direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Eikelenburg 4 woningen fase 9
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Projectontwikkelaar AM en gemeente Rijswijk hebben de afgelopen jaren gewerkt aan de realisatie van de nieuwbouwwijk Eikelenburgh. Voor dit gebied is in 2012 een onherroepelijk bestemmingsplan vastgesteld. Inmiddels ligt de laatste fase (fase 9) ter voorbereiding, te weten het meest noordwestelijke deelgebied aan de Sir Winston Churchilllaan.

In het oorspronkelijke stedenbouwkundig plan (2011) lag het in de bedoeling om hier een wooncomplex te realiseren met een combinatie van (overwegend) appartementen en grondgebonden woningen, rondom een parkeerterrein. Omdat er inmiddels 10 jaar voorbij is gegaan sinds het oorspronkelijk stedenbouwkundig plan zoeken AM en de gemeente naar een invulling die beter past bij deze tijd. Het is de wens om fase 9 op een kwalitatieve manier af te ronden wat betreft de kwantiteit (programma en behoefte) en kwaliteit (ruimtelijke inpassing en uitstraling die past in de wijk). Fase 9 moet passen bij het reeds gerealiseerde plangebied en vormt daarnaast een belangrijke locatie aan de Sir Winston Churchilllaan, de westelijke entree van Rijswijk.

Voor dit deelgebied is een aangepast stedenbouwkundig plan opgesteld die aansluit bij deze behoefte, waarmee beter wordt voorzien in de actuele kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De aanpassingen van het programma en het stedenbouwkundig plan betreffen:

  • het aantal te realiseren woningen in fase 9 bedraagt 36 grondgebonden woningen. In het vigerende bestemmingsplan mogen in de bestemming Wonen-3 maximaal 85 woningen worden gerealiseerd. Er zijn zowel appartementen als grondgebonden woningen toegestaan. Het aantal woningen binnen de bestemming neemt als gevolg van de bovengenoemde argumentatie af. Het bestemmingsplan hoeft dus op dit onderwerp niet te worden aangepast.;
  • 4 van de 36 grondgebonden woningen komen door de aanpassing van het stedenbouwkundig plan buiten de bestemmingsgrens (en daarmee buiten het bouwvlak) te liggen.

Voor de realisatie van deze 4 woningen is een aanpassing nodig van het bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.

Voor de naamgeving van de woonwijk wordt in dit bestemmingsplan Eikelenburgh gebruikt. De naamgeving van het vigerende bestemmingsplan is 'Eikelenburg'. De toegepaste schrijfwijze is afhankelijk of de woonwijk of het bestemmingsplan wordt bedoeld.

De naam van dit bestemmingsplan sluit aan op het vigerende bestemmingsplan en is 'Eikelenburg 4 woningen fase 9'.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied ligt tussen de Sir Winston Churchilllaan en de Duin en Kruidberg, het reeds gerealiseerde gedeelte van Eikelenburgh. De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Rijswijk, sectie I, perceelnummer 2192. Het plangebied wordt als volgt begrensd:

  • noordzijde: weilandje aan de Sir Winston Churchilllaan (kadastraal 2190/2191);
  • oostzijde: bestaande woningen Sir Winston Churchilllaan 1021/1023;
  • zuidzijde: bestaande woningen Duin en Kruidberg;
  • westzijde: te ontwikkelen kavel 2194 (onderdeel van Eikelenburgh) en de achterzijde van het kavel Sir Winston Churchilllaan 1035.

Op de navolgende afbeelding zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0001.jpg" Afbeelding ligging plangebied

1.3 Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan 'Eikelenburg' (onherroepelijk geworden op 7 maart 2012) en de 'parapluherziening parkeernormering Rijswijk'.

In het bestemmingsplan Eikelenburg hebben de gronden in het plangebied de bestemmingen 'Wonen - 3', ''Verkeer'', ''Groen'' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. In de bestemming ''Wonen - 3'' is een bouwvlak opgenomen.

De als ''Wonen - 3'' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het wonen in de vorm van rijwoningen en gestapelde woningen, erven en tuinen, ontsluitingspaden, nutsvoorzieningen, fietsenstallingen en parkeren op eigen terrein. De regels ten aanzien van hoofdgebouwen zijn onder andere het volgende:

  • de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd;
  • op het bouwvlak zijn ten hoogste 85 wooneenheden toegestaan;
  • de goothoogte en bouwhoogte van een hoofdgebouw mogen niet meer bedragen dan 15 m respectievelijk 18 m, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte voor 40% van het bouwvlak 12 m bedraagt;

De als ''Verkeer'' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • gebiedsontsluitingswegen;
  • erftoegangswegen;
  • verblijfsgebieden;
  • parkeervoorzieningen.

De als ''Groen'' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor:

  • groenvoorzieningen;
  • voet- en fietspaden;
  • onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval;
  • nutsvoorzieningen;
  • water, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • straatmeubilair;
  • waterberging.

Ter plaatse van de in deze beide bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en met inachtneming van de regels dat uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegestaan.

De voor ''Waarde - Archeologie'' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, primair bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. In de regels is opgenomen dat mag worden gebouwd volgens de bouwregels van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits de aanvrager van een reguliere omgevingsvergunning voor 1 of meerdere bouwwerken, die grondbewerkingen van meer dan 0,30 m onder maaiveld tot gevolg hebben, een rapport overlegt, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag kan worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. In paragraaf 4.7 Archeologie is beschreven of deze regeling relevant is voor dit bestemmingsplan.

De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan met een cirkel om het plangebied heen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0002.jpg"

Afbeelding vigerend bestemmingsplan met aanduiding plangebied

Beoordeling

In de onderstaande afbeelding is het beoogde stedenbouwkundig plan, voor geheel fase 9, (rode lijnen) op het bestemmingsplan geprojecteerd. Wonen-3 (W-3) betreft het bestemmings- en bouwvlak waar Eikelenburgh fase 9 wordt gerealiseerd. De realisatie van de 4 woningen in de uiterste zuidoosthoek van fase 9 is niet mogelijk omdat deze buiten het bestemmings- en bouwvlak (Wonen-3) vallen.

Tevens wordt door de herverkaveling een klein gedeelte van de bestemming Groen langs de zuidrand van fase 9 onderdeel van de kavels en om het parkeren voor deze woningen mogelijk te maken omdat er niet in de bestemming Groen geparkeerd mag worden.

Daarnaast is ook de verschuiving van de bestemming Verkeer noodzakelijk. De redenen hiervoor zijn: hiermee worden de parkeerplaatsen voor deze woningen ook mogelijk (zodat de parkeerplaatsen niet binnen Groen gesitueerd zijn, hetgeen niet toegestaan) en dit zorgt voor een betere ontsluiting op de wijk Eikelenburg.

Om deze redenen kan geen vergunning worden verleend op basis van het vigerende bestemmingsplan en moeten de bestemmingen ter plaatse worden aangepast. De realisatie van de overige 32 woningen is binnen de regels van het bestemmingsplan mogelijk. In paragraaf 6.5 wordt nader ingegaan op de wijze van bestemmen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0003.jpg"

Afbeelding vigerend bestemmingsplan met nieuw stedenbouwkundig plan (de 4 kavels en woningen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft liggen in de zwarte cirkel).

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0004.jpg"

Afbeelding oud en nieuw bestemmingsplan ter vergelijking.

1.4 Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het planvoornemen toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid behandeld. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de onderzoeken en beoordelingen van verscheidene milieuaspecten toegelicht. In hoofdstuk 5 wordt de uitvoerbaarheid van het plan beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de juridische planvorm beschreven.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie

Het plangebied betreft een gedeelte van het kadastraal perceel gemeente Rijswijk, sectie I, perceelnummer 2192. Deze gronden worden momenteel gebruik als bouwplaats.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0005.jpg"

Afbeelding bestaande situatie

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0006.jpg"

Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de Menkemaborg (situatie 2021)

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0007.jpg"

Afbeelding aanzicht plangebied, gezien vanaf de Sir Winston Churchilllaan (situatie 2021)

2.2 Toekomstige situatie

De initiatiefnemer heeft het voornemen om in Eikelenburgh fase 9 in totaal 36 grondgebonden woningen te realiseren. Er zijn reeds 222 woningen gebouwd in Eikelenburgh. Met een woningaantal van 36 woningen in fase 9, ontstaat een totaal van 258 woningen. Het maximaal toegestane woningaantal van 295 woningen dat in het bestemmingsplan Eikelenburg is toegestaan, wordt dus niet overschreden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0008.jpg" afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0009.jpg"

Impressie plankaart (geheel fase 9) en de 4 woningen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft (aan deze afbeeldingen kunnen geen rechten worden ontleend).

