| Plan: | Zweedsestraat 2 - 12, Mookhoek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0617.BPZS-VG01 |
Het initiatief ligt voor om de bestaande woningen aan de Zweedsestraat 10-12 samen te voegen tot één vrijstaande woning. De beoogde ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan 'Mookhoek', omdat uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen mogen worden gebouwd ter plaatse van de percelen Zweedsestraat 2 t/m 12 (even). De gemeente Strijen staat echter positief tegenover het bouwplan. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
Het plangebied betreft de percelen Zweedsestraat 2 t/m 12 in Mookhoek. Het plangebied ligt aan de noordwestzijde van de Strijensedijk/Mookhoek in de polder Nieuw-Bonaventura. Het plangebied wordt begrensd door:
In figuur 1.1 is de ligging en precieze begrenzing van het plangebied weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging plangebied (bron: Bingmaps)
Met dit plan wordt het geldende bestemmingsplan 'Mookhoek' vervangen. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 25 juni 2013 door de gemeenteraad van Strijen. De gronden Zweedsestraat 2 t/m 12 (even) hebben de bestemming 'Wonen' met de aanduidingen 'twee-aaneen', 'maximale goothoogte (m)' en 'maximum aantal wooneenheden', zie figuur 1.2. In artikel 6 van het bestemmingsplan Mookhoek is bepaald dat de gronden zijn bestemd voor het wonen, daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Het aantal woningen binnen het bouwvlak bedraagt 6. Er zijn uitsluitend twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen toegestaan.
Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan Mookhoek
In hoofdstuk 2 is het actuele relevante beleidskader voor het plangebied samengevat. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige en toekomstige situatie en hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling. In hoofdstuk 5 is het plan getoetst aan relevante (milieu)aspecten. Ten slotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
De ontwikkeling die wordt mogelijk gemaakt door middel van dit bestemmingsplan is kleinschalig van karakter en niet in strijd met het rijksbeleid.
Provinciale ruimtelijke structuurvisie (2010) (inclusief jaarlijkse herziening)
De Provinciale Structuurvisie bevat hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen en hoofdzaken van het door de provincie te voeren ruimtelijk beleid. De provinciale structuurvisie is een dynamisch document. In principe wordt de structuurvisie jaarlijks herzien.
De 'Visie op Zuid-Holland' bevat een aantal integrale hoofdopgaven, zijnde een concurrerend en aantrekkelijk internationaal profiel, een duurzame en klimaatbestendige deltaprovincie, divers en samenhangend stedelijk netwerk, stad en land verbonden én een vitaal, divers en aantrekkelijk landschap. De gemeente Strijen maakt deel uit van de regio Hoeksche Waard.
Hoeksche Waard
De Hoeksche Waard is een nationaal landschap op de overgang van de Randstad naar de zuidwestelijke delta. De ligging van de Hoeksche Waard in de delta en nabij de Randstad heeft in het gebied zelf tot verschillen in karakter en dynamiek geleid. In het zuiden en westen staan rust, ruimte en ervaring van de delta centraal, terwijl het noorden en oosten meer onder invloed van het stedelijk gebied staan. Het eiland heeft een aantal opgaven die de kernkwaliteiten kunnen beïnvloeden. Wat betreft de woningbouwontwikkelingen en bedrijventerreinprogrammering zijn afspraken over de regionale verdeling gemaakt.
Voor de Zuid-Hollandse delta (waaronder de Hoeksche Waard) zijn de woningbouwaantallen gebaseerd op eigen behoefte en gebaseerd op migratiesaldo nul. Voor de Zuid-Hollandse delta is met het Rijk voor de Hoeksche Waard in de periode 2005-2020 een programma van netto 3.250 woningen afgesproken.
Provinciale Verordening Ruimte (2010) (inclusief jaarlijkse herziening)
In deze verordening zijn specifieke eisen gesteld waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.
Artikel 2 Contouren
Om het stedelijk netwerk te versterken, kiest de provincie het uitgangspunt om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee wordt de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. Om dit te bereiken zijn het stedelijk netwerk en alle daarbuiten gelegen kernen in Zuid-Holland voorzien van bebouwingscontouren. Deze geven de grens van de bebouwingsmogelijkheden voor wonen en werken weer. De bebouwingscontouren zijn strak getrokken om het bestaand stedelijk gebied en kernen, rekening houdend met de plannen waar de provincie al mee heeft ingestemd. Verstedelijking buiten deze bebouwingscontouren is in principe niet toegestaan. Het plangebied ligt binnen deze contour.
Artikel 2 lid 7 Beeldkwaliteitsparagraaf in bestemmingsplan
Bestemmingsplannen voor gronden gelegen buiten de bebouwingscontouren of binnen maar aansluitend aan de bebouwingscontouren, die een ontwikkeling mogelijk maken waarbij er ruimtelijke effecten te verwachten zijn die uitstralen naar het buitengebied, bevatten in de toelichting een beeldkwaliteitsparagraaf.
In dit bestemmingsplan wordt het uitsluitend mogelijk gemaakt om binnen de bestaande contour een vrijstaande woning mogelijk te maken ter plaatse van een twee-aaneengebouwde woning. Er zijn geen ruimtelijke effecten te verwachten die uitstralen naar het buitengebied, aangezien de verbouwing volledig inpandig plaatsvindt. De ontwikkeling sluit verder aan op de bestaande structuur van Mookhoek. Een beeldkwaliteitsparagraaf is daarom achterwege gelaten.
Artikel 6 Regionale afstemming en toepassing SER-ladder woningbouw
In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt met het oog op het voorzien in een aantoonbare, regionaal of intergemeentelijk afgestemde behoefte aan woningbouwlocaties beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de navolgende voorkeursvolgorde:
De ontwikkeling is voorzien binnen bestaand stedelijk en dorpsgebied. De ontwikkeling is dermate kleinschalig van aard dat regionale afstemming niet noodzakelijk is. Gelet op het feit dat de bestaande woning Zweedsestraat 12 leegstaat en bij de woning 10 wordt betrokken, wordt juist 1 woning minder gerealiseerd. Hiermee is dit bestemmingsplan niet in strijd met artikel 6 uit de provinciale ruimtelijke verordening.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan past binnen het provinciaal beleid.
Met de Structuurvisie Hoeksche Waard laat de regio (bestaande uit vijf gemeenten) zien wat haar visie is op de toekomst. In de Structuurvisie wordt een visie gegeven op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de regio tot 2030. Doel is de gelijktijdige versterking van de ruimtelijke kwaliteit, de leefbaarheid en de economische vitaliteit van het Nationaal Landschap Hoeksche Waard. Het ruimtelijk plan van de Structuurvisie is op 12 mei 2009 goedgekeurd door de Commissie Hoeksche Waard en in juni en juli 2009 door de vijf deelnemende gemeenteraden vastgesteld. Daarmee is het stuk definitief.
In de visie wordt, op het gebied van wonen, welzijn en leefbaarheid, gestreefd naar behoud van het dorpse karakter van de verschillende kernen en buurtschappen. Dit karakter is in hoge mate bepalend voor de kwaliteiten van de woonomgeving in de Hoeksche Waard. Voor de kleine buurtschappen ligt de nadruk op herstructurering van de bestaande woningvoorraad. Dit is nodig om te voldoen aan de veranderende woningvraag en voor het behoud van het bestaande voorzieningenniveau. De kleine kernen en buurtschappen vallen onder de kerntypologie 'landelijk wonen'. Hierin wordt geaccepteerd dat er weinig voorzieningen zijn. Vormen van landelijk wonen worden ingezet als een kwaliteitsimpuls voor het landschap. Volgens de provinciale criteria hoeven vormen van landelijk wonen niet binnen de rode contouren te vallen.
Conclusie
Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om naast twee-aaneengebouwde woningen ook 1 vrijstaande woning te bouwen. Met de beoogde ontwikkeling wordt de leegstand van de woning 12 opgeheven. Hierdoor wordt de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische vitaliteit van het buurtschap versterkt maar blijft het dorpse karakter behouden. De ontwikkeling is dus in lijn met de Structuurvisie Hoeksche Waard.
Voor het volkshuisvestingsbeleid heeft de gemeente in 2004 de 'Volkshuisvestingsnota 2003-2015' opgesteld. Hierin zijn onder andere uitgangspunten en doelstellingen verwoord voor het volkshuisvestingsbeleid voor de periode 2003-2015 van de gemeente Strijen. Hieruit blijkt dat ouderen en jongeren/starters bijzondere aandacht verdienen.
