direct naar inhoud van 4.13 Samenvatting en conclusies
Plan: Maasoeverzone
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0208bpMaas2009-0130

4.13 Samenvatting en conclusies

Milieusituatie en effecten

In dit hoofdstuk (tevens planMER) is de milieusituatie binnen het plangebied Maasoeverzone beschreven. Het bestemmingsplan is voor een groot deel consoliderend van aard. Wel zullen de komende jaren delen van het plangebied worden herontwikkeld. Waar relevant wordt ingegaan op de milieugevolgen van de ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

Milieuzonering

In het bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van een milieuzonering om milieuhinder al in het ruimtelijke spoor zo veel mogelijk te beperken. Bij de milieuzonering is rekening gehouden met woningen in de omgeving van het plangebied. Afhankelijk van de afstand van de bedrijfspercelen tot omliggende woningen zijn bedrijfsactiviteiten toelaatbaar uit minimaal categorie 3.2 (lichte bedrijvigheid) en maximaal categorie 5.2 (relatief zware bedrijvigheid). Bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken zijn in het bestemmingsplan uitgesloten. Bestaande bedrijven die niet binnen de algemene toelaatbaarheid vallen worden mogelijk gemaakt met een specifieke maatbestemming.

Windmolens

In het westelijk deel van het plangebied, op het terrein van de RWZI, maakt dit bestemmingsplan twee windmolens mogelijk. Windmolens kunnen leiden tot hinder ter plaatse van omliggende functies. Daarbij zijn met name geluid, externe veiligheid en schaduwhinder van belang. Wat geluid en externe veiligheid betreft is er geen sprake van knelpunten. Via de melding in het kader van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) wordt eventuele schaduwhinder gereguleerd.

Industrielawaai

Een deel van het plangebied is onderdeel van het gezoneerde industrieterrein Klein Vettenoord. De begrenzing van het gezoneerde industrieterrein is opgenomen op de plankaart. Voor Klein Vettenoord en Vulcaanhaven samen is een geluidszone vastgesteld die ruim om het gezoneerde terrein ligt. Daarnaast ligt het gehele plangebied binnen de geluidszone van het industrieterrein Botlek-Pernis. Het bestemmingsplan maakt geen geluidsgevoelige objecten mogelijk.

Wegverkeerslawaai

Binnen het plangebied vinden de komende jaren diverse wijzigingen in de ontsluitingsstructuur plaats. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de reconstructie van de Maassluissedijk voor onderzochte woningen een afname in de geluidsbelasting aan de gevels tot gevolg heeft. Dit betekent dat voor deze woningen geen sprake is van reconstructie in de zin van de Wgh.

Luchtkwaliteit

Het bestemmingsplan maakt geen grootschalige uitbreidingen of functiewijzigingen mogelijk. Het plan zal dan ook geen relevante gevolgen hebben voor de luchtkwaliteit. Omdat in het bestemmingsplan nieuwe bedrijven die potentieel zeer veel goederenverkeer aantrekken worden uitgesloten, kan het plan mogelijk zelfs een positief effect hebben op de concentraties langs de ontsluitingswegen. Uit het onderzoek blijkt dat de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs de ontsluitende wegen ruimschoots onder de grenswaarden liggen. De Wlk staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Externe veiligheid

In en rondom het plangebied bevinden zich verschillende risicovolle inrichtingen. Daarnaast vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het water en door buisleidingen. In de paragraaf externe veiligheid is ingegaan op de risicosituatie rond deze risicobronnen. In het bestemmingsplan zijn waar nodig maatregelen getroffen om risico's te beperken. In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de regelgeving en het beleid over externe veiligheid. Het GR wordt aanvaardbaar geacht.

Bodem en water

Voor alle locaties binnen het plangebied waar een functiewijziging of herinrichting plaatsvindt, is bodemonderzoek uitgevoerd. Waar nodig vindt sanering plaats of worden technische maatregelen getroffen om negatieve effecten te voorkomen.

Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande waterhuishoudkundige situatie. De waterhuishoudkundig relevante ontwikkelingen voldoen aan de doelstellingen van duurzaam waterbeheer. Er wordt een dubbelbestemming Waterstaat opgenomen voor de gronden binnen de (binnenste) beschermingszone van de primaire waterkering.

Ecologie

In dit bestemmingsplan is een beschrijving opgenomen van de natuurwaarden binnen het plangebied en in de omgeving daarvan. Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden, zoals Natura 2000 en PEHS, kunnen worden uitgesloten.

Het plangebied zelf heeft alleen een functie als marginaal foerageergebied voor vleermuizen. In het plangebied zijn geen vaste rust-, verblijfs- en voortplantingsplaatsen van vleermuizen aangetroffen. In het plangebied zijn geen broedvogels met vaste nesten waargenomen. Het voorkomen van de rugstreeppad is niet aangetoond op de onderzochte locaties. Indien in de toekomst werkzaamheden in en/of aan de watergangen worden voorzien, is nader onderzoek naar de kleine modderkruiper (tabel 2-soort) noodzakelijk, eventuele werkzaamheden kunnen echter zonder ontheffing worden uitgevoerd als men beschikt over een goedgekeurde gedragscode.

Gezien voorgaande staan de Natuurbeschermingswet 1998 en de Ffw de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.

Archeologie en cultuurhistorie

In het bestemmingsplan is een uitgebreide beschrijving opgenomen van de archeologische en cultuurhistorische waarden in en rond het plangebied. Het gebieden met hoge dan wel middelhoge archeologische verwachting krijgen een toepasselijke dubbelbestemming. Een viertal beeldbepalende panden heeft de aanduiding 'karakteristiek'. Op deze panden is een specifieke bouwregeling van toepassing. Op deze manier zijn de archeologische en cultuurhistorische belangen gewaarborgd.

Conclusie

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de uitvoering van het bestemmingsplan Maasoeverzone mogelijk is binnen de geldende (milieu)wet- en regelgeving.