direct naar inhoud van Artikel 18 Water
Plan: Katwijk aan den Rijn 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0537.bpKATRijn2012-va01

Artikel 18 Water

18.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de waterhuishouding en de waterberging;
  • b. waterstaatkundige kunstwerken en voorzieningen;
  • c. verkeer te water;
  • d. ligplaatsen voor vaartuigen;
  • e. recreatief gebruik;
  • f. infiltratievoorzieningen;
  • g. kruisingen en overbruggingen ten behoeve van verkeersdoeleinden;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - fietsbrug' (wa-fb): een fietsbrug;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats' (wl): tevens woonschepenligplaatsen.
18.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

18.2.1 Bouwwerken geen gebouw zijnde
  • a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd;
  • b. overkappingen zijn niet toegestaan;
  • c. de hoogte van waterstaatkundige kunstwerken bedraagt ten hoogste 3 m;
  • d. de hoogte van kruisingen en bruggen bedraagt ten hoogste 4 m;
  • e. ter plaatse van de drie aanduidingen 'specifieke vorm van water - fietsbrug': worden maximaal 2 fietsbruggen gebouwd;
  • f. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt ten hoogste 3┬ám.
18.2.2 Woonschepen

In afwijking van lid 18.2.1 mogen ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats' woonschepen worden afgemeerd en gelden de volgende regels:

  • a. het aantal woonschepen ten hoogste het met de maatvoeringaanduiding aangegeven aantal in het aanduidingsvlak bedraagt .
18.3 Specifieke gebruiksregels

Tot strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden als ligplaats voor woonschepen en onderkomens anders dan is toegestaan volgens lid 18.1 onder i.

18.4 Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 18.3 waarbij ligplaatsen voor onderkomens kunnen worden aangewezen voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van (plezier)vaartuigen, mede ten behoeve van beperkte overnachtingsmogelijkheden voor passerende waterrecreanten, mits daardoor de in lid 18.1 genoemde functies niet onevenredig worden aangetast.