| Plan: | Alexander Hotel en Residence |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0575.BPDZAlexander-VA01 |
Aan de Oude Zeeweg 63 te Noordwijk aan Zee is het Alexander Hotel gevestigd. Nabij dit hotel stond de inmiddels gesloopte Villa Bianca aan de Rudolf Tappenbeckweg. De eigenaar heeft het voornemen om het bestaande hotel uit te breiden door de footprint van het hotel te verbreden, de vervanging van de huidige kapverdieping met een volledige verdieping en het toevoegen van één nieuwe kapverdieping. Daarnaast zal de voormalige Villa Bianca worden herontwikkeld. Op deze locatie zal een appartementencomplex van 6 appartementen worden gerealiseerd.
De uitbreiding van het hotel en de herontwikkeling ter plaatse van de voormalige Villa Bianca passen niet in het vigerende bestemmingsplan De Zuid. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet in de juridisch-planologische regeling voor deze ontwikkeling.
Het plangebied is gelegen in Noordwijk aan Zee. De locatie betreft het perceel op de hoek van de Oude Zeeweg en de Rudolf Tappenbeckweg. Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van het centrum van Noordwijk aan Zee. In onderstaand figuur is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
Ligging plangebied
Op de gronden van het Alexander Hotel & Residence vigeert momenteel het bestemmingsplan De Zuid. Dit bestemmingsplan is op 29 mei 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Noordwijk. Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingen Wonen en Horeca. In onderstaand figuur is een uitsnede van de verbeelding van het vigerend bestemmingsplan opgenomen. Ten aanzien van het bestemmingsplan De Zuid heeft de Raad van State op 27 augustus 2014 een uitspraak gedaan inzake de ingestelde beroepen. Relevant voor het voorliggende bestemmingsplan is dat de gronden met de bestemming Horeca ten zuiden en westen van de aanduiding “parkeerterrein” zijn vernietigd. Hier is het oude planologische regiem weer van toepassing. In dit voorliggende bestemmingsplan zijn deze gronden bestemd als Groen-Duinterrein.
Bestemmingsplan De Zuid zoals vastgesteld op 29 mei 2013
Dit bestemmingsplan Alexander Hotel en Residence vormt het juridische kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Om die reden is in een toegesneden juridische planvorm voorzien, die is afgestemd op de beoogde nieuwe ontwikkeling.
Het bestemmingsplan voorziet in een directe bouwtitel voor de uitbreiding. Het bestemmingsplan kent een gedetailleerde juridische regeling, waarbij de functies zijn voorzien van een passende bestemming en voor de bouwmogelijkheden een bouwvlak met bijbehorende bouwaanduidingen is opgenomen.
Bij dit bestemmingsplan wordt de coördinatieregeling ex artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening toegepast. De coördinatieregeling maakt het mogelijk om de benodigde besluiten voor dit initiatief gezamenlijk voor te bereiden en te coördineren. De gemeenteraad heeft daartoe besloten in zijn vergadering van 28 november 2012.
In het voorproces is in het kader van de ontwikkeling een mediationtraject gevolgd tussen de initiatiefnemer, de Wijkvereniging De Zuid, Vereniging Duinterrein De Laiterie en Stichting De Zuid Next Generation. Dit traject heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst, welke op 28 mei 2013 is getekend door alle partijen. In het bestemmingsplan zijn de afspraken uit het traject, voorzover ruimtelijk relevant vastgelegd in het bestemmingsplan. De beschrijving hiervan is opgenomen in paragraaf 2.3.
Het bestemmingsplan zal als voorontwerpbestemmingsplan worden toegezonden naar de diverse overlegpartners en naar belanghebbenden voor inspraak. Gedurende 6 weken is er de gelegenheid om een reactie te geven op het bestemmingsplan.
De eventuele opmerkingen van de overlegpartners en belanghebbenden zullen worden beantwoord en verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan, dat vervolgens gedurende 6 weken ter visie wordt gelegd. Hierbij wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen in te dienen.
De toelichting van het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd. Na de inleiding in hoofdstuk 1, wordt in hoofdstuk 2 de gebiedsvisie uiteengezet. In deze gebiedsvisie wordt ingegaan op de huidige situatie en de ontwikkeling die het bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt de juridische regeling toegelicht, zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 gaat daarna in op het vigerende rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. De ontwikkeling wordt in hoofdstuk 5 getoetst aan de sectorale wet- en regelgeving. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Ten slotte worden in hoofdstuk 7 de resultaten van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening weergegeven.
In dit hoofdstuk zal worden ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en wordt de toekomstige ontwikkeling beschreven.
In de huidige situatie is in het plangebied een hotel gevestigd en is op een deel van het terrein het restant van de gesloopte bebouwing van Villa Bianca gelegen.
Alexander Hotel
Het Alexander Hotel is met zijn voorgevel gericht op de Oude Zeeweg/ het Picképlein. Het hotel heeft vier bouwlagen waarbij de bovenste laag in de kap ligt. Het hotel heeft 62 hotelkamers. Op de begane grond van het hotel zijn het restaurant met de keuken, een loungegedeelte en het kantoor gevestigd. Onder het maaiveld is daarnaast nog een congreszaal aanwezig.
Ten behoeve van het parkeren is aan de achterzijde van het hotel een halfverdiepte parkeergarage. De parkeergarage is te bereiken via de inrit aan de zuidoost-zijde van het hotel. Aan de andere zijde van het hotel, op de hoek van de Oude Zeeweg en de Rudolf Trappenbeckweg is de tuin gelegen van het hotel.
Bestaande gevel Alexander Hotel
Bestaande situatie Villa Bianca
De voormalige Villa Bianca was een door brand in verval geraakt gebouw aan de Rudolf Trappenbeckweg. De villa was gelegen langs een van de toegangswegen naar de zuidelijke boulevard van Noordwijk, de Koningin Astrid Boulevard. De achterzijde van dit gebouw grensde aan het perceel van het hotel waar de parkeergarage en de congreszalen zijn gevestigd. De voormalige villa is inmiddels gesloopt.
De voormalige Villa Bianca
Proces van de ontwerpopgave
In de voorbereiding van het ontwerp Alexander Hotel en Residence zijn er veel overleggen gevoerd tussen het kwaliteitsteam, het ambtelijk apparaat en de verantwoordelijke portefeuillehouders teneinde te komen tot de optimale schaal en korrelgrootte van de gebouwen en de gezamenlijke uitgangspunten. De volgende uitgangspunten zijn destijds opgesteld:
Vervolgens is een uitgebreid mediationtraject gevoerd tussen de initiatiefnemers en de wijkvereniging De Zuid, vereniging Duinterrein De Laiterie en Stichting De Zuid Next Generation. Als uitkomst van deze mediation is een vaststellingsovereenkomst waarin de afspraken ten aanzien van de ontwikkeling zijn vastgelegd. De ruimtelijk relevante afspraken zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan. In de volgende tabel is een overzicht van deze afspraken opgenomen en beschreven op welke wijze deze afspraken in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd.
| Afspraken vaststellingsovereenkomst mediationtraject | Vastlegging in dit bestemmingsplan |
| Maximum breedte van het hoofdvolume (exclusief erkers en balkons) van de Residence Alexander bedraagt ten hoogste 24 m. | Voor de Residence Alexander is een bouwvlak opgenomen met een maximale breedte van 24 m. |
| De bouwhoogte van de middenbeuk van Residence Alexander bedraagt ten hoogste 26,03 m +NAP en de zijbeuken ten hoogste 25,13 m +NAP. | De maximum bouwhoogte is vastgelegd op 11,5 m vanaf de peil zoals opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Dit komt overeen met circa 26 m +NAP. Het onderscheid in de beuken wordt gewaarborgd in de vaststellingsovereenkomst en de omgevingsvergunning. De goothoogte bedraagt overigens 8 m. Over deze maat zijn geen afspraken gemaakt omdat de bouwhoogte bepalend is voor het plan. |
| De minimale afstand tussen de Residence Alexander en het Alexander Hotel bedraagt 13 m. | Voor beide gebouwen is een bouwvlak opgenomen. De afstand tussen deze bouwvlakken op de plankaart bedraagt (minimaal) 13 m. |
| De afstand tussen de westelijke erker en de perceelsgrens bedraagt niet minder dan 1 m. | De afstand tussen de perceelsgrens en de grens van het bouwvlak bedraagt minimaal 1 m. |
| Het bouwplan voor Alexander Hotel blijft zoals deze is aangevraagd op 29 december 2011. | Het bestemmingsplan is voor het hotel gebaseerd op de ontwerptekeningen d.d. 29-12-2011. |
| Bij de residence wordt een volledige bouwlaag geschrapt. | Dit betekent dat het bouwplan voor de Residence Alexander bestaat uit twee lagen met een kapverdieping. Het eerdere uitgangspunt dat bestond uit een gebouw voor drie lagen met een kapverdieping (met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 10 m en 15 m) komt hiermee te vervallen. |
| De parkeerfaciliteiten voor 28 parkeerplaatsen zal worden gelegaliseerd, hier zijn uitsluitend parkeervoorzieningen toegestaan. | In het bestemmingsplan is een aanduiding opgenomen voor de parkeervoorziening. Ter plaatse is uitsluitend een parkeervoorziening toegestaan. |
Andere afspraken in het mediationtraject hebben geen ruimtelijk relevante belangen en zijn dan ook niet opgenomen in dit bestemmingsplan.
