| Plan: | Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0599.BP1143LijnbkCools-va02 |
De tekst in paragrafen 1.1 t/m 1.5 moet worden gelezen in aanvulling op de tekst in de toelichting van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019, Hoofdstuk 1 Aanleiding.
Voorliggend plan is een herziening op het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam op 17 oktober 2019, met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1091LijnbkCools-va02. Op 19 augustus 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State een uitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2020:1953), waarmee dit bestemmingsplan uit 2019 gedeeltelijk onherroepelijk is geworden en gedeeltelijk is vernietigd. De gemeenteraad is opgedragen om een nieuw besluit te nemen over de vernietigde onderdelen met hetgeen in de uitspraak is overwogen (zie 1.2) .
Dit plan is in twee stappen tot stand gekomen. Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad een herstelbesluit genomen voor de vernietigde onderdelen, met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1143LijnbkCools-va01 (zie 1.3). Tegen dit besluit is wederom beroep ingesteld bij de Raad van State. Hangende deze beroepsprocedure heeft de gemeenteraad het herstelbesluit van 2022 op onderdelen herzien met een nieuw herstelbesluit 2025 (zie 1.4). Voorliggend plan is een geconsolideerde versie van de (herstel)besluiten die zijn genomen op 3 februari 2022 en op 2 oktober 2025 en herziet het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 op een aantal punten die relatie hebben met de horeca aan de noordzijde van het Stadhuisplein en de studentenwoningen aan de zuidzijde van het Stadhuisplein.
Tegen het besluit van de gemeenteraad tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan van 17 oktober 2019 is beroep ingesteld bij de Raad van State. De Raad van State heeft op 19 augustus 2020 uitspraak (ECLI:NL:RVS:2020:1953), gedaan over de ingestelde beroepen.
Ten aanzien van de beroepen die zich richten tegen de woonbestemming aan het Stadhuispein 16 (studentenwoningen) overweegt de Raad van State dat de gemeente niet inzichtelijk heeft gemaakt dat met de in de planregels opgenomen voorwaarden waarin staat dat de horeca-inrichtingen maatwerkvoorschriften worden opgelegd, niet heeft aangetoond dat door die maatwerkvoorschriften de bedrijfsvoering van de horeca-inrichtingen niet onevenredig wordt belemmerd en tegelijkertijd niet heeft aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de studentenwoningen wordt gewaarborgd, waarbij ook met onder meer verkeerslawaai rekening moet worden gehouden. Uit het herstelplan en de daaraan ten grondslag liggende onderzoeken kan volgens de Raad van State niet worden afgeleid welke geluidruimte in maatwerkvoorschriften zou kunnen worden toegekend aan horeca-inrichtingen en welke maatregelen zouden kunnen worden voorgeschreven om de bedrijfsvoering van die inrichtingen niet onevenredig te belemmeren en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de studentenwoningen te waarborgen. Met andere woorden: de uitvoerbaarheid van de opgenomen planregels is onvoldoende onderbouwd. In dit verband merkt de Raad van State in de uitspraak ook nog op dat het niet in het vermogen van de ontwikkelaar van de studentenwoningen ligt om het invallende geluid op de gevel van de studentenwoningen te beïnvloeden, terwijl de woonfunctie daarvan wel mede afhankelijk wordt gemaakt. Door de Raad van State wordt geconcludeerd dat de gemeente er niet in redelijkheid van uit heeft kunnen gaan dat de maatwerkvoorschriften stand kunnen houden in een beroepsprocedure. De planregels zijn volgens de Raad van State niet rechtszeker.
Met betrekking tot de in de planregels opgenomen bepaling over het aandachtsgebied geluid overweegt de Raad van State dat in het kader van de beoordeling van de uitvoerbaarheid van deze planregel de gemeente had moeten nagaan of, mede rekening houdend met onder meer verkeerslawaai, door toepassing van minimaal één geluidluwe gevel of op andere wijze een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in een nieuwe woning kan worden gewaarborgd en aan een binnenwaarde van maximaal 35 dB(A) kan worden voldaan door het geluid van horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein en de Kruiskade, dan wel of op de gevel aan de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit voldaan kan worden. Volgens de Raad van State heeft de gemeente dit niet voldoende inzichtelijk gemaakt. Evenmin is inzichtelijk gemaakt dat met de planregels de bedrijfsvoering van de horeca niet onevenredig wordt belemmerd. Ook deze planregels zijn volgens de Raad van State onvoldoende rechtszeker.
Tenslotte is nog beroep ingesteld tegen het weghalen van de logiesfunctie ter plaatse van Stadhuisplein 16-38. De Raad van State is van oordeel dat die functie niet zonder meer weggehaald had moeten worden, gezien het beroep.
Gelet op het voorgaande heeft de Raad van State de beroepen gegrond verklaard en het besluit van 17 oktober 2019, waarbij het bestemmingsplan "Lijnbaankwartier-Coolsingel" gewijzigd is vastgesteld, vernietigd voor wat betreft de volgende onderdelen:
De Raad van State heeft de gemeenteraad opgedragen om binnen 52 weken na de verzending van de uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken.
Er is in de uitspraak door de Raad van State ook een voorlopige voorziening getroffen. Die voorlopige voorziening houdt in dat tot het nieuw te nemen besluit in werking is getreden, voor de gebieden waarvoor de aanduiding "specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling" en de aanduiding "overige zone - aandachtsgebied geluid" gelden, wonen niet is toegestaan met dien verstande dat het op de datum van de uitspraak bestaande wonen mag worden voortgezet.
Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad een herstelbesluit genomen om de gebreken die de Raad van State in de uitspraak van 19 augustus 2020 heeft geconstateerd, te herstellen. Het bestemmingsplan uit 2019 is dus, uitsluitend op de vernietigde onderdelen, herzien.
Samengevat is toen besloten:
Er wordt verder -samengevat- gemotiveerd, onder andere aan de hand van aanvullend akoestisch onderzoek, dat op basis van deze waarborgen een goed woon- en leefklimaat in de studentenwoningen én (toekomstige woningen in de omgeving) wordt gewaarborgd enerzijds, en de horeca niet wordt belemmerd in hun bedrijfsvoering anderzijds.
Op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Rotterdam een herstelbesluit genomen om de gebreken die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 19 augustus 2020 heeft geconstateerd ten aanzien van het bestemmingsplan “Lijnbaankwartier-Coolsingel” (2019), te herstellen (hierna: herstelbesluit 2022). Dit herstelbesluit zag enkel op de vernietigde onderdelen van het bestemmingsplan “Lijnbaankwartier-Coolsingel” dat is vastgesteld op 17 oktober 2019, en daarna gedeeltelijk is vernietigd. Het herstelbesluit 2022 herziet het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel dus op onderdelen. Tegen het herstelbesluit 2022 is opnieuw beroep aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In de loop van deze beroepsprocedure zijn in het bestemmingsplan verschillende (mogelijke) gebreken geconstateerd. Deze zijn deels ingegeven door het gestelde in de verschillende beroepen tegen het herstelbesluit 2022 en deels ingegeven door de bevindingen van Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) naar aanleiding van de ingediende beroepen. De gemeente wil deze gebreken herstellen.
Doel van dit herstelbesluit (hierna: herstelbesluit 2025), is om het herstelbesluit 2022 te wijzigen door mogelijke gebreken te herstellen. Het streven is om een gewijzigde planregeling vast te stellen die tegemoetkomt aan de wens van partijen om meer rechtszekerheid te bieden, die een goed evenwicht creëert tussen de verplichtingen die gelden voor de horeca enerzijds en de verplichtingen die gelden voor geluidsgevoelige functies anderzijds en voorziet in een goede ruimtelijke ordening.
Met het herstelbesluit 2025 wordt bovendien voor de horeca duidelijk welke ruimte zij hebben om hun inrichtingen te exploiteren en is daarmee tegelijkertijd duidelijk onder welke voorwaarden in de nabijheid van het Stadhuisplein kan worden gewoond. Het gaat hier aldus om een wijziging van het herstelbesluit van 3 februari 2022, en niet om een integrale nieuwe vaststelling van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel. Daarmee kwalificeert dit besluit als een besluit ex artikel 6:19 Awb.
Eveneens op 3 februari 2022 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan “Parapluherziening evenementen” (hierna: Parapluherziening) vastgesteld (NL.IMRO.0599.BP1137PapluEvemnt-va01). De Parapluherziening voorziet in een planologische regeling voor evenementen op diverse locaties in Rotterdam. Eén van deze locaties is het Stadhuisplein. Verschillende horeca-exploitanten hebben beroep ingesteld tegen de evenementenregeling die de Parapluherziening bevat voor het Stadhuisplein (artikel 5.1.16). Mede naar aanleiding van deze beroepen is vastgesteld dat de evenementenregeling voor het Stadhuisplein, zoals opgenomen in de Parapluherziening, voor deze locatie onvoldoende maatwerk biedt. Daarom is de evenementenregeling herzien en worden aanpassingen voorgesteld. Voorgesteld wordt om de aangepaste evenementenregeling niet vast te stellen met een herstelbesluit van de Parapluherziening, maar om deze mee te nemen in de voorliggende herziening 2025. Op deze manier kan worden volstaan met één integraal herstelbesluit waarin voor het Stadhuisplein wordt voorzien in een integrale regeling met betrekking tot geluid. De precieze herkomst en strekking van de verschillende aanpassingen blijkt nader uit de artikelsgewijze toelichting onder de herstelbepalingen (zie 2.2).