Uit de aanbevelingen van dit rapport blijkt dat de woningvoorraad in de kernen Cillaarshoek, Mookhoek en Strijensas in beginsel niet zal worden uitgebreid met woningen, behoudens herstructurering of vervangende nieuwbouw. De ruimtelijke contour is hierbij bepalend voor de omvang van de woningvoorraad.
Conclusie
De beoogde ontwikkeling voorziet in samenvoeging van twee woningen naar één vrijstaande woning. Hierdoor zijn minder woningen dan in de huidige situatie aanwezig maar wordt leegstand verder voorkomen. Ondanks de afname van de woningvoorraad, blijft de kern Mookhoek hierdoor vitaal.
De structuurvisie van de gemeente Strijen is op 25 september 2012 vastgesteld. In de structuurvisie worden de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor het gehele grondgebied van de gemeente Strijen gedefinieerd. Ook biedt de structuurvisie een overzichtelijk algemeen toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen op het grondgebied van Strijen. Daarnaast beoogt de structuurvisie een onderbouwing te bieden voor het verhaal van bovenplanse kosten/kosten van bovenwijkse voorzieningen.
Het bestemmingsplan is in lijn met de structuurvisie maar is niet specifiek benoemd, gelet op het kleinschalige karakter. Ten aanzien van het thema 'wonen en woonomgeving' wordt met dit bestemmingsplan een woningvoorraad beoogd die nu en in de toekomst geschikt is voor alle doelgroepen. Door de ontwikkeling aan de Zweedsestraat wordt voorkomen dat er sprake is van een afname van de woon- en leefkwaliteit vanwege leegstand.
Het plangebied bestaat uit drie blokken van twee-onder-een-kapwoningen met één bouwlaag en een kap. De woning 12 staat al geruime tijd leeg. Op het achtererf van de woningen zijn bergingen aanwezig.
Figuur 3.1 Luchtfoto achterzijde woningen (bron: Bingmaps)
Het initiatief ligt voor om de woning Zweedsestraat 12 te betrekken bij de woning Zweedsestraat 10. Hiervoor is een inpandige verbouwing nodig. Het gevelaanzicht van de nieuwe woning wijzigt niet.
De overige woningen blijven gehandhaafd.
Het plangebied bestaat uitsluitend uit woonpercelen. Met dit bestemmingsplan wordt beoogd deze functie te behouden en te versterken door middel van de mogelijkheid om naast twee-aaneengebouwde woningen ook één vrijstaande woning te bouwen. Voor de woonpercelen is het van belang dat er in het nieuwe bestemmingsplan voldoende mogelijkheden voor erfbebouwing geboden worden. In de praktijk blijkt een behoefte te bestaan aan het steeds verder uitbreiden van de woning en bijbehorende erfbebouwing. Een en ander heeft gevolgen voor de kwaliteit van de woonomgeving. Het doel van het bestemmingsplan in het algemeen is onder meer dergelijke kwaliteiten van de woonomgeving veilig te stellen.
Als algemeen uitgangspunt geldt dat de woonfunctie moet worden behouden en niet mag worden vervangen door andere functies. Er kunnen zich wel incidentele situaties voordoen waar sprake is van een kantoor/praktijkvestiging. Bij medegebruik van een woning ten behoeve van een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geldt als voorwaarde, dat het gebruik voor bewoning als primaire functie wordt gehandhaafd en dat grenzen gesteld worden wat betreft aard en omvang van het afwijkende gebruik. Maximaal 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aanbouwen en bijgebouwen, mag voor een niet-woonfunctie benut worden.
Ontsluiting autoverkeer
De kern Mookhoek wordt in noordoostelijke richting ontsloten via de Mookhoek en de Strijensedijk. De Strijensedijk geeft indirect aansluiting op de N217. De N217 is een belangrijke oostwest-verbinding in de Hoeksche Waard, die van Nieuw-Beijerland via Oud-Beijerland en de A29 naar Dordrecht voert. De N217 geeft ter hoogte van Dordrecht aansluiting op rijksweg A16 (Rotterdam-Breda). In westelijke richting wordt de kern Mookhoek ontsloten via de Mookhoek en de Strijensedijk/Schelpweg naar de kern Strijen en de Randweg van Strijen. Het doorgaand verkeer kan via de Randweg richting Maasdam en Numansdorp.