Verkeer

Dit bestemmingsplan heeft weliswaar alleen betrekking op 4 van die 36 woningen, maar voor wat betreft het aspect verkeer en parkeren wordt wel naar het totaal van fase 9 (en in relatie tot het gehele plan Eikelenburgh) gekeken. De reden is dat bij de beoordeling van dit bestemmingsplan de verkeerskundige context van het gehele plangebied relevant is.

De aanpassing van de verkaveling in fase 9 heeft positieve gevolgen voor de verkeersafwikkeling, omdat een minder groot aantal auto's wordt toegeleid naar de bestaande verkeersstructuur. De toekomstige situatie ten aanzien van het verkeer wordt verder toegelicht in 4.4 Verkeer en parkeren.

Parkeren

Ook voor de beoordeling van de parkeersituatie is de context van het gehele plan relevant. De realisatie van de 4 woningen waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, maakt onderdeel uit van de 36 woningen in Eikelenburgh fase 9. Voor de in totaal 36 woningen in dit deelgebied is een parkeerbalans opgesteld, waarin de voor Eikelenburgh geldende parkeernormen worden toegepast. Ook hier is van belang dat het totale woningaantal in fase 9 afneemt van (maximaal) 85 woningen naar 36 woningen. Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is afgestemd op dat nieuwe aantal woningen. De toekomstige situatie ten aanzien van het parkeren wordt verder toegelicht in 4.4 Verkeer en parkeren.

Beeldkwaliteit

Voor de realisatie van woningbouw in Eikelenburgh is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. De welstandnota bevat geen specifieke criteria voor Eikelenburgh. Wel is voor de gebiedsontwikkeling een beeldkwaliteitsplan opgesteld in 2011. Het ontwerp van de 4 woningen zal geheel plaatsvinden in de stijl van de al gerealiseerde woningen in Eikelenburgh.

Het beeldkwaliteitsplan wordt toegepast bij de toetsing voor een omgevingsvergunning. De regelgeving in dit bestemmingsplan sluit aan op dit beeldkwaliteitsplan.

Speelplek

Het in de oorspronkelijke planstructuur opgenomen plantsoentje met speelplek blijft in het ontwerp gehandhaafd.

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld.

In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050

Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land:

  • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voorgroen en water;
  • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;
  • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;
  • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;
  • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
  • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;
  • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen landen water;
  • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de ‘nationale belangen’. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn

  • Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.
  • Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
  • Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fietsen wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen.

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van het Barro.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen:

"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."

In subparagraaf 3.1.4 is de onderbouwing van de laddertoets opgenomen.

3.1.4 Onderbouwing ladder

In het hierboven beschreven Bro is gespecificeerd dat een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling. Zoals in de voorgaande hoofdstukken is beschreven, betreft de realisatie van de 4 woningen waarop dit bestemmingsplan toeziet, in planologisch opzicht geen 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling. De realisatie van het aantal woningen (maximaal 85) en het segment woningen (zowel grondgebonden als appartementen is toegestaan) is immers al voorzien in het bestemmingsplan Eikelenburg. Daarnaast worden er in totaal minder woningen gebouwd dan dat er planologisch mogelijk zijn. Deze vermindering heeft te maken met de verandering van het woonprogramma en de wens om een betere aansluiting te realiseren op de woningtypen in de omgeving. Een nadere behoeftetoets is niet nodig, omdat het aantal woningen planologisch reeds zijn voorzien.

3.1.5 Beoordeling initiatief

Het planvoornemen past binnen of is niet strijdig met het rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid

In het Omgevingsbeleid van de provincie Zuid-Holland is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie, een Omgevingsprogramma en een Omgevingsverordening. De plannen zijn in werking getreden per 15 maart 2022.

3.2.1 Omgevingsvisie

Het plangebied ligt binnen het gebied dat in de omgevingsvisie is aangewezen als 'Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied'. Het plangebied ligt niet binnen een ander in de Omgevingsvisie aangewezen gebied.

Stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stads- en dorpsgebied

In lijn met de maatschappelijke behoefte zet de provincie in op het beter benutten van het bestaand stads- en dorpsgebied. Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijk invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. Indien een gemeente een ruimtelijke ontwikkeling wil realiseren, wordt de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in nationale wet- en regelgeving. Omdat de toepassing van provinciaal belang is, is in de verordening een verwijzing opgenomen naar de Rijksladder. Het uitgangspunt van de Ladder is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De ladder in relatie tot het planvoornemen is nader toegelicht in subparagraaf 3.1.4. Uit deze toets volgt dat het plan voldoet aan de ladder.

Het onderhavige initiatief betreft een ruimtelijke ontwikkeling in het bestaande stads- en dorpsgebied. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de binnenstedelijke ruimte, waarbij de bouw van 4 woningen ruimtelijk aansluit op de omgeving. Met de beoogde ontwikkeling zijn er dan ook geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie.

3.2.2 Omgevingsverordening

De omgevingsverordening op 15 december 2021 vastgesteld door de Provinciale staten waarbij op 2 februari 2022 een wijziging van het besluit heeft plaatsgevonden. In de omgevingsverordening worden door de provincie regels gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen. De omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van het provinciaal ruimtelijk beleid zoals dat benoemd is in de omgevingsverordening. De omgevingsverordening omvat in aanvulling op de omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Het geldende artikel voor dit plangebied is:

  • Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit

Artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit

Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit:

  • a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen.

De ontwikkeling van 4 woningen binnen dit plangebied voorziet geen wijzigingen op structuurniveau en past bij de aard en schaal van Eikelenburgh. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit.

3.2.3 Beoordeling initiatief

Het planvoornemen past binnen of is niet strijdig met het provinciaal beleid.

3.3 Regionaal beleid

3.3.1 Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020

Dit plan heeft onder de huidige Wet ruimtelijke ordening de status van provinciale structuurvisie. In het RSP wordt de ruimtelijke visie voor Haaglanden aangegeven. Vanuit het belang voor Haaglanden en voor de betekenis van Haaglanden in Randstad- en Zuidvleugelverband zijn er tien investeringsprioriteiten bepaald: drie centrale gebiedsontwikkelingen en zeven dragende projecten. Eén van de zeven belangrijkste projecten uit het RSP betreft 'herstructurering en intensiever gebruik van stedelijke wijken’. Onderhavige ontwikkeling geeft invulling aan herstructurering en intensiever gebruik, want er geldt dat op de plaats van ongebruikt grond (in het verleden kassen) nieuwe woningen worden gebouwd. Het plangebied krijgt daarmee een nieuwe functie.

3.3.2 Woonvisie Woningmarktregio Haaglanden 2017-2021

Een belangrijk doel van de Woonvisie is het versterken van de woningmarktregio Haaglanden. Aan de hand van een gezamenlijk woningbouwprogramma willen de gemeenten zo goed en efficiënt mogelijk inspelen op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woningbehoeften van de regio Haaglanden. De kwantitatieve woningbehoefte tot 2025 bedraagt volgens de provinciale prognose ruim 50.000 nieuwe woningen. Jaarlijks is de ambitie is om ten minste 5.000 kwalitatief hoogwaardige woningen aan de woningvoorraad van Haaglanden toe te voegen. Een vast uitgangspunt daarbij is het zoveel mogelijk realiseren van de woonopgaven binnen bestaande stedelijke gebieden. Het voorgenomen plan draagt hieraan bij en is daarmee passend binnen de regionale woonvisie.

3.3.3 Regionale Groenbeleidsplan

In het Groenbeleidsplan wordt benadrukt welke verschillende functies de groengebieden voor de bewoners en voor de natuur vervullen. Groene gebieden zijn een belangrijke succesfactor voor een goed vestigingsklimaat. Gebieden van regionale betekenis komen aan de orde, waaronder de grote landschapsparken en de duinen. Ook gaat het plan in op de stadsrandparken en de onderlinge verbindingen, de ‘groen-blauwe aders’. Het stadsgewest wil met het Groenbeleidsplan een extra stimulans geven aan de uitvoering van projecten. Het plangebied maakt geen deel uit van de groengebieden.

3.3.4 Beoordeling initiatief

Het planvoornemen past binnen of is niet strijdig met het regionaal beleid.