Alexander Hotel
Het bouwplan van het Alexander Hotel bestaat uit de verbreding van de footprint van het huidige gebouw, de vervanging van de huidige kapverdieping met een volledige verdieping en het toevoegen van één nieuwe kapverdieping. In de nieuwe kapverdieping worden 20 hotelkamers gerealiseerd, waarvan 4 kamers een dubbel stramien hebben, daarnaast worden ook in de onderliggende lagen nog een aantal kamers gerealiseerd. De bouwhoogte wordt hiermee 5,5 m verhoogd van 12,5 m bouwhoogte in de bestaande huidige naar 18 m bouwhoogte in de beoogde situatie. Omdat de middenbeuk van het hotel een entree uitstraling heeft is hier een goothoogte van 15 m en een bouwhoogte van 18,5 m opgenomen.
De verbreding van het gebouw vindt plaats aan de zijde van de R. Tappenbeckweg. De oppervlakte van deze uitbreiding bedraagt circa 320 m² (dit is uitbreiding op de footprint en geen totale uitbreiding). Op de begane grond wordt deze ruimte ingezet voor de uitbreiding van het restaurant en op de 3 daarboven gelegen verdiepingen komen per verdieping nog een aantal hotelkamers. De totale uitbreiding van de hotelkamers bedraagt 30 kamers. Het nieuwe hotel zal beschikken over 92 hotelkamers (62 bestaande kamers + 30 nieuwe kamers).
Op de begane grond zal de nieuwe restaurantzaal een bolvormige uitbouw krijgen waardoor symmetrie ontstaat in het volume van het gebouw. Omdat de Villa Bianca inmiddels is gesloopt en deze locatie zal worden herontwikkeld ten behoeve van een gebouw met 6 appartementen gaan beide gebouwen één ruimtelijk ensemble vormen. De beeldkwaliteit van de hoeksituatie tussen de voormalige Villa Bianca en het hotel zal hierdoor worden versterkt in combinatie met de groene setting die behouden blijft. Beide bestaande blinde muren komen te vervallen en worden vervangen door volledige representatieve zijgevels.
Situatieschets van de beoogde situatie
De voorgevel van het Alexander Hotel
Residence Alexander
De Villa Bianca is gesloopt en deze locatie wordt herontwikkeld ten behoeve van een gebouw met 6 appartementen. Deze 'Residence Alexander' krijgt een footprint van circa 525 m² (exclusief balkons) en een bouwvolume van 2 lagen met een kap. Per verdieping worden twee appartementen gerealiseerd. De goothoogte van het nieuwe gebouw is 8 m en de bouwhoogte 11,5 m ten opzichte van peil. Onder dit appartementengebouw worden verder 3 bouwlagen onder het maaiveld gerealiseerd:
Ten gevolge van deze nieuwbouw verbetert de ruimtelijke kwaliteit van deze locatie. De voormalige situatie met de vervallen Villa Bianca past namelijk niet binnen de gewenste sfeer en de allure van Noordwijk aan Zee. Door afstand te houden van het hotel ontstaat een eigen bouwvolume dat overigens qua uitstraling overeenkomsten kent waardoor het beeld van de gebouwen samenhang kent: een architectonisch ensemble.
De minimale afstand tussen het hotel en het appartementencomplex bedraagt 13 m. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde minimale afstand tussen de Residence Alexander en het Alexander Hotel van 13 m.
Tekeningen Residence Alexander
Parkeerterrein
Op het achterterrein van het Alexander Hotel wordt de aanduiding 'parkeerterrein' zoals in het vigerende bestemmingsplan opgenomen herhaald. Dit parkeerterrein voorziet in parkeerplaatsen voor het hotel. Het parkeerterrein is bereikbaar via de inrit die uitkomt op het Picképlein. De parkeerplaatsen zijn gelegen tussen de Rudolf Tappenbeckweg, het tennispark ten zuiden van het hotel en het duingebied ten westen van het hotelperceel. Het perceel is op een groene wijze ingepast in de omgeving en leidt niet tot aantasting van de omgeving.
De hotelmarkt in Noordwijk is aan verandering onderhevig. In de huidige markt is een groeiende vraag naar kamers voor zakelijke gelegenheden. Hierbij worden kamers gehuurd in combinatie met zalen voor vergaderingen, meetings en trainingen. Vanwege deze veranderende markt en de schaalvergroting die gaande is, zijn de huidige zalen in het hotel niet langer toereikend. Vooral door de groeiende groep zakelijk gebruikers ontstaat er een tekort aan zalen.
Daarnaast kan het hotel momenteel geen grotere groepen in de eigen kamers huisvesten. Hierdoor worden vaak hotelkamers geboekt bij omliggende hotels. Dit is uiteraard geen ideale situatie. Bijkomstigheid hierbij is dat bij de uitbreiding van het hotel ook direct suites en familiekamers gerealiseerd kunnen worden. Het hotel heeft momenteel namelijk nog niet de beschikking over grotere kamers. Om een volledig aanbod te kunnen aanbieden is het wenselijk om deze kamers te realiseren.
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de planregels. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen:
In dit hoofdstuk zijn de begrippen en wijze van meten conform SVBP2012 opgenomen.
Peil
Gezien het hoogteverschil in het plangebied én de hoogteverschillen ter plaatse van de omliggende wegen is gekozen voor een peilmaat voor de gebouwen die gerelateerd is aan NAP maten. Deze NAP maten zijn opgenomen in de bouwtekeningen en herhaald in de regels van dit bestemmingsplan. Door het opnemen van vaste peilmaten wordt een discussie over de gemiddelde hoogte van de weg voorkomen. Voor de volgende gebouwen zijn onderstaande peilmaten opgenomen:
Deze peilmaten zijn door middel van de specifieke bouwaanduidingen 1 tot en met 3 verbeeld op de verbeelding. Voor de overige locaties geldt de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende maaiveld ter plaatse van de voorgevel.
Het hoofdstuk Bestemmingsregels bevat de regels die specifiek gelden voor de bestemmingen. In het bestemmingsplan zijn de verschillende functies voorzien van een aparte bestemming. Hiermee is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende functies die voorkomen in het plangebied. Ten aanzien van de bestemmingslegging en de bestemmingsregels is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de vigerende bouw- en gebruiksmogelijkheden uit het bestemmingsplan De Zuid. In onderstaande paragraaf worden de regels die behoren bij de verschillende bestemmingen toegelicht.
Groen
De groene inrichting op de hoek van de Rudolf Tappenbeckweg en de Oude Zeeweg is bestemd als groen. Ter bescherming van de groene uitstraling tussen het nieuwe appartementencomplex en het Alexander Hotel is er voor gekozen om deze groenstrook te bestemmen als Groen. Binnen deze bestemming mogen de gronden worden gebruikt ten behoeve van groenvoorzieningen en andere bijpassende voorzieningen, zoals duinen en natuur, speelvoorzieningen en voorwerpen van beeldende kunst.
Binnen deze bestemming zijn uitsluitend overige bouwwerken toegestaan. De bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt ten hoogste 6 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 m.
Horeca
Functies
Ten behoeve van het hotel is de bestemming Horeca opgenomen. Horeca wordt binnen de gemeente onderverdeeld in verschillende categorieën. Voor het hotel houdt dit in dat horeca-categorie 6 is toegestaan. Dit houdt in dat ter plaatse van horeca-categorie 6 een restaurant en een hotel zijn toegestaan. Bij het hotel behorende congresfaciliteiten en zalenverhuur valt daar ook onder.
Daarnaast is er één dienstwoning per hotel toegestaan.
Parkeervoorzieningen (al dan niet ondergronds) zijn toegestaan.
Omdat de erker en balkons van de Residence deels zijn gelegen boven de parkeergarage en de zalen van het hotel is een regeling opgenomen dat ondergeschikt woongebruik is toegestaan.
Daarnaast zijn bij de bestemming behorende voorzieningen, terrassen, groen- en watervoorzieningen en tuinen, paden en de toegang tot de parkeergarage toegestaan.
Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' mogen de gronden uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van parkeervoorzieningen. De locatie en de regels van deze aanduiding 'parkeerterrein' zijn conform het vigerende bestemmingsplan.
Hoofdgebouwen
Ten aanzien van bouwen geldt dat alleen ter plaatse van het bouwvlak hoofdgebouwen mogen worden gebouwd, met in achtneming van de hoogteaanduidingen op de plankaart. Omdat de middenbeuk van het hotel een entree uitstraling heeft is hier een andere goot- en bouwhoogte op de plankaart opgenomen.
Dakkappelen
De standaard dakkapellen regeling voor woningen van de gemeente is niet opgenomen binnen de Horeca bestemming omdat sprake is van meerdere dakkapellen op een dakvlak. De maximale breedte van dakkapellen is 5 m.
Bijbehorende bouwwerken
Voor bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken geldt dat deze zowel binnen als buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd. Voor bijbehorende bouwwerken geldt daarbij een hoogte van 4,5 m voor vrijstaande gebouwen en aangebouwde bouwwerken mogen niet hoger zijn dan de eerste bouwlaag met een maximum van 4 m.
Overige bouwwerken
De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m. Daarnaast is een regel opgenomen dat balkons van de Residence zijn toegestaan. Dit omdat bestemmingsgrenzen ten behoeve van balkons in principe niet kunnen worden overschreden (zie artikel 12).
Tuin
De voorzijde bij de Residence Alexander heeft de bestemming Tuin. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor tuinen en bijbehorende voorzieningen zoals groen, water en paden.
Bebouwing is in principe niet toegestaan, uitgezonderd bebouwing ten behoeve van een erker of toegangsportaal voor de aangrenzende bestemming Wonen.
Wonen
Functies
De nieuwbouw van de Residence Alexander heeft, net als de Villa Bianca had, de bestemming Wonen. Binnen deze bestemming is wonen, met aan huis-gebonden-beroepen en -bedrijven toegestaan. Parkeervoorzieningen (al dan niet ondergronds) zijn toegestaan, dit voor de woningen en voor het naastgelegen hotel. Ondergrondse parkeergarages de ondergrondse bouwlaag voor de horeca-activiteiten mogen ook buiten het bouwvlak, maar dan wel onder het peilniveau van de Residence.
Daarnaast zijn bij de bestemming behorende voorzieningen, terrassen, groen- en watervoorzieningen en tuinen, paden en de toegang tot de parkeergarage toegestaan.
Ten behoeve van de hotelvoorzieningen is onder maaiveld de aanduiding horeca-categorie 6 opgenomen. Dit is uitsluitend toegestaan op één ondergrondse bouwlaag.
Binnen de bestemming mag binnen het bouwvlak het hoofdgebouw worden gebouwd, met inachtneming van de bouwaanduidingen op de verbeelding. Buiten het bouwvlak mogen uitsluitend bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
Bijbehorende bouwwerken
De balkons aan de zuidwestzijde van de Residence zijn specifiek bestemd met de 'specifieke bouwaanduiding - balkons'.
Andere bouwwerken
De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2 m.
Waarde - Archeologie
Ter bescherming van eventuele archeologische resten in de bodem is ter plaatse de dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen. Binnen deze dubbelbestemming zijn grondroerende werkzaamheden uitsluitend toegestaan mits deze kleiner dan een bepaald oppervlak zijn of niet dieper gaan dan een bepaalde diepte, afhankelijk van de verwachtingswaarde ter plaatse. Werkzaamheden die niet binnen deze kaders passen, zijn uitsluitend toegestaan nadat door middel van onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden te verwachten zijn, of deze door de werkzaamheden niet worden geschaad.
Dit hoofdstuk bevat algemene bouwregels, afwijkingsregels en de antidubbeltelregel. Dit laatste standaardartikel is bindend voorgeschreven voor ieder bestemmingsplan.
In artikel 12 is bijvoorbeeld opgenomen dat bouwgrenzen (niet bestemmingsgrenzen) mogen worden overschreden door trappenhuizen en balkons.
In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt de citeerwijze van de regels van het plan voorgeschreven.
Voor het plangebied zijn diverse beleidskaders van toepassing. In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid samengevat en wordt de ontwikkeling van het bestemmingsplan getoetst.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2012)
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Voorgaande (hoofd)doelstellingen zijn in de structuurvisie vertaald naar onderstaande nationale belangen. Deze zijn – direct of indirect – ook opgenomen in het Barro, waarmee zij juridisch doorwerken in bestemmingsplannen. De volgende belangen zijn relevant voor het plangebied:
De gemeente Noordwijk is op de kaart van de nationale ruimtelijke hoofdstructuur aangewezen in een stedelijke regio met topsectoren. Ten aanzien van de ontwikkeling biedt het hotel extra voorzieningen ten behoeve van de toeristische sector, die belangrijk is voor Noordwijk en voor Nederland.
Ten aanzien van de regels uit het Barro, is het plangebied nabij de aanduiding 'kustfundament' gelegen. Echter is het plangebied niet gelegen binnen deze aanduiding en er vinden dan ook geen activiteiten plaats in deze zone. Hierdoor blijft de instandhouding van het zandige kustfundament gewaarborgd.
Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 sub 2)
Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.
Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In dit geval is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik door de herontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied waarbij de bestaande gebouwen worden gerenoveerd. In paragraaf 4.3 wordt dit nader onderbouwd.
Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM)
De 'Visie Ruimte en Mobiliteit' (VRM), door Provinciale Staten vastgesteld op 9 juli 2014 en op 1 augustus 2014 in werking getreden, geeft op hoofdlijnen sturing aan de ruimtelijke ordening en maatregelen op het gebied van verkeer en vervoer. De VRM bestaat uit verschillende documenten waaronder de Verordening ruimte 2014, het Programma ruimte en het Programma mobiliteit. De provincie kiest ervoor om stedelijke functies zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied te concentreren. Hiermee wordt de leefkwaliteit van het bebouwde gebied behouden en versterkt. De projectlocatie is op de visiekaart 'beter benutten bebouwde ruimte' gelegen in het zogenaamde 'bestaand stads- en dorpsgebied' (BSD). Volgens de ladder voor duurzame verstedelijking moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen primair plaatsvinden binnen het BSD.
Het Zuid-Hollandse kustlandschap
In de VRM wordt aandacht besteed aan het Zuid-Hollandse kustlandschap. Veel meer dan de andere grote landschappen wordt het kustlandschap gekenmerkt door een afwisseling van stedelijk gebied, natuur en landschap. Instandhouding van de kwaliteiten van het duingebied en de landgoederenzone is van groot belang, met het oog op biodiversiteit en kustveiligheid. Dit gaat samen met de functie van een aantal duingebieden als waterwingebied. Voor de gehele kustzone is gebiedsgerichte versterking van het toerisme als economische sector een centrale opgave. De kust vormt een belangrijke drager voor de versterking van het vestigingsklimaat in Zuid-Holland. Belangrijk is een goede zonering en aansluiting bij de grote variatie in stedelijke, economische, cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten. Verbetering van de bereikbaarheid van enkele badplaatsen is hier onderdeel van. Van belang is dat de diverse badplaatsen aan de Zuid-Hollandse kust een eigen, onderscheidend profiel ontwikkelen, met bijbehorend aanbod, afgestemd op hun ligging en bereikbaarheid. In de genoemde zonering biedt het strand een belangrijke kwaliteit als openbare en recreatieve ruimte op de schaal van de gehele provincie. Binnen dit gegeven kan strandbebouwing bijdragen aan het onderscheidend profiel van de badplaatsen.
De badplaats Noordwijk is een toeristisch centrum en wil zich verder ontwikkelen tot toeristische attracties van Europese allure. Ook staat de badplaats bekend als internationaal congrescentrum. Versterking van dit karakteristieke profiel is van belang voor zowel de aantrekkelijkheid en het vestigingsklimaat van de afzonderlijke kernen als voor het totale stedelijke netwerk.
De beoogde ontwikkeling van het Alexander Hotel draagt bij aan verdere ontwikkeling van het toeristisch centrum van Noordwijk door de uitbreiding van de hotelaccommodatie en de uitbreiding van de congresruimten. De ontwikkeling van Residence Alexander is gelegen binnen het stads- en dorpsgebied en past hiermee binnen de provinciale structuurvisie.
Noordwijk aan Zee heeft door de ligging aan de kust te maken met bescherming tegen de zee. De kustversterking verzekert betrouwbaarheid van de kust als zeewering en daarmee de veiligheid van het achterliggend (stedelijk) gebied. De kust is voor de komende vijftig jaar op sterkte gebracht als het werk aan de zwakke schakels is voltooid, waaronder de boulevard van Noordwijk aan Zee. Voor de kustveiligheid is het belangrijk om het kustfundament te handhaven. In het gedeelte van het kustfundament dat binnen stads- en dorpsgebied ligt, mag uitbreiding van stedelijke functies of infrastructuur geen nadelige gevolgen hebben voor de waterstaatkundige veiligheid. Het plangebied ligt binnen de landzijde van het kustfundament waar stedelijke ontwikkelingen mogelijk zijn. Het project heeft geen negatieve invloed op de kustversterkingen.