Bestemmingsplan 2019 en herziening 2022/2025
Het bestemmingsplan uit 2019 (NL.IMRO.0599.BP1091LijnbkCools-va02) is voor het grootste gedeelte onherroepelijk. Nadat het herstelbesluit 2022 was vastgesteld, is er een (integraal) nieuw bestemmingsplan “Lijnbaankwartier-Coolsingel” (NL.IMRO.0599.BP1143LijnbkCools-va01) opgemaakt. Dit betrof een integrale planregeling (het bestemmingsplan uit 2019, inclusief de wijzigingen hierop die waren vastgesteld met het herstelbesluit 2022). Hierdoor werd niet meteen duidelijk welke planbepalingen zijn vastgesteld met het Herstelbesluit 2022. Omwille van de leesbaarheid is er nu voor gekozen voor een andere systematiek van weergeven van het bestemmingsplan, namelijk om alleen de wijzigingen ten opzichte van het in 2019 vastgestelde bestemmingsplan op te nemen in de planregeling die hoort bij de herstelbesluiten 2022 en 2025.
Na vaststelling van het herstelbesluit 2025, gaat de bundeling van de wijzigingen die met het herstelbesluit 2022 zijn aangebracht en aanpassingen die het herstelbesluit 2025 hierop aanbrengt, verder onder de naam bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 (NL.IMRO.0599.BP1143LijnbkCools-va02)
Het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 vervangt het bestemmingsplan uit 2022. De vernietigde onderdelen van het bestemmingsplan uit 2019 zullen worden doorgehaald in die planregeling. Voor de actuele planologische situatie op de locatie Stadhuisplein en omgeving, dienen het bestemmingsplan uit 2019 en de herziening 2025 tezamen worden gelezen (zoals bij een herziening te doen gebruikelijk is).
Voorliggend plan is een geconsolideerde versie van de (herstel)besluiten die zijn genomen op 3 februari 2022 en op 2 oktober 2025, inclusief een regeling voor het evenemententerrein Stadhuisplein, en herziet dit plan het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 op een aantal punten die relatie hebben met de horeca op het Stadhuisplein en de studentenwoningen aan het Stadhuisplein.
De verbeelding, regels en toelichting bij dit plan, zijn in aanvulling op de verbeelding, regels en toelichting van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019. Voor een integrale planregeling, dienen deze twee bestemmingsplannen tezamen worden gelezen.
De wijziging van de planregels en verbeelding ten opzichte van het herstelbesluit 2022, zijn beschreven in Bijlage 11.
De tekst in paragrafen 2.1 t/m 2.4 moet worden gelezen in aanvulling op de tekst in de toelichting van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019, paragraaf 4.5.4 Wonen.
Stadhuisplein
Voor de horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein zijn als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 voorwaarden opgenomen waaronder geëxploiteerd mag worden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in voorwaardelijke bepalingen (art. 3.4.8 en 3.4.9). De voorwaardelijke bepalingen zijn gebaseerd op akoestisch onderzoek dat is verricht door onderzoeksbureau Peutz en daarop gebaseerde maatwerkvoorschriften die voor de horeca-inrichtingen zijn vastgesteld. De uitgangspunten en uitkomsten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in het rapport in bijlage 7. Opgemerkt wordt dat bij de totstandkoming van het onderzoek en het rapport vertegenwoordigers van de horeca-inrichtingen en eigenaar van de studentwoningen aan Stadhuisplein 16 -38 betrokken zijn. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar hierna onder paragraaf 2.1.2 is vermeld.
Om te voldoen aan de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 (zie hiervoor onder 1.2) is niet alleen de mogelijkheid voor het uitoefenen van de horecafunctie ter plaatse van het Stadhuisplein verbonden aan voorwaarden (artikelen 3.4.8 en 3.4.9), maar is ook de mogelijkheid voor wonen in de bestemming "Centrum- 1" verbonden aan voorwaarden (artikelen 3.4.3 en 23). Het gaat dan om de woonfunctie tegenover de horeca-ondernemingen aan het Stadhuisplein zijnde de studentenwoningen aan het Stadhuisplein 16 (aanduiding "specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling") en de woonfunctie in de zone die op de verbeelding is aangeduid met "overige zone - aandachtsgebied geluid". Met het opnemen van de desbetreffende voorwaardelijke bepalingen wordt beoogd dat ter plaatse van de woningen in het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Het akoestisch rapport waarin de resultaten van het onderzoek zijn opgenomen, is als bijlage 7 gevoegd bij deze toelichting. Hierna wordt een beknopte uiteenzetting gegeven met betrekking tot dat onderzoek en de conclusies. Als eerste zal de situatie op het Stadhuisplein worden beschouwd. Vervolgens zal de mogelijkheid om te wonen buiten het Stadhuisplein, maar binnen de invloedssfeer van de horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein en de Kruiskade worden beschouwd. Voor een uitgebreide uiteenzetting wordt verwezen naar het akoestisch rapport.
Horeca Noordzijde Stadhuisplein
Aan de noordzijde van Stadhuisplein bevinden zich de volgende horeca-inrichtingen
De horeca-inrichtingen bevinden zich op de begane grond, met uitzondering van Cornelis Bar & Kitchen (begane grond en eerste verdieping), Restaurant Amigo's (eerste verdieping) en Bierkeller (kelder). Alle gelegenheden hebben een exploitatievergunning voor 24 uur per dag. In het akoestisch onderzoek is van deze gelegenheden uitgegaan, waarbij voor zover van toepassing rekening is gehouden met een restaurantfunctie en een uitgaansfunctie. De restaurantfunctie treedt doorgaans op in de dag- en avondperiode en de uitgaansfunctie in de avond- en nachtperiode.
Daarbij is tevens betrokken dat zich op de eerste verdieping boven De Après Skihut en Get Back ook nog één horeca-inrichting kan vestigen (de nieuwe gelegenheid), omdat de mogelijkheid is opgenomen dat na verbouwing het gebruik voor horeca zich ook over de eerste verdieping zal uitstrekken.
Bij alle gelegenheden op de begane grond en in de kelder is sprake van muziekgeluidniveau in de uitgaansfunctie van meer dan 100 dB(A). Voor Restaurant Amigo's en de nieuwe gelegenheid is in het akoestisch onderzoek uitgegaan van 90 dB(A). In de restaurantfunctie zijn de muziekgeluidniveaus 75 tot 80 dB(A) in de gelegenheden.
Alle gelegenheden op de begane grond (en Bierkeller) beschikken over een terras. De totale terrascapaciteit, waar in het akoestisch onderzoek vanuit is gegaan, bedraagt in de restaurantfunctie 1250 personen en in de uitgaansfunctie 1750 personen.
Horeca Zuidzijde Stadhuisplein
Aan de zuidzijde van het Stadhuisplein, op de begane grond van het Luciagebouw (Stadhuisplein 16), bevinden zich horeca-inrichtingen die uitsluitend een restaurantfunctie hebben. Geen van deze horeca-inrichtingen mag meer dan achtergrondmuziekgeluid ten gehore brengen. Ter volledigheid zijn deze gelegenheden ook beschouwd in het akoestisch onderzoek.
Horeca Kruiskade
Aan de Kruiskade bevinden zich ook nog drie horeca-inrichtingen met een uitgaansfunctie met hoge muziekgeluidniveaus, namelijk Café De Beurs (Kruiskade 55), TIWYA (Kruiskade 15) en Villa Thalia (Kruiskade 31), alle gelegen op de begane grond. Voor deze gelegenheden geldt een vergelijkbare exploitatie als voor de horecagelegenheden aan de noordzijde van het Stadhuisplein, waarbij voor Villa Thalia geldt dat deze geen restaurantfunctie heeft en niet beschikt over een terras. Deze horeca-inrichtingen zijn beschouwd in het akoestisch onderzoek. De maximale terrascapaciteit, waar in het akoestisch onderzoek vanuit is gegaan, van Café De Beurs en TIWYA bedraagt 450 personen in de uitgaansfunctie.
Overige horeca
Overige horeca-inrichtingen in de omgeving van het Stadhuisplein produceren geen relevante (muziek)geluidemissie naar de omgeving. Om die reden leveren deze horecagelegenheden geen relevante bijdrage aan het geluidniveau in de woonomgeving en zijn ze niet betrokken in het akoestisch onderzoek.
Voor een uitgebreide toelichting op het voorgaande wordt verwezen naar het akoestisch onderzoek dat als bijlage 7 is gevoegd bij de toelichting. Specifiek wordt gewezen op hoofdstuk 4 waarin de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek staan beschreven.
Wonen
Direct tegenover de horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein zijn sinds 2017 studentenwoningen aanwezig in het Luciagebouw (Stadhuisplein 16). Daarnaast is sprake van reeds langer aanwezige woningen op grotere afstand van het Stadhuisplein, zoals woningen aan de Joost Banckertsplaats.
Wettelijk kader geluid: het Activiteitenbesluit
Het wettelijk kader voor het horecageluid is het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit). Dit besluit bepaalt dat bij geluidsgevoelige gebouwen, zoals een woning, moet worden voldaan aan bepaalde geluidsnormen op de gevel van dat gebouw in geval van geluid van horeca-inrichtingen én in dat gebouw voldaan moet worden aan bepaalde geluidsnormen vanwege dat geluid. Er gelden normen voor de dag-, avond- en nachtperiode. De normen uit het Activiteitenbesluit zien uitsluitend op het geluid dat geproduceerd wordt door afzonderlijke inrichtingen. Tot het geluid van een horeca-inrichting behoren ook de terrassen, voor zover er sprake is van een verwarmd en/of overdekt terras. Ook de technische installaties die tot de horeca-inrichtingen behoren en het laden en lossen ten behoeve van de horeca-inrichtingen vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit.
Op grond van het Activiteitenbesluit moeten de horeca-inrichtingen voldoen aan langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) ter hoogte van de gevel van woningen van 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode, overeenkomend met een grenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de woningen geldt een grenswaarde van 35, 30 en 25 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode, oftewel 35 dB(A)-etmaalwaarde. Voor de horeca-inrichtingen zijn met name de avondperiode (19.00–23.00 uur) en de nachtperiode (23.00–07.00 uur) relevant, vanwege de strengere grenswaarden in combinatie met de doorgaans hogere geluidproductie in deze etmaalperioden.
In het geval van de horeca-inrichtingen aan de noordzijde van het Stadhuisplein draagt het volgende geluid bij aan de geluidsemissie:
Voor een uitgebreide toelichting over het wettelijk kader wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van het akoestisch rapport dat als bijlage 7 is gevoegd bij de toelichting. Voor een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten van het onderzoek wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van dat rapport.
Overgangsrecht
Horeca-inrichtingen die voor 1 december 1992 in de huidige vorm in gebruik waren, kunnen volgens het Activiteitenbesluit gebruik maken van het daarin opgenomen overgangsrecht. Dat betekent dat de geldende geluidgrenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter hoogte van de gevel van geluidgevoelige objecten met 5 dB(A) worden verhoogd.
Vijf van de beschouwde horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein (De Après Skihut, Get Back, Café Plein, Café 't Fust en Bierkeller) kunnen hier gebruik van maken. De grenswaarden voor deze horecagelegenheden ter hoogte van de gevel van woningen bedragen aldus 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode (55 dB(A)-etmaalwaarde).
Muziektoeslag
Het Activiteitenbesluit verwijst voor de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) naar de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI). Volgens de HMRI wordt, indien het geluid ten gevolge van een horeca-inrichting op beoordelingspunten ter hoogte van woningen herkenbaar is als muziekgeluid, een toeslag gehanteerd van 10 dB(A). Deze toeslag wordt gehanteerd bij de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, alvorens het geluidniveau wordt getoetst aan de grenswaarden. De toeslag wordt toegepast op de cumulatieve waarde van muziek-, stem- en installatiegeluid als gevolg van de inrichting.
Per horeca-inrichting aan het Stadhuisplein en de Kruiskade is voor de restaurant- en de uitgaansfunctie bepaald of de muziektoeslag moet worden toegepast.
Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3 en 5.1.2 van het akoestisch rapport dat als bijlage 7 is gevoegd bij de toelichting. In de tabellen met rekenresultaten in hoofdstuk 5 wordt per horeca-inrichting nader geduid of de muziektoeslag is toegepast bij de bepaling van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau.
Maatwerkvoorschriften
Voor alle horeca-inrichtingen aan de noordzijde van het Stadhuisplein geldt dat er een overschrijding is van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit op geluidgevoelige gebouwen, waaronder het Luciagebouw en de woningen aan de Joost Banckertsplaats. Dit betekent dat er maatwerkvoorschriften conform artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit nodig zijn voor deze inrichtingen om de gewenste bedrijfsvoering mogelijk te maken. Op 14 november 2024 zijn deze maatwerkvoorschriften vastgesteld, waarmee er onder meer hogere grenswaarden op geluidgevoelige gebouwen zijn toegestaan en middelvoorschriften zijn gesteld die waarborgen dat de horeca-inrichtingen aan deze grenswaarden zullen voldoen. De hogere waarden op het Luciagebouw (alle inrichtingen) liggen in een range van 67-72 dB(A) in de dag- en avondperiode en 57-67 dB(A) in de nachtperiode. Voor de Joost Bankertsplaats zijn voor drie inrichtingen hogere waarden verleend tot 47 dB(A) in de dag- en avondperiode en 42 dB(A) in de nachtperiode. De overige inrichtingen voldoen daar aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
Goede ruimtelijke ordening
Niet alleen het wettelijk kader moet worden bekeken, maar ook moet sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Zoals aangegeven, gaan de normen uit het Activiteitenbesluit uitsluitend over het geluid dat geproduceerd wordt door afzonderlijke horeca-inrichtingen. Voor deze specifieke locatie is vanwege de hoge dichtheid van horeca-inrichtingen met een uitgaansfunctie als uitgangspunt genomen dat de gecumuleerde binnenwaarde in het Luciagebouw maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde mag bedragen ten gevolge van alle horecagelegenheden aan de noordzijde van het Stadhuisplein en de drie eerder benoemde horeca-inrichtingen aan de Kruiskade. Dit is vastgelegd in artikel 3.4.3 van het bestemmingsplan (ingevoegd met de Herziening 2025). De beoordeling van de binnenwaarde in het Luciagebouw is hiermee strenger dan het Activiteitenbesluit.
Aanvullend is in het akoestisch onderzoek rekening gehouden met cumulatie met het geluid van de horeca in de plint van het Luciagebouw, geluid van passanten en wegverkeersgeluid. Hierover kan worden gesteld dat de bijdrage van dit geluid aan het geluidsniveau in de studentenwoningen klein is en geen relevante invloed hebben op het woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6.3 van het rapport.
Naast de representatieve bedrijfssituaties van de horecagelegenheden, doen zich ook nog andere (niet-representatieve) bedrijfssituaties voor op het Stadhuisplein. Het betreft hierbij:
Normering “geluidjes” (IBS)
Om het aantal dagen waarop een bepaalde mate van hinder optreedt te beperken, is het aantal kalenderdagen waarop een “geluidje” mag worden gekrast, genormeerd in dit bestemmingsplan (artikel 3.4.9).
Versterkt geluid op het terras (geluidje buiten) resulteert in 'lichte hinder'. Om het aantal dagen waarop 'lichte hinder' kan optreden, te beperken, is het aantal kalenderdagen waarop meer geluid mag worden geproduceerd op de terrassen, gemaximeerd tot 20. Dit heeft tot gevolg dat er op 20 i.p.v. 45 dagen 'lichte hinder' kan optreden als gevolg van versterkt geluid op het terras. Ook met deze beperking kan de horeca de exploitatie onbelemmerd voortzetten. Het maximum van 5 geluidjes op het terras per inrichting wordt namelijk niet beperkt. Gelet op de gegevens van de afgelopen jaren worden geluidjes buiten veelal op dezelfde dagen gekrast (namelijk voor de vertoning van belangrijke voetbalwedstrijden van Feyenoord of het Nederlands Elftal).
Meer muziekgeluid in de inrichting (geluidje binnen) resulteert in 'matige tot ernstige hinder', omdat dit in de nachtperiode optreedt en daarmee tot slaapverstoring kan leiden. Om het aantal dagen waarop 'matige tot ernstige hinder' kan optreden, te beperken, is het aantal dagen waarop meer muziekgeluid in een inrichting mag worden geproduceerd, gemaximeerd op 12. Dit heeft tot gevolg dat er op 12 i.p.v. 75-120 dagen 'matige tot ernstige hinder' kan optreden als gevolg van meer muziekgeluid in de inrichting. Ook met deze beperking kan de horeca de exploitatie onbelemmerd voortzetten. Het wordt niet realistisch geacht dat de gelegenheden op de begane grond binnen een geluidje krassen voor geluidniveaus tot 120 dB(A). De gelegenheden op de eerste verdieping zouden gelet op de gegevens van de afgelopen jaren ruim voldoende hebben aan 4 geluidjes per jaar. NB. Het aantal van 120 dagen is gebaseerd op het gegeven dat elke inrichting op grond van artikel 4:3 APV de mogelijkheid heeft om 12 keer per jaar meer geluid te produceren, waarvan 5 keer per jaar op het terras. Wanneer alle geluidjes binnen worden ingezet komt dit neer op 120 dagen (10x12), wanneer de geluidjes maximaal op het terras worden benut (9x5=45) komt dit neer op 75 dagen resterende dagen waarop geluidjes binnen kunnen worden ingezet. De totale beperking van “geluidjes” (zowel binnen als buiten) gaat dus van 120 naar 32 dagen totaal en van 120 naar 57 geluidjes totaal (45 buiten op 20 dagen en 12 binnen op 12 dagen).
In de artikelsgewijze toelichting op artikel 3.4.9 wordt nader toegelicht dat de horeca de exploitatie onbelemmerd kan voortzetten.
Normering evenementen en public viewings
Kleine en middel evenementen resulteren in 'lichte hinder'. Grote evenementen en public viewings resulteren in 'matige hinder'. Voor de normering van evenementen (incl. public viewings) wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting bij artikel 7.4.
Geen normering ABS en collectieve festiviteiten
Voor de ABS en de collectieve festiviteiten is geen normering opgenomen in dit bestemmingsplan.
De ABS resulteert in 'nauwelijks of geen hinder'. Daarnaast wordt in de ABS ook aan de grenswaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde gecumuleerd voldaan, hoewel deze grenswaarde voor de ABS formeel niet van toepassing is. Hierdoor is het niet noodzakelijk om het aantal dagen waarop de ABS kan plaatsvinden, te normeren in dit bestemmingsplan.
Collectieve festiviteiten resulteren in 'matige tot ernstige hinder', afhankelijk of er meer geluid wordt geproduceerd op de terrassen (matige hinder) of dat er meer geluid wordt geproduceerd binnen in de inrichting in de nachtperiode (ernstige hinder). In beginsel is de eindtijd van een collectieve festiviteit 23.00 uur. Alleen als het college van B&W expliciet bepaalt dat voor een aangewezen collectieve festiviteit een afwijkende eindtijd geldt, kan de collectieve festiviteit ook in de nachtperiode in de inrichting plaatsvinden/worden voortgezet. Alleen in die laatste situatie kan er ernstige hinder optreden als gevolg van een collectieve festiviteit. In 2024 was dit toegestaan op Koningsdag, Kerstavond en Oudjaarsdag.
In algemene zin geldt dat er ten tijde van een collectieve festiviteit in de gehele (binnen)stad evenementen met muziekgeluid mogen worden georganiseerd en hogere geluidbelastingen om die reden algemeen aanvaardbaar worden geacht. Dit laat onverlet dat de gemeente verwacht dat ondernemers omwonenden informeren over hun plannen tijdens deze dagen en overlast beperken (dit geldt evengoed bij het krassen van een geluidje). Er is geen aanleiding gezien om het aantal dagen waarop een collectieve festiviteit kan plaatsvinden op het Stadhuisplein, te normeren in dit bestemmingsplan.
Voor een uitgebreide toelichting van de beoordeling van de verschillende bedrijfssituaties wordt verwezen bijlage 8 bij de toelichting.
Er was sprake van een geluidbelasting van 92-95 dB(A)-etmaalwaarde op de woningen in het Luciagebouw als gevolg van de horeca op het Stadhuisplein. Er was daarmee geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Daarom is onderzocht welke maatregelen er benodigd zijn aan zowel de zijde horeca als de woningen, waarmee de horeca zijn exploitatie onbelemmerd kan voorzetten en sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor deze specifieke locatie is vanwege de hoge dichtheid van horeca-inrichtingen met een uitgaansfunctie als uitgangspunt genomen dat de gecumuleerde binnenwaarde in het Luciagebouw maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde mag bedragen ten gevolge van alle horecagelegenheden aan de noordzijde van het Stadhuisplein en de drie eerder benoemde horeca-inrichtingen aan de Kruiskade.
Er is gekozen voor de volgende systematiek:
Deze voorwaarden tezamen borgen dat er sprake is van een binnenwaarde in het Luciagebouw maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde.
De maatwerkregels die gelden als voorwaarden voor het gebruik van gronden voor horeca, zijn gebaseerd op de geluidsemissie die is toegestaan op grond van de maatwerkbeschikkingen die op 14 november 2024 zijn vastgesteld. In de artikelsgewijze toelichting bij artikel 3.4.8 is nader toegelicht hoe de dB(A) normen tot stand zijn gekomen.
Uit de berekeningen in het rapport in bijlage 7 volgt dat het mogelijk is om in de representatieve bedrijfssituatie een binnenwaarde van maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde gecumuleerd te behalen in geval van gesloten ramen in de gevel van de studentenwoningen.
Uit de beoordeling in het rapport in bijlage 8 volgen de berekende binnenwaarden voor alle overige bedrijfssituaties (ABS, IBS, evenementen etc.). Voor deze bedrijfssituaties geldt de eis van een gecumuleerde binnenwaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde niet. Er is voor dergelijke situaties doorgaans sprake van een ander beoordelingskader, omdat bij deze bedrijfssituaties vaak sprake is van hogere toegestane geluidbelastingen. In hoofdstuk 4 van het rapport in bijlage 8 is een integrale beoordeling gegeven van de geluidsituatie, waarbij de geluidniveaus in alle bedrijfssituatie en de aantallen dagen, waarop deze optreden bij beschouwd. In dit rapport is beschreven hoe vaak de verschillende bedrijfssituaties zich voor (kunnen) doen en welke hinderkwalificatie hierbij hoort.
Hieruit volgt dat op basis van de hinderkwalificatie in het Luciagebouw op verreweg de meeste dagen van het jaar (ca. 303 dagen in de dag- en avondperiode en ca. 350 dagen in de nachtperiode) sprake is van “nauwelijks of geen hinder”. Deze kwalificatie is van toepassing op de RBS, waarbij er op maximaal 52 dagen nog sprake kan zijn van extra stemgeluid op de terrassen in de dag- en avondperiode (ABS). Voor de RBS geldt dat deze zich in principe kan voordoen op alle dagen van de week. In de praktijk zal het echter met name gaan om de donderdag, vrijdag en zaterdag, dus om drie dagen per week. Op de overige dagen van de week met een RBS (zondag t/m woensdag) zullen de geluidniveaus in de praktijk enkele dB's lager zijn. Er wordt verwacht dat dat in deze situaties (met “nauwelijks of geen hinder”) het horecageluid in de woningen van het Luciagebouw (bij gesloten ramen) vrijwel niet waarneembaar zal zijn.
Voor de overige dagen van het jaar (in totaal ca. 62) zal gelden dat het horecageluid in de woningen wel waarneembaar zal zijn en er dus sprake is van mogelijke hinder. Indien deze hinder zich voordoet in de nachtperiode (ca. 15 dagen per jaar) leidt dit tot matige of ernstige hinder (afhankelijk van de hoogte van het geluidniveau). Een dergelijke situatie is echter niet uitzonderlijk voor een binnenstedelijke omgeving. Ter illustratie: in Rotterdam geldt dat elke horecagelegenheid op grond van de APV 12 maal per jaar een geluidje kan gebruiken waarmee hogere geluidniveaus dan in de RBS kunnen worden gerealiseerd, ook in de nachtperiode. Voor een geluidje binnen betekent dit + 15 dB. Voor een geluidje buiten wordt de hoogte van het geluidniveau bepaald in evenementenvergunning. Dit kan dus ook + 15 dB zijn (of hoger). In het algemeen zal in deze situaties gelden dat er sprake is van een gangbare isolatie van de woningen, die dus veel lager is dan de gevelisolatie van het Luciagebouw. Uit deze beoordeling volgt dat er niet in alle situaties voldaan kan worden aan een gecumuleerde etmaalwaarde van 35 dB(A), maar dat wel kan worden gesproken van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Voorts geldt dat het in de herziening 2025 vastgelegde 'aandachtsgebied geluid' ervoor zorgt dat in elk geval voor nieuwe geluidgevoelige functies geldt dat er goede gevelisolatie wordt aangebracht. Ook voor de toekomst geldt dus dat geluidhinder zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Gesteld wordt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
Uit de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 blijkt dat niet alleen voor de studentenwoningen ter plaatse van Stadshuisplein 16-38, maar voor de gehele bestemming "Centrum - 1" moet worden bezien of voor de op grond van die bestemming te realiseren woningen, gegarandeerd kan worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiertoe is een aandachtsgebied geluid vastgesteld, waarbinnen een onderzoeksverplichting geldt ten aanzien van de benodigde gevelisolatie in nieuw te realiseren woningen ten gevolge van de horeca aan de noordzijde van het Stadhuisplein en aan de Kruiskade.
Onderzoeksvraag en uitgangspunten
Onderzocht is wat de gecumuleerde (muziek)geluidniveaus zijn in de directe omgeving van de horeca-inrichtingen gelegen aan het Stadhuisplein én de Kruiskade. Voor het akoestisch onderzoek zijn hiertoe rondom deze inrichtingen contouren met betrekking tot het cumulatieve muziekgeluid getrokken op diverse hoogtes
Voor de vaststelling van het aandachtsgebied is enkel gekeken naar het muziekgeluid, omdat dit de meest hinderlijke bron is. Uitgangspunt bij dit onderzoek is dat de horeca aan het Stadhuisplein de isolatiemaatregelen heeft uitgevoerd. Verder is uitsluitend rekening gehouden met de (afschermende werking van) bestaande bebouwing. De uitkomsten van het onderzoek zijn tevens opgenomen in het akoestisch rapport dat als bijlage 7 is gevoegd. Specifiek wordt gewezen op paragraaf 5.8 van dat rapport.
Aangezien sprake is van relatief laagfrequent muziekgeluid in de omgeving ten gevolge van de horeca-inrichtingen wordt in het bestemmingsplan aangesloten bij de contour van 50 dB(A)-etmaalwaarde gecumuleerd. Op basis van de geluidisolatie van standaard beglazing voor nieuwbouw (HR++ of dubbel glas) kan worden gesteld dat de gecumuleerde binnenwaarde in de woningen bij de genoemde 50 dB(A)-etmaalwaarde minder dan 35 dB(A)-etmaalwaarde zal bedragen en er dus zal worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat als gevolg van horecageluid. Omdat de contouren bij een immissiehoogte van 60 meter als “worst case” is te beschouwen, is deze contour als uitgangspunt genomen voor het aandachtsgebied geluid.
Voor nieuwe woningen binnen het aandachtsgebied geluid dient te worden voldaan aan een gecumuleerde binnenwaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde ten gevolge van de horeca aan de noordzijde van het Stadhuisplein en aan de Kruiskade. Dit is geborgd in artikel 23 van herziening 2025.
Door middel van de verankering van het voorgaande wordt tegemoetgekomen aan de uitspraak van de Raad van State om in het gehele plangebied een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Tegelijkertijd wordt het realiseren van woningen niet onmogelijk gemaakt en wordt de voortzetting van de exploitatie van de horeca geborgd.
Artikel 1.36 Nieuwe geluidsgevoelige objecten
De definitiebepaling van het begrip “nieuwe geluidsgevoelige objecten” is gewijzigd naar aanleiding van een opmerking van de STAB. Artikel 1.36 van de planregels van het oorspronkelijke plan definieerde het begrip “nieuwe geluidsgevoelige objecten” oorspronkelijk als geluidsgevoelige objecten waarvoor na inwerkingtreding van het bestemmingsplan een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het realiseren is ingediend. De STAB merkte hierover op dat de planregels die zien op het realiseren van nieuwe geluidsgevoelige objecten, alleen van toepassing zijn in situaties wanneer voor het realiseren van het betreffende object een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden aangevraagd.
STAB plaatste hierbij de kanttekening dat het bestemmingsplan niet uitsluit dat in bestaande gebouwen in het plangebied nieuwe, legale woonfuncties worden gecreëerd zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is aangevraagd en verleend. De STAB stelde dat de regels van het aandachtsgebied geluid voor die woonfuncties niet van toepassing zouden zijn, zodat de geluidsbelasting vanwege de horeca op de gevel van die woonfuncties zal moeten voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. STAB gaf hierbij terecht aan dat op grond van het Activiteitenbesluit wel maatwerkregels voor de horeca kunnen worden vastgesteld. Dit is inmiddels ook gebeurd, in de maatwerkbeschikkingen voor de horeca zijn hogere geluidgrenswaarden opgenomen voor omliggende gebouwen met een woonfunctie.
Met de aanpassingen in artikel 1.36 van de planregels wordt bewerkstelligd dat de planregels over nieuwe geluidsgevoelige objecten ook van toepassing zijn op geluidsgevoelige objecten die na inwerkingtreding van het bestemmingplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 zonder omgevingsvergunning in gebruik worden genomen en die op grond van het bestemmingsplan zijn toegestaan.
