De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor de wateraanvoer en -afvoer, alsmede voor de waterberging.
9.2 Bouwregels
9.2.1 Op deze gronden mag worden gebouwd ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming en gelden de volgende regels:
a. duikers, waterovergangen, keermuren voor de waterbeheersing, oeverbeschoeiingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd;
b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor oeververbindingen, of voor een doelmatig kwaliteit- en kwantiteitsbeheer van het oppervlaktewater;
c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
9.2.2 Het bevoegd gezag wint alvorens een omgevingsvergunning te verlenen advies in bij de waterbeheerder c.q. de waterkeringbeheerder.