Verordening ruimte 2014
In samenhang met de Visie Ruimte en Mobiliteit is de Verordening ruimte 2014 opgesteld. De regels in deze verordening zijn bindend en werken door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het volgende is relevant voor de beoogde ontwikkeling.
Bestaand stads- en dorpsgebied
Het plangebied is gelegen binnen 'Bestaand stads- en dorpsgebied' en is hiermee in overeenstemming met de Verordening Ruimte. De provincie kiest ervoor om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee worden investeringen in de gebouwde omgeving gebundeld, waardoor de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden blijft en versterkt wordt.
Behoefte en regionale afstemming
Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een nieuwe ontwikkeling met wonen, bedrijven, zelfstandige kantoren, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen moet voorzien in een aantoonbare behoefte en gebaseerd zijn op een regionale visie op het programma terzake of tenminste regionaal afgestemd zijn. De uitbreiding van het Hotel Alexander past binnen de gemeentelijke ambitie om aan categorie vier hotels meer capaciteit te bieden. Daarnaast wordt het huidige aanbod vernieuwd. In paragraaf 4.4 onder het beleid 'Nota Hotelbeleid 2010 – 2015 - Van Zimmer naar suite' en het 'Inventariserend onderzoek verblijfsaccommodatiemarkt Gemeente Noordwijk (2015)' wordt dit nader onderbouwd.
De bouw van de woningen past binnen het gemeentelijk beleid dat is weergegeven in de Woonvisie. De realisatie van de appartementen maakt doorstroming naar het topsegment mogelijk. Daarnaast dragen de woningen bij aan de allure van de badplaats Noordwijk. De 6 woonappartementen zijn in de door het college van B&W vastgestelde Woningbehoefteraming-lijst (WBR-lijst) opgenomen. De lijst wordt frequent met de gemeenten van de regio Holland Rijnland afgestemd.
Ladder voor duurzame verstedelijking
Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is de ladder voor duurzame verstedelijking het uitgangspunt (art. 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening & art. 2.1.1 Verordening Ruimte provincie Zuid-Holland). In Bijlage 8 zijn de stappen van de ladder doorlopen. De ontwikkeling wordt binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd aansluitend op de huidige locatie. Als gevolg van de uitbreiding van het hotel worden geen onaanvaardbare effecten verwacht op het woon-, leef- en ondernemersklimaat in Noordwijk. Woningbouwontwikkelingen vanaf 11 woningen worden gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling conform de ladder voor duurzame verstedelijking. De 6 woonappartementen zijn dus niet getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
Uitsnede kaart Visie Ruimte en Mobiliteit, plangebied ter plaatse van de rode cirkel
Integrale structuurvisie Noordwijk Zeewaardig (2009)
Het gemeentebestuur van Noordwijk gaat voor kwaliteit. Het 'koesteren van het waardevolle en de ontwikkeling van het nieuwe' moet in Noordwijk aan Zee krachtig en duurzaam worden vormgegeven. Om de ruimtelijke ambities in Noordwijk aan Zee te realiseren, liggen de kansen en keuzes met name op het vlak van de bebouwing, de openbare ruimte en de verkeersstructuur. Het is de opgave om de versnippering van functies en type bouwwerken te harmoniseren.
De kwaliteit van de beoogde bebouwing van het hotel en de appartementen sluit aan bij deze ambitie. De wanden langs de openbare ruimte worden zorgvuldig vormgegeven en de parkeerruimten worden achter en onder de gebouwen gerealiseerd waardoor parkerende auto's niet de overhand hebben in de openbare ruimte.
Actualisatie Woonvisie 2012
In de raadsvergadering van 29 maart 2012 is de geactualiseerde woonvisie 2012 – een doorkijk over de crisis heen – vastgesteld. Tevens is een motie met betrekking tot innovatieve bouwconcepten aangenomen.
In de actualisatie van de woonvisie 2012 is opgenomen, naast 30% sociaal, dat een aandachtspunt in het woningbouwprogramma de categorieën betaalbaar en middelduur eengezinskoop (vanaf € 201.000 tot € 350.000) zijn. Om jonge gezinnen of doorstromers In Noordwijk te behouden is het van belang om juist ook in deze categorieën te bouwen.
Bijgaand zoals in de actualisatie van de woonvisie 2012 opgenomen de vastgestelde segmenteringen:
| Woonvisie 2012 |
| - 30% sociaal (tot € 201.000) Sociale huur tot € 681 |
| - 10% betaalbaar (tot € 250.000) Huur vanaf € 681 tot € 800 |
| - 20% middelduur (€ 250.000 - € 350.000 ) Huur vanaf € 800 tot € 1.200 |
| - 20% duur (tot € 600.000) Huur vanaf € 1.200 tot € 2.000 |
| - 20% topsegment (boven € 600.000) Huur vanaf € 2.000 |
In het woningbehoeftenonderzoek (WBO september 2011) en de actualisatie van de woonvisie 2012 is opgenomen dat aan de categorie dure woningen en woningen in het topsegment in principe geen behoefte bestaat omdat er voldoende aanbod is. Als aanbeveling in het WBO is echter opgenomen om toch duurdere koopwoningen toe te voegen omdat op deze manier in een bovengemeentelijke behoefte wordt voorzien. En het realiseren van duurdere woningen zorgt voor een meer gedifferentieerde wijkopbouw. In de actualisatie van de woonvisie is het advies uit het WBO ten aanzien van het bouwen van duurdere woningen overgenomen. Gezien de aantrekkelijkheid, de uitstraling en het imago van Noordwijk wordt er van uitgegaan dat er een markt is voor het dure woningbouwsegment en het topsegment. Daarbij zullen deze bewoners ook bijdragen aan de lokale economie, wat een positieve impuls inhoudt voor de lokale economie.
In de woonvisie is tevens vastgesteld dat de nieuwbouwwoningen levensloopbestendige gerealiseerd moeten worden. Tevens is in de woonvisie opgenomen dat Noordwijk bij het realiseren van gestapelde 3*** woningen streeft naar liften die voldoen aan de vier**** eisen.
De beoogde ontwikkeling voldoet niet aan de vastgestelde segmentering van de geactualiseerde woonvisie 2012. De kwaliteit van de woningen levert een bijdrage aan de allure die Noordwijk heeft als
badplaats. Tevens kan de beoogde ontwikkeling een bijdrage leveren aan de doorstroming op de woningmarkt vanwege de klasse in het topsegment, dit conform de wens van de gemeente.
Nota Hotelbeleid 2010 – 2015 - Van Zimmer naar suite
Het hotelbeleid is gebaseerd op de Toekomstvisie van Noordwijk en is een uitwerking van het actieprogramma uit de Sociaaleconomische visie. Daarin staat dat Noordwijk in 2015 in totaal zo'n 1.000.000 overnachtingen moet accommoderen, inclusief recreatiehuisjes en campings. Hiervan zijn 570.000 hotelovernachtingen. In deze Hotelnota staan toeristen centraal, maar bewoners hebben eveneens hun belangen. Want hotels horen bij Noordwijk en hebben een grote invloed op hun omgeving. Dit vraagt om flexibiliteit. Een gezond hotelbedrijf fleurt de woonomgeving beslist op. Leegstand of verpaupering heeft daar echter een meer dan evenredige nadelige invloed op. Waar dat dreigt moet tijdig ingrijpen mogelijk zijn, bijvoorbeeld door een functieverandering. Elders zijn misschien geschikte plekken waar onder voorwaarden een nieuwe hotelfunctie mogelijk is. Het gemeentebestuur zal met deze nota in de hand de Noordwijkse hotelsector helpen om vandaag maar zeker ook morgen de unieke positie vast te houden en waar het kan te versterken.
Het leeuwendeel van de Noordwijkse hotels is gevestigd in Noordwijk aan Zee. Het Noordwijkse hotelaanbod is qua niveau hoger dan in tien concurrerende Noordzee badplaatsen in Nederland en België; geen enkele andere badplaats beschikt verhoudingsgewijs over meer vijf- en viersterrenhotels dan Noordwijk. Het Noordwijkse hotelaanbod is bovendien het meest grootschalige. Het hotel Alexander is ingedeeld in categorie 4.
De Noordwijkse hotelsector zal meer dan in het verleden het geval was, moeten inspelen op de trends in de markt, wil zij haar marktaandeel behouden en vergroten. In de toeristische en zakelijke markt zijn de volgend trends en ontwikkelingen waarneembaar:
Het optimale Noordwijkse hotelaanbod in 2015 bestaat voornamelijk uit drie-, vier-, en vijf sterrenhotels. Om te kunnen inspelen op de toekomstige vraag dient er een beperkte uitbreiding en een sterke kwaliteitsverbetering van het huidige hotelaanbod plaats te vinden. Het huidige hotelaanbod van ruim 1.617 kamers dient te worden uitgebreid met circa 230 kamers naar circa 1850 kamers in 2015. Het huidige hotelaanbod dient zowel te worden vernieuwd als verbeterd. De beoogde uitbreiding van het Hotel Alexander past binnen deze ambitie; er is namelijk vraag naar categorie vier hotels en het huidige aanbod wordt vernieuwd.
Inventariserend onderzoek verblijfsaccommodatiemarkt Gemeente Noordwijk (2015)
In 2015 is door LA Group een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar onder meer de hotelbranche in de gemeente Noordwijk. Dit onderzoek is uitgevoerd omdat de laatste beleidsvisie enigszins verouderd is en was gericht op de periode 2010-2015. Dit inventariserend onderzoek betreft een actuele visie op de verblijfsaccommodatiemarkt in de gemeente. In Bijlage 8 wordt nader ingegaan op dit onderzoek. Uit de enquêtes onder de hoteliers wordt geconcludeerd dat de hoteliers overwegend positief zijn over de ontwikkeling van het toeristische en congressegment. Verder wordt geconcludeerd dat Noordwijk over relatief weinig 'bijzondere' hotels beschikt en dat er sprake is van een afname aan authentieke hotels. LA Groep adviseert de gemeente Noordwijk om de diversiteit van het hotelaanbod te vergroten. De beoogde uitbreiding van het Hotel Alexander past binnen deze ambitie.
De beoogde ontwikkeling past binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid. De ontwikkeling draagt bij aan de verdere ontwikkeling van het toeristisch centrum door de uitbreiding van de hotelkamers en de uitbreiding van de congresruimten. Dit is een belangrijke economische pijler van de gemeente.
In deze paragraaf wordt de voorliggende ontwikkeling beoordeeld op basis van de sectorale aspecten. In de onderstaande paragrafen is per sectoraal aspect het geldende toetsingskader aangegeven en is de planontwikkeling getoetst aan dit kader, waarna ten slotte een conclusie wordt getrokken.
Verkeersafwikkeling
Het Alexander Hotel wordt ontsloten vanaf het Picképlein. Ook het achterterrein van het hotel, waar ook de toegang naar het parkeerdek ligt, heeft een aansluiting op de rotonde van het Picképlein. De appartementen van Residence Alexander ontsluiten op de Rudolf Tappenbeckweg. Deze sluit ten noorden van de planlocatie door middel van een inritconstructie aan op De Grent. Het Picképlein en De Grent behoren tot de hoofdverkeersstructuur van de kern Noordwijk aan Zee. Deze wegen zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingswegen met een maximum snelheid van 50 km/h. De Rudolf Tappenbeckweg betreft een erftoegangsweg. Hier geldt een maximum snelheid van 30 km/uur. De wegen die behoren tot de hoofdwegenstructuur zijn voorzien van fietsvoorzieningen in de vorm van fietsstroken. Ter hoogte van het Picképlein buigen deze uit tot een vrijliggend fietspad rondom de rotonde. Op de Rudolf Tappenbeckweg maken gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer gebruik van dezelfde verkeersruimte. Gezien de categorisering als erftoegangsweg en de relatief lage snelheden van het gemotoriseerd verkeer (30 km/h) zijn geen aanvullende fietsvoorzieningen noodzakelijk. Voor voetgangers zijn langs alle wegen richting de planlocatie trottoirs aanwezig. De verkeersontsluiting van de ontwikkeling is goed.
Parkeren
Alexander Hotel
Alexander Hotel is een hotel dat vooral gericht is op congressen waarbij de kamers benut worden door de congresgasten. Indien de hotelkamers in het Alexander Hotel volledig bezet zijn verblijven een aantal congresgasten in andere hotels die op loopafstand bereikbaar zijn. Daar staan dan veelal ook de auto's geparkeerd.
De uitbreiding van het Alexander Hotel betreft 650 m2 bruto vloeroppervlak congresruimte en 30 hotelkamers, aangevuld met 185 m2 bruto vloeroppervlak aan aanvullende ruimtes zoals kantoorruimte, garderobe en foyer. Tussen beide functies in het hotel bestaat in principe zoals aangegeven een samenhang. Bij het bepalen van de parkeervraag is echter uitgegaan van een worstcase situatie waarbij de twee functies los van elkaar functioneren (bezoekers van een congres verblijven niet in het hotel en de hotelkamers zijn in gebruik door hotelgasten).
Bij het berekenen van de parkeervraag voor deze uitbreiding is gebruik gemaakt van de Nota Stallen en Parkeren van de gemeente Noordwijk. De hierin opgenomen parkeernorm voor een hotel (4 sterren) bedraagt 3,4 parkeerplaatsen per 10 kamers. Voor congresruimten geldt een norm van 5,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak. In tabel 5.1. is de berekende parkeervraag opgenomen voor de beschreven worstcase situatie.
Tabel 5.1. Berekening parkeervraag uitbreiding Alexander Hotel (worstcase)
| Functie | Parkeernormen | Eenheden | Parkeervraag | ||
| Uitbreiding hotelfunctie |
Hotelfunctie: 3,4 pp per 10 kamers | 30 hotelkamers | 10 parkeerplaatsen |
||
| Uitbreiding congresfunctie |
Congresfunctie: 5,5 pp per 100 m2 bvo |
650 m2 bvo congresruimten | 36 parkeerplaatsen | ||
| Totaal |
46 parkeerplaatsen | ||||
Voor de uitbreiding van het Alexander Hotel geldt zodoende een maximale parkeervraag van 46 parkeerplaatsen. Binnen de ontwikkeling is de realisatie van deze benodigde extra parkeerplaatsen voorzien. Onder Residence Alexander worden in de parkeerkelder 13 parkeerplaatsen gerealiseerd ten behoeve van het Alexander Hotel. Daarnaast is direct rondom het hotel een totaal van 7 extra parkeervakken voorzien. Daarnaast wordt het terrein aan de achterzijde van het hotel geheel ingericht als parkeerplaats met een totaal van 28 parkeerplaatsen. Het totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen ten behoeve van de uitbreiding van het Alexander Hotel bedraagt zodoende 48. Hiermee wordt voldaan aan de maximale parkeervraag van de uitbreiding.
Residence Alexander
Voor het bepalen van de parkeervraag van de appartementen in Residence Alexander is eveneens gebruik gemaakt van de Nota Stallen en Parkeren van de gemeente Noordwijk. Voor woningen buiten het centrum van Noordwijk in het dure segment (zijnde niet vrijstaand) geldt een parkeernorm van 2,0 parkeerplaatsen per woning. Voor de 6 te realiseren appartementen geldt derhalve een parkeervraag van 12 parkeerplaatsen. In de parkeerkelder onder Residence Alexander zijn ten behoeve van de appartementen 12 parkeerplaatsen voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de parkeervraag van de appartementen.
Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling
Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling kan gebruik worden gemaakt van CROW publicatie 317 ('Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', 2012). Uitgangspunt is een ligging in een matig stedelijke omgeving (bron: CBS) binnen het centrumgebied van Noordwijk. Bij de berekening zijn vervolgens de gemiddelde kencijfers gehanteerd.
Binnen de genoemde CROW publicatie zijn echter geen kencijfers opgenomen voor de de verkeersgeneratie van congresruimten. Voor de berekening van de verkeersgeneratie van de congresruimten wordt daarom de parkeerbehoefte als basis gebruikt. Uitgangspunt is dat elke congresbezoeker die een parkeerplek bezet aankomt en vertrekt. Dit leidt tot een verkeersgeneratie van 2 verkeersbewegingen per parkeerplek. De berekening van de verkeersgeneratie is opgenomen in tabel 5.2.
Tabel 5.2 Berekening verkeersgeneratie totale ontwikkeling
| Functie | Kencijfers CROW |
Gemiddelde kencijfer |
Eenheden | Verkeersgeneratie | |||
| Woningen | 6,4 - 7,2 mvt/etmaal per woning | 6,8 mvt/etmaal per woning | 6 appartementen | 41 mvt/etmaal | |||
| Hotelkamers | 8,3 - 11,2 mvt/etmaal per 10 hotelkamers | 9,75 mvt/etmaal per 10 hotelkamers | 30 hotelkamers | 29 mvt/etmaal | |||
| Congresruimten | Niet beschikbaar | 2,0 verkeersbewegingen per parkeerplek | 36 parkeerplaatsen | 72 mvt/etmaal | |||
Alexander Hotel is een hotel dat vooral gericht is op congressen waarbij de kamers benut worden door de congresgasten. Tussen de hotel- en congresfunctie bestaat zodoende in werkelijkheid een grote mate van samenhang. Gezien de maximale parkeerbehoefte van de congresfunctie is voor het bepalen van een representatieve verkeersgeneratie uitgegaan van een situatie waarbij het hotel in gebruik is ten tijde van een congres. Hierbij zijn de hotelkamers in gebruik door congresgasten. Binnen een dergelijke representatieve situatie bedraagt de verkeersgeneratie zodoende 113 mvt/etmaal. Gezien deze beperkte verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling zal de doorstroming op de omliggende wegen niet verslechteren. De verkeersafwikkeling is derhalve goed.
Onderzoek
Het plan bevat de realisatie van een appartementencomplex met zes appartementen. Woningen zijn volgens de Wet geluidhinder (Wgh) geluidsgevoelige functies en dienen daarom in dat kader getoetst te worden aan de wettelijke geluidsnormen.
Resultaat en conclusie
Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens de Standaard Rekenmethode II (SRM II), conform het Reken- en Meetvoorschrift geluidhinder 2012. De rapportage is opgenomen in bijlage 1. Ten gevolge van het wegverkeer op De Grent/Oude Zeeweg wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De geluidbelasting bedraagt maximaal 52 dB (incl. aftrek ex artikel 110g Wgh). De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Geconcludeerd wordt dat maatregelen niet mogelijk, doelmatig en/of gewenst zijn om de geluidsbelasting te reduceren. Het ontheffingsbeleid van de Omgevingsdienst West-Holland staat het verlenen van een hogere waarden ten aanzien van de gezoneerde De Grent/Oude Zeeweg niet in de weg. Er zal een besluit tot vaststelling van hogere waarden worden voorbereid. Een overzicht van de hogere waarden staat in tabel 5.3.
Tabel 5.3 Overzicht hogere waarden Residence Alexander
| Bron | Aantal woningen | Geluidsbelasting | |
| De Grent/Oude Zeeweg | 6 | 52 dB | |
Ten gevolge van het wegverkeer op de niet-gezoneerde Rudolf Tappenbeckweg (30 km/uur) wordt de richtwaarde overschreden. De geluidbelasting bedraagt maximaal 52 dB (incl. aftrek ex artikel 110g Wgh). De maximale toelaatbare waarde wordt niet overschreden. Het akoestisch klimaat ten aanzien van de Rudolf Tappenbeckweg wordt acceptabel geacht omdat:
De isolatie in de gevelwerving zal worden toegepast op de berekende gecumuleerde geluidbelasting van 59 dB. De isolatiewaarde zal dusdanig van aard zijn dat aan de normen ten aanzien van de binnenwaarde uit het Bouwbesluit (33 dB) wordt voldaan. Dit door dubbele kierdichting, zwaardere ventilatie rooster en/of een ander glastype.
Er zal sprake zijn van een aanvaardbaar akoestisch klimaat.
Toetsingskader
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van stikstofdioxide en fijn stof zijn in tabel 5.4 weergegeven.
Tabel 5.4 Grenswaarden maatgevende stoffen Wlk
| Stof | toetsing van | grenswaarde | geldig | ||
| stikstofdioxide (NO2) | jaargemiddelde concentratie | 60 µ g / m³ | 2010 tot en met 2014 | ||
| jaargemiddelde concentratie | 40 µg / m³ | vanaf 2015 | |||
| fijn stof (PM10)1) | jaargemiddelde concentratie | 40 µ g / m³ | vanaf 11 juni 2011 | ||
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 50 µ g / m³ | vanaf 11 juni 2011 | |||
1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007)
In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) is bepaald in welke gevallen een project, vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit, niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³), of indien een project in een specifiek aangeduide categorie valt (zoals woningbouw met 1 ontsluitingsweg en minder dan 1.500 woningen).
Besluit gevoelige bestemmingen
Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze amvb wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' - zoals een school - in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt.
Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo'n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een 'gevoelige bestemming' niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo'n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Wel moet in die situaties de locatiekeuze goed gemotiveerd worden; dat gebeurt in de context van de goede ruimtelijke ordening.
Onderzoek
Door de ontwikkeling is er een toename van verkeer van 200 mvt/etmaal (weekdaggemiddelde). Hierbij wordt uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 5%. Uit de Nimb-tool blijkt dat deze verkeerstoename zorgt voor een toename van het gehalte stikstof in de lucht van 0,26 µg/m³ en van fijn stof van 0,07 µg/m³. Beide toenames blijven beneden de 1,2 µg/m³. Het project draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof in de lucht.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl) die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Hieruit blijkt dat in 2011 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof direct langs de Beeklaan (als maatgevende doorgaande weg in de omgeving van het plangebied) ruimschoots onder de grenswaarden uit de wetgeving lagen. Omdat direct langs deze weg aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg ligt.
Het plangebied ligt daarnaast op circa 5 km van de rijksweg A44 en op circa 1,5 km van de provinciale weg N206. Het plan hoeft dan ook niet getoetst te worden aan het Besluit gevoelige bestemmingen.
Conclusie
Er wordt ruimschoots voldaan aan de normen die gelden voor luchtkwaliteit en de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen ter plaatse. De Wet luchtkwaliteit staat de uitvoering van dit bestemmingsplan dan ook niet in de weg.
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de realisatie van nieuwe functies zoals woningen en een hotel in de omgeving van bedrijvigheid:
Onderzoek en conclusie
Hotel
Voor hotels geldt op basis van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering (2009) een richtafstand van 10 m tot een rustige woonwijk. Maatgevende aspecten hierbij zijn geur en geluid. De aspecten gevaar en stof beschikken over een richtafstand van 0 m ten opzichte van woningen in een rustige woonwijk. Voor een gemengd gebied geldt dat van de richtafstand met één afstandsstap mag worden afgeweken. Het plangebied ligt aan de rand van het centrum van Noordwijk aan Zee, waar sprake is van een menging van functies, met name hotels, restaurants en enkele woningen langs doorgaande wegen. Het plangebied en de omgeving zijn dus te karakteriseren als een gemengd gebied. De richtafstand voor de functie hotel wordt daarmee 0 meter. Direct naast of boven hotels zijn hier woningen mogelijk. De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op circa 6 meter. Dit is in de huidige situatie al het geval en dit veranderd niet. Aan de richtafstand wordt nu en zal in de toekomst voldaan worden. Ter plaatse van de bestaande woningen is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.
Op basis van de Wet milieubeheer valt het hotel onder het 'Activiteitenbesluit'. In het Activiteitenbesluit zijn voorschriften opgenomen ter bescherming van het milieu waaraan het hotel dient te voldoen. Gezien de milieuzonering wordt voldaan aan deze waarden.
Parkeerterrein
Het parkeerterrein maakt deel uit van hotelperceel. Voor parkeerterreinen geldt een richtafstand ten opzichte van een rustige woonwijk van 30 meter. Ten aanzien van de bestaande woningen aan de Erasmusweg bedraagt deze afstand ten minste 60 m. Ter plaatse van deze woningen wordt dan ook voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.
Toetsingskader
Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten gekeken, namelijk:
In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken) en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt.
Onderzoek en conclusie
Uit informatie van de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn gesitueerd die vallen onder de werkingssfeer van het 'besluit externe veiligheid inrichtingen' en geen transportleidingen aanwezig zijn die vallen onder de werkingssfeer van het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen'. Zie ook onderstaande afbeelding van de risicokaart.
Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van 2 locaties waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Dit zijn het Sportfondsenbad en Hotels van Oranje, beide met een opslag van chloorbleekloog en zwavelzuur. Deze risicobronnen hebben een groot effectgebied gewond en een veel kleiner effectgebied letaal. Het plangebied ligt buiten het effectgebied van de Hotels van Oranje, maar binnen de effectafstand gewond (580 meter) voor zwavelzuur en de effectafstand gewond (880 meter) voor chloorbleekloog van het zwembad Bollenbad (overigens zal het Bollenbad worden vervangen door het nieuwe zwembad Bloemenzee). Dit houdt in dat de regionale brandweer in de gelegenheid moet worden gesteld te adviseren over de aspecten hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze aspecten zullen niet belemmerend zijn voor de ontwikkeling, wel dient dit onderbouwd te worden. Dit advies zal plaatsvinden in het kader van het wettelijke vooroverleg.
Uit de gegevens van de risicokaart en het Basisnet blijkt dat er geen vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen plaatsvindt. Met het project worden tevens geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die relevant zijn in verband met externe veiligheid. Er wordt geconcludeerd dat het plan niet wordt beperkt door het aspect externe veiligheid.
Risicokaart (blauwe cirkel is ligging plangebied)
Toetsingskader
Bij de ontwikkeling van een ruimtelijk plan moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan grote invloed hebben op de keuze van een bepaalde functie en/of uitvoerbaarheid van een plan. Voor de functie wonen, gelden bijvoorbeeld andere normen dan voor de functie bedrijven. Met het oog op de beoordeling van de realiseerbaarheid van een plan kan het nodig zijn dat een bodemonderzoek wordt uitgevoerd. Dit kan een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 zijn.