Het gemeentebestuur van Strijen heeft een verkeersbesluit genomen om de Zweedsestraat als erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/h in te richten. Hierdoor wordt het verblijfskarakter van deze weg benadrukt en wordt de verkeersveiligheid verbeterd. Het plangebied wordt primair via Zweedsestraat en de Kreekstraat op de Mookhoek aangesloten. De Mookhoek vormt een gebiedsontsluitingsweg binnen de kern en heeft een maximumsnelheid van 50 km/h. Deze functie en snelheid blijven in verband met de bereikbaarheid van de kern behouden. Een tweede ontsluiting van het plangebied voert via de Zweedsestraat naar de Mookhoek. Deze ontsluiting is echter alleen toegankelijk voor langzaam verkeer en functioneert verder als calamiteitenontsluiting.
De ontsluiting van het plangebied voor autoverkeer is goed.
Ontsluiting langzaam verkeer
Het langzaam verkeer kan op de Mookhoek gebruikmaken van suggestiestroken. Conform de richtlijnen van Duurzaam Veilig zijn fietsvoorzieningen op 50 km/h-wegen noodzakelijk, bij voorkeur in de vorm van vrijliggende fietspaden. Gezien de relatief lage verkeersintensiteiten op de Mookhoek (circa 3.000 tot 3.500 mvt/etmaal), is de afwikkeling van fietsverkeer via suggestiestroken acceptabel. Voor voetgangers is er aan de noordzijde van de Mookhoek, tussen de Kreekstraat en de Schenkeldijk, een vrijliggend voetpad aanwezig.
Op de overige wegen in Mookhoek wordt langzaam verkeer gemengd met gemotoriseerd verkeer afgewikkeld, in lijn met de richtlijnen van Duurzaam Veilig voor erftoegangswegen. Zoals gesteld, is er voor fietsverkeer vanuit de Zweedsestraat een solitaire toegang tot de Mookhoek.
De ontsluiting voor langzaam verkeer is derhalve goed.
Openbaar vervoer
Het plangebied wordt per openbaar vervoer ontsloten door een busverbinding tussen Dordrecht en Strijen. Deze busdienst heeft een frequentie van 1x per uur per richting en wordt gedurende de spitsperioden aangevuld door een sneldienst, welke eveneens een frequentie van 1x per uur kent. Deze dienst rijdt in de ochtendspits richting Dordrecht en in de avondspits richting Strijen. Hierdoor wordt in de spits op de drukste richting een halfuursdienst gerealiseerd. Ter hoogte van de kruising van de Zweedsestraat en de Mookhoek bevindt zich een halte. Hierdoor bedraagt de afstand tot deze halte nergens meer dan 200 m. In Strijen kan overgestapt worden op diverse regionale busdiensten richting Maasdam, Numansdorp, Heinenoord en Rotterdam. In Dordrecht kan worden overgestapt op het landelijke treinnetwerk. De ontsluiting voor openbaar vervoer is redelijk.
Parkeren
Binnen het plangebied wordt niet geparkeerd. Het parkeren vindt plaats in de openbare parkeervoorziening langs de westzijde van de Zweedsestraat. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk in de eigen parkeerbehoefte wordt voorzien. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte wordt gebruikgemaakt van publicatie 182, CROW 2008.
Gelet op het feit dat er geen woning wordt toegevoegd, maar juist verdwijnt, is er geen extra parkeerbehoefte ten gevolge van de ontwikkeling in het plangebied.
Conclusie
De ontsluiting van het plangebied is voor het gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer en het openbaar vervoer redelijk tot goed. De ontwikkeling leidt niet tot een extra parkeerbehoefte. Het aspect verkeer staat de uitvoering van dit plan niet in de weg.
In dit hoofdstuk wordt de bestemmingsregeling bestaande uit de verbeelding en de planregels nader toegelicht. In paragraaf 4.2 en 4.3 is een beschrijving gegeven van de wijze van bestemmen en is een toelichting gegeven op de verschillende regels.
Ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, de bestaande ruimtelijke structuur en daadwerkelijke realisatie van het voorgenomen plan, is gekozen voor een gedetailleerde bestemmingslegging. De woningen met bijbehorende (woon)percelen zijn opgenomen binnen de bestemming Wonen. Voor- en (delen van) zijtuinen dienen vrij te blijven van gebouwen. Op de verbeelding is de maximaal toegestane goothoogte opgenomen.
In dit bestemmingsplan wordt gebruikgemaakt van de landelijke Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn verplichtingen opgenomen ten aanzien van de opbouw en presentatie van het bestemmingsplan.
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Hoofdstuk 2 geeft de planregels behorende bij de in het plangebied voorkomende bestemming. Hoofdstuk 3 bevat de algemene, voor het gehele plangebied geldende bepalingen en hoofdstuk 4 bevat tot slot de overgangsregels en slotregel. In deze paragraaf worden alle planregels kort nader toegelicht.
Begrippen ( Artikel 3 )
In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de planregels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
Wijze van meten (Artikel 2)
Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
Wonen (Artikel 3)
De enige functie in het plangebied is wonen. Hierbij worden verschillende vormen van wonen onderscheiden, namelijk twee-aaneen- gebouwde woningen en vrijstaande woningen. Het onderscheid is middels bouwaanduidingen aangegeven op de verbeelding en is vooral relevant voor de bouwmogelijkheden en het waarborgen van het gewenste ruimtelijk beeld. Daarnaast is het maximumaantal woningen aangegeven. Dit is gedaan om ongestructureerde verdichting door toename van het aantal woningen te voorkomen en het behoud van de aanwezige karakteristiek te waarborgen.
De bestemming Wonen beslaat niet alleen de woning, maar ook de voortuin, het achtererf en achterpaden. Voor de woningen in het plangebied is gekozen voor een flexibele regeling. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen mag worden gebouwd. Het bestemmingsplan is erop gericht om de bestaande opzet en karakteristiek van de kern te behouden. De omvang van hoofdgebouwen is begrensd door middel van bepalingen in de regels. Indien binnen deze bepalingen nog ruimte is voor uitbreiding, mag het hoofdgebouw (over de volle hoogte) worden uitgebreid. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. Aan- en uitbouwen dienen altijd ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw. In hoeverre sprake is van 'ondergeschiktheid' is afhankelijk van de verschijningsvorm. Er dient sprake te zijn van een ondergeschikte bouwmassa.
Aangezien in een aantal gevallen het wellicht nodig blijkt af te moeten wijken van de genoemde percentages en oppervlaktematen, is een aantal afwijkingsbevoegdheden voor het bevoegd gezag opgenomen.
Daarnaast kan het bevoegd gezag nadere eisen stellen aan de bouwhoogte van aan- en bijgebouwen ter verzekering van voldoende lichttoetreding voor naburige percelen.
Binnen de bestemming Wonen wordt tevens de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Onder aan-huis-gebonden beroepen wordt verstaan het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen wordt uitgeoefend. Tevens wordt toegestaan dat binnen de woonbestemming onder een aantal voorwaarden kleinschalige bedrijvigheid kan worden uitgeoefend. Het betreft hier activiteiten die niet vallen onder het Activiteitenbesluit en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen worden uitgeoefend. Het gaat hier om bedrijvigheid (kapper, assurantiekantoor) die verenigbaar is met de woonfunctie en die niet leidt tot aantasting van de woonkwaliteit.
De activiteit dient te worden uitgevoerd door de bewoner van de woning. De oppervlakte die gebruikt mag worden voor een beroep-aan-huis of kleinschalige bedrijvigheid is aan een maximum gebonden (25% van de oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen).
