direct naar inhoud van 3.2 Omgevingsaspecten
vastgesteld
NL.IMRO.0653.BVBAK13BAKHUIZENBV-VA01

3.2 Omgevingsaspecten

Het uitgangspunt is dat - ook in de toekomst - een goede omgevingssituatie voor de aanwezige functies in en rond het beheersgebied behouden blijft. In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld.

3.2.1 Milieuzonering

Ten behoeve van de milieuzonering is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem “Bedrijven en milieuzonering” ontwikkeld. Het systeem heeft de vorm van een bedrijvenlijst, waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken, kent de lijst aan de bedrijven een milieucategorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieucategorie op van 1 t/m 6. Per categorie zijn richtlijnafstanden tot een “rustige woonwijk / rustig buitengebied” of een “gemengd gebied” aangegeven.

Aangezien de bestaande situatie wordt vastgelegd in de beheersverordening, is en blijft de bestaande milieuhygiënische situatie gehandhaafd en is een verslechtering niet mogelijk. Eventuele milieuvergunningen (of omgevingsvergunningen voor milieuactiviteiten) van de bedrijven en voorzieningen zijn afgestemd op de aanwezigheid van de woningen in het beheersgebied, waarmee ze in het beheersgebied op de huidige locaties kunnen blijven functioneren. Naast de bestaande bedrijven zijn ook andere bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 toegestaan. Bij de maatschappelijke functies zijn ook andere, qua zwaarte vergelijkbare maatschappelijke functies toegestaan en binnen het gemengde, oorspronkelijk dorpsgebied is een uitwisselbaarheid van qua zwaarte vergelijkbare functies mogelijk. Deze regeling zijn overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen. Dit geldt ook voor de bedrijven tot categorie 3 die op het bedrijventerrein mogelijk zijn. Vanuit milieuzonering gelden er geen belemmeringen voor het beheersgebied.

3.2.2 Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. In en rondom het dorp zijn geen spoorwegen en geluidzones voor industrie aanwezig. In de Wgh is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Wegen waar deze zone in principe niet geldt, zijn onder andere wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km/uur. Dit is in het dorp het geval.

3.2.3 Externe veiligheid

Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de daarop gebaseerde Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) gelden bepaalde normeringsafstanden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het Bevi wordt aangegeven hoe met het plaatsgebonden risico en het groepsgebonden risico moet worden omgegaan. De risicovolle inrichtingen zijn op de risicokaart van de provincie Fryslân weergegeven. In of buiten het dorp zijn geen risicovolle inrichtingen en/of transportroutes en transportleidingen van gevaarlijke stoffen aanwezig die beperkingen leggen op de mogelijkheden in het beheersgebied.

3.2.4 Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit vormt een onderdeel van de Wet milieubeheer. In de wet zijn normen opgenomen voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. In het beheersgebied zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die nader luchtkwaliteitsonderzoek vereisen. Ook zijn er in Gaasterlân-Sleat geen overschrijdingen van de wettelijke luchtkwaliteitsnormen bekend.

3.2.5 Bodem

Voor het aspect bodem is onder meer de Wet bodembeheer van toepassing. Het uitgangspunt is dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan als gevolg van de kwaliteit van de bodem. Vooral bij nieuwe (woningbouw)ontwikkelingen moet aangetoond worden dat woningen op een bodem van voldoende kwaliteit worden gebouwd. In het beheersgebied worden geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen toegestaan waarvoor op voorhand bodemonderzoek noodzakelijk is. Vanuit het aspect bodem bestaan dan ook geen belemmeringen voor het beheersgebied. Indien bouwaanvragen voor bijvoorbeeld woningen zich voordoen, dient per geval onderzoek te worden gedaan naar de bodemkwaliteit. Hiermee is gewaarborgd dat er geen risico's voor de volksgezondheid ontstaan.

3.2.6 Water

Het beheersgebied valt onder het beheer van het Wetterskip Fryslân, dat zorg draagt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied en dat de grotere boezemwateren en sloten beheert, alsmede de waterkeringen, zoals geregeld in de Waterwet. Ook is het waterschap belast met het peilbeheer in het beheersgebied.

Binnen het beheersgebied liggen, met uitzondering van de Bakhúster Feart, geen waterlopen en -partijen. De vaart en de wel aanwezige kleinere waterlopen en -partijen (sloten, vijvers) vallen niet onder het beheer van het waterschap. Bovendien zijn in het beheersgebied geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen toegestaan waardoor de waterhuishouding kan veranderen. De beheersverordening is gericht op het handhaven van de bestaande situatie, veranderingen in watergangen zijn niet mogelijk.

Voor de rioolpersleiding van het waterschap is een regeling in de beheersverordening opgenomen (zie paragraaf 4.1.3) .

Er zijn verder geen waterschapsbelangen aan de orde.

3.2.7 Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie

Voor het dorp is op grond van de Wet op de archeologisch monumentenzorg onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Hiervoor is de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de provincie Fryslân gebruikt. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De advies heeft betrekking op de oppervlakte van de ingrepen waarbij een archeologisch onderzoek wordt aanbevolen.

De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen. Een fragment van beide kaarten is weergegeven in figuur 5. Hierin zijn de oppervlakten van ingrepen waarbij archeologisch onderzoek wordt aanbevolen weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0653.BVBAK13BAKHUIZENBV-VA01_0004.png"

figuur 5 Fragment FAMKE

Uit de kaarten blijkt dat voor het grootste deel van het beheersgebied een relatief lage verwachtingswaarde voor het aantreffen van archeologisch resten geldt. Uitzondering hierop is een vuursteenvindplaats in het zuidoosten van het dorp (de roze cirkel). Omdat er theoretisch wel bouwactiviteiten kunnen plaatsvinden die een grotere oppervlakte dan 50 m2 hebben, wordt voor deze locatie een beschermde regeling opgenomen.

Grotere bodemingrepen zijn alleen denkbaar op het bedrijventerrein. De beheersverordening biedt namelijk nog enige uitbreidingsruimte voor bedrijven die hier gevestigd zijn (de bestaande rechten). Op dit terrein geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 archeologisch onderzoek wordt aanbevolen. Dergelijke uitbreidingsruimte wordt niet geboden. Het is daarom niet noodzakelijk om hiervoor een regeling op te nemen.

Vanuit het aspect archeologie bestaan geen bezwaren voor het vaststellen van deze beheersverordening. Indien bij (onvoorziene) bodemingrepen op perceelsniveau toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op basis van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht.

Overige cultuurhistorische waarden

De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van bestemmingsplannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening.

Bij cultuurhistorische waarden kan gedacht worden aan beeldbepalende panden, maar ook aan historisch waardevolle structuren. Binnen het beheersgebied zijn enkel op perceelsniveau kleine ontwikkelingen mogelijk. Daarom wordt uitsluitend gekeken naar beeldbepalende panden of percelen.

In Bakhuizen zijn geen panden aanwezig die als rijksmonument zijn aangewezen. Wel zijn enkele gemeentelijke monumenten aanwezig. Daarbij is van belang dat de hoofdvorm van de bebouwing of de specifieke karakteristiek behouden blijft. Dit is in deze beheersverordening geregeld door middel van het besluitsubvlak 'karakteristiek'. Het betreft de volgende locaties:

adres gemeentelijk monument   functie  
Sint Odulphusstraat 23   woonhuis/winkel/werkplaats  
Sint Odulphusstraat 35   woonhuis/café  
Sint Odulphusstraat 65/67   kerk  
Sint Odulphusstraat bij 65/67   kerkhof  
Sint Odulphusstraat bij 65/67   Calverieberg  
3.2.8 Ecologie

Het beheersgebied is getoetst aan de ecologische aspecten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet) en soortenbescherming (Flora- en faunawet).

Gebiedsbescherming

Het beheersgebied heeft geen betrekking op Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied betreft het IJsselmeer, dat op ongeveer een kilometer ten zuiden van Bakhuizen ligt. De bosstrook langs het zuidoosten van het dorp is voorts aangewezen als onderdeel van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Deze zijn aangegeven op een fragment van de natuurkaart uit de Verordening Romte Fryslân in figuur 6.

afbeelding "i_NL.IMRO.0653.BVBAK13BAKHUIZENBV-VA01_0005.png"

figuur 6 Fragment provinciaal beleid EHS

De beheersverordening is gericht op de bestaande situatie waarbij geen (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Een toetsing aan beschermde natuurgebieden is daarom niet noodzakelijk. In het deel van de EHS dat binnen het beheersgebied ligt, worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het is daarom niet noodzakelijk om hiervoor nadere regels te stellen.

Soortenbescherming

In de Flora- en faunawet is bepaald dat het verstoren van (habitatten of verblijfsplaatsen van) beschermde soorten is verboden. Voor het beheersgebied wordt gesteld dat het om een bestaande situatie gaat waarin geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen worden toegestaan. Het is en blijft voornamelijk in gebruik als woongebied. Eventueel aanwezige verblijfplaatsen of habitatten van beschermde soorten worden niet verstoort. Strijdigheden met de Flora- en faunawet zijn dan ook redelijkerwijs uit te sluiten.

Voor alle soorten blijft de algemene zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving.

3.2.9 Kabels en leidingen

Binnen het beheersgebied is een rioolpersleiding van het waterschap aanwezig. Ter bescherming van deze leiding is in de beheersverordening een regeling opgenomen (zie paragraaf 4.1.3).

Verder zijn er geen kabels of leidingen aanwezig die van zodanige ruimtelijke invloed zijn, dat hiervoor een regeling moet worden opgenomen.