3.4 Gemeentelijk beleid

3.4.1 Stadsvisie Rijswijk 2030

In de stadsvisie zijn de gemeentelijke ambities voor Rijswijk beschreven. Rijswijk staat de komende jaren voor uitdagingen als bevolkingsgroei, verouderde woningen uit de wederopbouw, groeiende verschillen in de bevolkingssamenstelling, veranderingen op de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven en de impact van klimaatverandering. De vraagstukken die in Rijswijk spelen kunnen ondergebracht worden binnen drie pijlers:

  • betrokken inwoners pakken kansen: het sociaal domein en de samenleving in 2030;
  • groene buitenplaats voor stedelijk wonen: ruimtelijke ordening in 2030;
  • innovatieve katalysator van de regionale economie: bedrijvigheid en werkgelegenheid in 2030.

Voor het voorgenomen plan is met name de pijler ‘groene buitenplaats voor stedelijk wonen’ van belang. Binnen deze pijler staat de gewenste ontwikkeling van Rijswijk op het gebied van wonen beschreven. De ambitie voor het Rijswijk van 2030 is dat men kan wonen in een lommerrijke omgeving of in een stedelijk gebied met groen altijd in de nabijheid. De wijk Eikelenburg wordt gekenmerkt door een duurzaam profiel met grondgebonden woningen.

3.4.2 Groenbeleidsplan 2010-2020

De groenstructuur van Rijswijk is de groene basis en daarmee het fundament van het groenbeleidsplan. De groenstructuur bestaat uit de boomstructuur, natuurstructuur en recreatiestructuur. De sturende principes hierbij zijn duurzaamheid, verbinden en beleven. Deze structuren vormen samen de groene hoofdstructuur van Rijswijk.

Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan ligt wat betreft het Groenbeleidsplan in deelgebied O. In het Groenbeleidsplan is vermeld dat in dit deelgebied een woonwijk met de woonsfeer 'tuinstad' gerealiseerd wordt. Inmiddels is deze woonwijk gedeeltelijk gerealiseerd. In het geldende bestemmingsplan 'Eikelenburg' is rekening gehouden met de beoogde groenstructuur voor deelgebied O. Het voorliggende bestemmingsplan brengt hier geen wijzigingen in aan.

3.4.3 Actualisatie Woonvisie 2015-2025

In de Actualisatie van de Woonvisie 2015 -2025 zijn de ambities van gemeente Rijswijk opgenomen op het gebied van wonen. Hierin is ook de uitvoeringsagenda opgenomen waarin maatregelen staan die de gemeente wil nemen om deze ambities te bereiken. Hierbij zijn twee pijlers onderscheiden:

  • 1. Doelgroepgericht woningbouwprogramma;
  • 2. Werken aan een toekomstbestendige stad.

De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd geeft invulling aan de in de Woonvisie genoemde pijlers. Doordat er invulling wordt gegeven aan het bouwen van woningen (grondgebonden eengezinswoningen), die een bijdrage leveren aan de doorstroming op de woningmarkt.

3.4.4 Mobiliteit

Structuurvisie Mobiliteit Rijswijk 2020 'Mobiliteit in balans'

Op 15 juni 2011 is de structuurvisie mobiliteit Rijswijk 2020 vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten en ambities voor mobiliteit tot 2020 beschreven. Het plangebied wordt ontsloten op de bestaande stratenstructuur van Eikelenburgh. De structuurvisie Mobiliteit doet alleen gerichte uitspraken over de hoofd voetgangers-, fiets- en autostructuur van Rijswijk. Het plangebied is geen onderdeel van deze hoofdstructuur. Het project heeft geen invloed op de Structuurvisie Mobiliteit van de gemeente Rijswijk.

Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040

Het Mobiliteitsprogramma Rijswijk 2040 is een samenhangend pakket van maatregelen waarmee de gemeente de bereikbaarheid van de stad wil veiligstellen en de leefbaarheid en veiligheid van Rijswijk verbeteren. De doelstellingen van het mobiliteitsprogramma zijn: bereikbaar, leefbaar en veilig. Om de doelstellingen te bereiken, zijn de volgende uitgangspunten opgesteld:

  • 1. de mens staat centraal;
  • 2. de stad wordt gemaakt samen met de inwoners en de ondernemers;
  • 3. een gebiedsgerichte aanpak;
  • 4. gebiedsontwikkeling als vliegwiel;
  • 5. verdeling van de mobiliteitsbehoefte over de verschillende vervoerssoorten;
  • 6. gebruik maken van innovaties en experimenten;
  • 7. het samen doen met de regio.

Deze uitgangspunten maken het mogelijk de overgang te maken naar een verkeerssysteem dat de ontwikkeling van Rijswijk, zoals beschreven in de Stadsvisie, blijvend ondersteunt

3.4.5 Overig relevant gemeentelijk beleid

Naast het beschreven beleid is er beleid van toepassing dat voortkomt uit facet-planologie, bijvoorbeeld parkeren. Parapluherziening Parkeernormering Rijswijk: zie paragraaf 4.4 Verkeer en parkeren.

3.4.6 Beoordeling initiatief

Het planvoornemen geeft invulling aan de ruimtelijke ambitie en bijbehorende keuzes uit de stadsvisie. Voor wat betreft het Groenbeleidsplan is reeds in het geldende bestemmingsplan 'Eikelenburg' rekening gehouden met de beoogde groenstructuur. Het voorliggende bestemmingsplan brengt hier geen wijzigingen in aan. Derhalve is het voorgenomen plan in overeenstemming met het Groenbeleidsplan en de Structuurvisie Mobiliteit.

Met betrekking tot de Woonvisie is het van belang dat over het totaal van de 36 woningen in Eikelenburgh-fase 9 overeenstemming bestaat tussen de gemeente en de initiatiefnemer. De realisatie van de 4 woningen waarop dit bestemmingsplan toeziet, moet in dat licht worden bekeken. Met het totaal van de 36 woningen wordt bijgedragen aan de pijlers uit de Woonvisie.

Het planvoornemen past binnen of is niet strijdig met het gemeentelijk beleid.

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten

4.1 Bedrijven en milieuzonering

De aanwezigheid van bedrijven kan invloed hebben op de realisatie van de beoogde 4 woningen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt een gevoelige bestemming, namelijk woningen, mogelijk. Daarom is aan de hand van de bestemmingsplannen 'Eikelenburg' (gemeente Rijswijk), 'Wateringseveld - Zuid', 'Wateringse Veld - Noord' (beide gemeente Den Haag) en de beheersverordening 'Strijp' (gemeente Rijswijk) bepaald welke milieubelastende activiteiten in de omgeving toegestaan zijn. Deze zijn weergegeven in de navolgende tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0010.jpg"

Tabel milieubelastende activiteiten en afstanden

Uit de tabel blijkt dat er aan de relevante richtafstanden wordt voldaan. Daarmee zijn er geen belemmeringen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen en worden milieubelastende activiteiten in de omgeving niet in hun mogelijkheden beperkt. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect milieuzonering en het plan uitvoerbaar is.

4.2 Geluid

De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten (waaronder woningen) worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen.

De locatie ligt binnen de geluidszone van de Sir Winston Churchilllaan - Oosteinde.

Voor de ontwikkeling van het gehele plangebied Eikelenburg is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) door Witteveen+Bos onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van deze weg. Voor het oorspronkelijke plan is een hogere waarde van 63 dB verleend. Ook voor de woningen binnen voorliggend bestemmingsplan is akoestisch onderzoek nodig omdat anders voor elke woning binnen het vigerende bestemmingsplan een niet wenselijke gevelisolatie van 35 dB moet worden aangehouden, teneinde aan het vereiste binnenniveau te voldoen.

Omdat met de realisatie van fase 9 (4 woningen) invulling wordt gegeven aan het onderdeel van het bestemmingsplan Eikelenburg dat het dichtst bij de Sir Winston Churchilllaan ligt, is een specifiek akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek bouwt voort op het eerder uitgevoerde onderzoek. Het nieuwe specifieke akoestisch onderzoek voor dit bestemmingsplan is bijgesloten als Bijlage 1.

Conclusie geluidhinder wegverkeerslawaai

Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de voorkeurswaarde wordt overschreden, daarom heeft een kwalitatieve afweging van maatregelen plaatsgevonden. Bron- en overdrachtsmaatregelen voldoen niet aan de eisen van hogere waarden beleid van de gemeente Rijswijk en zijn daardoor niet doelmatig.