Antidubbeltelregel (Artikel 4)
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Algemene bouwregels (Artikel 5)
Bestaande maten
In de planregels zijn diverse regelingen opgenomen die aangeven wat maximaal of minimaal toelaatbaar is. Deze regelingen kunnen betrekking hebben op hoogten, breedten, diepten, oppervlakten, afstanden of aantallen. Ruimtelijke overwegingen hebben bepaald welke maat als maximum of minimum is aangegeven. Lang niet alle bestaande situaties voldoen echter aan de betrokken maten. Het negeren van deze bestaande maten zou betekenen dat het betrokken gebouw onder het overgangsrecht valt, met alle gevolgen van dien (alleen gedeeltelijk vernieuwen of veranderen, alleen herbouw na calamiteit etc.). Dit is uitdrukkelijk niet de bedoeling. Overgangsrecht is immers alleen aan de orde, wanneer te verwachten is dat het betrokken gebouw gedurende de looptijd van het bestemmingsplan zal worden geamoveerd.
Het onder het overgangsrecht brengen zou ook tot praktische complicaties leiden, aangezien dan onduidelijk is of - bijvoorbeeld - het gehele gebouw onder het overgangsrecht valt of alleen dat gedeelte waarmee de betrokken maten worden overschreden.
Om dit soort verwikkelingen te voorkomen is in artikel 5 lid 1 een regeling opgenomen die voorkomt dat overgangsrecht van toepassing is, indien de gestelde maxima of minima niet met de bestaande situaties in overeenstemming zijn.
Uiteraard geldt de betrokken regeling niet indien een bestaand bouwwerk wordt afgebroken en op een andere plek wordt herbouwd. In dat geval gelden de als maximaal of minimaal gestelde maten onverkort.
Met betrekking tot de bestaande maten is als peildatum gekozen voor het moment waarop het bestemmingsplan in werking is getreden. Dit is het eerste moment waarop nog uitsluitend conform het geldende bestemmingsplan, in casu de daarin vastgelegde maxima en minima, kan worden gebouwd.
Overschrijding bouwgrenzen
De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In artikel 5 lid 2 is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden.
Algemene gebruiksregels (Artikel 6)
In dit artikel worden seksinrichtingen uitgesloten.
Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening (Artikel 7)
Bij globale bestemmingsplannen bestaat de kans dat bij toetsing van bouwaanvragen sprake is van aanvullende werking van de bouwverordening, omdat het bestemmingsplan ter zake van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (zoals rooilijnen) niets regelt. Deze aanvullende werking kan ongewenst zijn, omdat het bestemmingsplan met opzet globaal is gehouden ten aanzien van deze onderwerpen. Artikel 7 voorkomt dat bepalingen uit de bouwverordening alsnog van toepassing kunnen zijn.
Algemene afwijkingsregel (Artikel 8)
Voor ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan is een algemene bevoegdheid tot afwijken opgenomen. De onderhavige regeling voorziet in verband met de gewenste duidelijkheid, in een objectieve begrenzing van het toepassingsbereik van de afwijking.
Werking wettelijke regelingen (Artikel 9)
In dit artikel is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de planregels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan.
Overgangsrecht (Artikel 10)
In artikel 3.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
Slotregel (Artikel 11)
Het laatste artikel van de planregels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.
In het onderhavige bestemmingsplan wordt de bestaande situatie vastgelegd en wordt daarnaast de mogelijkheid geboden om de bestaande twee-aaneengebouwde woningen Zweedsestraat 10 en 12 te wijzigen in een vrijstaande woning. Aangezien er uitsluitend sprake is van een inpandige verbouwing vinden er geen bodemingrepen of grootschalige sloopwerkzaamheden plaats. Daarnaast wijzigt de functie niet. Om die reden is afgezien van onderzoek naar de diverse milieuaspecten.
In het kader van het bestemmingsplan Mookhoek is recent onderzoek verricht naar de diverse (milieu)aspecten. Deze onderzoeken zijn, gezien de datum van de vaststelling van het bestemmingsplan, nog actueel. Voor het raadplegen van deze onderzoeken wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Mookhoek.
Bij nieuwe ontwikkelingen moet onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) tegelijk met het bestemmingsplan, een exploitatieplan worden vastgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. De gemeente heeft hierbij de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen. Daarnaast kan de gemeente aan de hand van de kostensoortenlijst van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) kosten verhalen op de ontwikkelaar.
Het bestemmingsplan voorziet niet in een aangewezen bouwplan ex artikel 6.12 Wro. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet nodig.
Gelet op het kleinschalige karakter van het bestemmingsplan wordt geen inspraak gehouden. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage liggen waarbij een ieder in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze kenbaar te maken.