direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0546.TAM00004-0302

Regels

De onderstaande planregels en de verbeelding op de kaart vormen een onderdeel van een groter geheel, namelijk van het Omgevingsplan Leiden. De onderstaande planregels zijn bovendien vastgesteld door gebruik te maken van wettelijke overgangsbepalingen. Die overgangsbepalingen staan toe dat de planregels nog niet Hoeve e.o.n te voldoen aan de digitale eisen die straks standaard voor elke wijziging van het omgevingsplan gelden onder de Omgevingswet. Deze planregels mogen nog gebruik maken van de digitale eisen die golden voor het inwerking treden van de Omgevingswet. Deze omstandigheden zijn in onderstaande alinea’s nader juridisch uitgelegd.

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Elza Hoeve e.o. en omgeving (aan de Vlietweg) en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.) van het omgevingsplan van de gemeente Leiden. Het TAM-omgevingsplan is opgesteld en beschikbaar gesteld volgens het overgangsrecht voor tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) voor het omgevingsplan onder de Omgevingswet. Het nieuwe hoofdstuk van het omgevingsplan is op grond van het overgangsrecht zoals dat is vastgelegd in artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, opgesteld in overeenstemming met de digitale Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en digitaal beschikbaar gesteld op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Via de overbruggingsfunctie in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt dit hoofdstuk weergegeven in de viewer van Regels op de kaart van het landelijke Omgevingsloket.

De in dit uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het Omgevingsplan gemeente Leiden. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet bovendien na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet ten slotte na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22c.’ gelezen worden. Dit levert de volgende voorbeelden op in onderstaande tabel.

Tekst:   Te lezen als:  
Hoofdstuk 1   Hoofdstuk 22c, paragraaf 1  
Hoofdstuk 2   Hoofdstuk 22c, paragraaf 2  
Artikel 1   Artikel 22c.1  
Artikel 2   Artikel 22c.2  
Bijlage 1   Bijlage 22c.1  

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassing begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o..

Artikel 2 Aanvullende begripsbepaling

 

2.1 plan

Omgevingsplan gemeente Leiden;

2.2 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. met identificatienummer NL.IMRO.0546.TAM00004-0302 van de gemeente Leiden;

2.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

2.4 aanleggen

het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid;

2.5 agrarisch natuur- en landschapsbeheer

agrarisch beheer met inachtneming van het behouden van natuur- en landschapswaarden, zoals weidevogelbeheer, randenbeheer, slootkantenbeheer en dergelijke;

2.6 archeologisch onderzoek

diverse vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

2.7 archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische resten;

2.8 archeologische waarde

de waarde die een gebied bezit op grond van de aldaar aanwezige archeologische resten;

2.9 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

2.10 bedrijfsactiviteit

het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, verhandelen, installeren of herstellen van goederen;

2.11 begane grondvloer

de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau;

2.12 bestaande situatie
  • a. t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht heeft verkregen, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning;
  • b. t.a.v. gebruik: het gebruik van gronden of bouwwerken, zoals aanwezig en toegestaan op het tijdstip waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht heeft verkregen;

2.13 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee locaties zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik van gronden en bouwwerken en/of de omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten aanzien van deze locaties;

2.14 bouwvlak

een aanduiding inhoudende een geometrisch bepaald vlak, waarmee de locatie is aangeduid, waar ingevolge de planregels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen gebouwd, in stand gehouden en gebruikt mogen worden;

2.15 camper

een motorvoertuig waarvan het achterdeel is ingericht als ruimte om in te verblijven en te slapen, ook wel kampeerauto genoemd.

2.16 camperstandplaats

een locatie voor het neerzetten van één camper tijdens het recreatief verblijf.

2.17 college

college van burgemeester en wethouders van gemeente Leiden;

2.18 dak

iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

2.19 dakkapel

een uitspringend gedeelte op een hellend dak waarin een raamkozijn is opgenomen en die voorzien is van zijwanden;

2.20 deskundige

een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen inzake een bepaalde vakdiscipline;

2.21 eerste bouwlaag

de onderste bouwlaag, waarvan de vloer boven maaiveld is gelegen;

2.22 grondgebonden melkveehouderij

een agrarisch bedrijf dat overwegend gericht is op het houden van melkvee met bijbehorend jongvee, en voor de bedrijfsvoering afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond waar het bedrijf over kan beschikken;

2.23 horeca-activiteit

Activiteit waarbij bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt.

De volgende categorieën worden onderscheiden:

horeca 1 activiteit: horeca-activiteit waarbij bedrijfsmatig kleine eetwaren al dan niet in combinatie met alcoholvrije drank verstrekt worden (thee- en koffiehuizen, broodjeszaken en ijssalons);.

horeca 2 activiteit: horeca-activiteit waarbij bedrijfsmatig overwegend snacks en/of ter plaatse opgewarmde eetwaren, al dan niet in combinatie met alcoholvrije drank om aldaar te nuttigen, verstrekt worden (cafetaria's, snackbars, shoarmazaken);.

horeca 3 activiteit: horeca-activiteit waarbij bedrijfsmatig zowel ter plaatse bereidde maaltijden als alcoholhoudende of -vrije drank overwegend in combinatie met etenswaren verstrekt worden (restaurants, eetcafés, café-restaurants, grand cafés en lunchrooms);.

horeca 4 activiteit: horeca-activiteit waarbij bedrijfsmatig overwegend alcoholische dranken voor gebruik ter plaatse verstrekt worden (cafés, bars, pubs);.

horeca 5 activiteit: horeca-activiteiten waarbij gelegenheid geven wordt tot dansen in combinatie met het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende of -vrije dranken en kleine etenswaren (dancings);.

horeca 6 activiteit: horeca-activiteit als genoemd onder horeca 3 activiteit, waarbij tevens gelegenheid wordt gegeven tot overnachting (hotels);.

horeca 7 activiteit: horeca-activiteit die uitsluitend toegankelijk is voor leden van een vereniging (sociëteiten).

2.24 huishouden

één persoon dan wel twee of meer personen, die duurzaam met elkaar samenleven, dan wel twee of meer personen in wisselende samenstelling die gebruik maken van gezamenlijke voorzieningen;

2.25 uitweg

In- of uitgang voor gemotoriseerd verkeer dat een perceel ontsluit naar de openbare weg;

2.26 kap

een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden;

2.27 kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met artistieke waarde;

2.28 kunstwerk

civieltechnisch bouwwerk;

2.29 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)

de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeoligie is binnen de beroepsgroep de geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek;

2.30 kwetsbare gebouwen en locaties

objecten waarvoor ingevolge het Besluit kwaliteit leefomgeving een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden;

2.31 landschappelijke waarden(n)

de aan een gebied toegekende waarde(n) met betrekking tot het open slagenlandschap met de daarbij behorende van noordwest naar zuidoost lopende slotenstructuur;

2.32 het bedrijfsmatig houden van paarden

het bedrijfsmatig houden, fokken, stallen of africhten van paarden, alsmede handelen in paarden en aanbieden van therapie met paarden;

2.33 regels

planregels die onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan gemeente Leiden

2.34 verkoop van streekeigen agrarische producten

het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf/in de regio zijn geteeld en op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf/in de regio zijn verwerkt of bewerkt;

2.35 voorgevelrooilijn

a. ter plaatse van de aanduiding ‘gevellijn’: de ter plaatse aangeduide grens van het bouwvlak;

b. overige situaties: de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd;

2.36 woning

een (complex van) ruimte(n), geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

2.37 water

water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen;

2.38 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen, die het waterhuishoudkundige belang dienen, zoals watergangen, waterlopen, kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang of waterloop;

2.39 Uitoefenen van een zorgboerderij

het bedrijfsmatig aanbieden van dagbesteding voor mensen die zorg of begeleiding nodig hebben waarbij relatie is tussen de geboden zorg of dagbesteding en de agrarische activiteiten die behoren bij de door het omgevingsplan toegestane agrarische activiteiten.

 

Artikel 3 Toepassingsbereik

3.1 Verhouding met ruimtelijke regels omgevingsplan tijdelijk deel

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in lid 3.2. Deze besluiten zijn in ieder geval de volgende onderdelen van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet:

Onderdelen   Indentificatienummer  
Omgevingsplan Oostvlietpolder   NL.IMRO.0546.BP00110-0301  
Parapluplan Stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening   NL.IMRO.0546.BP00145-0301  
Parapluherziening fietsparkeren   NL.IMRO.0546.BP00162-0301  
   
3.2 Voorrangsbepaling

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels van onderhavig hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o..

3.3 Geometrische afbakening reikwijdte TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.

De regels in dit hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o., waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0546.TAM00004-0302.

Artikel 4 Meet- en rekenbepaling

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

4.1 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

4.2 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren, met dien verstande dat indien een gevelvlak niet evenwijdig lopen dan wel verspringen, het gemiddelde geldt van de kleinste en grootste breedte, diepte c.q lengte;

4.3 de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

4.4 de diepte van een erker:

tussen de buitenwerkse voorgevel van de erker en de buitenwerkse gevel van het gebouw waaraan het wordt gebouwd;

4.5 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

4.6 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer dan wel -indien aanwezig- van de kelder of souterrainvloet, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de gemeenschappelijke scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

4.7 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

4.8 het peil:
  • a. voor bouwwerken die in of op het water worden gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse van het bouwwerk;
  • b. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 2 cm;
  • c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 2 cm;

4.9 de vloeroppervlakte van een gebouw (binnenwerks):

de som van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, gemeten op vloerniveau tussen de begrensde opgaande scheidingsconstructie van de afzonderlijke daartoe behorende ruimte(n), inclusief onderbouw en zolderruimte. De oppervlakte van een trapgat, een liftschacht en een toegankelijke leidingschacht moet op elke bouwlaag tot de vloeroppervlakte van een gebouw worden gerekend;

4.10 ondergeschikte bouwdelen:

bij toepassing van het in dit artikel bepaalde worden ondergeschikte bouwonderdelen, zijnde:

  • a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, antennes, luchtkokers, liftschachten, technische ruimten op het dak, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken met betrekking tot de goot- en bouwhoogte, oppervlakten en bouwgrenzen buiten beschouwing gelaten, met dien verstande dat de overschrijding van een overstekend dak niet meer mag bedragen dan 1 m en met dien verstande dat niet meer dan 50% van het totale dakvlak gebruikt mag worden voor ondergeschikte bouwdelen (met uitzondering van zonnepanelen: deze mogen het dakvlak voor 100% beslaan);
  • b. dakkapellen met betrekking tot de goothoogte buiten beschouwing gelaten mits de breedte van de dakkapel niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van het dakvlak en de onderzijde van de dakkapel op minimaal 0,50 m van de dakvoet word gebouwd;
  • c. reclame- en uithangborden, mits de breedte van het reclame- en/of uithangbord niet meer bedraagt dan 1 m, de hoogte niet meer bedraagt dan 0,2 m en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 0,5 m2.

