direct naar inhoud van 3 Algemene regels
Plan: Buitengebied Voorschoten (2010)
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0626.2010Buitengebied-BP10

3 Algemene regels

Artikel 34 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 35 Algemene bouwregels

De regels van de Bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 2 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen:

  • a. de richtlijnen voor het verlenen van ontheffing van de stedenbouwkundige bepalingen;
  • b. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer;
  • c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten;
  • d. het bouwen bij hoogspanningsleidingen en ondergrondse hoofdtransportleidingen;
  • e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden;
  • f. de ruimte tussen bouwwerken.

Artikel 36 Algemene gebruiksregels

Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7.10 eerste lid Wro wordt in ieder geval verstaan:

  • a. een gebruik van de onbebouwde grond als stort- en opslagplaats van aan het gebruik onttrokken goederen en materialen, anders dan als tijdelijke opslag ten behoeve van het normale gebruik en onderhoud;
  • b. een gebruik van grond en bebouwing ten behoeve van een seks- en/of pornobedrijf en/of prostitutiebedrijf.

Artikel 37 Algemene aanduidingsregels

37.1 Veiligheidszone - lpg
37.1.1 Algemeen

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - lpg' geldt de volgende aanvullende bepaling: voor zover gebouwen en andere bouwwerken, die zijn toegestaan op grond van de bestemmingsbepalingen, zijn gelegen binnen het gebied ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - lpg', moet onderzoek worden gedaan naar externe veiligheid.

37.2 Vrijwaringszone - molenbiotoop
37.2.1 Algemeen

De voor 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor:

  • a. de bescherming resp. het behoud van de functie van de ter plaatse voorkomende molen als werktuig;
  • b. de bescherming resp. het behoud van de waarde van de ter plaatse voorkomende molen als landschapsbepalend element;
  • c. de bescherming resp. het behoud van de vrije windvang van en het zicht op de molen.
37.2.2 Bouwregels

a. voor zover de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend met ontheffing van burgemeester en wethouders ingevolge artikel 38(Algemene ontheffingsregels) toelaatbare bouwwerken slechts worden opgericht indien en voor zover de belangen van de molen dit toestaan;

b. op de gronden binnen de Molenbiotoop gelden, in aanvulling op het bepaalde in de overige artikelen van de Hoofdstukken 2 en 3 van dit plan, ten aanzien van het bouwen de volgende bepalingen:

    • 1. de hoogte van bouwwerken, waarvan de afstand tot de voet van de molen meer dan 100 meter en maximaal 400 meter bedraagt, mag ten hoogste bedragen 1/100 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de molen, gerekend vanaf het laagste punt van de verticaal staande onderste wiek;
    • 2. op gronden binnen een afstand van 100 meter tot aan de voet van de molen mogen géén bouwwerken worden opgericht.

37.2.3 Aanlegvergunning

Aanlegverbod zonder aanlegvergunning

Het is verboden op de in artikel Vrijwaringszone - molenbiotoop bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen;
  • b. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden;
  • c. het aanleggen en dempen van watergangen, sloten, weidegreppels en andere waterpartijen;
  • d. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg hebben of kunnen hebben, met uitzondering van het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en het periodiek afzetten van hakhout;
  • f. diepploegen, d.w.z. het extra diep omploegen van de gronden waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd (0,4 meter of meer diep);
  • g. werken of werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben, zoals uitdiepen of draineren;
  • h. het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder tevens begrepen het telen en kweken van bomen heesters (inclusief fruitbomen en boomgaarden), alsmede het beplanten met c.q. de teelt van maïs;
  • i. het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering;
  • j. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking.

Uitzondering op het aanlegverbod

Het in lid 'aanlegverbod zonder aanlegvergunning' vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt;
  • c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende (aanleg)vergunning;
  • d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²;
  • e. betrekking hebben op het normale beheer en/of onderzoek op of in gronden met de bestemming "Primair Archeologisch waardevol gebied";
  • f. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Voorwaarden voor een aanlegvergunning

De aanlegvergunning wordt slechts verleend indien en voor zover:

  • a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming;
  • b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein;
  • c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit;
  • d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de cultuurhistorische- en/of archeologische waarden van het terrein.

Verlening

Alvorens omtrent een aanvraag om aanlegvergunning te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein c.q. de betreffende bestemming meest aangewezen instantie, zoals de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, het Hoogheemraadschap, etc.

37.3 Vrijwaringszone - straalpad
37.3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Vrijwaringszone - straalpad' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg, de instandhouding en bescherming van straalpaden.

Artikel 38 Algemene ontheffingsregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:

  • a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages;
  • b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven;
  • c. de bestemmingsbepalingen voor het bouwen met een geringe mate van afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen indien dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt;
  • d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m;
  • e. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan .. meter;
  • f. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits:
    • 1. de oppervlakte van de vergroting niet meer dan 5m2 bedraagt;
    • 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt.

37.3.1 Bestemmingsomschrijving

Burgemeester en wethouders zijn, indien en voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de elders in dit plan beschreven ruimtelijke-, cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden, bevoegd ontheffing te verlenen van de bestemmingsbepalingen van dit plan ten behoeve van de aanleg van recreatieve verbindingsroutes voor fietsers en voetgangers.

Artikel 39 Algemene wijzigingsregels

39.1 Wijzigingsbevoegdheid bouw- en bestemmingsvlakken

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de situering en/of begrenzing van op de plankaart aangegeven bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd indien en voor zover:

  • a. de oppervlakte van elk bouwvlak en/of bestemmingsvlak met niet meer dan 5% wordt vergroot dan wel verkleind;
  • b. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer en/of industrielawaai aan de gevel van geluidgevoelige objecten resp. op de grens van geluidgevoelige terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde dan wel een daartoe verkregen hogere grenswaarde;
  • c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. de cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld;
    • 3. de woonsituatie;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de verkeersveiligheid;
    • 6. de sociale veiligheid;
    • 7. de aansluiting aan structurele groen- en/of waterelementen;
    • 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
39.2 Wijzigingsbevoegdheid herbestemming bij bedrijfsbeëindiging
39.2.1 Wijzigingsregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in het kader van de bedrijfsvoering van bestaande, al dan niet agrarische, bedrijven in het plangebied de bestemming van de gronden waarop de betreffende bedrijven zijn gevestigd te wijzigen met dien verstande dat:

39.2.2 Wijzigingsvoorwaarden

Burgemeester en wethouders passen de in lid 39.2.1 omschreven wijzigingsbevoegdheid toe met inachtneming van de volgende randvoorwaarden:

  • a. het functioneren van overige, bestaande bedrijven binnen het plangebied mag niet nadelig worden beïnvloed;
  • b. nieuwe bestemmingen c.q. functies dienen te voldoen aan de geldende regelgeving resp. normen ten aanzien van milieu, externe veiligheid en verkeer;
  • c. de bestemmingswijziging mag niet leiden tot een toename van het op het moment, waarop dit bestemmingsplan in werking treedt, bestaande bebouwde oppervlak of tot een verruiming van bestaande erfpercelen;
  • d. wijziging van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied' resp. 'Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied' naar 'Wonen' is slechts mogelijk door middel van toepassing van de regeling "wro-zone - ruimte-voor-ruimte" als beschreven in artikel 3.6.2 van deze planregels;
  • e. bij wijziging van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied' naar 'Bedrijf - Hippisch bedrijf' worden bedrijfswoningen, die reeds bestaan op het moment waarop dit plan in werking treedt, aangemerkt als bedrijfswoningen ten behoeve van de uitoefening van het betreffende hippisch bedrijf;
  • f. bestaande karakteristieke landschapselementen en/of bebouwingsstructuren, zoals boerderijen / bedrijfswoningen met opkamers of van het hallentype, stolpen, gebiedstypische veestallen en karakteristieke erfbeplanting dienen te worden gehandhaafd;
  • g. vervangende nieuwbouw van gebouwen is slechts toegestaan indien en voor zover landschappelijke - en/of cultuurhistorische waarden daardoor niet onevenredig worden aangetast;
  • h. wijziging van de bestemming als hier bedoeld mag niet leiden tot een toename van de verkeersdruk binnen de delen van het plangebied met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied', 'Agrarisch met waarden - Weidevogelgebied' , 'Natuur - Weidevogelgebied' of 'Natuur - Bijzondere botanische waarden';
  • i. bij wijziging van de bestemming van 'Agrarisch met waarden - Open gebied' of 'Bedrijf' naar 'Bedrijf - Hippisch bedrijf' mag een bouwvlak van ten hoogste 0,5 hectare in de bestemming worden opgenomen, bestemd voor alle bebouwing inclusief opstallen, buitenbakken, paddocks en opslagfaciliteiten;
  • j. wijziging van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Open gebied' of 'Bedrijf' naar 'Bedrijf - Hippisch bedrijf' vindt slechts plaats wanneer daaraan (mede) een beplantingsplan voor de landschappelijke inpassing van het desbetreffende hippisch bedrijf ten grondslag wordt gelegd.