Artikel 1.51 Public viewing
De toevoeging van het begrip “public viewing” aan de definitiebepalingen in de planregels houdt verband met de toevoeging van een nieuw 7.4 aan de planregels. Voor een toelichting op dit punt wordt verwezen naar de toelichting op artikel 7.4.
Een public viewing is een bijzondere vorm van een evenement waarbij belangrijke sportwedstrijden worden vertoond op het openbare gedeelte van het Stadhuisplein. Terrassen behorende bij horeca-inrichtingen kunnen mede deel uitmaken van de public viewing. De terrassen zijn dan niet meer als zodanig herkenbaar en zijn in dat geval géén onderdeel van de horeca-inrichting(en), maar van de buitenruimte van het openbaar toegankelijk gebied. Deze terrassen worden dan gereguleerd door de voorschriften in de evenementenvergunning.
Een vertoning van een sportwedstrijd die uitsluitend plaatsvindt binnen de begrenzing van de buitenruimte van een openbare inrichting (terras), en dus niet in de buitenruimte van het openbaar toegankelijk gebied, is daarmee geen public viewing.
Het planologisch mogelijk maken van een public viewing legt een bestaande praktijk vast en biedt daarmee zowel rechtszekerheid aan de horecagelegenheden op het Stadhuisplein als bewoners.
Artikel 1.53 Incidentele festiviteit
De toevoeging van de definitie van “incidentele festiviteit” aan de definitiebepalingen in de planregels houdt verband met de toevoeging van een nieuw artikel 3.4.9 aan de planregels. Voor een toelichting op dit punt wordt verwezen naar artikel 3.4.9.
Artikel 1.54 Rekenmodel Stadhuisplein-horecageluid
Het Rekenmodel Stadhuisplein-horecageluid bevat de juridisch toegestane geluidemissie van de horecagelegenheden op het Stadhuisplein en de Kruiskade zoals opgenomen in Bijlage 5 bij de regels van de herziening 2025. Een uitdraai van het rekenmodel is opgenomen als bijlage bij de toelichting op de herziening 2025 en is in digitale vorm opvraagbaar bij het bevoegd gezag.
De emissiebudgetten van de horecagelegenheden op het Stadhuisplein zijn gelijk aan de betreffende geluidemissies in de maatwerkbeschikkingen van 14 november 2024.
De emissiebudgetten van de horecagelegenheden aan de Kruiskade
Werking van het Rekenmodel Stadhuisplein-horecageluid
Bij een ombouw van een niet-geluidgevoelige bestemming naar een woning binnen het aandachtsgebied geluid (art. 23) moet het rekenmodel, inclusief alle bronnen, uitgeleverd worden aan de projectontwikkelaar. Aan het model mag niks gewijzigd worden, met uitzondering van het toevoegen van rekenpunten op de te realiseren woning. Op basis van de met dit model berekende gecumuleerde spectrale geluidimmissie kan de projectontwikkelaar de gevelopbouw ontwerpen, zodanig dat er voldoende geluidisolatie is om te kunnen voldoen aan de gecumuleerde 35 dB(A) binnenwaarde, zoals genoemd in artikel 23. Het bevoegd gezag controleert vervolgens of de berekeningen correct zijn uitgevoerd. Aanvullend moet berekend worden of een hogere waarde per individuele horeca-inrichting afgegeven moet worden als maatwerkvoorschrift, om de aanwezige horecagelegenheden niet onevenredig te beperken in hun bedrijfsvoering. Hiervoor dient ditzelfde rekenmodel gebruikt te worden, tenzij met een akoestisch onderzoek aannemelijk wordt gemaakt dat op basis van de actuele representatieve bedrijfssituatie een andere hogere waarde opgenomen moet worden als maatwerkvoorschrift, dan wat volgt uit dit rekenmodel.
Artikel 3.1
Planregel 3.1 regelt welk gebruik is toegestaan ter plaatse van gronden met de bestemming 'Centrum – 1'.
Sub a
Artikel 23 is voorwaardelijk voor het realiseren van een nieuw geluidsgevoelig object binnen het aanduiding 'overige zone - aandachtsgebied geluid en wordt daarom toegevoegd.
Sub d
Sub d bepaalde al dat horeca onder voorwaarden is toegestaan. Het artikel verwees hiertoe al naar de voorwaarden uit lid 3.4.5. Met deze herziening worden in lid 3.4.8 en lid 3.4.9 nog aanvullende voorwaarden voor de exploitatie van horeca opgenomen. Artikelen 3.4.8 en 3.4.9 zijn voorwaardelijk voor het gebruik van gronden voor horeca ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van horeca 1 t/m 10' en worden daarom toegevoegd.
Sub e
Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 is het mogelijk gemaakt om ter plaatse van de studentenwoningen aan Stadshuisplein 16-38 het gebouw tevens te gebruiken voor een logiesfunctie. Hiertoe is een functieaanduiding toegevoegd.
Artikel 3.4.3 Specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling
Met dit artikel is door middel van een voorwaardelijke bepaling geborgd dat gevelmaatregelen getroffen worden en dat wonen ter plaatse van Stadhuisplein 16-38 alleen mogelijk is als gevelisolatie wordt toegepast met een isolatiewaarde van ten minste 43,9 dB(A)Rahouse. Als gevolg daarvan wordt een binnenwaarde van maximaal 35 dB(A)-etmaalwaarde gecumuleerd behaald.
Lid 1
Het begrip “ten minste” vervangt het begrip “tenminste” uit de oorspronkelijke redactie van planregel 3.4.3, zoals opgenomen in het herstelbesluit 2022. Het gaat hier om een redactionele aanpassing naar aanleiding van een opmerking van STAB
Lid 2
Lid 3
Artikel 3.4.5 sub c
Op grond van artikel 3.1, sub d, van de planregels is in de plint van het Luciagebouw (Stadhuisplein 16 tot en met 36) horeca toegestaan. Met deze planregeling is geborgd dat de inrichtingen in de plint van het Luciagebouw in de dag- en nachtperiode geen overschrijding van de 35 dB(A)-etmaalwaarde (gecumuleerd) in de studentenwoningen kunnen veroorzaken. In de avondperiode is het geluidniveau in een studentenwoning, uitgaande van de representatieve bedrijfssituatie en uitgaande van een worst-case-situatie met cumulatie van geluid van horeca onder, schuin onder én tegenover de studentenwoning, maximaal 20,8 dB(A). Dit zou neerkomen op een gecumuleerde etmaalwaarde van 36 dB(A) in de avondperiode (zie paragraaf 4.4 van de notitie van Peutz met kenmerk L 1023-52-RA-002 bijlage 8 bij de toelichting op dit bestemmingsplan). Deze – thans niet aanwezige - beperkte overschrijding van de etmaalwaarde van 35 dB(A) gecumuleerd wordt aanvaardbaar geacht nu deze zich niet in de nacht kan voordoen waardoor van slaapverstoring geen sprake kan zijn.
De twee nieuwe voorwaarden raken de huidige horecagelegenheden in de plint van het Luciagebouw niet in hun bedrijfsvoering. Dit is nader toegelicht in paragaaf 2.2 van de notitie van Peutz met kenmerk L 1023-52-RA-002 (bijlage 8 bij de toelichting op dit bestemmingsplan).
Artikel 3.4.8
De maatwerkregels in artikel 3.4.8 vormen de planologische vertaling van maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit, die in het milieuspoor aan de individuele horeca-inrichtingen zijn opgelegd. Het zijn maatwerkregels die gelden in de representatieve bedrijfssituatie voor de 10 genoemde inrichtingen aan het Stadhuisplein. Wat de representatieve bedrijfssituatie is, volgt uit de maatwerkvoorschriften ex artikel 2.20 Activiteitenbesluit die bij besluit van 14 november 2024 zijn vastgesteld.
Voor de nieuwe gelegenheid boven Get Back en de Après-Skihut (“specifieke vorm van horeca – maatwerk 8”) is nog geen exploitant bekend en om die reden zijn nog geen maatwerkvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit gesteld. Om toch rechtszekerheid te scheppen, is met de herziening 2025 eenzijdig vastgelegd welke maatwerkmogelijkheden gelden voor een toekomstige horeca-inrichting op de nieuwe locatie.
Ten aanzien van de horecagelegenheden aan de Kruiskade geldt dat ter plaatse van de gevel van de verdiepingen die zijn gelegen boven Stadhuisplein 16-38, vanwege de geluidemissie van de horecagelegenheden aan de Kruiskade, voldaan kan worden aan het Activiteitenbesluit. Om die reden is voor die horecagelegenheden niet nodig om maatwerk op te nemen in artikel 3.4.8.
Lid 1
Artikel 3.4.8, lid 1 geeft voor tien horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein weer welke geluidbelasting zij in de dag-, avond- en nachtperiode mogen veroorzaken op de gevel van de woningen boven Stadhuisplein 16 tot en met 38 (het Luciagebouw). De grenswaarden per inrichting zijn opgenomen in de tabel en met behulp van de aanduidingen “specifieke vorm van horeca – maatwerk …” aan de locatie van de betreffende horeca-inrichting gekoppeld. De tweede kolom van de tabel verduidelijkt op welke etage van het gebouw het maatwerk van toepassing is.
Voor iedere relevante horeca-inrichting is een maximale geluidbelasting op de gevels van de verdiepingen van het Luciagebouw voor. De maximale geluidbelastingen gelden alleen op de verdiepingen omdat op grond van artikel 3.1, sub a, van de planregels alleen daar mag worden gewoond. De maximale geluidbelasting is uitgesplitst in een waarde voor de dag- en avondperiode en een waarde voor de nachtperiode.
De geluidgrenswaarden zijn niet één op één overgenomen uit de maatwerkvoorschriften, maar vormen daarvan wel een afgeleide. Waar in de maatwerkbeschikkingen per inrichting een grenswaarde op de gevel van het Luciagebouw is opgenomen in dB(A), zijn in dit bestemmingsplan namelijk grenswaarden opgenomen in dB(C). In de maatwerkbeschikkingen is gekozen voor dB(A) omdat op grond van het Activiteitenbesluit geen andere eenheid is toegestaan op de gevel van woningen. De dB(A)-waarde biedt de horeca geluidruimte maar biedt in de voorkomende situatie geen adequate bescherming in de woningen van het Luciagebouw omdat hoge en lage geluidfrequenties in het dB(A)-geluidniveau beide in ongeveer gelijke mate bepalend zijn. Vanwege de gevelisolatie die vooral de hoge geluidfrequenties isoleert, zal het geluidniveau in het Luciagebouw vrijwel volledig bepaald worden door de lage frequenties van de door de inrichtingen afgespeelde muziek. Met het vastleggen in deze herziening 2025 van een toegestane dB(C)-waarde, waarin de lage frequenties een dominante factor vormen, wordt het binnenniveau in het Luciagebouw wel beperkt. De opgenomen dB(C)-waarden vormen de uitkomst van berekeningen met hetzelfde geluidmodel als is gebruikt voor de dB(A)-waarden in de maatwerkbeschikkingen.
Lid 2
In artikel 3.4.6 van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel is opgenomen dat alle functies die op de begane grond zijn toegestaan, tevens zijn toegestaan beneden het maaiveld. In lid 2 is tot uitdrukking gebracht dat voor zover horeca in de kelder is gevestigd, in afwijking van het gestelde in artikel 3.4.6 wel de geluidseisen in acht moeten worden genomen die zijn opgenomen in artikel 3.4.8 lid 1.
Lid 3
De in de tabel in lid 1 genoemde grenswaarden zijn inclusief muziektoeslag. Alleen voor de horeca-inrichtingen ter plaatse van de aanduidingen “specifieke vorm van horeca – maatwerk 4” (thans Café 't Fust) en “specifieke vorm van horeca – maatwerk 8” (nieuwe gelegenheid boven Get Back en Après Skihut) wordt de muziektoeslag niet toegepast voor de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de nachtperiode, omdat het muziekgeluidniveau lager is dan 40 dB(A). Analoog aan de beoordeling in het akoestische rapport voor de maatwerkvoorschriften is hierbij, op basis van de meetresultaten verkregen met het monitoringsysteem Stadhuisplein, een achtergrondgeluidniveau gehanteerd van 50 dB(A) (zie paragraaf 5.1.2 van het rapport van Peutz met kenmerk L 1023-50-RA-002, bijlage 7 bij de toelichting op dit bestemmingsplan). Voor de beoordeling van herkenbaarheid van muziek wordt aangenomen dat muziekgeluid niet als zodanig herkenbaar is als het berekende muziekgeluid 10 dB of meer lager is dan het heersende achtergrondgeluidniveau. Dit geldt in de nachtperiode voor het muziekgeluidniveau door Café 't Fust en de nieuwe gelegenheid en derhalve is de muziektoeslag niet toegepast op deze waarden.
Artikel 3.4.9
Algemeen
Samen met artikel 7.4 vult artikel 3.4.9 het bestemmingsplan aan met een specifieke regeling voor andere (niet-representatieve) bedrijfssituaties waarin sprake is van meer geluid op het Stadhuisplein dan in de situatie waarin de op het Stadhuisplein (noordzijde) gevestigde horeca-inrichtingen in de representatieve bedrijfssituatie exploiteren, voor zover die situaties normering behoeven.
De directe aanleiding voor het invoegen van artikel 3.4.9 en 7.4 vormde het advies van de STAB en de zienswijzen van verschillende appellanten op dit verslag. In paragraaf 4.6.5 van haar verslag gaat STAB in op incidentele situaties zoals het vertonen van voetbalwedstrijden op videoschermen en incidentele festiviteiten bij de horeca-inrichtingen. STAB constateert dat het waarschijnlijk is dat het binnengeluidniveau in de studentenwoningen tijdens deze incidentele situaties hoger zal zijn dan 35 dB(A)-etmaalwaarde. Onder meer appellante De Après Skihut heeft in haar zienswijze op het STAB-verslag op deze conclusie gewezen. Appellanten Cornelis c.s. en Villa Thalia c.s. hebben er in hun zienswijzen op het STAB-verslag op gewezen dat op het Stadhuisplein evenementen plaatsvinden. De akoestisch deskundige van deze appellanten stelt in het akoestisch rapport bij de zienswijze dat in het akoestisch onderzoek van Peutz bij het bestemmingsplan niet is uitgegaan van de maximale planologische invulling, omdat geen rekening is gehouden met het geluid van (voetbal)evenementen.
Deze verschillende opmerkingen vormden aanleiding om het planologisch regime voor incidentele situaties met meer geluid nog eens tegen het licht te houden. Duidelijk is dat wanneer sprake is van een collectieve festiviteit (art. 4:2 APV) of een regelmatige afwijking van de representatieve bedrijfssituatie (ABS, art. 2.20, lid 6 Activiteitenbesluit), het bepaalde in artikel 3.4.8 van de planregels niet van toepassing is. Dat betreft immers de representatieve bedrijfssituatie. Voor deze situaties is ook geen specifieke planregeling vereist. Dit is toegelicht in de (algemene) toelichting bij het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 (par. 2.1.2.1.2). Tegelijkertijd is vastgesteld dat voor de incidentele festiviteiten en voor de evenementen, die ook niet vallen onder artikel 3.4.8 van de planregels, wel een specifieke planregeling wenselijk is. Voor incidentele festiviteiten geldt dat een beperking wordt opgenomen met als doel de dagen waarop een vorm van hinder optreedt te beperken (zonder de exploitatie van de horeca daarmee te belemmeren). Voor evenementen geldt dat juist is gekeken welke ruimte nodig is om de gewenste evenementen op deze locatie te kunnen houden. Deze regeling is een verruiming t.o.v. de bestaande regeling in de Parapluherziening Evenementen. Dit is reeds uitgebreider toegelicht in de (algemene) toelichting bij het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 (par. 2.1.2.1.2) en de artikelsgewijze toelichting bij artikel 7.4.Dit heeft geleid tot de introductie van een systematiek waarin onderscheid wordt gemaakt in een planologische regeling die geldt wanneer horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein exploiteren in de representatieve bedrijfssituatie (artikel 3.4.8) en een planologische regeling die geldt wanneer sprake is van een incidentele festiviteit of van een evenement (artikel 3.4.9 en artikel 7.4). Met dit systeem beoogt de gemeente ruimte te bieden aan de horeca-inrichtingen om op bepaalde momenten meer geluid te maken dan in de representatieve bedrijfssituatie is toegestaan, waarbij wel kaders gelden die waarborgen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het Luciagebouw gewaarborgd blijft.
De ruimtelijke aanvaardbaarheid van de bijzondere situaties uit artikel 3.4.9 en de evenementen uit artikel 7.4 is toegelicht in hoofdstuk 4 van de notitie van Peutz met kenmerk L 1023-52-RA-002 (bijlage 8 bij de toelichting op dit bestemmingsplan).
Hieronder volgt een meer specifieke toelichting per lid.
Aanhef en lid 1
Op grond van artikel 4:3, lid 7, van de APV mag op elk van de 9 terrassen aan het Stadhuisplein 5 keer per jaar een incidentele festiviteit worden georganiseerd, waarbij de geluidgrenswaarden die gelden voor het terras worden opgehoogd. Het oorspronkelijke bestemmingsplan stond deze zogeheten “geluidjes” niet planologisch toe, waardoor het gebruik daarvan per definitie zou leiden tot strijd met het bestemmingsplan. Dit is nooit beoogd. De gemeente wil de horeca de flexibiliteit bieden om op bepaalde momenten en onder bepaalde voorwaarden een incidentele festiviteit op het terras te organiseren.
De gemeente heeft een afweging gemaakt over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van incidentele festiviteiten op de terrassen aan het Stadhuisplein. Omdat sprake is van 9 terrassen en op grond van de APV per terras 5 keer per jaar een incidentele festiviteit mag worden aangevraagd, kan in theorie op 45 dagen per jaar sprake zijn van een incidentele festiviteit op een terras aan het Stadhuisplein. De gemeente meent dat wanneer 45 keer per jaar sprake zou zijn van een incidentele festiviteit op een terras, dit het woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein onaanvaardbaar onder druk zet. Om die reden is gezocht naar een regeling die enerzijds recht doet aan de behoefte van de horeca om incidentele festiviteiten te organiseren op hun terrassen, en die anderzijds waarborgt dat in de omgeving van het Stadhuisplein een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft. Lid 1 voorziet in deze regeling.
Lid 1 regelt dat de maatwerkregels uit artikel 3.4.8 niet gelden wanneer sprake is van een incidentele festiviteit in de buitenruimte van de inrichting, met dien verstande dat het maximaal aantal dagen waarop de horeca-inrichtingen waarvoor maatwerk is opgenomen in artikel 3.4.8 gezamenlijk een incidentele festiviteit in de buitenruimte van de inrichting kunnen vragen, maximaal 20 per kalenderjaar bedraagt. Met andere woorden: elk van de horeca-inrichtingen behoudt de mogelijkheid om 5 keer per jaar voor de buitenruimte behorende bij de inrichting (het terras) een geluidje te vragen (dit aantal per horeca-inrichting geldt op grond van de APV en wordt met deze regeling ook niet uitgebreid), In totaal mag op het Stadhuisplein evenwel op maximaal 20 dagen per jaar sprake zijn van een incidentele festiviteit op een (willekeurig) terras.
