Artikel 8 Openbaar gebied
8.1 Gebruiksvormen
De voor 'Openbaar gebied' aangewezen gronden zijn bedoeld voor:
-
a. openbaar gebied;
-
b. voorzieningen van algemeen nut;
-
c. instandhouding van grondwallen, beschoeiing en/of scherm langs de Sir Winston Churchilllaan zoals aanwezig op moment van vaststelling van deze verordening;
-
d. bijbehorende voorzieningen waaronder bruggen, viaducten en tunnels ten behoeve van kruisende infrastructuur, parkeervoorzieningen en speelvoorzieningen.
8.2 Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
-
a. gebouwen en overkappingen zijn toegestaan tot een oppervlakte van 20 m2 per bouwwerk;
-
b. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m;
-
c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste:
-
1. 7 m voor kunstobjecten en lichtmasten;
-
2. 6 m voor geluidwerende voorzieningen;
-
3. 6 m voor infrastructurele voorzieningen;
-
4. 4 m voor reclame- en informatiezuilen;
-
5. 3 m voor speel- en ontmoetingsvoorzieningen;
-
6. 2 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde.
-
d. het bepaalde onder c geldt niet voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter geleiding, begeleiding en regeling van het verkeer;
-
e.
bestaande maten die meer bedragen dan in dit lid bepaald mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden.
8.3 Specifieke gebruiksregels
Ten aanzien van het gebruik geldt de volgende regel:
-
a. de openbare ruimte mag niet zodanig worden gewijzigd dat er sprake is van een reconstructie van wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder.