direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf
Plan: Maasoeverzone
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0622.0208bpMaas2009-0130

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 3.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 4.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 4.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 5.1': bedrijven uit ten hoogste categorie 5.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf ten hoogste categorie 5.2': bedrijven uit ten hoogste categorie 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein';
  • f. ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1', 'specifieke vorm van bedrijf - 3', 'specifieke vorm van bedrijf - 4', 'specifieke vorm van bedrijf - 5' en 'specifieke vorm van bedrijf - 8': tevens een bedrijfsactiviteit met SBI-code zoals hierna in de tabel genoemd, uit ten hoogste voor deze bedrijfsactiviteit in de tabel aangegeven categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein':

aanduiding   SBI-code 2003   SBI-code 2008   uit ten hoogste milieucategorie  
specifieke vorm van bedrijf - 1   9001   3700   5.1  
specifieke vorm van bedrijf – 3   371   383201   5.1  
specifieke vorm van bedrijf - 4   2415   2015   5.1  
specifieke vorm van bedrijf - 5   6311.2   52241   5.2  
specifieke vorm van bedrijf - 8   372   383202   5.2  

  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 2': tevens een dierentehuis;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 7': tevens een kraam/stalletje voor ambulante detailhandel;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel': tevens detailhandel in de vorm van een kringloopwinkel;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel volumineus': tevens detailhandel in volumineuze goederen;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens winkelondersteunende horeca met een bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 210 m²;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend een nutsvoorziening;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'spoorweg': tevens een spoorweg;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg': tevens een verkooppunt voor motorbrandstoffen, met uitzondering van lpg, met daarbij behorende andere detailhandel en een autowasstraat;
  • o. ter plaatse van de aanduiding 'windturbine': tevens een windturbine met een vermogen van ten hoogste 4 MW;
  • p. bijbehorende voorzieningen, zoals toegangswegen, groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.

3.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

3.2.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen, geen kantoorgebouwen zijnde, en overkappingen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • c. de bouwhoogte van kantoorgebouwen bedraagt ten hoogste 15 m;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder c bedraagt de bouwhoogte van kantoorgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte kantoorgebouwen (m)' ten hoogste de aangegeven bouwhoogte;
  • e. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak van het bouwperceel; indien geen maximum bebouwingspercentage is aangegeven, bedraagt de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen binnen het bouwvlak ten hoogste 80% van het bouwvlak van het bouwperceel;
  • f. indien gebouwen op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 m;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder b en c mag de bestaande bouwhoogte van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' niet worden gewijzigd;
  • h. in aanvulling op het bovenstaande geldt ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dat de afdekking van gebouwen en kapvorm/nokrichting niet mag worden gewijzigd.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
  • a. de bouwhoogte van kranen en tanks bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte kranen en tanks (m)' aangegeven bouwhoogte;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste:

1.   erfafscheidingen en vrijstaande reclamezuilen   2,5 m;  
2.   lichtmasten   15 m;  
3.   vrijstaande antenne-installaties ten behoeve van telecommunicatie, niet zijnde schotelantennes en zonder techniekkast   15 m;  
4.   antenne-installaties die op bouwwerken worden geplaatst, niet zijnde schotelantennes   5 m;  
5.   (beeldende) kunstwerken   15 m;  
6.   van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   6 m;  

  • c. in afwijking van het bepaalde onder b bedraagt de hoogte van windturbines ter plaatse van de aanduiding 'windturbines' ten hoogste 80 m.

3.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan op de gronden gelegen tussen 40 en 65 m vanaf de oever van de Nieuwe Maas/Nieuwe Waterweg bij omgevingsvergunning afwijken van de aangegeven bouwgrens, indien:

  • a. er sprake is van groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang; én
  • b. de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond en de vaarwegbeheerder en/of havenbeheerder advies heeft uitgebracht.

3.4 Specifieke gebruiksregels

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. Bevi-inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'risicovolle inrichting' en slechts voor zover de PR 10-6-contour of – indien van toepassing – de afstand zoals bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Bevi in samenhang met artikel 2, eerste lid, van de Regeling externe veiligheid inrichtingen is gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone - bevi';
  • b. kwetsbare objecten zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' en ter plaatse van de aanduiding 'windturbine';
  • c. beperkt kwetsbare objecten zijn, met uitzondering van bestaande beperkt kwetsbare objecten, niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi' en ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine';
  • d. Wgh-inrichtingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gezoneerd industrieterrein';
  • e. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • f. bedrijven die in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn aangeduid met verkeersindex 3G zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 6';
  • g. op onbebouwde gronden is opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 10 m niet toegestaan; in afwijking hiervan bedraagt de opslaghoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum opslaghoogte (m)' ten hoogste de aangegeven opslaghoogte;
  • h. per bedrijf is kantoorvloeroppervlakte die meer bedraagt dan 50% van de bedrijfsvloeroppervlakte niet toegestaan; kantoorvloeroppervlakte van meer dan 1.500 m² per bedrijf is in geen geval toegestaan; in afwijking hiervan bedraagt de kantoorvloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'maximum vloeroppervlakte (m2)' ten hoogste de aangegeven oppervlakte;
  • i. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.

3.5 Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Omgevingsvergunning afwijken Staat van Bedrijfsactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van lid 3.1:

  • a. om bedrijven toe te laten uit ten hoogste twee categorieën hoger dan in lid 3.1 genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd;
  • b. om bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'bedrijventerrein' zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën, zoals in lid 3.1 genoemd.

3.5.2 Omgevingsvergunning beperkt kwetsbare objecten

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.3 onder c, indien sprake is van gewichtige redenen en het plaatsgebonden risico ter plaatse niet meer bedraagt dan 10-5.

3.5.3 Omgevingsvergunning bedrijven met verkeersindex 3G

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 3.3 onder f, indien reconstructie van de Marathonweg heeft plaatsgevonden door middel van:

  • a. ondertunneling van het spoor;
  • b. verbreding naar 2 x 2 rijstroken;
  • c. opheffing van de gelijkvloerse kruisingen.

Het bevoegd gezag kan tevens bij omgevingsvergunning afwijken van lid 3.3 onder f, indien het betrokken bedrijf vanwege de specifieke werkwijze qua verkeersaantrekkende werking gelijkgesteld kan worden met bedrijven met een andere verkeersindex dan 3G.

3.6 Wijzigingsbevoegdheid
3.6.1 Wijzigingsbevoegdheid bestaande Bevi-inrichtingen

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen, indien de wijziging betrekking heeft op:

  • a. het verwijderen van de aanduiding 'risicovolle inrichting' en de bij de betreffende Bevi-inrichting behorende aanduiding 'veiligheidszone - bevi', indien de betreffende Bevi-inrichting ter plaatse is opgeheven;
  • b. het verkleinen van de aanduiding 'veiligheidzone - bevi', indien:
    • 1. een verkleinde PR 10-6-contour is opgenomen in een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het milieu voor de betreffende Bevi-inrichting; of
    • 2. door veranderingen in wet- en regelgeving de betreffende PR 10-6-contour kleiner is geworden;
  • c. het vergroten van de aanduiding 'veiligheidszone - bevi', indien door de verandering in wet- en regelgeving de betreffende PR 10-6-contour groter is geworden.

3.6.2 Wijzigingsbevoegdheid verwijderen aanduidingen

Burgemeester en wethouders kunnen de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - 1' tot en met 'specifieke vorm van bedrijf - 6' verwijderen, indien de betreffende inrichting ter plaatse is opgeheven.