Op basis van de berekeningen moet voor de te realiseren woningen een hogere waarden worden vastgesteld. Voor de woningen 1 tot en met 32 zijn deze al vastgesteld. Voor de woningen 33 tot en met 36 heeft nog geen beoordeling plaats gevonden. Uit het akoestisch onderzoek voor dit bestemmingsplan volgt dat voor woning 33 een hogere waarde moet worden vastgesteld. De vast te stellen hogere waarde bedraagt 52 dB. De waarde van 52 dB voldoet aan de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB conform de Wgh.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0011.jpg"

Afbeelding te realiseren woningen van Fase 9 - Eikelenburg (het label toont het aantal mvt/etmaal)

Voor de woning waar een hogere waarde moet worden vastgesteld moet een (geluid-) gevelweringsonderzoek plaatsvinden naar de opbouw van de geveldelen. De aanvrager moet bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen een akoestisch rapport overleggen waarin wordt aangetoond dat aan de maximale binnenwaarde van 33 dB voor de verblijfsruimtes van de woning niet overschreden wordt.

4.3 Externe veiligheid

Voor het milieuaspect externe veiligheid zijn een aantal bronnen van belang, namelijk het vervoer van gevaarlijke stoffen via de weg, het spoor of het water, het transport door ondergrondse leidingen en de opslag van gevaarlijke stoffen. Het Externe veiligheidsbeleid heeft betrekking op het gebruik, productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen in of in de directe nabijheid van het plangebied voorkomen. Transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor zijn tevens niet aanwezig in de directe nabijheid van het plangebied.

Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen in Rijswijk;

In de gemeente Rijswijk vindt het vervoer van gevaarlijke stoffen met name plaats over de Rijksweg A4 en de provinciale weg N211. Rijswijk kent een routering voor vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit deze routeringen blijkt dat op de wegen die grenzen aan de planlocatie geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, tenzij vervoerders gebruik maken van een afwijkingsmogelijkheid. Dit betekent dat het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Sir Winston Churchilllaan, de Mgr. Bekkerslaan en de Endehoekseweg waarschijnlijk zeer beperkt is. Witteveen+Bos acht vanwege deze beperkte intensiteit van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het uitvoeren van risicoberekeningen naar dit aspect niet noodzakelijk. Overschrijdingen van de grenswaarde van het PR (plaatsgebonden risico) en/of de oriëntatiewaarde van het GR (groepsrisico) ten gevolge van het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze wegen zijn onwaarschijnlijk.

De dichtst bij gelegen nationale hoofdweg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, zijn de snelweg A4 en de N211. Deze wegen liggen op meer dan 1.000 meter afstand van de planlocatie. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze wegen vormt daarom geen belemmering voor onderhavige planvorming. Er hoeven namelijk geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt.

Hogedruk aardgastransportleidingen;

Circa 260 m ten oosten van het plangebied ligt een aardgastransportleiding van de Gasunie (W-509-06). Voor deze buisleiding is op de risicokaart geen 10-6 PR-contour buiten de leiding berekend. Dit betekent dat aan weerszijden van deze buisleiding uitsluitend een zakelijke rechtstrook van 4 vrij moet worden gehouden van bebouwing. Het plangebied bevindt zich ruimschoots buiten deze zakelijke rechtstrook. Het plangebied ligt eveneens buiten de inventarisatieafstand van het groepsrisico, die 150 m bedraagt. Daarmee zijn er geen belemmeringen vanwege de aanwezigheid van de betreffende buisleiding.

Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Advies veiligheidsregio

Uit het advies van de veiligheidsregio volgt dat er voor de uiteindelijke vaststelling van het bestemmingsplan geen belemmeringen zijn. Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bij bouwplannen, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Dit wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het plan.

4.4 Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogde nieuwe ontwikkeling op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied.

Verkeer

De verkeersstructuur van Eikelenburgh is ontworpen, ervan uitgaande dat de voorziene 85 woningen in fase 9 worden afgewikkeld op de inmiddels aangelegde verkeersstructuur. Omdat het aantal woningen ten opzichte van de huidige (planologische) situatie afneemt, is er ten opzichte van het vigerende planologisch regime geen toename van de verkeersgeneratie. Net als in de beoogde situatie wordt het autoverkeer afgewikkeld op de bestaande stratenstructuur van Eikelenburg. Het aantal verkeersbewegingen op de bestaande woonstraten neemt dus per saldo af ten opzichte van de oorspronkelijk voorziene situatie.

Parkeren

Op het plangebied is de Parapluherziening Parkeernormering Rijswijk van toepassing. In artikel 5 van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen:

  • a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, zoals toegestaan op grond van de onderliggende ruimtelijke plannen zoals bedoeld in Artikel 3, wordt slechts verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de 'Nota Parkeernormen 2011', of de rechtsopvolger(s) daarvan, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van het gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte;
  • b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien op basis van het advies van een verkeerskundige blijkt dat er op andere wijze is/wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, of het voldoen aan het geldende gemeentelijke parkeerbeleid door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit;
  • c. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.

Er wordt via de bepaling 'of de rechtsopvolger(s) daarvan' dus verwezen naar de actuele parkeernota van de gemeente Rijswijk en dat is de Kadernota Parkeren Rijswijk 2015-2025. In deze Kadernota staan evenwel geen parkeernormen. De normen uit de Nota Parkeernormen 2011 zijn dus nog steeds van toepassing. Voor de 4 woningen in dit plan zijn de volgende normen opgenomen:

Duur 1,8 pp/woning, norm inclusief 0,3 parkeerplaatsen voor bezoekers

Te realiseren: 4 x 1,8 = 7,2 parkeerplaatsen

De te realiseren aantallen worden niet afgerond, omdat ze deel uitmaken van een parkeervraagstuk dat naast deze 4 woningen ook over de overige 32 woningen van fase 9 gaat. De 4 te realiseren woningen vallen in de categorie duur. De 4 woningen (norm 1,8 parkeerplaatsen per woningen) hebben elk 0,8 parkeerplaats op eigen terrein en 1 parkeerplaats per woning in de openbare ruimte. Hiermee wordt voldaan aan de parkeeropgave voor deze woningen.

Parkeerbalans fase 9

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0012.jpg" Tabel Parkeernormen

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0013.jpg"

Tabel Parkeerbalans openbare ruimte fase 9

Van de overige 32 woningen van fase 9 zijn 8 woningen duur (norm 1,8) en 24 woningen goedkoop (norm 1,5), zie bovenstaande tabel parkeernormen. Voor deze woningen moeten 44 parkeerplaatsen worden aangelegd in de openbare ruimte en 6,4 op het privéterrein van de overige 32 woningen. Voor de overige woningen van fase 9 komt hiermee het aantal parkeerplaatsen van 50,4 uit. Het totaal aantal te realiseren plaatsen in fase 9 komt daarmee op 57,6 parkeerplaatsen. Er worden in totaal 9,6 parkeerplaatsen op eigen terrein gemaakt en 48 plaatsen in de openbare ruimte (zie bovenstaande tabel Parkeerbalans), samen 57,6 parkeerplaatsen. Ook de gehele parkeerbalans voor de 36 woningen in fase 9 voldoet derhalve aan de normen.

4.5 Luchtkwaliteit

De Wet Milieubeheer maakt onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3% bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) (1,2 µg/m³) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3% bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een woonwijk van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen'.

Vanaf 1 januari 2015 geldt er ook een grenswaarde voor een kleinere fractie van fijn stof namelijk PM2,5. De grenswaarde voor PM2,5 bedraagt 25 µg/m³. Gezien het grote verschil tussen de grenswaarde en de achtergrondconcentratie zullen overschrijdingen van deze grenswaarde niet vaak voorkomen. Het blijkt dat als de grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden, er geen overschrijding van de grenswaarde voor PM2,5 zal zijn. Het is de verwachting dat door het schoner worden van de autotechniek de concentratie van met name stikstofdioxide in de toekomst nog verder afneemt.

Besluit gevoelige bestemmingen

Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Het Besluit gevoelige bestemmingen is gebaseerd op artikel 5.16a van de Wet milieubeheer. Met het Besluit wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale- en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening.

Het Besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken. Indien een project betrekking heeft op een gevoelige bestemming en geheel of gedeeltelijk is gelegen op een afstand van 300 m aan weerszijden van rijkswegen en 50 m langs provinciale wegen (gemeten vanaf de rand van de weg) mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een gevoelige bestemming niet toenemen als overschrijding van de grenswaarden voor PM10 of NO2 dreigt/plaatsvindt.

De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming:

  • scholen;
  • kinderdagverblijven;
  • verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.

Het gaat niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. In het kader van het opstellen van een bestemmingsplan moeten er twee aspecten in beeld gebracht worden. Ten eerste of de luchtkwaliteit de nieuwe functie toelaat. Ten tweede moet bekeken worden of het plan de luchtkwaliteit ‘niet in betekenende mate’ verslechtert. Indien het plan wel ‘in betekenende mate’ bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is het van belang om te toetsen of de grenswaarden niet overschreden worden. Indien geen overschrijding van de grenswaarden plaatsvindt, kan het plan alsnog gerealiseerd worden.

Planspecifiek

In het vigerende bestemmingsplan Eikelenburg is een onderbouwing luchtkwaliteit opgenomen voor 85 woningen. De vermindering van het aantal woningen in deze fase zorgt voor minder invloed op de luchtkwaliteit. De herpositionering van de woningen heeft geen negatieve invloed op de luchtkwaliteit. De ontwikkeling van de 4 woningen is dus reeds voorzien en beargumenteerd in het vigerende bestemmingsplan Eikelenburg. Daarnaast is de ontwikkeling van beperkte omvang, en kan dus aangemerkt worden als een NIBM-project. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM, niet noodzakelijk. Het project heeft 'niet in betekenende mate' invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse.

Om inzicht te geven in de mate van blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van het plan zijn de concentraties uit de digitale monitoringstool, die behoort bij het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) bekeken. Uit de monitoringstool (2020) blijkt dat de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) ter plaatse van de dichtstbij gelegen doorgaande wegen, Sir Winston Churchilllaan en Monseigneur Bekkerslaan nergens meer bedragen dan grenswaarden 40 ug/m3. De concentratie NO2 bedraagt maximaal 23,3 ug/m3 en concentratie PM10 bedraagt maximaal 18,6 ug/m3. De fijnstof concentraties (PM2,5) zijn nergens hoger dan 10,7 ug/m3 (grenswaarde 25 ug/m3). Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 6,6 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden.

Het aspect luchtkwaliteit vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6 Ecologie

In het kader van het bestemmingsplan Eikelenburg is een volledig onderzoek uitgevoerd naar de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Ten aanzien van gebiedsbescherming is beschreven dat door de reeds aanwezige bebouwing en infrastructuur tussen Eikelenburgh en de beschermde natuurgebieden, de geplande ontwikkeling geen invloed heeft op de beschermde gebieden. Ten aanzien van soortenbescherming is van belang dat het feitelijk plangebied, waarop dit bestemmingsplan toeziet, reeds is voorzien als toekomstig woongebied. Het terrein is momenteel in gebruik als bouwterrein, waar geen begroeiing of water aanwezig is. De aanwezigheid van mogelijk aanwezige beschermde soorten is zowel in de uitgevoerde onderzoeken als in de feitelijk aanwezige situatie uitgesloten.

4.6.1 Stikstofdepositie

Spoedwet Aanpak Stikstof

Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak stikstof in werking getreden. Hierbij is de toets bij Wnb vergunningen ten aanzien van Natura 2000 gebieden aangepast, niet alleen voor stikstofdepositie, maar ook voor andere effecten. Er is nu alleen een vergunning nodig als er sprake is van mogelijke significante (negatieve) effecten. Voorheen was dit ook het geval als er sprake was van enige verstoring of verslechtering van een Natura 2000-gebied, die op zich niet significant was. Dan kon deze vergunning wel worden verleend, maar vaak wel onder voorwaarden. Nu is er voor deze activiteiten geen vergunning meer nodig, geringe effecten moeten worden tegengegaan middels het beheerplan voor het Natura 2000-gebied.

In het vigerende bestemmingsplan Eikelenburg is een stikstofberekening gemaakt, waar fase 9 van deel uitmaakt. In de berekening is uitgegaan van de realisatie van 85 woningen in fase 9. Inmiddels is sprake van een vermindering van het aantal woningen in fase 9. Daarnaast ziet het voorliggende bestemmingsplan toe op slechts 4 woningen, en betreft het planinitiatief een verplaatsing en geen toevoeging van woningbouwprogramma. De nieuwe positie van de 4 woningen die in het voorliggende bestemmingsplan wordt geregeld, heeft geen negatieve invloed op de stikstofbelasting. De ontwikkeling van de 4 woningen is dus reeds voorzien en beargumenteerd in het vigerende bestemmingsplan Eikelenburg. Voor de beperkte wijziging van de situering van de 4 woningen is geen berekeningen ten behoeve van de Wet natuurbescherming nodig.

Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale

verordening. Het plangebied van dit bestemmingsplan maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals een Natura 2000-gebied. Het plangebied maakt ook geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN.

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7 Archeologie

Cultuurhistorie

Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Ruimtelijke plannen zijn een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. In het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk is opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

Planspecifiek

Binnen het plangebied zijn geen monumenten of cultuurhistorische waardevolle elementen aanwezig. Er kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect cultuurhistorie.

Archeologie

Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet ingegaan totdat de Omgevingswet in werking treedt. Op basis van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd.

Planspecifiek

Er is in het kader van de gebiedsontwikkeling voor heel Eikelenburgh een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek volgt dat het gespecificeerde verwachtingsmodel wijst op een reële mogelijkheid op het aantreffen van archeologische resten uit de Romeinse Tijd, de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd. Het zijn met name de geologische omstandigheden en de aanwezigheid van bekende vindplaatsen in de omgeving die bijdragen tot deze verwachting. De hoogste verwachting geldt voor bewoningssporen uit de Romeinse Tijd.

Het plangebied bevindt zich in een geologische zone, die geschikt was voor bewoning en waar sporen van bewoning, economische exploitatie en een grafveld uit de Romeinse Tijd ook daadwerkelijk zijn aangetroffen. Het plangebied ligt bovendien nabij de Sir Winston Churchilllaan - de weg waarvan het tracé samenvalt met de voormalige Romeinse hoofdweg en het Kanaal van Corbulo. Op basis van het historisch kaartmateriaal wordt vermoed dat binnen het plangebied geen grootschalige verstoringen van de bodem hebben plaatsgevonden en dat de conservering van de verwachte archeologische resten derhalve matig tot goed zal zijn.

Beëindiging archeologisch onderzoek en conclusie

Bij brief van 1 november 2012 heeft de gemeente Rijswijk aangegeven dat de archeologische werkzaamheden in het kader van de herinrichting van het plangebied geheel zijn afgerond. De brief is toegevoegd als Bijlage 2. Met de beëindiging van de werkzaamheden is het plangebied vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Vanwege geldende beperkingen met betrekking tot grondwerkzaamheden in de kern- en beschermingszone van de Reijnerwateringkade, was een beperkt deel van het plangebied niet toegankelijk voor onderzoek. Dat plangebied maakt evenwel geen deel uit van het voorliggend bestemmingsplan. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het plangebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, vanuit archeologisch perspectief is vrijgegeven voor ontwikkeling.

4.8 Bodem

In het kader van een ruimtelijk plan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er soms een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd in het plangebied. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel.

Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging tevens een wijziging naar een gevoeliger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder gevoelig bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Planspecifiek

Ten behoeve van de planontwikkeling is in het kader van het bestemmingsplan Eikelenburg door Witteveen+Bos een quickscan uitgevoerd met betrekking tot de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De resultaten van deze quickscan zijn weergegeven in de rapportage van Witteveen+Bos Grip op Locatie Plus (zie bijlage 1 van het bestemmingsplan Eikelenburg). Tevens zijn diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd (zie bijlagen 13, 15-22 van het bestemmingsplan Eikelenburg). Mede op basis hiervan zijn enkele gronden percelen I 1914 en I1275 in opdracht van de ontwikkelaar gesaneerd en daarmee geschikt voor toekomstig gebruik. Dit betreft echter geen percelen in het voorliggend bestemmingsplangebied.

Het voorliggend bestemmingsplan maakt 4 woningen mogelijk op een perceel dat deel uit heeft gemaakt van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan Eikelenburg. Sinds het uitvoeren van de onderzoeken hebben er geen activiteiten plaatsgevonden die tot een mogelijke vervuiling van de bodem hebben kunnen leiden. Het terrein heeft namelijk braak gelegen, is omheind en beveiligd en bij het huidige gebruik als bouwterrein vindt er opslag plaats van materialen die niet kunnen leiden tot vervuiling van de bodem.

Conclusie

Het bestemmingsplan is vanuit het aspect bodem gezien uitvoerbaar. Bij de aanvraag om omgevingsvergunning zal een geactualiseerd bodemonderzoek worden bijgevoegd.

4.9 Niet gesprongen explosieven

Om een beeld te krijgen van mogelijk achtergebleven explosieven die ter plaatse van de locatie in de bodem zouden kunnen zitten heeft Riel Explosive Advice & Service Europe B.V. in het kader van het bestemmingsplan Eikelenburg een rapport opgesteld waarin is ingegaan op de resultaten voor het aspect Conventionele Explosieven (CE) met betrekking tot de toekomstige (grond-)werkzaamheden (kenmerk RO-100065, d.d. 7 mei 2010). Het rapport is opgesteld op basis van historische informatie, uit zowel boeken als archiefmateriaal, bombardementsgegevens, oude luchtfoto’s en (oude) kaarten. Uit dit onderzoek is gebleken dat rondom het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben

plaatsgevonden.

Op basis van de Probleeminventarisatie wordt niet verwacht CE aan te treffen in het plangebied van Eikelenburg. Riel Explosive Advice & Service Europe B.V. adviseert om verder CE-onderzoek te beëindigen en de toekomstige (grond-)werkzaamheden regulier uit te voeren. Deze conclusie is tevens van toepassing op de gronden waarop dit bestemmingsplan toeziet.

4.10 Water

Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Delfland.

Beleidskader Hoogheemraadschap van Delfland

In het waterbeheerplan worden kaders gesteld voor, onder andere, de waterveiligheid en het voorkomen van wateroverlast. Eén van de instrumenten om het waterbeleid vorm te geven is de watertoets. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten.

Plan 

De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen.

Planspecifiek

Het plangebied is in het bestemmingsplan Eikelenburg reeds voorzien als woongebied. In het kader van dat plan is in 2012 een watertoets opgesteld en over de uitvoering is meerdere malen overleg gevoerd tussen de initiatiefnemer, de gemeente en het hoogheemraadschap. Voor deze waterparagraaf wordt alleen gekeken naar compensatie van de verharding. Voor overige voor water relevante aspecten wordt verwezen naar vigerende bestemmingsplan Eikelenburg

Omdat het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het beperkt wijzigen van de situering van 4 woningen, is de watertoets van het oorspronkelijke bestemmingsplan Eikelenburg ongewijzigd van toepassing. Wel moet worden gemotiveerd of in de beoogde situatie wel of geen sprake is van een groter verhard oppervlak, dan waar in de watertoets rekening mee is gehouden.

Waterbalans Eikelenburg 2012, 2014 en 2020

In 2012 is de eerste integrale watertoets opgesteld voor Eikelenburgh. In 2014 is een watervergunning vergund waarin alle bestaande, nieuw te graven en te dempen watergangen op vermeld stonden (kenmerk 1114653/1450331, d.d. 09-04-2014). In de watertoets is uitgegaan van 12,3 ha te ontwikkelen gebied (zie onderstaande afbeelding). Als we kijken welk gebied in de eindsituatie daadwerkelijk wordt ontwikkeld komen we uit op 12ha. Daarbij valt het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft binnen het watertoets-gebied. Het betreft immers geen nieuw gebied maar een verschuiving van enkele woningen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0014.png"

Deze 4 woningen liggen binnen het totale plangebied, waardoor de berekening uit de waterbalans nog steeds voldoet. Op basis van de vergunning uit 2014 voldeed de te realiseren waterberging immers al. In 2020 is een update gemaakt van de waterbalans op basis van de aanpassingen in het Zuidelijk Randpark. Op basis van de vergunningaanvraag in 2020 is een nieuwe waterbalans opgesteld waarin wordt aangetoond dat voor de ontwikkelingen van Eikelenburgh voldoende watercompensatie wordt gerealiseerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0015.png"

Afbeelding waterbalans 2014

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0016.png"

Afbeelding waterbalans 2020

Het grote verschil tussen de 2 waterbalansen is dat er tussen 2014 en 2020 vanuit het project veel water in de wijk is gegraven, wat voor een deel niet in de waterbalans 2014 zat. Dit betreft de waterpartijen in het Zuidelijk Randpark, die in 2014 nog niet gekoppeld waren en in 2020 wel. Mede hierdoor is het bestaand water toegenomen. Destijds is met Delfland (dhr. Froma) afgestemd dat deze extra berging alleen geldig was voor de ontwikkelingen die binnen dezelfde polder vallen als Eikelenburgh. Hieronder valt een voorziening van 250m2 bergingscapaciteit voor de ontwikkeling van Birckhoeve. Doordat bijna alle werkzaamheden gereed zijn is het te dempen en te graven water aanzienlijk minder dan in 2014 het geval was. Uiteindelijk ontstaat hierdoor een overschot voor Eikelenburgh van 3.191m2.

Berekening verhard oppervlak

In de bestaande situatie is het terrein in gebruik als bouwterrein en reeds verhard. Zoals in de toelichting is weergegeven wordt in de toekomstige situatie woningbouw en tuinen toegevoegd. De realisatie van woningbouw in fase 9 vindt plaats op gronden die de bestemming Woongebied hebben, dit met uitzondering van de 4 woningen, waarvan een klein gedeelte ook in de bestemmingen Groen en Verkeer zijn gesitueerd. Om een goed beeld te geven van het verhard oppervlak in de beoogde situatie, ten opzichte van de watertoets (onderdeel van BP Eikelenburg), wordt verwezen naar de tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0017.jpg"

Afbeeldingen situatie vigerend bestemmingsplan (links) en nieuwe situatie (rechts)

Watersleutel

Op basis van de Waterparagraaf Rijswijk Eikelenburg (18 november 2010) is voor elke hectare te ontwikkelen gebied 325 m3 waterberging benodigd. In de waterparagraaf is voor fase 9 rekening gehouden met een toename van het verhard oppervlak van 788 m2, exclusief tuinen. Op basis van het gewijzigde plan bedraagt de toename van het verhard oppervlak 850 m2, exclusief tuinen. De tuinen worden voor 50% meegeteld als toename van verhard oppervlak. In de onderstaande tabel is afleesbaar dat het totaal van de toename van het verhard oppervlak 281 m2 bedraagt.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0018.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0019.jpg"

Conclusie

De te realiseren waterberging van 40,5 m3 is zoals hierboven beschreven al gerealiseerd in het kader van de waterbalans (2014 en 2020), waarbij immers een overschot is berekend en vervolgens is aangelegd van 3.191m2.

Aanbrengen wadi

In het ontwerp van de openbare ruimte is als aanvullende maatregel een wadi opgenomen. De wadi was in het oorspronkelijk plan niet voorzien.

  • De bovenzijde van de wadi (= nieuwe maaiveld): ca. +0.35
  • Oppervlakte bodem wadi: circa 41 m2
  • Diepte wadi circa 0.30cm diepte
  • Capaciteit wadi (inclusief oevers): circa 12 m3

De nu door ons ingetekende wadi heeft een bodemoppervlak van 41m2. Boven maaiveld mogen we maximaal 30cm waterberging rekenen i.v.m. verdrinkingsgevaar. Dit komt neer op circa 12m3 bergingscapaciteit. De wadi ligt in de keringszone, waardoor ondergrondse bergingscapaciteit niet mogelijk is. De wadi wordt derhalve uitgevoerd als een kleine verlaging van het maaiveld die boven de theoretische waterkering blijft. Er komt geen officiële infiltratievoorziening in de wadi en overtollig water wordt afgevoerd via een kolk, hetzelfde zoals de 'wadi' in het Zuidelijk Randpark.

Deze wadi is planologisch mogelijk in het vigerende bestemmingsplan (als zijnde waterberging) en behoeft derhalve niet in het voorliggende plan geregeld te worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0020.jpg"

Afbeelding: wadi aan de westzijde van het plangebied voor de opvang van hemelwater

4.11 M.e.r. beoordeling

Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D:

  • Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden.
  • Onderdeel B is reeds vervallen.
  • Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is.
  • Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is.

Planspecifiek

Het planvoornemen betreft geen activiteit genoemd in de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. Er is geen sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, omdat de realisatie van de 4 woningen qua aantal woningen al reeds binnen het moederplan "Eikelenburg" was opgenomen. Daarnaast is sprake van een beperkte afwijking van het bestemmingsplan doordat de woningen in de uiterste zuidoosthoek van fase 9 deels buiten het bestemmings- en bouwvlak (Wonen-3) vallen. Gelet op deze beperkte afwijking en omdat het aantal woningen, hetgeen grotendeels definieert of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject, reeds waren meegenomen, hoeven deze woningen niet nogmaals onderbouwd te worden. Er is daarom geen vormvrije m.e.r. beoordeling benodigd.

4.12 Duurzaamheid

4.12.1 Nationaal beleid

Nederland heeft zich verbonden aan verschillende internationale afspraken.

  • het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (VN) uit 1992 is het eerste klimaatverdrag.
  • het Kyoto-Protocol uit 1997. Hierin staat dat de emissiereducties van land tot land verschillen en onder elkaar verhandeld kunnen worden.
  • VN-klimaattop in Parijs: de Conference of Parties (COP21). Nederland heeft ingestemd met een nieuw VN-klimaatakkoord, dat in 2020 is ingegaan. Doel van het akkoord: de opwarming van de aarde beperken tot ruim onder 2 graden Celsius. Met een duidelijk zicht op 1,5 graden Celsius.

Nationale doelen voor terugdringen van broeikasgassen

De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de CO2-uitstoot moet terugdringen. De Klimaatwet moet burgers en bedrijven zekerheid geven over de klimaatdoelen:

  • 49% minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen, hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Er staan ook afspraken in die partijen onderling hebben gemaakt.
  • 95% minder CO2 -uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990.
  • De Nederlandse staat moet eind 2020 ten minste 25% minder broeikasgassen uitstoten ten
  • opzichte van 1990 (redactioneel: eind 2020 is 25,4% minder uitstoot behaald).

Klimaatakkoord

In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren over de maatregelen die deze sectoren de komende 10 jaar en in de jaren daarna gaan nemen om de klimaatdoelen te halen. Deze sectoren zijn gebouwde omgeving, landbouw en landgebruik, elektriciteit, industrie en mobiliteit. Relevant voor het plan zijn:

  • Gebouwde omgeving: In 2050 moeten 7 miljoen woningen en 1 miljoen andere gebouwen van het aardgas af zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Als eerste stap moeten in 2030 de eerste 1,5 miljoen bestaande woningen verduurzaamd zijn.
  • Mobiliteit: In 2050 stoot het Nederlands verkeer en alle transport geen schadelijke uitlaatgassen en CO? meer uit. Verkeer en transport kunnen schoner, én ook slimmer. Zo wordt ook de bereikbaarheid en de toegankelijkheid voor iedereen beter. Dit kan door voertuigen en infrastructuur, zoals wegen, spoor en vaarwater, optimaal te gebruiken. Elektrisch vervoer en aandrijving met duurzame waterstof is daarbij belangrijk.
  • Elektriciteit: In 2030 wil Nederland 70% van alle elektriciteit opwekken met windturbines op zee en op land en zonnepanelen op daken en in zonneparken. In 2050 wil Nederland helemaal geen fossiele brandstoffen, zoals aardgas en steenkool, gebruiken. Er is nog veel te doen om dat te bereiken, want in 2018 kwam nog maar 7,2% van alle elektriciteit uit duurzame bronnen. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit.

4.12.2 Gemeentelijke beleid

Duurzaamheidsagenda 2020: Op weg naar een duurzaam Rijswijk

Op 1 november 2011 is het duurzaamheidsplan: 'Duurzaamheidsagenda 2020: Op weg naar een duurzaam Rijswijk' vastgesteld door de raad. In 2020 wil de gemeente Rijswijk een groene, schone en milieuvriendelijke gemeente zijn.

In het duurzaamheidsplan wordt per thema aangegeven wat de ambitie is en wat daarvoor nodig is om het te bereiken. Alle doelstellingen per thema moeten leiden tot een duurzame gemeente, die schoner, groener en milieuvriendelijker is.

Meerjarenactieplan Duurzaamheid 2016

In augustus 2016 stelde het college het Meerjarenactieplan 2016-2018 vast als aanvulling op de eerdere duurzaamheidagenda 2020. Motto: "Duurzaamheid is geen keuze meer". Duurzaamheid gaat over een aangename leefomgeving en de manieren waarop wij daar samen met onze inwoners, instellingen en bedrijven aan bouwen. Dit meerjarenactieplan dient dan ook als basis voor de dialoog met de omgeving.

Om de duurzaamheidsprestaties te halen ligt de focus op vijf ambities:

  • 1. Energieverbruik verminderen:
    • a. Stimuleren energiebesparende maatregelen.
    • b. Stimuleren gebruik van duurzame energie.
    • c. Bevorderen duurzame mobiliteit.
  • 2. Biodiversiteit vergroten:
    • a. Zorgen voor meer variatie in het stedelijk groen (openbaar en privé) en rekening
    • b. houden met de meerwaarde van groen voor vogels, insecten en andere dieren.
    • c. Verbeteren kwaliteit openbaar groen + ontwikkelen stadsnatuur.
    • d. Vergroten/behoud van de kwantiteit van het (openbaar) groen.
  • 3. Milieukwaliteit (lucht en geluid) verbeteren:
    • a. Verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving door geluidshinder terugdringen + bijdragen aan een schonere en gezondere lucht.
    • b. Terugdringen van geluidhinder in woningen door geluidsreducerende maatregelen aan de bron.
    • c. Luchtkwaliteit verbeteren door vervuilende vrachtauto's uit de stad te weren en schone, zuinige en stille vervoerswijzen te bevorderen.
  • 4. Klimaatbestendig maken van de stad:
    • a. Aanpassingen doen in het watersysteem vanuit de gemeentelijke zorgtaken. voor: inzamelen & transport van afvalwater; inzamelen & verwerking van hemelwater en aanpak/voorkomen van problemen met grondwater.
    • b. Samen met het Hoogheemraadschap van Delfland de chemische en ecologische waterkwaliteit verbeteren.
    • c. Zoeken naar ruimte voor water volgens het principe vasthouden-bergen-afvoeren.
  • 5. Afvalstromen verminderen:
    • a. Verbeteren van de huishoudelijke afvalscheiding door burgers.
    • b. Te zorgen dat de inzamelvoorzieningen voor omgekeerd-afval-inzamelen op orde, voldoende aanwezig en laagdrempelig zijn.
    • c. Door zwerfafval te voorkomen en op te ruimen.

Duurzaamheid kun je groeperen onder drie pijlers:

  • 1. Energietransitie
  • 2. Klimaatadaptatie
  • 3. Circulaire economie

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0021.jpg"

1. Energietransitie

De gemeente Rijswijk wil in 2050 energieneutraal zijn en volgt daarmee de landelijke afspraken. Het basisdocument Energietransitie Rijswijk bevat de kaders en uitgangspunten voor de gemeentelijke bijdrage aan de Regionale Energiestrategie. In december 2021 is de gemeentelijke Transitievisie Warmte vastgesteld. Dit is een belangrijke stap op weg naar het behalen van de doelstellingen uit het Nationaal Klimaatakkoord.

In het klimaatakkoord is bepaald dat in 2030 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwde bronnen moet worden gewonnen en in 2050 alle woningen en gebouwen klimaatneutraal moeten zijn. Het betekent onder meer dat de hele gemeente dan aardgasvrij moet zijn. De impact op de samenleving is enorm. Op veel concrete vragen kan op dit moment nog geen antwoord worden gegeven. Wel zijn in het Basisdocument diverse kaders in beeld gebracht, op wettelijk, financieel, juridisch en economisch vlak.

Daarnaast zijn de uitgangspunten bepaald, die de transitie de komende decennia in goede banen moeten leiden. Kern is dat bij de Rijswijkse energietransitie betaalbaarheid en comfort voor de inwoners voorop staat. Andere uitgangspunten zijn dat de gemeente inwoners intensief betrekt, open en transparant communiceert en nauw samenwerkt met alle relevante partijen. Het basisdocument plaatst de energietransitie in een tijdpad, waarbij vooral is geredeneerd vanuit realisme en haalbaarheid.

Energieprestatie - BENG

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD).

2. Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert. Niet alleen stijgt de zeespiegel, maar extremere weertypen komen steeds vaker voor zoals langdurige droogte of extreme regenval. We werken daarom hard om verdere verandering van het klimaat door de energietransitie te beperken. Tegelijkertijd is het nodig om ons aan te passen aan de versnelde klimaatverandering zodat we schade zoveel mogelijk beperken. Hittestress en droogte zijn onderwerpen die de komende jaren ook onze aandacht behoeven.

Convenant Klimaatadaptief Bouwen

Zuid-Holland wil voorop lopen op het gebied van klimaatadaptief bouwen. In 2018 is het Convenant Klimaatadaptief Bouwen opgesteld dat ondertekend is door diverse partijen, zoals bouwbedrijven, gemeenten (waaronder Rijswijk), de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars. Vanuit het convenant wordt gezamenlijk opgetrokken om de Zuid-Hollandse delta zo adaptief mogelijk te maken. Het convenant stimuleert partijen om klimaatadaptief te bouwen en biedt daarvoor allerlei ondersteuning aan. Het doel van het convenant is het verminderen van wateroverlast, droogte, hittestress, bodemdaling en overstromingen en het vergroten van de biodiversiteit bij bouwopgaven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01_0022.jpg"

3. Circulaire economie

De Rijksoverheid werkt via het programma 'Nederland Circulair in 2050' aan een volledig circulaire Nederlandse economie. Op weg daar naar toe, wil Nederland in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen met 50% reduceren. Het programma bouwt voort op een programma als VANG (Van Afval Naar Grondstof). VANG richt zich op preventie (het voorkomen van afval), afvalscheiding en het terugdringen van restafval bij huishoudens en bedrijven. In 2017 hebben maatschappelijke partners (bedrijven en kennisinstellingen) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) het Grondstoffenakkoord ondertekend. Dit akkoord is gericht op het bereiken van een schaalsprong in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Daarmee levert het een bijdrage aan het bereiken van de doelstelling van het klimaatakkoord.

Bij circulaire economie gaat het over het hergebruiken van producten en het delen van eigendom. Het efficiënter gebruik maken van wat we al hebben helpt om minder grondstoffen te verbruiken.

De deeleconomie, waar het delen van eigendommen centraal staat, heeft een vlucht genomen. Ook in Rijswijk groeit de deeleconomie (deelscooters, deelauto's). Het delen van eigendommen verbindt mensen en draagt bij aan sociale cohesie.

Beoogde ontwikkeling

(Deze 3 pijlers inclusief de 5 ambities omschrijven voor het project = maatwerk per ontwikkeling)

3 pijlers:

  • 1. Energietransitie (ambitie: energieverbruik verminderen)
    (Harbour Park tekst SolarEis, zonnepanelen, warmtekracht)
  • 2. Klimaatadaptatie (ambities: : klimaatbestendig maken van de stad, biodiversiteit vergroten, milieukwaliteit (lucht en geluid) verbeteren)
    (Harbour Park; Boot rapportage)
  • 3. Circulaire economie (ambitie: afvalstromen verminderen)
    (Harbour Park: transformatie gebruik casco Indola Fabriek aan de Klipperstraat, deelauto's, hergebruik materialen, maakindustire speelt een belangrijke rol in circulaire industrie. Er wordt ruimte geboden aan bedrijven in de maakindustrie).

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid

5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

5.1.1 Vooroverleg en zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan wordt conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter visie gelegd. Hierbij is er de mogelijkheid van zienswijzen voor een ieder, ook voor overlegpartners. Na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het plan ligt na deze bekendmaking dan 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

5.1.1.1 Participatie

In eerdere fases van het gehele plan Eikelenburg heeft participatie plaatsgevonden en heeft er meerdere malen participatie plaatsgevonden om over de inrichting van de openbare ruimte. Vanuit deze participatierondes zijn er geen wijzigingen voortgekomen die betrekking hebben op de strekking van dit bestemmingsplan.

Inloopmiddag

Verder heeft op 11 oktober een inloopmiddag plaatsgevonden waar vragen over het bestemmingsplan gesteld kon worden. Vanuit deze inloopmiddag zijn er geen wijzigingen voortgekomen die betrekking hebben op de strekking van dit bestemmingsplan.

Inspraak

Gezien de beperkte impact van het planvoornemen (minder woningen dan oorspronkelijk is toegestaan en niet het volledig benutten van de maatvoeringen met betrekking tot de bouwhoogte) is er voor gekozen om het voorontwerp over te slaan. Hierdoor is de inspraakprocedure conform de inspraakverordening is overgeslagen.

5.1.1.2 Vooroverleg

Bij de voorbereiding van een ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

Vanuit het vooroverleg zijn er twee reacties binnen gekomen vanuit het Hoogheemraadschap van Delfland en Veiligheidsregio Haaglanden.

Hoogheemraadschap van Delfland

Wadi

Ter juridische borging van de wateropgave dient de aanleg en in standhouding van de wadi met een inhoud van minimaal 40 m3, als voorwaardelijke verplichting in de planregels te worden opgenomen.

Het Hoogheemraadschap is akkoord met de berekening van de wateropgave van 40 m3. Bij de uitwerking van de wadi zijn de getallen niet duidelijk.

Graag verwijzen naar de richtlijn voor vasthoudmaatregelen van Delfland voor de uitwerking van de wadi. Aandacht voor wijze waarop verharding op wadi is aangesloten, beheer en onderhoud, wijze van ledigen, ledigingstijd etc.

Tekstueel:

Er dienen n.a.v. de reactie van het waterschap een aantal tekstuele wijzigingen te worden doorgevoerd, ten aanzien van de verantwoordelijkheden van het waterschap, een wijziging in het beleidskader en een verwijzing naar het vigerende bestemmingsplan voor de andere voor water relevante aspecten.

Reactie gemeente

De tekstuele opmerkingen worden overgenomen en aangepast.

De opmerkingen met betrekking tot de wadi zijn verwerkt in de waterparagraaf. Daarbij is ook toegelicht dat de aanleg van de wadi niet juridisch geborgd wordt in dit bestemmingsplan

Conclusie

De reactie leidt tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

Veiligheidsregio Haaglanden

Geadviseerde maatregelen en restrisico

Gezien de afstand van deze risicobronnen tot aan het plangebied worden diverse maatregelen geadviseerd. Het is belangrijk dat bij de verdere uitwerking van het plangebied, zoals bij bouwplannen, ook specifiek wordt gekeken naar de brandveiligheid. Hiervoor kunnen extra maatregelen nodig zijn.

Niet alle geadviseerde maatregelen kunnen worden opgenomen in dit bestemmingsplan. Deze zijn bedoeld voor de verdere uitwerking van het plan.

Reactie gemeente

Het advies is ter attentie aangenomen en wordt meegenomen in de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen.

Conclusie

De reactie leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Behoudens een toevoeging dat de veiligheidsregio advies heeft uitgebracht dat wordt meegenomen in de verdere planvorming.

5.1.1.3 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 30 september 2022 tot en met donderdag 10 november 2022 ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kon een ieder een zienswijze indienen. Gedurende de ter inzage legging zijn geen zienswijze ingediend.

5.2 Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van een ruimtelijk plan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:

  • het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
  • het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
  • het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek

Gemeente Rijswijk en AM hebben een samenwerkingsovereenkomst (SOK) gesloten inzake de ontwikkeling van het plangebied Eikelenburg. Hierin zijn de exploitatiekosten van het plan verzekerd. Het voorliggende plan valt onder de reikwijdte van deze SOK en is derhalve economisch uitvoerbaar.

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving

6.1 Algemeen

Voor het wijzigingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012).

 

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

6.2 Toelichting

De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de (beleids-)uitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.

6.3 Verbeelding

Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij eventuele andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

6.4 Opbouw regels

Voor wat betreft de bestemmingsbepalingen worden de betreffende planregels van het bestemmingsplan Eikelenburg zoals vastgesteld door de raad van Rijswijk op 30 juni 2011, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing verklaard. Dat geldt ook voor de begripsbepalingen, de wijze van meten en de Algemene regels.

6.5 Wijze van bestemmen

Algemeen

Dit bestemmingsplan ziet toe op het planologisch mogelijk maken van een wijziging in de verkavelingsopzet van Eikelenburgh fase 9. Er worden geen extra woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van wat reeds planologisch toelaatbaar is in het vigerende bestemmingsplan. Door de wijziging in de verkavelingsopzet verkrijgt een klein gedeelte van de huidige bestemmingen Verkeer en Groen een woonbestemming (Wonen-2). Tevens krijgt een gedeelte van de huidige bestemming Groen een bestemming Verkeer.

Wonen – 2

In het vigerende bestemmingsplan is voor fase 9 de bestemming Wonen-3 toegepast. In deze bestemming zijn zowel appartementen als grondgebonden woningen mogelijk. Omdat de herverkaveling alleen de realisatie van grondgebonden woningen betreft, ligt het voor de hand dat de woonkavels waarop dit bestemmingsplan toeziet de bestemming Wonen-2 verkrijgen. Binnen deze bestemming zijn grondgebonden woningen toegestaan (vrijstaande, twee-onder-een-kap, patiowoningen en geschakelde woningen) met bijbehorende garages.

Verkeer

De overige gronden in dit bestemmingsplan behoren tot de openbare ruimte. Deze gronden verkrijgen de bestemming Verkeer. Binnen deze bestemming zijn zowel wegen, parkeerplaatsen als groenvoorzieningen mogelijk.

Waarde - Archeologie

Gelijk aan het geldende bestemmingsplan 'Eikelenburg' zijn de gronden in het plangebied momenteel voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Deze bestemming kan op grond van de beëindiging van het archeologisch onderzoek echter komen te vervallen (zie paragraaf 4.7 Archeologie). De bestemming komt voor dit bestemmingsplangebied dan ook niet meer voor.