De gemeente meent dat met het mogelijk maken van incidentele festiviteiten op 20 dagen per jaar voldoende ruimte wordt geboden aan de horeca-inrichtingen. De gegevens over de laatste jaren laten namelijk het volgende beeld zien:
2022: 19 geluidjes op de terrassen op 5 verschillende dagen
2023: 5 geluidjes op de terrassen op 3 verschillende dagen
Bovendien laat de praktijk zien dat verschillende horeca-inrichtingen veelal een geluidje vragen op dezelfde dag. Om die reden beperkt het maximumaantal van 20 geluidjes in de praktijk niet. Tevens blijft met het mogelijk maken van incidentele festiviteiten op maximaal 20 dagen per jaar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein gewaarborgd. Dit is toegelicht in paragraaf 2.1, 4,3, 4,5 en 4.7 van de notitie van Peutz met kenmerk L 1023-52-RA-002 (bijlage 8 bij de toelichting op dit bestemmingsplan).
Aanhef en lid 2
Op grond van artikel 4:3, lid 1, van de APV mogen inrichtingen aan het Stadhuisplein 12 keer per jaar een incidentele festiviteit binnen in de inrichting organiseren, waarbij de geluidgrenswaarden worden opgehoogd.
De gemeente heeft een afweging gemaakt over de ruimtelijke aanvaardbaarheid van incidentele festiviteiten binnen in de horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein. De gemeente meent dat wanneer deze festiviteiten zonder beperkingen zouden worden toegestaan, dit het woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein onaanvaardbaar onder druk zet. Om die reden is gezocht naar een regeling die enerzijds recht doet aan de behoefte van de horeca om incidentele festiviteiten te organiseren in hun inrichtingen, en die anderzijds waarborgt dat in de omgeving van het Stadhuisplein een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft. Lid 2 voorziet in deze regeling.
Lid 2 verbindt voorwaarden aan een incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4:3 van de APV binnen in de horeca-inrichtingen waarvoor maatwerk is opgenomen in artikel 3.4.8. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in de subleden a tot en met c van het artikellid.
Sub a regelt dat de horeca-inrichtingen die uitsluitend zijn gevestigd op de begane grond of in de kelder (thans De Après Skihut, Get Back, Café Plein, Café 't Fust, Coconuts en Bierkeller) geen gebruik mogen maken van een geluidje binnen in de inrichting. Het gebruiken van een geluidje binnen in de inrichting is daarnaast ook niet mogelijk voor Grace/The Grit. Deze inrichting is weliswaar niet uitsluitend gevestigd op de begane grond, maar de verdieping van deze inrichting heeft een open verbinding met de begane grond en fungeert in de praktijk als één ruimte. De reden dat de genoemde inrichtingen binnen geen gebruik mogen maken van een geluidje is dat in deze inrichtingen in de representatieve bedrijfssituatie geluidniveaus zijn toegestaan die vergelijkbaar of hoger zijn dan de maximale geluidniveaus die zijn opgenomen in het Vierde Convenant Preventie Gehoorschade Versterkte Muziek. Een incidentele festiviteit, waarmee een nog hoger muziekgeluidniveau wordt toegestaan, geeft de inrichtingen daarom (vrijwel) geen extra exploitatiemogelijkheden en is vanuit het oogpunt van gezondheid (gehoorschade) bovendien onwenselijk voor bezoekers en personeel van de inrichting.
Sub b regelt dat de horeca-inrichtingen die uitsluitend zijn gevestigd op de verdieping (thans Amigo en de nieuwe gelegenheid boven De Après Skihut en Get Back) ieder maximaal 4 keer per jaar gebruik kunnen maken van een geluidje binnen in de inrichting. Omdat het toegestane muziekgeluidniveau voor deze horeca-inrichtingen op de verdieping in de representatieve bedrijfssituatie aanmerkelijk lager is dan de niveaus die zijn toegestaan aan de horeca-inrichtingen die zijn gevestigd op de begane grond (sub a), zorgt een incidentele festiviteit voor deze horeca-inrichtingen voor een relevante uitbreiding van de exploitatiemogelijkheid. Met de beperking tot 4 dagen per horeca-inrichting per jaar is beoogd een evenwicht te vinden tussen de behoefte aan incidentele festiviteiten bij de horeca en het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein. De gemeente meent dat met het mogelijk maken van incidentele festiviteiten op 4 dagen per horeca-inrichting per jaar voldoende ruimte wordt geboden aan de horeca-inrichtingen. Tevens blijft met het mogelijk maken van incidentele festiviteiten op maximaal 4 dagen per horeca-inrichting per jaar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein gewaarborgd. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.4, 4.2 en 4.7 van de notitie van Peutz met kenmerk L 1023-52-RA-002 (bijlage 8 bij de toelichting op dit bestemmingsplan).
Sub c bevat een specifieke regeling voor de locatie waar thans Cornelis gevestigd is. Hier is sprake van een exploitatie op de begane grond én op de verdieping die in de praktijk niet met elkaar in verbinding staan en waarvan de exploitaties verschillend van karakter zijn. Omdat het toegestane muziekgeluidniveau op de verdieping in de representatieve bedrijfssituatie aanmerkelijk lager is dan dat op de begane grond, zorgt een incidentele festiviteit op de verdieping voor een relevante uitbreiding van de exploitatiemogelijkheid. Het is deze exploitatie toegestaan om maximaal 4 keer per jaar gebruik te maken van een geluidje binnen in de inrichting, met dien verstande dat alleen op de verdieping van de inrichting de geluidgrenswaarden mogen worden verhoogd. Met de beperking tot 4 dagen per jaar is beoogd een evenwicht te vinden tussen de behoefte aan incidentele festiviteiten bij de horeca en het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving van het Stadhuisplein. Verwezen wordt naar de toelichting op sub b.
Artikel 7.1 sub n en artikel 7.4
Artikel 7.4 vult het bestemmingsplan aan met een regeling voor evenementen. Op 3 februari 2022 (dezelfde datum als vaststelling van het herstelbesluit bestemmingsplan “Lijnbaankwartier-Coolsingel” 2022) is immers ook het bestemmingsplan “Parapluherziening evenementen” vastgesteld. Bestemmingsplan “Parapluherziening evenementen” voorziet in een evenementenregeling voor het Stadhuisplein. Tegen dit bestemmingsplan is echter gezamenlijk beroep ingesteld door verschillende horeca-inrichtingen aan het Stadhuisplein. De strekking van dit beroep geeft aanleiding voor de conclusie dat de evenementenregeling die in bestemmingsplan “Parapluherziening evenementen” voor het Stadhuisplein is opgenomen, onvoldoende maatwerk biedt voor deze locatie.
Nadat vast kwam te staan dat bestemmingsplan “Parapluherziening evenementen” geen toereikende evenementenregeling biedt voor het Stadhuisplein, is besloten om een evenementenregeling op te nemen in bestemmingsplan “Lijnbaankwartier – Coolsingel herziening 2025”. De reden hiervoor is dat de evenementen nauw verwant zijn aan de overige bijzondere situaties waarvoor artikel 3.4.9 een regeling treft. Het is wenselijk om één integrale regeling te treffen waarin alle bijzondere situaties waarin sprake kan zijn van meer geluid op het Stadhuisplein, zijn vervat. Zo ontstaat een overzichtelijk beeld van het toegestane geluid in plangebied “Lijnbaankwartier-Coolsingel herziening 2025”. Omdat de evenementen plaatsvinden op de gronden met de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied, is de regeling in artikel 7 van de planregels opgenomen.
De Parapluherziening evenementen wijzigt, op gelijke wijze als de herziening 2025, het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 voor zover binnen dat plangebied locaties voor evenementen zijn aangewezen. Dat betekent dat alle relevante bepalingen voor evenementen deel uitmaken van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019. De tabel in artikel 7.4 geldt daarmee als vervanging voor de tabel voor 'evenemententerrein 16' zoals die via de Parapluherziening evenementen doorwerking heeft in het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019. Voor het overige blijven op dit evenemententerrein alsmede op de overige evenemententerreinen binnen de plangrens van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 alle regels gelden zoals die in de Parapluherziening evenementen zijn opgenomen en doorwerken in het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019.
Lid 1
De evenementenregeling ziet er als volgt uit. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – evenemententerrein 16' (dit betreft het gehele Stadhuisplein, dus zowel het openbare gedeelte van het plein als de delen van het plein die in gebruik zijn als terras) zijn evenementen toegestaan. Het houden van evenementen is gebonden aan de voorwaarden die zijn weergegeven in de tabel in het lid. In de Parapluherziening evenementen was voor de voorwaarden aangesloten bij het Locatieprofiel Stadhuisplein 2022. In 2024 is het locatieprofiel gewijzigd, waarmee het maximaal aantal bezoekers voor grote evenementen is bijgesteld van 5.000 naar 7.500. Ten opzichte van de regeling die was opgenomen in de Parapluherziening evenementen wordt een aantal wijzigingen voorgesteld, bedoeld om de regeling beter te laten aansluiten op de specifieke situatie op het Stadhuisplein. Deze wijzigingen zijn de volgende:
Het Locatieprofiel evenementenlocaties wordt op gelijke wijze aangepast zodat het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 en het Locatieprofiel evenementenlocaties Stadhuisplein 2025 voor het Stadhuisplein met elkaar in overeenstemming zijn. Het Locatieprofiel evenementenlocaties Stadhuisplein 2025 wordt als bijlage 10 bij de toelichting gevoegd.
Benadrukt wordt dat de evenementenregeling alleen van toepassing is op een evenement dat plaatsvindt op het openbare gedeelte van het Stadhuisplein en zich daarnaast eventueel mede uitstrekt over een terras van één of meerdere horeca-inrichtingen. De regeling is niet van toepassing op de situatie waarin een horecagelegenheid een festiviteit organiseert uitsluitend binnen de grenzen van het terras van de inrichting (vergelijk ook de definitiebepaling van het begrip “public viewing” in artikel 1.51 van de planregels). Vormt een terras onderdeel van een evenement dat zich dus mede uitstrekt over het openbare gedeelte van het Stadhuisplein, dan wordt het geluid van de terrassen bij het evenement gereguleerd door de geluidvoorschriften in de tabel van deze planregel van dit bestemmingsplan en in de evenementenvergunning die voor het evenement vereist is.
