Konijnenburg Groep

Bestemmingsplan "Dorpskernen"

Status: vastgesteld bestemmingsplan
Datum: 25 juni 2013
imro: NL.IMRO.0643.BP1210DK001-VA01
     

Artikel 26
Waterstaat – Waterkering

AANDUIDINGEN OP PLANVERBEELDING:

Dubbelbestemming:                                       Functieaanduiding:

 

WS-WK Waterstaat – Waterkering                    (-)

26.1      Bestemmingsomschrijving

De voor “Waterstaat – Waterkering” (WS-WK) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de inrichting en het onderhoud van waterstaatkundige werken, in het bijzonder een primaire waterkering.

26.2    Bouwregels

26.2.1   Bouwen volgens onderliggende bestemming

Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in dienst van het in onderdeel 26.1 genoemde doel en onder de volgende voorwaarden:

a.         de bebouwing mag niet strijdig zijn met de belangen van de waterkering;

b.         de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen.

26.2.2   Voorwaarden omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten

 

De omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.         burgemeester en wethouders vragen vooraf schriftelijk advies aan de water-beheerder;

b.         het schriftelijk advies betreft in het bijzonder de vraag of door de voorgenomen bouwwerkzaamheden het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad, en over de eventueel te stellen voorwaarden aan de omgevings-vergunning.

26.3    Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

26.3.1   Verbod

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die voorkomen in de onderstaande opsomming:

a.         het ontginnen, het bodem verlagen, het afgraven, het ophogen en/of het egaliseren van de gronden;

b.         het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;

c.         het verwijderen of verstoren van de natuurlijke vegetatie en het scheuren of frezen van natuurlijke graslandvegetaties;

d.         het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande waterlopen;

e.         het aanbrengen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;

f.         het vellen, rooien of beschadigen van houtgewassen;

g.         het verrichten van exploratieboringen en andere onderzoekingen naar bodemschatten, alsmede het slaan van waterputten of -bronnen ten behoeve van de drinkwaterwinning;

h.         het bebossen of aanbrengen van kruidachtige of houtachtige gewassen op gronden die ten tijde van het in ontwerp ter inzage leggen van het plan niet met een dergelijke vegetatie waren begroeid;

i.          het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen en kaden;

j.         het bestrooien of bespuiten van gronden met chemische bestrijdingsmiddelen;

k.         werken met, of hebben van overdruk (10 bar of meer);

l.          explosieven tot ontploffing te brengen inclusief het verrichten van seismisch onderzoek of de grond op welke wijze dan ook in trilling te brengen;

m.      uitvoeren van heiwerkzaamheden of anderzijds het indrijven van voorwerpen.

 

26.3.2   Uitzonderingen

Het in 26.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op een werk of op werkzaamheden:

a.         normaal onderhoud en beheer, alsmede werken en werkzaamheden tot herstel van voor de waterkeringsfunctie ongewenste veranderingen;

b.         werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan;

c.         werken of werkzaamheden die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;

d.         het onderhoud en herstel dan wel aanpassen van bestaande oeverbeschoeiingen;

e.         strekken tot behoud of tot herstel van de landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden.

 

26.3.3   Toelaatbaarheid

De werken of werkzaamheden als bedoeld in 26.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover het belang dat met de dubbelbestemming wordt gediend, hierdoor niet onevenredig wordt benadeeld.

 

26.3.4   Voorwaarden omgevingsvergunning

Deze omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.         burgemeester en wethouders vragen vooraf schriftelijk advies aan de water-beheerder;

b.         het schriftelijk advies betreft in het bijzonder de vraag of door de voorgenomen werken en werkzaamheden het belang van de dubbelbestemming niet onevenredig wordt geschaad, en over de eventueel te stellen voorwaarden aan de omgevings-vergunning.

 
Copyright ©2013 Konijnenburg Groep - Disclaimer - Algemene voorwaarden