direct naar inhoud van 3.1 Ontstaansgeschiedenis
Plan: De Leyens en Noordhove
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0637.BP00021-0004

3.1 Ontstaansgeschiedenis

Vanaf ongeveer het jaar 1000 trok men vanaf de kust en de rivieren het veengebied in om daar nieuwe nederzettingen te stichten. De eerste bewoners van Zoetermeer vestigden zich langs de oevers van de Noord-Aasche Vliet en het Zoetermeerse Meer (nu de Zoetermeerse Meerpolder). Het gebied was toen drassig met meren, riviertjes, moerassen en kreupelhout. Om het drassige land te kunnen gebruiken als akkerland moest het worden ontwaterd. Men groef sloten om het water af te voeren naar natuurlijke stromen. Om instromend water tegen te houden werden dijken of kaden als waterkering aangelegd.

In de veertiende en vijftiende eeuw werd er op steeds grotere schaal turf gestoken. Later werd er zelfs tot onder de waterspiegel ontveend om te kunnen voldoen aan de vraag naar turf voor de laken- en bierindustrie in de omliggende steden. Dit had tot gevolg dat het gebied van Zoetermeer en Zegwaart rond 1650 één en al water was, waar enkele evenwijdig lopende ribben land, dijken en wegen bovenuit staken.

De grote watervlakten vormden steeds meer een bedreiging voor het resterende droge land, zodat besloten werd tot inpoldering. Het Zoetermeerse meer werd als eerste in een lange reeks drooggemalen. Daarna volgden onder andere de Driemanspolder, de Binnenwegse Polder, de Palensteinse Polder en de Zoetermeerse of Nieuwe Drooggemaakte Polder.

De Leyens
De Leyens verwijst naar leie, een stuk land. In 1544 wordt het land tussen de Zwaardslootseweg, Leidsewallen en Meerpolderdijk 'Die Leyens' genoemd. De woonwijk De Leyens is gebouwd in de Zoetermeerse of Nieuwe Drooggemaakte Polder. Het land werd tussen 1767 en 1771 met behulp van vier molens drooggemalen. Door de droogmaking verdwenen de laatste resten van de eerste ontginningen van Zoetermeer zoals de Eerste en Tweede Weg en werden vaarten langs de Broekweg en Zwaardslootseweg tot onbeduidende slootjes. De vier molens werden in 1877 afgebroken en vervangen door het gemaal De Nieuwe Polder aan de rand van de Zoetermeerse Plas. Deze plas wordt sinds 1977 gevoed door gemaal De Leyens dat overtollig water uit de vijvers en sloten van de wijken Meerzicht, Driemanspolder en Buytenwegh de Leyens wegmaalt.

Van zuid naar noord loopt dwars door De Leyens een van de oudste wegen van Zoetermeer (1295): de Broekweg. De verschillende delen van de weg hebben thans een andere naam: Broekwegschouw, Broekwegzijde en Broekwegkade. De naam broek, moeras, verwijst naar de omstandigheden in dit voormalige natte veengebied, voordat het gebied werd drooggemalen in 1544. Aan de Broekweg woonden de eerste bewoners van Zoetermeer. In een later stadium hebben zij zich verplaatst naar de huidige Dorpsstraat. De weg is erg versnipperd geraakt. Oorspronkelijk begon de weg op de plaats waar de Vlamingstraat overgaat in de Voorweg en liep door tot aan de gemeentegrens in het noorden. De weg doet dienst als doorgaande fietsverbinding tussen het Stadshart en het wijkwinkelcentrum De Leyens.

Noordhove
Noordhove heeft zijn naam ontleent aan de boerderij Noordhove uit 1925 aan de Zegwaartseweg 116. Noordhove ligt geheel in de Palensteinse Polder. De polder wordt ten oosten begrensd door de Zegwaartseweg, ten westen door de Leidsewallenwetering, en ten noorden door de Slootweg en de Benthuizervaart, alle waterstaatkundige werken uit de vroegste, middeleeuwse, ontginningsgeschiedenis van Zoetermeer en omstreken. De Palensteinse Polder is in 1759 drooggemalen met behulp van drie achter elkaar geplaatste watermolens die het water trapsgewijs uitsloegen op de Elleboogsewetering, waar vandaan het afgevoerd werd naar de Oude Rijn. Ze staan er nog steeds, de drie met riet gedekte achtkante molens, maar zij zijn in 1924 tot één laag hoog afgeknot, toen hun waterhuishoudelijke taak werd overgenomen door een dieselgemaal. Op de plaats van dit dieselgemaal staat nu het gemaal Palenstein, dat onder andere zorgt voor droge voeten voor de bewoners van Noordhove en Seghwaert. De polder werd met nieuwe sloten en tochten doorgraven en gebruikt voor akkerbouw en fruitteelt. Van de achttiende-eeuwse sloten en tochten rest niet veel meer in Noordhove, omdat de wijk voor het grootste deel een andere verkavelingsrichting heeft dan het slotenpatroon van de oude Palensteinse Polder. Alleen ten zuiden van het Aldo van Eyckpark zijn nog enkele restanten overgebleven: de singel tussen de Goudreinethof en de Ruimtebaan is een oude poldersloot, net als die tussen de Lommerbaan en de Weidebuurt. De singel tussen de Ruimtebaan en het Sierappelhof is het (omgelegde) restant van de oorspronkelijke dwarstocht. De oudste historische overblijfselen van Noordhove bevinden zich aan de grenzen van de wijk: de Zegwaartseweg, de Leidsewallenwetering en de Slootweg/Benthuizervaart. De Zegwaartseweg vormt samen met de Rokkeveenseweg één lang bebouwingslint waarvandaan de boeren vanaf de twaalfde eeuw de wilde venen aan weerszijden van de dijk hebben ontwaterd en ontgonnen. De weg was de verbinding tussen Benthuizen en het dorp Zegwaart dat met Zoetermeer een tweelingdorp vormde.

3.1.1 Archeologische waarden

In het rapport "De archeologisch waardevolle gebieden in Zoetermeer" (zie ook paragraaf 2.4.10) is het dijklichaam binnen en buiten de Ringsloot van de Zoetermeerse Meerpolder aangewezen als archeologisch waardevol gebied. Dit is een dijklichaam van voor 1616 en bevat mogelijk bewoningsresten uit de tijd van de eerste bewoningen van Zoetermeer (tiende eeuw). Veenlagen onder de dijk bevatten mogelijk resten uit de periode tussen 4000 voor Chr. en 1300 na Chr. De woonwijken De Leyens en Noordhove zijn niet aangewezen als een archeologisch waardevol gebied.

Op de provinciale kaart van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur is het plangebied aangeduid als een gebied met geen dan wel een lage kans op archeologische sporen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0637.BP00021-0004_0005.png" afbeelding "i_NL.IMRO.0637.BP00021-0004_0006.png"

Figuur 3.1: Fragment provinciale kaart van de Cultuurhistorische Hoofdstructuur.

De gebieden met een archeologische verwachtingwaarde hebben op de plankaart de dubbelstemming 'Waarde - Archeologie' gekregen. Zij zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

3.1.2 Rijks- en gemeentelijke monumenten

In het plangebied staan geen rijksmonumenten. De uit 1916 daterende boerderij Ora et Labora aan de Broekwegzijde 193/195 is een gemeentelijk monument en beschermd op grond van de Erfgoedverordening Zoetermeer.

Een deel van de ringsloot Meerpolder hoort bij het plangebied. De Meerpolder gemeentelijk beschermd stadsgezicht.