Hoofdstuk 2 Locatiegebonden activiteiten

Artikel 5 Toepassingsbereik

5.1 Gebruik en aanleggen

Paragraaf 2 (Locatiegebonden activiteiten) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. is van toepassing op:

  • activiteiten die bestaan uit het gebruik van gronden of bouwwerken; en
  • het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid.

5.2 Omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Paragraaf 2 (Locatiegebonden activiteiten) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. bevat locatiegebonden beoordelingsregels voor het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a.

Artikel 6 Algemene verbodsbepaling voor gebruiken van gronden of bouwwerken

Activiteiten die bestaan uit het gebruiken van gronden of bouwwerken zijn verboden indien deze niet gelijk zijn aan activiteiten die krachtens de planregels van Paragraaf 2 (Locatiegebonden activiteiten) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. zijn toegestaan.

Artikel 7 Agrarisch - agrarische activiteiten - Elza Hoeve e.o.

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een bestemmingsvlak ‘Agrarisch - agrarische activiteiten – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

7.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak 'Agrarisch - agrarische activiteiten - Elza Hoeve e.o.' zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. het uitoefenen van een grondgebonden melkveehouderij;
  • b. ter plaatse van een aanduiding bouwvlak: het gebruik als maximaal één agrarische bedrijfswoning met het gebruikmaken van de daarbij behorende voorzieningen;
  • c. het uitoefenen van nevenactiviteiten gericht op de agrarische bedrijfsvoering, te weten in ieder geval agrarische / natuureducatie en de verkoop van streekeigen agrarische producten;
  • d. het uitoefenen van ondergeschikte horeca-activiteiten die vallen onder horeca 1 activiteit, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca 1';
  • e. het gebruiken als camperstandplaatsen, maximaal 6, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'camperstandplaats';

met de hierbij behorende ondergeschikte of ondersteunende activiteiten, zoals:

  • f. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van uitwegen;
  • g. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van fiets- en voetpaden;
  • h. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van parkeervoorzieningen;
  • i. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van groenvoorzieningen;
  • j. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van oppervlaktewater;
  • k. het aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken van waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • l. het aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken van oeververbindingen in de vorm van bruggen en dammen.

7.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, als bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a

Voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk gelden de voorwaarden dat:

  • a. de goothoogte van gebouwen binnen de aanduiding bouwvlak niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m) ' is aangegeven;
  • b. de bouwhoogte van gebouwen binnen het bouwvlak niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven;
  • c. de goothoogte van gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 6 m mag bedragen;
  • d. de bouwhoogte van gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 10m mag bedragen;
  • e. het maximaal toegestane bebouwingspercentage van gronden die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak ‘Agrarisch - agrarische activiteiten - Elza Hoeve e.o.’ 50% bedraagt;
  • f. aanbouwen en bijgebouwen behorende bij de bedrijfswoning minimaal 3 m achter de voorgevel van de agrarische bedrijfswoning dienen te worden opgericht;
  • g. de hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde niet meer dan 2,5 m mag bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erfafscheidingen niet meer dan 2 m mag bedragen en dat de hoogte van lichtmasten ten behoeve van een rijbak voor paarden maximaal 4 m mag bedragen.

7.4 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften

Het college is bevoegd maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften te stellen, bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet ten aanzien van de situering en/of afmetingen van gebouwen ter behoud van landschappelijke waarden. Het college kan geen maatwerkvoorschrift stellen als het college over een onderwerp een vergunningvoorschrift aan een omgevingsvergunning kan verbinden of had kunnen verbinden.

7.5 Specifieke gebruiksregels
  • a. Het uitoefenen van een zorgboerderij als nevenactiviteit behorend bij de grondgebonden melkveehouderij is toegestaan.
  • b. Het bedrijfsmatig houden van paarden is toegestaan, men dien verstande dat de hiervoor gebruikte oppervlakte niet meer mag bedragen dan 30% van het oppervlak van het bestemmingsvlak.

Artikel 8 Agrarisch met waarden - agrarische activiteiten en natuurwaarden - Elza Hoeve e.o.

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een bestemmingsvlak ‘Agrarisch met waarden - agararische activiteiten en natuurwaarden – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

8.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak 'Agrarisch met waarden - agrarische activiteiten en natuurwaarden - Elza Hoeve e.o.' zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. het uitoefenen van een grondgebonden melkveehouderij;
  • b. het behouden, herstellen en instandhouden van de aanwezige natuurwaarden;
  • c. het uitoefenen van nevenactiviteiten gericht op de agrarische bedrijfsvoering, te weten in ieder geval agrarische / natuureducatie en de verkoop van streekeigen agrarische producten;

met de hierbij behorende ondergeschikte of ondersteunende activiteiten, zoals:

  • d. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van uitwegen;
  • e. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van beheerpaden;
  • f. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van fiets- en voetpaden;
  • g. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van groenvoorzieningen;
  • h. het aanleggen, in stand houden of gebruiken van oppervlaktewater;
  • i. het aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken van waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • j. het aanleggen, bouwen, in stand houden of gebruiken van oeververbindingen in de vorm van bruggen en dammen.

8.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak 'Agrarisch met waarden - agrarische activiteiten en natuurwaarden - Elza Hoeve e.o.' zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale hoogte van 1 m.

8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheid
8.4.1 Verbod

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak 'Agrarisch met waarden - agrarische activiteiten en natuurwaarden - Elza Hoeve e.o.' is het verboden op of in de gronden zonder een omgevingsvergunning van het college de volgende werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • b. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen van dijken of andere taluds of het vergraven of ontgraven van reeds aanwezige dijken of taluds;
  • d. het aanbrengen van boven- of ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • e. het beplanten van gronden met houtgewassen, ter plaatse waar de gronden op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. niet reeds met houtgewassen waren beplant;
  • f. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van oevervegetaties;
  • g. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen;
  • h. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen;
  • i. het scheuren van grasland anders dan ten behoeve van herinzaai.

8.4.2 Uitzondering

Het verbod als bedoeld in lid 8.4.1 is niet van toepassing op werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de toegestane locatiegebonden activiteiten betreffen;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.;
  • c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden.

 

8.4.3 Beoordelingsregels voor omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk geen bouwwerk zijnde of van een werkzaamheid

De werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden als bedoeld in lid 8.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuurwaarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

Artikel 9 Wonen - Woonactiviteiten - Elza Hoeve e.o.

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een bestemmingsvlak ‘Wonen - Woonactiviteiten – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

9.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemmingsvlak 'Wonen - Woonactiviteiten – Elza Hoeve e.o.' en de functieaanduiding ‘erf’ zijn de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. woonactiviteiten die onderdeel uitmaken van de woonactiviteiten die zijn toegestaan ten noordwesten van de aan de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. grenzende toegestane zelfstandige woningen, met inbegrip van de volgende activiteiten die daar onderdeel van uitmakenaan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten en het hobbymatig houden van dieren;
  • b. ter plaatse van de aanduiding caravanstalling: naast hetgeen bepaald is onder sub a. tevens het bedrijfsmatig stallen van caravans en boten;

met de hierbij behorende ondergeschikte of ondersteunende activiteiten, zoals:

  • c. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van tuinen, erven en verhardingen;
  • d. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van groenvoorzieningen;
  • e. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van parkeervoorzieningen;
  • f. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van een uitwegen;
  • g. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van nutsvoorzieningen;
  • h. het aanleggen, in standhouden of gebruiken van oppervlaktewater en waterhuishoudkundige voorzieningen.
9.3 Activiteiten die niet zijn toegestaan zijn

De volgende activiteiten zijn niet toegestaan:

  • a. het gebruik van gebouwen als zelfstandige woning onafhankelijk van de woonactiviteiten die zijn toegestaan ten noordwesten van de aan de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. grenzende toegestane zelfstandige woningen;
  • b. het gebruik van gebouwen als recreatief verblijf.

9.4 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
9.4.1 Beoordelingsregels bouwactiviteit ter plaatse van de aanduiding erf

Voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk ter plaatse van de aanduiding erf gelden de voorwaarden dat:

  • a. gebouwen en overkappingen toegestaan zijn;
  • b. de gronden per bijbehorende woning voor maximaal 50% mogen worden bebouwd, met dien verstande dat de maximale oppervlakte die door bebouwing wordt ingenomen, niet meer dan 35 m² mag bedragen;
  • c. de bouwhoogte van een gebouw niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 3 m;
  • e. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer mag bedragen dan 2 m;
  • f. vrijstaande reclameborden c.q. reclamezuilen ten behoeve van aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten toegestaan zijn, met dien verstande dat:
    • 1. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,50 m;
    • 2. de breedte niet meer mag bedragen dan 0,40 m;
    • 3. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 0,50 m²;
    • 4. het aantal reclameborden c.q. reclamezuilen per bouwperceel niet meer mag bedragen dan 1;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder a tot en met h, legale bestaande bebouwing met een afwijkende situering en/of maatvoering mag worden gehandhaafd, met dien verstande dat het (gedeeltelijk) vernieuwen of veranderen van deze bebouwing is toegestaan, mits de afwijking in oppervlakte, goot- en/of nokhoogte niet wordt vergroot.

9.5 Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bebouwing ten behoeve van landschappelijke waarden of van de agrarische activiteiten ter plaatse van de gronden met de enkelbestemming ‘Agrarisch - Agrarische activiteiten – Elza Hoeve e.o.’.

9.6 Specifieke gebruiksregels
  • a. Activiteiten die in ieder geval niet toegestaan zijn, zijn het gebruik van vrijstaande gebouwen voor bewoning;
  • b. De uitoefening van aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonactiviteit, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
    • 1. De omvang van de activiteiten mag in totaal niet meer bedragen dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning en bijgebouwen.
    • 2. De activiteiten mogen alleen in de gebouwen (binnen en buiten het bouwvlak) worden uitgeoefend.
    • 3. Het gebruik mag geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben.
    • 4. De activiteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn in de woonomgeving waarbij geldt dat deze is genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten - aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten.

9.7 Andere activiteit
9.7.1 Vergunningplicht andere activiteit

Het is verboden om zonder een hiervoor door het college verleende omgevingsvergunning, in afwijking van de beoordelingsregels in 9.6 onder b, een aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteit uit te oefenen die niet voorkomt in de Staat van bedrijfsactiviteiten - aan-huis-verbonden beroeps-/bedrijfsactiviteiten, opgenomen in bijlage 1.

9.7.2 Beoordelingsregels

Het college kan de omgevingsvergunning bedoeld in het vorige lid verlenen, mits de activiteit naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen is met de toegelaten milieucategorie.

Artikel 10 Activiteit Leiding - Gas 1 - Elza Hoeve e.o.

10.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Leiding – Gas 1 - Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

10.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Leiding - Gas 1 – Elza Hoeve e.o.’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: het gebruiken van een ondergrondse hoge druk regionale gastransportleiding.

10.3 Voorrangsbepaling

In geval van strijdigheid van bepalingen in het omgevingsplan gaan de bepalingen van dit artikel vóór de bepalingen die op grond van de andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn krachtens Paragraaf 2 (Locatiegebonden activiteiten) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.. Verder geldt voor zover de planregels uit Paragraaf 3 (Archeologische en landschapswaarden) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. geheel of gedeeltelijk samenvallen met de planregels van dit artikel 10 (Activiteit Leiding - Gas 1 – Elza Hoeve e.o.), dat laatstgenoemde planregels voorrang hebben.

10.4 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
  • 1. Op of in de in lid 10.1 bedoeld locaties mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. In afwijking van het elders in het omgevingsplan bepaalde zijn overige gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde niet toegestaan uit het oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid.
  • 2. Het college kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de planregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten behoeve van de daar andere krachtens Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. toegestane activiteiten indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen (zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties worden toegelaten.

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden
  • 1. Het is verboden op locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Leiding – Gas 1 - Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerk zijnde of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
    • a. het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplanting en bomen;
    • b. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
    • c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair;
    • d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginningen, ophogen en aanleggen van drainage;
    • e. het permanent opslaan van goederen;
    • f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
  • 2. Het verbod zoals bedoeld onder 1 is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden:
    • a. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.;
    • b. die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere toegestane locatiegebonden activiteiten betreffen;
    • c. zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten;
    • d. die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
  • 3. Een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 1 voor het uitvoeren van werken geen bouwwerken zijnde of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig schaden.
  • 4. Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, zoals bedoeld onder 1, wint het college schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.

 

Artikel 11 Activiteit Leiding – Water – Elza Hoeve e.o.

11.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Leiding – Water - Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

11.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Leiding – Water – Elza Hoeve e.o.’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: de aanleg, het gebruik en in stand houden van een ondergrondse drinkwatertransportleiding, ruwwatertransportleiding of effluentleiding.

11.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
  • 1. Op of in de in lid 11.1 bedoelde locaties mogen ten behoeve van de in lid 11.2 bedoelde activiteiten uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m.
  • 2. Ten behoeve van de overige dan de in dit artikel toegestane activiteiten op of in de in lid 11.1 bedoelde locaties mag, met inachtneming van de voor die overige activiteiten geldende (bouw)regels, uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

11.4 Beoordelingsregels voor andere bouwactiviteiten
  • 1. In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, kan het college de omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken die in strijd is met de beoordelingsregels in lid 11.3 toch verlenen voor het bouwen ten behoeve van de daar bedoelde overige activiteiten met inachtneming van de voor de betrokken activiteiten geldende (bouw)regels, indien de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad.
  • 2. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 1 te beslissen, wint het college schriftelijk advies in bij de beheerder van de leiding.

11.5 Het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen)
11.5.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college verleende omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het planten of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij boomstronken worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen, anders dan de in dit artikel toegestane leidingen, en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen;
  • e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen.
11.5.2 Beoordelingsregels
  • 1. Het college kan de in lid 11.5.1 bedoelde omgevingsvergunning verlenen, indien de belangen van de leiding(en) niet onevenredig worden geschaad.
  • 2. Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen, wint het college schriftelijk advies in bij de beheerder van de leiding.

11.5.3 Uitzonderingen

Het bepaalde in lid 11.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:

  • a. het normale onderhoud betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de toegestane activiteiten, zulks ter beoordeling van het bevoegd gezag;
  • b. op het tijdstip, waarop het plan rechtskracht verkrijgt, in uitvoering zijn op grond van een geldige vergunning, of mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of ontgrondingenvergunning.

Artikel 12 Activiteit Waterstaat - Waterkering - Elza Hoeve e.o.

12.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Activiteit Waterstaat – Waterkering – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

12.2 Activiteiten die toegestaan zijn

Op de locaties die zijn aangeduid met een bestemminsvlak ‘Activiteit Waterstaat – Waterkering – Elza Hoeve e.o.’ zijn de volgende activiteiten toegestaan: het gebruiken en beschermen van een waterkering.

12.3 Voorrangsbepaling
  • a. De planregels ten aanzien van de 'Activiteit Waterstaat – Waterkering – Elza Hoeve e.o.' zijn primair ten opzichte van de planregels voor de overige activiteiten in Paragraaf 2 (Locatiegebonden activiteiten) van Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.;
  • b. Indien de planregels ten aanzien van de 'Activiteit Waterstaat – Waterkering – Elza Hoeve e.o.' op dezelfde locatie van toepassing zijn als de planregels voor ‘Waarde - Archeologie 3’, ‘Waarde - Archeologie 5’, of ‘Waarde -– Landschap – Elza Hoeve e.o.’, gaan de bepalingen van de planregels voor 'Waterstaat – Waterkering – Elza Hoeve e.o.' boven de planregels ten aanzien van 'Waarde – Archeologie 3', ‘Waarde – Archeologie 5’ of ‘Waarde – Landschap – Elza Hoeve e.o.’.
12.4 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken geldende de volgende regels:

  • a. In afwijking van beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten dienste van andere activiteiten mag bij samenloop van beoordelingsregels alleen ten dienste van de Activiteit Waterstaat -– Waterkering – Elza Hoeve e.o. worden gebouwd;
  • b. gebouwen mogen niet worden gebouwd;
  • c. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde bedraagt ten hoogste 3 meter.

12.5 Specifieke beoordelingsregels voor bouwen
12.5.1 Specifieke beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten behoeve van andere activiteiten dan de Activiteit Waterstaat -– Waterkering – Elza Hoeve e.o..

Het college kan afwijken van het bepaalde in artikel 12.4 onder a voor de bouw van bouwwerken ten behoeve van de andere activiteiten dan de Activiteit Waterstaat -– Waterkering – Elza Hoeve e.o..

12.5.2 Uitzondering

Het college maakt in ieder geval gebruik van de bevoegdheid bedoeld in 12.5.1 indien het verzoek om vergunning betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

12.5.3 Voorwaarden voor afwijking

Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid in 12.5.1 indien de bij de betrokken activiteit behorende beoordelingsregels voor bouwen in acht worden genomen en het belang van de waterkering (en) niet onevenredig worden geschaad. Alvorens omtrent het toestaan van een afwijking te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder.

Hoofdstuk 3 Archeologische en landschapswaarden waarden

Artikel 13 Waarde - Archeologie 3 – Elza Hoeve e.o.

13.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Waarde – Archeologie 3 – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

13.2 Doelen

De regels voor activiteiten in dit artikel hebben de volgende doelen: het behouden en beschermen van archeologische waarden.

13.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
13.3.1 Algemene beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Indien op grond van de planregels anders dan op grond van dit artikel de omgevingsplanactiviteit bouwwerken is toegestaan gelden daarvoor tevens de volgende beoordelingsregels: gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend worden gebouwd, mits de bepalingen van lid 13.4 vooraf in acht zijn genomen.

13.4 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen)
13.4.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Met het oog op de doelen, bedoeld in lid 13.2 is het verboden zonder een daarvoor door het college verleende omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, dieper dan 30 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 30 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen, planten of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.
13.4.2 Beoordelingsregels voor aanleggen
  • a. De in lid 13.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld.

13.4.3 Uitzonderingen voor vergunningplicht voor aanleggen

Het bepaalde in lid 13.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid dat:
    • 1. op het tijdstip, waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht verkrijgt, in uitvoering is en zonder omgevingsvergunning toegestaan was op grond van de daarvoor geldende planregels; of
    • 2. uitgevoerd mag worden krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

13.4.4 Voorschriften verbinden aan omgevingsvergunning voor aanleggen

Aan de omgevingsvergunning bedoeld in lid 13.4.1 kan het college de volgende voorwaarden verbinden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
13.4.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 13.4.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het college. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

Artikel 14 Waarde - Archeologie 5 – Elza Hoeve e.o.

14.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Waarde – Archeologie 5 – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

14.2 Doelen

De regels voor activiteiten in dit artikel hebben de volgende doelen: het behouden en beschermen van archeologische waarden.

14.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
14.3.1 Algemene beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Indien op grond van de planregels anders dan op grond van dit artikel de omgevingsplanactiviteit bouwwerken is toegestaan gelden daarvoor tevens de volgende beoordelingsregels: gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend worden gebouwd, mits de bepalingen van lid 14.4 vooraf in acht zijn genomen.

14.4 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen)
14.4.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Met het oog op de doelen, bedoeld in lid 14.2 is het verboden zonder een daarvoor door het college verleende omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 250 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen, planten of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.
14.4.2 Beoordelingsregels voor aanleggen
  • a. De in lid 14.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld.

14.4.3 Uitzonderingen voor vergunningplicht voor aanleggen

Het bepaalde in lid 14.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid dat:
    • 1. op het tijdstip, waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht verkrijgt, in uitvoering is en zonder omgevingsvergunning toegestaan was op grond van de daarvoor geldende planregels; of
    • 2. uitgevoerd mag worden krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

14.4.4 Voorschriften verbinden aan omgevingsvergunning voor aanleggen

Aan de omgevingsvergunning bedoeld in lid 14.4.1 kan het college de volgende voorwaarden verbinden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
14.4.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 14.4.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het college. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

Artikel 15 Waarde - Archeologie 7 – Elza Hoeve e.o.

15.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Waarde – Archeologie 7 – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

15.2 Doelen

De regels voor activiteiten in dit artikel hebben de volgende doelen: het behouden en beschermen van archeologische waarden.

15.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
  • a. Op de locaties bedoeld in lid 15.1 zijn ten behoeve van de in lid 15.2 bedoelde doelen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van lid 15.4 vooraf in acht zijn genomen.
  • b. Tevens zijn op deze locaties gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die elders in de omgevingsplanregels voor deze locaties zijn toegestaan, mits de bepalingen van artikel 15.4 vooraf in acht zijn genomen.

