| Plan: | Twee woningen, nabij IJsseldijk-West 15 in Ouderkerk aan den IJssel |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0644.WP1321YW002-VG01 |
het wijzigingsplan Twee woningen, nabij IJsseldijk-West 15 in Ouderkerk aan den IJssel van de gemeente Ouderkerk;
een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt deel van een woning dat door haar indeling en inrichting is bestemd hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van een woning;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
blokken van meer dan twee aaneengebouwde woningen;
eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, geen zakelijke dienstverlening zijnde, en ambtelijke bedrijvigheden, geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van bedrijfsactiviteiten in een woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving. ;
het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning zodanig is dat deze activiteiten in een woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving;
een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken;
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak;
een niet overdekt terrein aangelegd, ingericht en omheind ten behoeve van het paard- of ponyrijden, met daarbij behorende voorzieningen;
een beroep of beroepsmatige dienstverlening op administratief, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch en daarmee gelijk te stellen gebied;
een hoofdgebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
vanaf het dichtst bij de perceelsgrens gelegen punt van het gebouw en haaks op de perceelsgrens;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4. De goothoogte van een bouwwerk;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met dien verstande dat:
de gezamenlijke brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van een vrij beroep binnen een woning en de daarbij horende aan- of uitbouwen en bijgebouwen mag, in voorkomend geval samen met de brutovloeroppervlakte ten behoeve van de uitoefening van andere beroeps- en bedrijfsactiviteiten niet meer bedragen dan 30% van de totale brutovloeroppervlakte van de betreffende woning en de daarbij behorende aan- of uitbouwen en bijgebouwen, en in ieder geval niet meer dan 50 m2;
een paardenbak niet is toegestaan behoudens dat, voor zover aanwezig ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan, bestaande paardenbakken mogen worden gehandhaafd;
alsmede voor:
Op deze gronden mogen, met inachtneming van de op de plankaart aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in lid 3.1.1 genoemde bestemming worden gebouwd:
De gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
| bouwwerken | max. goothoogte | max. bouwhoogte |
| bijgebouwen | 2,5 m | 5 m |
| erfafscheidingen achter de voorgevel van de woning | n.v.t. | 2 m |
| overige erfafscheidingen | n.v.t. | 1 m |
| overige andere bouwwerken | n.v.t. | 5 m |
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, bij het verlenen van een bouwvergunning nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de vorm, de afmetingen, dakbeëindiging, kapvorm en bouwhoogte van bebouwing.
Deze nadere eisen mogen slechts worden gesteld indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is, vanuit:
De uitoefening van beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten, andere dan een "vrij" beroep in of bij een woning en de daarbij behorende bijgebouwen als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, is uitsluitend toegestaan indien:
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het in lid 3.6.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 3.6.1 zijn slechts toelaatbaar, indien die werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn voor de ontsluiting van de woonpercelen op de openbare weg en het maken van de noodzakelijke parkeerruimte en deze werken en werkzaamheden, danwel de daarvan, hetzij direct, of indirect te verwachten gevolgen, niet leiden tot een onevenredige aantasting van:
Alvorens te beslissen omtrent een aanvraag met betrekking tot een omgevingsvergunning verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van het Hoogheemraadschap.
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen(en), mede bestemd voor:
Op deze gronden mogen met inachtneming van de op de plankaart aangegeven aanduidingen, uitsluitend ten dienste van de in artikel 4, lid 1.1 genoemde bestemming worden gebouwd:
De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels:
het bepaalde in artikel 4, lid 2, onder b indien de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterstaatsbelangen of de belangen van de waterkering.
Bij het verlenen van een vergunning als bedoeld in lid 4.3.1 zullen burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren:
Het in lid 4.4.1 vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van:
Werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door die werken of werkzaamheden, danwel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer waarden of functies van de in die artikelen bedoelde gronden welke het plan beoogt te beschermen niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, danwel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden of functies niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.
Alvorens te beslissen omtrent een aanvraag met betrekking tot een omgevingsvergunning verkrijgen burgemeester en wethouders een advies van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Rijkswaterstaat.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Onverminderd het overigens in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mag op en in gronden:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, na advies te hebben ingewonnen bij het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard voor zover het betrekking heeft op bestemming "Water – 2" van het bestemmingsplan "IJsseldijk West", bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 ten behoeve van het bouwen tot aan de bestemmingsgrens van desbetreffende gronden.
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de bestemming.
Het is in ieder geval verboden bouwwerken en gronden te gebruiken, in gebruik te geven of te laten gebruiken:
behoudens voor zover anders is bepaald in de specifieke gebruiksregels zoals opgenomen in de artikelen in hoofdstuk 2.
Het in 7.2 bepaalde is niet van toepassing op:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde onder artikel 7, lid 1, indien strikte toepassing van die bepalingen zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van de regels in dit bestemmingsplan voor:
Bij het afwijken van de regels als bedoeld in lid 8.1 kunnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies inwinnen bij een stedenbouwkundige.
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen ten behoeve van:
Op de voorbereiding van een besluit tot het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid en voor zover in deze regels wordt verwezen naar dit artikel is de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing.
Voor zover toepassing van het overgangsrecht of gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard jegens een of meer natuurlijke personen kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het Wijzigingsplan
Twee woningen, nabij IJsseldijk-West 15 in Ouderkerk aan den IJssel
van de gemeente Ouderkerk .