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen regels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent voor de bodem (grond en grondwater) dat de bodemkwaliteit en de voorgenomen bestemming met elkaar in overeenstemming dienen te zijn. Of de bodem een planontwikkeling in de weg staat, wordt middels een historisch onderzoek eventueel aangevuld met een bodemonderzoek bepaald. De resultaten van het historisch onderzoek, het bodemonderzoek en de conclusie met eventuele saneringsadviezen worden in het bestemmingsplan vermeld.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
In de Wabo staat dat een omgevingsvergunning, voor het bouwen op een vermoeden van ernstig verontreinigde grond, pas in werking treedt nadat:
Wet bodembescherming (Wbb)
Als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan gelden de regels van de Wet Bodembescherming. In de Wbb is een saneringsdoelstelling bepaald (het saneren naar de functie) en een saneringscriterium (wanneer moet er gesaneerd worden (bij zogenaamde "spoed- of risicolocaties")).
Besluit bodemkwaliteit (Bbk)
Het Besluit bodemkwaliteit geeft de lokale bevoegde gezagen de mogelijkheid om de bodemkwaliteit binnen hun gebied actief te gaan beheren binnen de gegeven kaders. Dit geeft onder andere ruimte voor nieuwe bouwprojecten, zoals woningen en wegen. Daarnaast worden de kwaliteit en de integriteit van belangrijke intermediairs bij bodemactiviteiten beter geborgd, in het besluit staan ook regels met betrekking tot het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie.
Lokaal bodembeleid
De regels voor grondverzet volgen uit het Besluit bodemkwaliteit. In de gemeente Noordwijk is het generieke beleid van kracht. De gemeente heeft geen bodemfunctieklassenkaart vastgesteld. Dit betekent dat toe te passen grond moet voldoen aan de achtergrondwaarde, zoals gesteld in het Besluit bodemkwaliteit.
Onderzoek
Door de Omgevingsdienst West-Holland is een inventarisatie gemaakt van de meest relevante bodemgegevens uit het plangebied. Het gaat hierbij om informatie uit tank-, bodemonderzoeken verontreinigingsbronnen. De informatie is afkomstig uit de volgende archieven:
Bodeminformatiesysteem
in het bodeminformatiesysteem is opgenomen dat de locatie in 1997 is onderzocht Omdat deze gegevens verouderd zijn en niet meer kunnen worden gebruikt voor de bestemmingswijziging of omgevingsvergunning, is in 2011 een nieuw bodemonderzoek uitgevoerd (IDDS bv., kenmerk 1110D628/DBI/rap1, 29 december 2011), zie Bijlage 2. Vanwege het feit dat het grondwaterniveau zich dieper bevindt dan 5,5 meter beneden maaiveld is hier geen onderzoek naar gedaan. De bovengrond is plaatselijk matig verontreinigd met zink en verder niet of licht verontreinigd. In de ondergrond zijn hooguit lichte verontreinigingen aangetroffen. Er is geen reden om aanvullend onderzoek te verrichten.
Historisch bedrijvenbestand en tankinformatiesysteem
In het plangebied hebben geen historische activiteiten plaatsgevonden welke een probleem kunnen vormen voor de voorgenomen herinrichting. De Omgevingsdienst verwacht geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
Conclusie
Uit het verkennende bodemonderzoek dat is uitgevoerd, blijkt dat er matige verontreinigingen met zink aanwezig zijn. Deze vormen geen belemmering voor de voorgenomen plannen en bestemmingswijziging. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Ter plaatse van het achtergelegen parkeerterrein is geen bodemonderzoek noodzakelijk omdat een parkeerterrein geen gevoelige functie is en er geen werkzaamheden worden uitgevoerd.
Beleid en normstelling
Monumentenwet
In de Monumentenwet van 2006 stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.
Archeologiebeleid gemeente Noordwijk
In juni 2011 is de Integrale Erfgoednota Noordwijk 'Erfgoed op de kaart' vastgesteld met de Erfgoedverordening Gemeente Noordwijk 2011, in samenhang met 'In de bodem van Noordwijk': de archeologische waarde verwachtings- en beleidsadvieskaart, en de bouwhistorische verwachtingenkaart. De Erfgoednota biedt een goede basis voor de uitvoering van de wettelijke eisen ten aanzien van gebouwde (rijks)monumenten, het van rijkswege beschermd dorpsgezicht en archeologie. De Erfgoednota biedt tevens een visie en structuur voor de omgang met het erfgoed, de formatie voor uitvoering van het beleid en de wettelijke taken voor het erfgoed en een verbinding van de planologische kaders van ruimtelijk beleid.
Het plangebied is gelegen in een gebied dat op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en archeologische beleidskaart is aangeduid als gebied met een hoge en middelhoge archeologische verwachting', zie onderstaande afbeelding. Voor deze gebieden geldt een onderzoeksplicht.
Uitsnede archeologische informatiekaart
Onderzoek en conclusie
Ter plaatse van het plangebied is sprake van een redelijk tot hoge kans op archeologische sporen op basis van de cultuurhistorische atlas van de provincie. Op grond hiervan dient onderzoek te worden uitgevoerd om de daadwerkelijke archeologische waarden te bepalen. Dit is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.
Er is een door IDDS archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ontwikkelingen, zie Bijlage 3. Hieruit blijkt dat de grond is verstoord door eerdere activiteiten en er geen archeologische resten te verwachten zijn. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Op het deel van het plangebied waar onderzoek heeft plaatsgevonden is dan ook geen archeologische dubbelbestemming opgenomen.
Op het deel van het plangebied waar het onderzoek geen betrekking op heeft is ter bescherming van de eventuele archeologische waarden ter plaatsen nog wel de dubbelbestemming Waarde - Archeologie op genomen. Dit bijvoorbeeld ter plaatse van het achtergelegen parkeerterrein. Ter plaatse van het parkeerterrein worden geen werkzaamheden uitgevoerd, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van de archeologische informatiekaart is een onderscheid gemaakt tussen de gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde (Waarde - Archeologie - 2) en de gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde (Waarde - Archeologie - 3).
Watertoets en waterbeheer
De watertoets is een procedure waarbij de initiatiefnemer in een vroeg stadium overleg voert met de waterbeheerder over de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. De watertoets heeft als doel het voorkomen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. In het plangebied wordt het waterbeheer gevoerd door het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Beleid stedelijk waterbeheer
De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat, mede gezien de klimaatveranderingen, op een duurzamer wijze met het waterbeheer dient te worden omgegaan. De speerpunten voor het duurzame waterbeheer zijn het minimaliseren van wateroverlast, het realiseren van voldoende waterberging, het afkoppelen van verhard oppervlak en het voorkomen van diffuse verontreinigingen door toepassing van duurzame bouwmaterialen.
In het Waterbeheersplan 2006-2009 'Waterwerk Rijnland' wordt beschreven wat het Hoogheemraadschap van Rijnland wil bereiken, hoe het waterschap dat wil doen en welke kosten en/of personele inzet daarmee gemoeid zijn. In het plan zijn strategische doelen geformuleerd (veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water) en per strategisch doel zijn concrete maatregelen benoemd. Voor de gemeente Noordwijk is alleen het versterken van de Zeedijk als concrete maatregel geformuleerd.
De Keur en beleidsregels 2006 maken het mogelijk dat het Hoogheemraadschap van Rijnland haar taken als waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder kan uitvoeren. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor waterkeringen (dijken en kaden), watergangen (kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). Er kan een ontheffing van de in de Keur vastgelegde gebod- en verbodsbepalingen worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Als Rijnland daarin toestemt, wordt dat geregeld in een Keurvergunning. In de Beleidsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt.
Het doel van het Waterkeringsbeheerplan 2003-2007 is 'het op het vereiste niveau houden van de waterkerende functie van de waterkeringen, nu en in de toekomst en met oog voor andere belangen'. Het Waterkeringsbeheerplan kent een statisch en een dynamisch deel. Het statische deel bestaat uit de beleidsuitgangspunten van Rijnland, mede op basis van de externe beleidskaders en verwachte veranderingen in omstandigheden. Het dynamisch deel is een beschrijving van het te voeren beleid voor de periode van een jaar, dat jaarlijks geëvalueerd en zo nodig bijgesteld wordt. Hierin komen vooral de activiteiten op het gebied van aanleg en onderhoud aan de orde, inclusief een raming van de kosten.
Huidige situatie waterhuishouding
Het plangebied ligt in het zuiden van de kern Noordwijk aan Zee. Het hotel is gelegen in de tweede linie van gebouwen achter de duinenrij. Momenteel is het plangebied verhard in de vorm van een hotel, terreinverharding, parkeerdek en een woning. Het maaiveld aan de zijde van de wegen (De Grent en de R. Tappenbeckweg) is circa 12,5 m +NAP . Aan de achterzijde van de gebouwen loopt het maaiveld af tot circa 7,5 m +NAP .
De bodem bestaat ter plaatse uit zand. Volgens de Bodemkaart van Nederland is ter plaatse van het projectgebied sprake van grondwatertrap VII*. Dat betekent dat van nature de gemiddeld hoogste grondwaterstand hier meer dan 1,4 m beneden het maaiveld staat, terwijl de gemiddeld laagste grondwaterstand meer dan 1,6 m beneden het maaiveld staat. Op de betreffende locatie vindt infiltratie van hemelwater plaats.
