direct naar inhoud van Regels
Plan: Eikelenburg 4 woningen fase 9
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 plan

het bestemmingsplan Eikelenburg 4 woningen fase 9 met identificatienummer NL.IMRO.0603.bpEikelnburg4wonf9-VA01 van de Gemeente Rijswijk.

1.2 geldend bestemmingsplan

het bestemmingsplan Eikelenburg zoals vastgesteld door de raad van Rijswijk op 30 juni 2011.

1.3 overige begrippen

voor de overige begripsbepalingen wordt verwezen naar artikel 1 van de planregels van het bestemmingsplan Eikelenburg zoals vastgesteld door de raad van Rijswijk op 30 juni 2011.

1.4 verwijzing

de planregels die deel uitmaken van het geldende bestemmingsplan zijn op dit bestemmingsplan, voor zover relevant, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de overgangs- en slotregels.

Artikel 2 Wijze van meten

Voor de wijze van meten wordt verwezen naar artikel 2 van de planregels van het bestemmingsplan Eikelenburg zoals vastgesteld door de raad van Rijswijk op 30 juni 2011.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Verkeer

3.1 bestemmingsomschrijving

De als Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. erftoegangswegen;
  • b. verblijfsgebieden;
  • c. parkeervoorzieningen.

met daarbij behorende:

  • d. groenvoorzieningen;
  • e. waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. straatmeubilair.
3.2 Bouwregels

Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en met inachtneming van de volgende regels:

  • a. uitsluitend toegestaan zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 10 m bedragen.
3.3 Specifieke gebruiksregels

Als verboden gebruik wordt in elk geval aangemerkt de verkoop en opslag van motorbrandstoffen.

Artikel 4 Wonen - 2

4.1 Bestemmingsomschrijving

De als Wonen - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. het wonen in de vorm van half-vrijstaande woningen, 2-onder-1-kapwoningen en rijwoningen;
  • b. erven en tuinen;
  • c. ontsluitingspaden;
  • d. nutsvoorzieningen en fietsenstallingen;
  • e. parkeren op eigen terrein;
  • f. de uitoefening van een aan huis gebonden beroep, met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. de voor de beroepsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 40% per woning bedragen tot een maximum van 40 m²;
    • 2. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan;
    • 3. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan;
    • 4. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan;
    • 5. het beroep moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel;

en daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen.

4.2 Bouwregels

Ter plaatse van de binnen de bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en met inachtneming van de volgende regels:

regels ten aanzien van hoofdgebouwen:

  • a. de hoofdgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met dien verstande dat erkers het bouwvlak met ten hoogste 1 m mogen overschrijden mits de afstand tot een erfgrens tenminste 2 m bedraagt;
  • b. de voorgevel van het hoofdgebouw mag uitsluitend in of ten hoogste 5 m achter de naar de weg gekeerde grens van het bouwvlak worden gebouwd;
  • c. per bouwvlak is ten hoogste het aangeduide maximum aantal wooneenheden toegestaan;
  • d. de maximale horizontale bouwdiepte bedraagt 12 m;
  • e. de goothoogte en bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 6 m respectievelijk 12 m;
  • f. woningen mogen uitsluitend door een kap worden afgedekt;

regels ten aanzien van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen:

  • g. de voorgevel van een aan- of bijgebouw, geen garage zijnde, bijgebouwen en overkappingen, dient ten minste 4 m achter de voorgevel van het bijbehorende hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden geplaatst. Garages dienen op een afstand van tenminste 11 m achter de voorste perceelsgrens te worden geplaatst. Op hoeksituaties van wegen moeten de bijgebouwen bovendien zijn gelegen achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw;
  • h. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een rijwoning mag maximaal 40 m² bedragen, mits niet meer dan 40 % van het zij- en achtererf van het hoofdgebouw wordt bebouwd;
  • i. de horizontale diepte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel van een hoofdgebouw mag niet meer dan 4,0 m bedragen;
  • j. per woning mogen niet meer dan 2 vrijstaande bijgebouwen worden gebouwd;
  • k. de goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m respectievelijk 6,5 m;
  • l. de bouwhoogte van vrijstaande overkappingen mag niet meer dan 3,25 m bedragen;
  • m. de goothoogte van aanbouwen, uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen mag maximaal de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw bedragen, vermeerderd met 0,4 m;
  • n. ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder het hoofdgebouw;

regels ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • o. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag bedragen:
    • 1. maximaal 7 m voor palen en masten;
    • 2. maximaal 2 m voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen achter de (verlengden van de) voorgevel;
    • 3. maximaal 1 m voor overige erf- en terreinafscheidingen;
    • 4. maximaal 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan

  • a. de situering en afmetingen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • b. de goot- en bouwhoogte van aan- en uitbouwen, overkappingen, bijgebouwen en erfscheidingen;
  • c. dakbeëindiging de kapvorm van gebouwen;
  • d. kleuren en materialen van gebouwen;
  • e. erfscheidingen;
  • f. aantal te realiseren parkeerplaatsen;
  • g. wijze van parkeren op private erven;

indien dit naar hun oordeel noodzakelijk is in verband met:

  • 1. de bebouwingskarakteristiek van de omgeving en de stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied, zoals neergelegd in het vastgestelde Beeldkwaliteitsplan Eikelenburg van de gemeente Rijswijk, welke als Bijlage 1 bij deze regels is gevoegd;
  • 2. de verkeersveiligheid of de parkeerbalans;
  • 3. de bezonning, privacy en/of gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen .
4.4 Afwijking van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van het bepaalde 6.1 voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten aan huis, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de voor de bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte mag maximaal 40% per woning bedragen;
  • b. er mag geen onevenredige afbreuk aan de woonfunctie worden gedaan;
  • c. detailhandel en horeca zijn niet toegestaan;
  • d. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan;
  • e. het bedrijf moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel;
  • f. omgevingsvergunning ter afwijking kan niet worden verleend voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen en risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 5 Algemene bouwregels

Het is verboden enig terrein of bouwperceel zodanig te bebouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein, bouwvlak of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die aldaar niet meer met de regels van dit plan zou overeenstemmen, of voorzover er reeds aldaar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bebouwen, dat deze afwijking zou worden vergroot.

Artikel 6 Algemene gebruiksregels

6.1 Parkeren
  • a. een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden of het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden, slechts wordt verleend indien wordt voorzien in parkeergelegenheid overeenkomstig de Parapluherziening Parkeernormering Rijswijk, tenzij de aard en omvang van de omgevingsvergunning voor het bouwwerk en/of de uitbreiding en/of de wijziging van gebruik van bouwwerken en/of gronden niet leidt tot extra parkeerbehoefte;
  • b. parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand gehouden te worden.
6.2 Vormen van verboden gebruik (onbebouwd)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water:

  • a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer-, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voorzover het betreft parkeren en overigens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond;
  • c. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voorzover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond, of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden;
  • d. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie.
6.3 Vormen van verboden gebruik (gebouwen)

Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd het gebruik:

  • a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen als detailhandel;
  • b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning;
  • c. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

7.1 Bevoegdheid tot het verlenen van omgevingsvergunning ter afwijking

Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen ter afwijking van de regels van het plan, voor:

  • a. het oprichten van bouwwerken voor algemeen nut mits de oppervlakte van een gebouw niet meer bedraagt dan 20 m² en de bouwhoogte van de bouwwerken niet meer zal bedragen dan 3,5 m;
  • b. het overschrijden van in deze voorschriften genoemde maten en percentages, zoals goothoogte, hoogte en oppervlakte van gebouwen en bebouwingspercentages, met niet meer dan 10%;
  • c. het overschrijden van de regels inzake de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met niet meer dan 15%;
  • d. het bouwen buiten het bouwvlak van beneden peil gelegen kelders alsmede erkers, balkons, galerijen, luifels, buitentrappen en soortgelijke onderdelen aan woningen, waarbij de grenzen van het bouwvlak met niet meer dan 2 m mogen worden overschreden;
  • e. het in geringe mate, doch met niet meer dan 2 m afwijken van een bestemmingsgrens of van het profiel van een weg, voor zover dit noodzakelijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen;
  • f. het in geringe mate afwijken van bouwgrenzen, hoogtescheidingslijnen en overige aanduidingen op de kaart in het horizontale vlak, indien bij de definitieve uitmeting of verkaveling blijkt dat deze afwijking in het belang van een juiste verwezenlijking van het plan redelijk, gewenst of noodzakelijk is en de afwijking ten opzichte van hetgeen op de kaart is aangegeven niet meer bedraagt dan 3 m;
  • g. geluidwerende voorzieningen.
7.2 Voorwaarden waaronder omgevingsvergunning ter afwijking kan worden verleend

Een omgevingsvergunning ter afwijking als bedoeld in lid 1 kan slechts worden verleend, indien de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen niet in onevenredige mate worden beperkt en/of indien ter plaatse aanwezige waarden niet op onevenredige wijze worden of kunnen worden aangetast.

Artikel 8 Anti dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 9 Overgangsrecht

9.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10 %.
  • c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 10 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het bestemmingsplan Eikelenburg 4 woningen fase 9.