15.4 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen)
15.4.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Met het oog op de doelen, bedoeld in lid 15.2 is het verboden zonder een daarvoor door het college verleende omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, dieper dan 75 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 2.500 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen, planten of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.
15.4.2 Beoordelingsregels voor aanleggen
  • a. De in lid 15.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld.

15.4.3 Uitzonderingen voor vergunningplicht voor aanleggen

Het bepaalde in lid 15.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid dat:
    • 1. op het tijdstip, waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht verkrijgt, in uitvoering is en zonder omgevingsvergunning toegestaan was op grond van de daarvoor geldende planregels; of
    • 2. uitgevoerd mag worden krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

15.4.4 Voorschriften verbinden aan omgevingsvergunning voor aanleggen

Aan de omgevingsvergunning bedoeld in lid 15.4.1 kan het college de volgende voorwaarden verbinden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
15.4.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 15.4.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het college. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

Artikel 16 Waarde - Archeologie 8 - Elza Hoeve e.o.

16.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Waarde – Archeologie 8 – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

16.2 Doelen

De regels voor activiteiten in dit artikel hebben de volgende doelen: het behouden en beschermen van archeologische waarden.

16.3 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a
  • a. Op de locaties bedoeld in lid 16.1 zijn ten behoeve van de in lid 16.2 bedoelde doelen uitsluitend gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die voor aanvullend of definitief archeologisch onderzoek (opgraven) noodzakelijk zijn, mits de bepalingen van lid 16.4 vooraf in acht zijn genomen.
  • b. Tevens zijn op deze locaties gebouwen of bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die elders in de omgevingsplanregels voor deze locaties zijn toegestaan, mits de bepalingen van artikel 16.4 vooraf in acht zijn genomen.

16.4 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen)
16.4.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Met het oog op de doelen, bedoeld in lid 16.2 is het verboden zonder een daarvoor door het college verleende omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 100 m²:

  • a. grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage;
  • b. het aanleggen, planten of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd;
  • c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur;
  • d. het verlagen van het waterpeil;
  • e. het werken met opsporingsapparatuur (waaronder vallen metaaldetectoren, grondradar en ander detectieapparatuur), gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten;
  • f. het heien van palen en slaan van damwanden.
16.4.2 Beoordelingsregels voor aanleggen
  • a. De in lid 16.4.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien en voor zover die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden.
  • b. De aanvrager van een omgevingsvergunning kan gevraagd worden een archeologisch rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld.

16.4.3 Uitzonderingen voor vergunningplicht voor aanleggen

Het bepaalde in lid 16.4.1 is niet van toepassing op:

  • a. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
  • b. het uitvoeren van een werk niet zijnde een bouwwerk of van een werkzaamheid dat:
    • 1. op het tijdstip, waarop het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. rechtskracht verkrijgt, in uitvoering is en zonder omgevingsvergunning toegestaan was op grond van de daarvoor geldende planregels; of
    • 2. uitgevoerd mag worden krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.

16.4.4 Voorschriften verbinden aan omgevingsvergunning voor aanleggen

Aan de omgevingsvergunning bedoeld in lid 16.4.1 kan het college de volgende voorwaarden verbinden:

  • a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek;
  • b. de verplichting tot het doen van inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek);
  • c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ);
  • d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van de archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage;
  • e. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het college te stellen kwalificaties (archeologische begeleiding).
16.4.5 Programma van Eisen

Archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 16.4.4 wordt uitgevoerd op basis van een Programma van Eisen (PvE) opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, dat moet worden goedgekeurd door het college. In het Programma van Eisen wordt aangegeven op welke wijze de voorwaarden die aan de omgevingsvergunning worden verbonden worden uitgevoerd.

Artikel 17 Waarde - Landschap – Elza Hoeve e.o.

17.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de kaart met een dubbelbestemmingsvlak ‘Waarde – Landschap – Elza Hoeve e.o.’ zijn aangeduid.

17.2 Doelen

De regels voor activiteiten hebben de volgende doelen: het behouden, herstellen en instandhouden van de aanwezige landschappelijke waarden.

17.3 Omgevingsvergunning voor aanleggen
17.3.1 Vergunningplicht voor aanleggen

Met het oog op de doelen bedoeld in lid 17.2 is het verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college de volgende aanlegactiviteiten uit te voeren:

  • a. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van aanwezige waterlopen;
  • b. het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, kaden of aanlegplaatsen.
17.3.2 Beoordelingsregels voor aanleggen

De in lid 17.3.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de landschappelijke waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

17.3.3 Uitzonderingen voor vergunningplicht voor aanleggen

Het verbod van lid 17.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:

  • a. normaal onderhoud, beheer en gebruik ten dienste van activiteiten die krachtens Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. zijn toegestaan;
  • b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. en zonder omgevingsvergunning toegestaan waren op grond van de daarvoor geldende planregels;
  • c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

 

Hoofdstuk 4 Algemene regels

Artikel 18 Anti-dubbeltelregel

Locaties die eenmaal in aanmerking zijn genomen bij het toestaan van een bouwactiviteit waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwactiviteiten buiten beschouwing.

Artikel 19 Algemene beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a

19.1 Bestaande maten
  • a. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. is voorgeschreven en ten tijde van ter inzage legging van het ontwerpbesluit van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. al aanwezig waren op locatie, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
  • b. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. is voorgeschreven en ten tijde van ter inzage legging van het ontwerpbesluit van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o.al aanwezig waren op locatie, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.

19.2 Beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit ondergrondse bouwwerken

Voor de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bepalingen:

  • a. op plaatsen waar bovengronds een omgevingsplanactiviteit bouwwerken is toegestaan, is die omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens ondergronds toegestaan;
  • b. direct aansluitend aan een locatie waar ondergronds een omgevingsplanactiviteit bouwwerken is toegestaan, zijn omgevingsplanactiviteiten bouwwerken toegestaan voor toegangen tot die ondergrondse bouwwerken .

Artikel 20 Algemene aanduidingsregels

20.1 Verkeerstunnel - beschermingszone

In afwijking van de overige bepalingen in hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o., zijn op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'verkeerstunnel - beschermingszone' de volgende aanvullende voorwaarden van toepassing.

20.1.1 Beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ter plaatse van de functie aanduiding 'verkeerstunnel - beschermingszone' is niet toegestaan, met uitzondering van een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten aanzien van:

  • a. een verkeerstunnel, tunnelbak en bijbehorende bouwwerken;
  • b. een dienstengebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - dienstengebouw';
  • c. bijbehorende voorzieningen en bouwwerken ten behoeve van vlucht- en calamiteitsvoorzieningen voor de verkeerstunnel en tunnelbak.

20.1.2 Specifieke beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken

Het college kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.1.1 voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken ten behoeve van de krachtens Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. ter plaatse toegestane activiteiten en met inachtname van de restricties zoals deze zijn opgenomen in 'Bijlage 2 Beschermingszone tunnel - restricties' en mits voorafgaand de beheerder van de tunnel is gehoord.

20.1.3 Vergunningplicht voor aanleggen

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren:

  • 1. het aanbrengen of verwijderen van constructieve elementen in de grond;
  • 2. het uitvoeren van afgravings- en ontgrondingswerkzaamheden, anders dan normaal spitwerk, dieper dan 1 meter;
  • 3. het belasten van de grond met een belasting groter dan 20 kN/m2;
  • 4. het aanbrengen van beplantingen en/of bomen c.q. het vellen en/of rooien daarvan;
  • 5. het toepassen van bemaling.

20.1.4 Uitzondering op vergunningplicht

Het in 20.1.3 vervatte verbod is niet van toepassing op werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die:

  • 1. het normale onderhoud betreffen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn en/of voortvloeien uit het normale gebruik overeenkomstig de activiteiten die krachtens Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. zijn toegestaan;
  • 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. en in uitvoering mochten zijn op grond van de daarvoor geldende planregels;
  • 3. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;
  • 4. plaatsvinden ten behoeve van de verkeerstunnel van de RijnlandRoute.

20.1.5 Beoordelingsregels voor aanleggen

De werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden als bedoeld in 20.1.3 zijn slechts toelaatbaar indien en voor zover:

  • 1. hierdoor geen schade wordt of kan worden toegebracht aan de bedrijfsveiligheid van de verkeerstunnel; en
  • 2. mits voorafgaand de beheerder van de tunnel is gehoord.

 

Artikel 21 Algemene beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen

21.1 Afwijking maten, afmetingen en percentages

Het college kan een omgevingsvergunning verlenen waarbij wordt afgeweken van de in hoofdstuk 22c Elze Hoeve e.o. gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, voor zover dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitvoering van activiteiten en deze stedenbouwkundig aanvaardbaar zijn.

Artikel 22 Algemene beoordelingsregels voor omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, ten aanzien van parkeren

  • a. Een omgevingsplanactiviteit bouwwerken dient ten behoeve van het parkeren van auto's en fietsen en ten behoeve van het laden en lossen in voldoende mate ruimte te voorzien in, op of onder het gebouw, het bijbehorende perceel, het plangebied, dan wel op of onder het betreffende terrein;
  • b. Bij het bepalen of voldoende ruimte is aangebracht voor het parkeren van auto's en fietsen en voor het laden en lossen wordt gebruikt gemaakt van de door het college op 17 juli 2020 vastgestelde Beleidsregels Parkeernormen zoals die gelden ten tijde van de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. en indien deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, aan de wijziging;
  • c. Het college kan afwijken van het bepaalde onder sub a in gevallen zoals genoemd in de onder sub b bedoelde gemeentelijke beleidsregels op het gebied van parkeren.

 

Artikel 23 Overige regels

23.1 Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de ter-inzage-legging van het ontwerpbesluit van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o..

23.2 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning aanleggen

De aanvraagvereisten voor een omgevingsvergunning voor aanleggen, bedoeld in artikel 23.2 van dit plan, zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag om een omgevingsvergunning voor aanleggen op grond van dit hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o..

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotregels

Artikel 24 Overgangsrecht

24.1 Overgangsbepalingen beoordelingsregels omgevingsplanactiviteit bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning , en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

b. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o., maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de daarvoor geldende planregels, daaronder begrepen de overgangsbepaling van die planregels.

24.2 Overgangsbepalingen voor gebruik van gronden en bouwwerken
  • a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c Elza Hoeve e.o. voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende planregels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van die planregels.