee wordt de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vastgelegd. Een milieuzonering zorgt ervoor dat milieubelastende functies (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) waar nodig ruimtelijk voldoende worden gescheiden. De gehanteerde milieuzonering is gekoppeld aan een Staat van Bedrijfsactiviteiten. Een dergelijke staat is een lijst waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten, al naar gelang de te verwachten belasting voor het milieu, zijn ingedeeld in een aantal categorieën. Voor de indeling in de categorieën zijn de volgende ruimtelijk relevante milieuaspecten van belang:

  • geluid;
  • geur;
  • stof;
  • gevaar (met name brand- en explosiegevaar).

In specifieke situaties kan daarnaast de verkeersaantrekkende werking van een bedrijf relevant zijn.

De aanpak van milieuzonering en de in dit plan gebruikte 'standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten' ('standaard SvB') zijn gebaseerd op de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009), op de Voorbeeld Staat van Bedrijfsactiviteiten voor bedrijventerreinen. In de VNG-publicatie is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden die gehanteerd worden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Naarmate de milieubelasting van de activiteiten groter is, wordt uitgegaan van een grotere richtafstand. In geval van een omgevingstype 'gemengd gebied' mag worden uitgegaan van een kleinere richtafstand. De richtafstanden vormen een eerste indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende activiteiten worden gesitueerd. Bouwen binnen de richtafstanden is eveneens aanvaardbaar, indien uit onderzoek blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij milieuhinder voorkomen wordt.

4.2.2 Toetsing/onderzoek

Voorliggend plan maakt een vermogen van het transformatorstation mogelijk van >200 MVA (als aangewezen Wgh-inrichting). Volgens de VNG-richtlijn geldt voor een elektriciteitsdistributiebedrijf, met transformatorvermogen van 200 tot 1.000 MVA (categorie 4.2), een maximale richtafstand (= grootste aan te houden afstand) van 300 meter in een rustige woonwijk. De grootste aan te houden afstand wordt bepaald door het aspect geluid. Vanuit andere aspecten (gevaar, geur, stof) is de grootste aan te houden afstand 50 meter.

Binnen een straal van 50 meter bevinden zich geen gevoelige objecten. Het aspect bedrijf en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan in kader van gevaar, geur en stof.

Op circa 125 meter afstand van de inrichting bevindt zich het Van der Valk Hotel Goes. Dit betreft een niet-geluidgevoelige bestemming. Direct naast het hotel bevindt zich een (bedrijfs)woning, gelegen aan de Anthony Fokkerstraat 102. Deze bedrijfswoning wordt op korte termijn gesloopt. Verder bevinden zich geen geluidgevoelige locaties in de directe omgeving van het transformatorstation.

Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin de geluidbelasting vanwege het transformatorstation op het hotel is onderzocht. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan. Het aspect bedrijf en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan in kader van geluid.

4.2.3 Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

4.3 Industrielawaai

4.3.1 Toetsingskader

Volgens de Wet geluidhinder dienen alle industrie- en bedrijventerreinen, waarop inrichtingen zijn of kunnen worden gevestigd die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken, gezoneerd te zijn. Bedoelde inrichtingen worden nader genoemd in het Besluit omgevingsrecht. Rondom deze industrieterreinen dient een geluidzone te worden vastgesteld en vastgelegd in bestemmingsplannen. Buiten deze zone mag de geluidbelasting als gevolg van het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen.

4.3.2 Onderzoek

Met het toestaan van meer vermogen wordt de vestiging van een grote lawaaimaker mogelijk gemaakt. Er is sprake van een geluidzoneringsplichtige inrichting. Dit omdat de transformatoren worden ondergebracht in een niet gesloten gebouw, waarbij het elektrisch vermogen meer is dan 200 MVA. Om te voorkomen dat er nieuwe geluidsgevoelige functies worden gerealiseerd in de nabijheid van een geluidzoneringsplichtige inrichting wordt voor zo'n inrichting conform artikel 41 van de Wet geluidhinder voorzien van een geluidzone. Buiten deze geluidzone mag de geluidsbelasting vanwege het hoogspanningsstation, zoals aangegeven, niet meer dan 50 dB(A) bedragen.

Vanwege de zoneringssystematiek blijft de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen buiten de zone beperkt tot ten hoogste 50 dB(A). Binnen de zone gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder.

Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen) beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai. Anderzijds wordt door het vastleggen van een geluidzone de maximale geluidruimte gedefinieerd waarover het transformatorstation op het gezoneerde industrieterrein kan beschikken. Zowel bij de vaststelling van ruimtelijke plannen als bij het verlenen van omgevingsvergunningen dient rekening te worden gehouden met de geluidzone.

Om de geluidzone te bepalen is een geluidsonderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor Bijlage 1. Op basis van gegevens verstrekt door Stedin zijn voor de verschillende door te rekenen scenario's rekenmodellen opgesteld waarmee de vanwege het station optredende geluidniveaus in de woonomgeving zijn berekend. Gesteld kan worden dat de ten gevolge van het 150 kV-station in de omgeving optredende geluidniveaus reëel en verdedigbaar kunnen worden geacht en dat derhalve sprake is van een uit akoestisch oogpunt planologisch inpasbare situatie.

Het terrein rondom het transformatorstation is momenteel nog niet gezoneerd in het kader van de Wgh. De resultaten van het akoestisch onderzoek dienen als basis voor de vast te stellen zonegrens. De zonegrens dient ten minste de contour van de 50 dB(A) etmaalwaarde te omvatten van alle mogelijke bedrijfssituaties. Op de zonegrens mag de geluidbelasting van de gezoneerde inrichting nooit meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Het terrein tussen de zonegrens en de inrichting geldt als de zone. Het vaststellen van de geluidzone wordt in dit bestemmingsplan geregeld.

In figuur 4.1 is de zonegrens aangegeven gebaseerd op de geluidcontour voor de toekomstige situatie. Binnen de voorgestelde zone zijn geen woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Het vaststellen van de voorgestelde geluidzone ontmoet op grond hiervan geen overwegende bezwaren van geluidstechnische aard.

afbeelding "i_NL.IMRO.0664.BPBP08-VG99_0004.png"

Figuur 4.1 Geluidcontour (bron: Peutz)

4.3.3 Conclusie

Samenvattend kan worden geconcludeerd dat het aspect geluid geen belemmering vormt. De geluidzone van het transformatorstation is vastgelegd op de verbeelding en in de regels.

4.4 Ecologie

4.4.1 Beleid en normstelling

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt.

4.4.2 Toetsing

Het transformatorstation ligt tegen het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) De Poel aan. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Rond de natuurgebieden van het NNZ geldt een zone van 100 meter waarbij nieuwe ontwikkelingen moeten worden beoordeeld op de gevolgen voor de natuur.

Er is een ecologische beoordeling uitgevoerd om in beeld te brengen wat de effecten van het plan op het NNZ is. Hieruit komt naar voren dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot negatieve ecologische effecten op het naastgelegen NNZ. Het provinciaal beleid ten aanzien van het NNZ staat derhalve de uitvoering van het plan niet in de weg. De beoordeling is opgenomen in Bijlage 2.

In verschillende Natura 2000 gebieden door heel Nederland zijn stikstofgevoelige habitattypen aanwezig en leefgebieden aangewezen voor soorten die stikstofgevoelig zijn. Het oename van vermogen zorgt niet voor toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

4.4.3 Conclusie

De Wet natuurbescherming en het beleid van de provincie ten aanzien van het Natuurnetwerk Zeeland vormen geen belemmering voor de toename van het vermogen van het transformatorstation Goes de Poel en dus voor de uitvoering van het voorliggende bestemmingsplan. Er is sprake van een uitvoerbaar initiatief in het kader van de Wet natuurbescherming.

4.5 Conclusie toetsing omgevingsaspecten

In de inleiding is aangegeven dat de voorgenomen ontwikkeling geen effect heeft op de omgevingsaspecten verkeer, water, bodem, landschap, archeologie, wegverkeerslawaai, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Verdere toetsing is niet aan de orde.

In de paragrafen 4.2, 4.3 en 4.4 is getoetst aan de aspecten bedrijven en milieuzonering, industrielawaai en ecologie. Beide aspecten vormen geen belemmering voor de uitvoering van het plan. De geluidzone van het transformatorstation is vastgelegd op de verbeelding en in de regels.

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Financiële aspecten

5.1.1 Kostenverhaal

Volgens artikel 6.12 van de Wro dient tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. In dit geval is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro.

De kosten ten behoeve van de ontwikkeling komen ten laste van Stedin en niet ten laste van publieke middelen. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee afdoende aangetoond. Met initiatiefnemer is een afzonderlijke anterieure overeenkomst gesloten.

5.1.2 Financiële uitvoerbaarheid

Regelgeving

In artikel 3.1.6. van het Bro is bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan inzicht moet worden gegeven in de uitvoerbaarheid. Hieronder wordt mede de financiële uitvoerbaarheid verstaan.

Toetsing

De ontwikkeling is een particulier initiatief. De gemeente heeft hiermee geen directe financiële bemoeienis. De kosten voor de procedure worden verhaald via leges. De kosten voor het realiseren van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemer. Aangenomen wordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikt om de ontwikkeling te kunnen realiseren. Het plan is daarmee financieel haalbaar.

Conclusie

De financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is voldoende verzekerd.

5.2 Resultaten overleg en inspraak

5.2.1 Omgevingsdialoog

Het plan wordt besproken met de eigenaren van Hotel Van der Valk Goes. De resultaten worden te zijner tijd in de toelichting vermeld.

5.2.2 Vooroverleg

In artikel 3.1.6. van het Bro is tevens bepaald dat in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving moet worden opgenomen van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. De verplichting om tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen instanties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn, is vastgelegd in artikel 3.1.1 van het Bro.

Het ontwerp van het bestemmingsplan is op moment van de terinzagelegging (zie 5.2) toegezonden aan de provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen, de Veiligheidsregio Zeeland, Gasunie, Stedin en Evides. Hieruit is de volgende opmerking naar voren gekomen:

  • Provincie Zeeland: foutieve begrenzing afwegingszone NNZ opgenomen. Dit is naar aanleiding van deze opmerking hersteld en heeft geen verdere gevolgen voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.2.3 Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met in achtneming van het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening vanaf 21 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen en is beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. en www.goes.nl/bestemmingsplannen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.