Binnen of direct langs het projectgebied bevindt zich geen open water. Het projectgebied valt buiten de Keurzone van de duinenrij. Wel valt het plangebied binnen de beschermingszone van de duinenrij. De bebouwing en verharding in de omgeving van het plangebied zijn aangesloten op een gemengd rioolstelsel.
Ruimtelijke ontwikkeling in relatie tot beleid
Binnen het projectgebied is de bestaande Villa Bianca met een oppervlakte van circa 425 m² reeds gesloopt. Op deze locatie wordt een nieuw appartementengebouw gerealiseerd met een oppervlak van 525 m². De toename is circa 100 m².
Tevens zal het hotel uitbreiden waardoor het verhard oppervlak toeneemt met circa 320 m². De totale toename aan verharding is maximaal 420 m² en hiermee minder dan 500 m², compensatie is dan ook niet aan de orde.
Het parkeerterrein is reeds ingericht als verhard terrein. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde.
Afstromend hemelwater van schone oppervlakken zal worden afgekoppeld en worden geïnfiltreerd in de bodem door middel van een grindkoffer met een overloop naar het rioolstelsel. Op deze manier wordt hemelwater langer in het gebied vastgehouden. Door het hemelwater en het afvalwater te scheiden wordt bovendien voorkomen dat schoon hemelwater afgevoerd wordt naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie. De technische uitwerking van de infiltratievoorziening zal in een later stadium worden uitgewerkt.
Voor de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van duurzame, niet-uitloogbare bouwmaterialen (dus geen zink, lood, koper, en PAK's-houdende materialen) om diffuse verontreiniging van water en bodem te voorkomen.
Conclusie
De in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.
Toetsingskader
Provinciale Verordening
Het rijksbeleid ten aanzien van de bescherming van soorten (flora en fauna) en de bescherming van de leefgebieden van soorten (habitats) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De uitwerking van dit nationale belang ligt bij de provincies. De bescherming van gebieden die deel uitmaken van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN, voorheen EHS), alsmede de bescherming van beschermde landschapselementen en belangrijke weidevogelgebieden, is geregeld via de provinciale Verordening Ruimte. Wanneer er ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden plaatsvinden die onderdeel zijn van het NNN of van beschermde landschapselementen en in belangrijke weidevogelgebieden, geldt het nee, tenzij-principe. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet compensatie plaatsvinden, wanneer er effecten optreden.
Natuurbeschermingswet 1998
Uit het oogpunt van gebiedsbescherming is de Natuurbeschermingswet 1998 van belang. Deze wet onderscheidt drie soorten gebieden, te weten:
De wet bevat een zwaar beschermingsregime voor de onder a en b bedoelde gebieden (in de vorm van verboden voor allerlei handelingen, behoudens vergunning van Gedeputeerde Staten of de Minister van EZ). De bescherming van de onder c bedoelde gebieden vindt plaats door middel van het bestemmingsplan. De speciale beschermingszones (a) hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Hetzelfde geldt voor de ecologische doelen van de beschermde natuurmonumenten (b), voor zover deze gebieden niet overlappen met Natura 2000.
Flora- en faunawet
Voor de soortenbescherming is de Flora- en faunawet van toepassing. Deze wet is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Flora- en faunawet bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. De wet maakt hierbij een onderscheid tussen 'licht' en 'zwaar' beschermde soorten. Indien sprake is van bestendig beheer, onderhoud of gebruik, gelden voor sommige, met name genoemde soorten, de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet níet. Er is dan sprake van vrijstelling op grond van de wet.
De Flora- en faunawet is voor dit bestemmingsplan van belang omdat aannemelijk moet worden gemaakt dat de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding is en deze wet de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
Onderzoek
Gebiedsbescherming
Het projectgebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het projectgebied maakt ook geen deel uit van het NNN.
In de voortoets in Bijlage 6 worden de effecten op het Natura 2000-gebied beschreven. De conclusie is dat op het gebied van verstoring en vermesting/verzuring geen onaanvaardbare effecten plaatsvinden. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan gezien bovenstaande daarom niet in de weg.
Soortenbescherming
De huidige ecologische waarden zijn vastgesteld aan de hand van een verkennende inventarisatie door het Adviesbureau Mertens ter plaatse. In Bijlage 4 is het onderzoeksrapport opgenomen.
In het plangebied dat grotendeels verhard is of door asfalt en klinkers en bestaande gebouwen komen alleen algemene, licht beschermde soorten komen voor. Dit zijn soorten die vallen in de tabel 1-soorten van de Ffw, zoals de mol en de spitsmuis. Hiervoor geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
Het plangebied en directe omgeving van de uitbreiding van het Alexander Hotel bestaat uit weinig opgaand cultuurgroen, hierdoor kan het geen onderdeel vormen als foerageergebied voor vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen wordt tevens uitgesloten omdat de muur waaraan de uitbreiding is voorzien geen openingen bezit en ook onder de daklijst zijn geen mogelijkheden. Op grond hiervan worden de verblijfplaatsen uitgesloten.
Beschermde vogels en verblijfplaatsen zijn niet aanwezig
Het plangebied en directe omgeving van de voormalige Villa Bianca is grotendeels verhard. Hierdoor kan het geen essentieel onderdeel vormen als foerageergebied voor vleermuizen. De omgeving met duinen is daarbij veel geschikter. Op grond hiervan worden geen effecten voorzien op de foerageermogelijkheden van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen wordt uitgesloten.
Het parkeerterrein is reeds ingericht als verhard terrein. Hiervoor worden geen werkzaamheden verricht. In het kader van het gebruik van het terrein voor parkeerterrein is een ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de huidige situatie ter plaatse. Uit dit onderzoek (Bijlage 5) blijkt dat het gebruik van het terrein als parkeerterrein niet zal leiden tot verstoring van de flora en fauna ter plaatse.
Tijdens werkzaamheden dient wel rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Eventuele verstoring van broedende vogels in de omgeving is namelijk verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl).
Conclusie
Negatieve effecten op natuurgebieden worden uitgesloten. De Natuurbeschermingswet 1998 en het provinciale beleid staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.
Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving. Matig of zwaar beschermde soorten zijn niet aanwezig in het plangebied. De Flora- en faunawet vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan
Toetsingskader
Een bestemmingsplan kan planmerplichtig zijn. Een planmer is verplicht indien:
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen.
Onderzoek en conclusies
Kaderstellend
In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen mer-beoordelingsplichtig is bij activiteiten die betrekking hebben op een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). In het plangebied wordt de realisatie van in totaal 6 appartementen mogelijk gemaakt op de locatie van voormalige Villa Bianca. Daarnaast omhelst het plan een uitbreiding van zowel de hotelfunctie (30 hotelkamers) als een uitbreiding van de congresfunctie (650 m3 bvo). De bouw van de 6 appartementen dient getoetst te worden aan activiteit D 11.2 uit onderdeel D van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. Deze activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.- beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Een m.e.r.-beoordeling is daarom niet direct verplicht.
Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de vorige paragrafen zijn opgenomen. Voor het bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.
Effect Natura 2000
Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagedaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. In de omgeving van het plangebied liggen beschermde Natura 2000-gebieden. In het kader van de onderzoeksplicht inzake stikstofdepositie is een voortoets opgesteld, zie Bijlage 6.
Hieruit blijkt dat er geen toename van de depositie door extra verkeersemissies is. Vanwege het ontbreken van negatieve effecten op Natura 2000 is een cumulatieve toetsing met andere projecten niet aan de orde. Zodoende is geen passende beoordeling, mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.
Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie van het project zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de Wabo procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Het bouwproject wordt gefinancierd uit eigen middelen van de initiatiefnemer.
Op grond van artikel 6:12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening zijn plannen aangewezen waarvoor een dergelijk exploitatieplan moet worden opgesteld. Voor dit plan dient een exploitatieplan te worden vastgesteld.
Artikel 6:12, lid 2 geeft aan dat de gemeenteraad kan besluiten géén exploitatieplan vast te stellen indien:
In onderhavige situatie wordt voldaan aan bovenstaande voorwaarden, omdat het kostenverhaal van het project geregeld zal worden in een anterieure overeenkomst.
Het voorontwerpbestemmingsplan en het bouwplan 'Alexander Hotel en Residence' heeft ter inzage gelegen. Gedurende de periode van 6 weken heeft eenieder de mogelijkheid gehad om een inspraakreactie in te dienen. In de Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties zijn de inspraakreacties behandeld.
In de Nota van zienswijze zijn de zienswijzen behandeld.
In het kader van het wettelijke vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerpbestemmingsplan toegezonden aan de volgende overlegpartners:
In de Nota van beantwoording inspraak- en overlegreacties zijn de overlegreacties behandeld.