Evenementen die uitsluitend plaatsvinden in de buitenruimte van een openbare inrichting, die voor de exploitatie een vergunning op basis van artikel 2:28 APV (Exploitatievergunning) nodig heeft, worden dus niet als evenementen in de zin van dit bestemmingsplan aangemerkt. Deze uitzondering heeft tot gevolg dat het gebruiken van een ontheffing van de geluidsnorm in de buitenruimte van de inrichting, als bedoeld in artikel 4:3, lid 7, van de APV niet kwalificeert als evenement in de zin van dit bestemmingsplan en dus niet valt onder de evenementenregeling die is opgenomen in deze regeling in dit bestemmingsplan. Dit betekent niet dat dit bestemmingsplan het gebruik van ontheffingen van de geluidsnorm in de buitenruimte van de inrichting niet reguleert. Voor deze ontheffingen is een aparte regeling getroffen in artikel 3.4.9 van de planregels.
Lid 2
In overeenstemming met de wijze van beoordelen uit de Parapluherziening evenementen (zie artikel 1.6 en 1.7 uit de Parapluherziening evenementen) wordt in artikel 7.4 voor de waarden bij 'Maximale geluidbelasting ter plaatse van de gevel van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object” voor de grote, middelgrote en kleine evenementen uitgegaan van het equivalente geluidniveau in dB(A) (LAeq) en in dB(C) (LCeq) over 3 minuten. Voor de Public Viewings wordt uitgegaan van het equivalente geluidniveau over 15 minuten, om kortdurende pieken (bijvoorbeeld juichen na een doelpunt) op te kunnen vangen. Deze relatief korte perioden van beoordeling van het equivalente geluidniveau zijn gericht op de handhaving in de praktijk via geluidmetingen. Voor deze situaties geldt dat geen 10 dB-muziektoeslag wordt toegepast op het equivalente geluidniveau (Leq) over 3 respectievelijk 15 minuten.
Artikel 23
Lid 1
De invloed van de geluidsemmissie van de horeca aan het Stadhuisplein en de Kruiskade, rijkt verder dan alleen het Luciagebouw. In het plangebied zijn op meerdere locaties geluidgevoelige objecten planologisch toegestaan, die (nog) niet zijn gerealiseerd. Om te borgen dat op deze locaties ook sprake is van een goed woon- en leefklimaat, is een 'aandachtsgebied geluid' bepaald en opgenomen in dit bestemmingsplan. Wanneer er (feitelijk) een nieuw geluidgevoelig object wordt gerealiseerd, moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan een cumulatieve binnenwaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde als gevolg van de horeca zoals opgenomen in bijlage 5 van de regels.
Lid 2
Er is een uitzonderingopgenomen voor die situatie waarin de geluidwaarde op de gevel niet meer dan 50 dB(A)-etmaalwaarde gecumuleerd bedraagt. Op dat moment is op voorhand duidelijk dat de standaardisolatiewaarde van gevels volstaat om een gecumuleerd binnenniveau van maximaal 35 dB(A) bereikt kan worden.
Lid 3
Het rekenmodel is als bijlage bij de toelichting op de herziening 2025 opgenomen en opvraagbaar bij de gemeente Rotterdam. Dit is tot uitdrukking gebracht in lid 3. Dit rekenmodel moet, aangevuld met toetspunten voor de nieuwe geluidsgevoelige objecten, teruggestuurd worden aan de gemeente, ter controle en om het rekenmodel actueel te houden.
Bijlage 5 bij planregels - Overzichtskaart horeca
STAB heeft in het verslag de opmerking gemaakt dat niet alle horeca-inrichtingen even duidelijk uit bijlage 5 volgen. Om aan die terechte opmerking tegemoet te komen, is ervoor gekozen om de opzet en redactie van bijlage 5 te wijzigen. Bijlage 5 sluit bovendien nu goed aan op de nummering die in artikel 3.4.8 is toegepast. Ook is er nu per inrichting een aanduiding op de verbeelding opgenomen dit correspondeert met voorwaarden in artikel 3.4.8. Op die manier wordt de leesbaarheid vergroot.
De verbeelding bij dit plan herziet de verbeelding van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019. De verbeelding bij dit plan is in dit geval in zijn volledigheid een aanvulling op verbeelding van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019.
Met dit plan wordt een aantal aanduidingen op de verbeelding toegevoegd.
Specifieke vorm van horeca - logies
Ter plaatse van het adres Stadhuisplein 16 - 38 wordt de aanduiding "specifieke vorm van horeca - logies" toegevoegd.
Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 is het mogelijk gemaakt om ter plaatse van de studentenwoningen aan Stadshuisplein 16-38 het gebouw tevens te gebruiken voor een logiesfunctie. Aan artikel 3.1 onder e is toegevoegd dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca - logies" is een logiesfunctie toegestaan. Tegelijktijd wordt deze aanduiding op het desbetreffende adres toegevoegd op de verbeelding.
Specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling
Ter plaatse van het adres Stadhuisplein 16 - 38 wordt de aanduiding "specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling" toegevoegd.
Om te voldoen aan de uitspraak van de Raad van State van 19 augustus 2020 is niet alleen de mogelijkheid voor het uitoefenen van de horecafunctie ter plaatse van het Stadhuisplein verbonden aan voorwaarden, maar is ook de mogelijkheid voor wonen in de bestemming "Centrum- 1" verbonden aan voorwaarden. Het gaat dan om de woonfunctie tegenover de horeca-ondernemingen aan het Stadhuisplein zijnde de studentenwoningen aan het Stadhuisplein 16-38. Hiervoor wordt de aanduiding "specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke bepaling op dit adres toegevoegd op de verbeelding. Met het opnemen van de desbetreffende voorwaardelijke bepalingen wordt beoogd dat ter plaatse van de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Overige zone - geluidaandachtsgebied
Over een deel van het plangebied van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel wordt de aanduiding "overige zone - geluidaandachtsgebied" toegevoegd.
Verder wordt opgemerkt dat de plangebieden van de bestemmingsplannen RISE (NL.IMRO.0599.BP2200RISE-va01) en Lumière (NL.IMRO.0599.BP21148Lumiere-va01) niet in deze zone liggen.
Op 20 februari 2025 heeft de gemeenteraad de bestemmingsplannen RISE en Lumière vastgesteld, om de gelijknamige projecten planologisch mogelijk te maken. Het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel zal daarmee -met inwerkingtreding van die bestemmingsplannen- niet meer het vigerende bestemmingsplan zijn op deze locaties. Om die reden wordt de gebiedsaanduiding 'overige zone – aandachtsgebied geluid' zodanig gewijzigd, dat de plangebieden van deze bestemmingsplannen niet langer binnen de gebiedsaanduiding vallen. De eis dat geluidgevoelige objecten alleen mogen worden gerealiseerd als – samengevat - is aangetoond dat sprake is van een binnenwaarde van 35 dB(A)-etmaalwaarde als het gevolg van de representatieve bedrijfssituaties van de horeca in de omgeving, blijft gewaarborgd. Beide bestemmingsplannen bevatten een planregel die dit vereist.
Specifieke vorm van horeca - maatwerk 1 t/m 10
Ter plaatse van 10 horecavestigingen aan de noordzijde van het Stadhuisplein wordt een aanduiding "specifieke vorm van horeca - maatwerk" toegevoegd. Hiermee wordt per horecavestiging aangegeven wat de randvoorwaarden zijn voor het gebruik van die locatie als horeca.
Specifieke bouwaanduiding - 2
Ten zuiden van de horecavestigingen aan de noordzijde van het Stadhuisplein wordt de aanduiding "specfieke bouwaanduiding - 2" toegevoegd. Ter plaatse van deze aanduiding zijn semi-permanente terrasoverkappingen toegestaan.
Overige zone - evenemententerrein 16
Ter plaatse van het Locatieprofiel Evenementenlocaties - Stadhuisplein wordt de aanduiding "overige zone - evenemententterrein 16" toegevoegd. Hiermee wordt de evenementenregeling uit het bestemmingsplan Parapluherziening Evenementen overgeheveld naar dit plan.
Ten behoeve van het opnemen van een regeling voor evenementen op het Stadhuisplein – gelijk aan de regeling zoals opgenomen in artikel 5.1.6 van de Parapluherziening evenementen – wordt binnen de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied een aanduiding 'overige zone – evenemententerrein 16' opgenomen. Deze wijzigt wat betreft omvang niet en is dus gelijk aan de aanduiding die reeds was vastgesteld in de Parapluherziening Evenementen.
In figuur 1 is een uitsnede van de verbeelding van dit plan van de locatie Stadhuisplein te zien, met daarop de aanduidingen zoals hierboven beschreven.
In figuur 2 is eveneens een uitsnede van de verbeelding van de locatie Stadhuisplein te zien, maar dan van de geconsolideerde versie van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 en bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025. Zowel de verbeelding als de planregels van dit plan, dienen immers in samenhang met de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019 te worden gelezen.
Figuur 1: Verbeelding bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 (uitsnede Stadhuisplein)
Figuur 2: Geconsolideerde versie verbeelding bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel en bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, herziening 2025 (uitsnede Stadhuisplein)
Als gevolg van de uitspraak van van de Raad van State van 19 augustus 2020, waarbij een aantal artikelen zijn vernietigd m.b.t. horecageluid, zijn tevens een aantal bijlagen komen te vervallen die gelieerd waren aan de vernietigde plandelen. Het gaat om:
Aan dit plan liggen enkele bijlagen ten grondslag ter motivering van het plan. Deze bijlagen worden met dit plan toegevoegd aan het bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel 2019. Het gaat om: