direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Frederikslaan 10a, Hillegom
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0534.TAMOPFrederiksln10-VA01

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Frederikslaan te Hillegom en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) van het omgevingsplan van de gemeente Hillegom. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening  www.ruimtelijkeplannen.nl . Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

 

De in dit op  https://www.ruimtelijkeplannen.nl  uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Hillegom. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

De begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij daarvan in dit hoofdstuk is afgeweken. In aanvulling hierop zijn de volgende begripsbepalingen van toepassing:

1.1 TAM-omgevingsplan:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b Frederikslaan 10a, Hillegom;

1.2 omgevingsplan:

het omgevingsplan van de gemeente Hillegom;

1.3 bouwwerk:

constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;

1.4 huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;

1.5 wonen:

huisvesting in een woning waarbij de bewoner(s) gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen;

1.6 woning of wooneenheid:

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; hieronder worden tevens zorgwoningen en bedrijfs-/dienstwoningen verstaan.

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel.

2.1 de afstand tot de bouwvlakgrens:

tussen de grenzen van het bouwvlak en enig punt van een op dat bouwvlak voorkomend gebouw waar die afstand het kortst is;

2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. Bij ondergronds bouwen: vanaf peil tot aan de bovenkant van de laagst gelegen afgewerkte vloer onder peil van een gebouw;

2.3 de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.4 de inhoud van een bouwwerk:

tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken dakkapellen;

2.5 de lengte, breedte en diepte van een gebouw:

tussen (de lijnen, getrokken door) de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren;

2.6 de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.7 ondergeschikte bouwdelen:

bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, overstekende daken en reclameuitingen aan de gevel buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m.

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in lid c.
  • b. De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met de regels in hoofdstuk 22b.
  • c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Frederikslaan 10a, Hillegom, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0534.TAMOPFrederiksln10-VA01.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Hoofdstuk 2 Normen

Artikel 6 Parkeren

6.1 Oogmerken

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:

  • a. het bereiken en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat;
  • b. het voorkomen of beperken van hinder;
  • c. het beschermen van de gezondheid; en
  • d. het waarborgen van de veiligheid.
6.2 Parkeernormen auto's en fietsen

Deze paragraaf is van toepassing op het aanvangen en intensiveren van activiteiten.

6.3 Parkeergelegenheid

Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fietsen (op eigen terrein) bij het aanvangen en intensiveren van activiteiten. Onder voldoende parkeergelegenheid wordt verstaan datgene dat is opgenomen in de Nota Parkeernormen 2023 van de gemeente Hillegom of diens rechtsopvolger.

Hoofdstuk 3 FUNCTIES EN ACTIVITIEITEN

Artikel 7 Algemeen

7.1 Doel functietoedeling

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld voor de werkingsgebieden 'Groen', 'Verkeer', 'Water', 'Wonen' en 'Tuin'. Voor de gronden binnen dat werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen:

  • a. Dorps en groen woongebied, mits nieuwe woningen bestaande bedrijven niet onevenredig in hun uitbreidingsmogelijkheden beperken.
  • b. Gezond wonen, waaronder ontmoeten en bewegen.
  • c. Levensbestendig wonen.
  • d. Robuust, klimaatbestendig watersysteem.
  • e. Energiebesparing.
  • f. Opwekking van duurzame energie.
  • g. Klimaatadaptatie.
  • h. Behoud van bestaande functies.
  • i. Functies passen bij de bestaande verkeersstructuur.
  • j. Kwaliteitsverbetering op basis van het algemene toetsingskaderuit de omgevingsvisie.

7.2 Waarden

In de werkingsgebieden 'Groen', 'Verkeer', 'Water', 'Wonen' en 'Tuin' gelden specifiek de volgende waarden:

  • a. de waarden in artikel 6 Parkeren.

7.3 Activiteiten

Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan, mits voldaan wordt aan de bijbehorende regels:

  • a. in het werkingsgebied 'Wonen', de activiteiten genoemd in artikel 8 Wonen;
  • b. in het werkingsgebied 'Groen', de activiteiten genoemd in artikel 9 Groen;
  • c. in het werkingsgebied 'Verkeer', de activiteiten genoemd in artikel 10 Verkeer;
  • d. in het werkingsgebied 'Water', de activiteiten genoemd in artikel 11 Water;
  • e. in het werkingsgebied 'Tuin, de activiteiten genoemd in artikel 12 Tuin;
  • f. de activiteiten genoemd in artikel 13, 14, 15 en 16.

Artikel 8 Wonen

8.1 Aanwijzing activiteiten

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het werkingsgebied 'Wonen' en gaan over:

  • a. wonen in de vorm van huisvesting in een woning waarbij de bewoners gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen;
  • b. milieubelastende activiteiten behorende bij wonen; en
  • c. bij het wonen behorende ondergeschikte activiteiten, zoals parkeervoorzieningen.
8.2 Oogmerken

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op het beschermen van:

  • a. Een goed woon- en leefklimaat; en
  • b. De gezondheid;
  • c. Een veilige fysieke leefomgeving;
  • d. Behoud en samenstelling van de woningvoorraad.
8.3 Algemene regels over wonen
  • a. In één woning woont slechts één huishouden.
  • b. Voor de toepassing van dit artikel geldt als één huishouden ook een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort.
  • c. Met het oog op het beschermen van de gezondheid van de bewoners wordt een woning niet bewoond door meer dan één persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte.
8.4 Nieuwe woningen of wooneenheden
8.4.1 Aanwijzing activiteiten
  • a. Deze paragraaf gaat over het wonen in woningen en wooneenheden.
  • b. Deze paragraaf gaat niet over short stay, vakantieverhuur of daarmee vergelijkbare activiteiten.
8.4.2 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. een goed woon- en leefklimaat; en
  • c. de gezondheid;
  • d. een veilige fysieke leefomgeving.
8.4.3 Toegelaten activiteiten

Wonen is toegestaan in maximaal 6 woningen.

8.5 Beroep aan huis
8.5.1 Aanwijzing activiteiten

Een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf. Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, sociaalmaatschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen.

8.5.2 Algemene regels uitoefenen beroep aan huis

Bij het verrichten van de in artikel 8.5.1 aangewezen activiteit gelden de volgende regels:

  • a. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend;
  • b. het beroep aan huis wordt in de woonruimte of in een bijbehorend bouwwerk bij de woonruimte uitgeoefend;
  • c. de oppervlakte waarop het beroep aan huis wordt uitgeoefend is ten hoogste 40 m² en ten hoogste 25% van de bruto vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken; en
  • d. een beroep aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken;
  • e. een beroep aan huis mag geen nadelige invloed hebben op de woon- en leefkwaliteit en niet leiden tot overmatige hinder voor in de omgeving aanwezige woningen.
8.5.3 Maatwerkvoorschriften
  • a. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift stellen aan degene die een beroep aan huis verricht.
  • b. Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van artikel 8.5.2.

Artikel 9 Groen

9.1 Aanwijzing activiteiten

Deze afdeling is van toepassing op het werkingsgebied 'Groen'.

9.2 Algemene regels over groen

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. leidingen en openbare nutsvoorzieningen;
  • e. speelvoorzieningen en straatmeubilair;
  • f. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 10 Verkeer

10.1 Aanwijzing activiteiten

Dit artikel is van toepassing op het werkingsgebied 'Verkeer'.

10.2 Algemene regels over verkeer

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. wegen en pleinen;
  • b. parkeervoorzieningen;
  • c. voet- en fietspaden;
  • d. groenvoorzieningen;
  • e. water, wateropvang- en infiltratievoorzieningen;
  • f. leidingen en openbare nutsvoorzieningen;
  • g. speelvoorzieningen en straatmeubilair;
  • h. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • i. bruggen, duikers en dammen.

Artikel 11 Water

11.1 Aanwijzing activiteiten

Dit artikel is van toepassing op het werkingsgebied 'Water'.

11.2 Algemene regels over water

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. water;
  • b. kunstwerken;
  • c. bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 12 Tuin

12.1 Aanwijzing activiteiten

Dit artikel is van toepassing op het werkingsgebied 'Tuin'.

12.2 Algemene regels over tuin

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. terreinverhardingen;
  • d. parkeervoorzieningen.

Hoofdstuk 4 BOUWWERKEN

Artikel 13 Ruimtelijke bouwactiviteit

13.1 Hoofdgebouwen
13.1.1 Aanwijzing vergunningplicht hoofdgebouw

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen.

13.1.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning hoofdgebouw

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.1.1 wordt verleend als:

  • a. het hoofdgebouw wordt gebouwd binnen het werkingsgebied 'bouwvlak';
  • b. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd in de ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' aangegeven gevellijn;
  • c. binnen het werkingsgebied 'bouwvlak' mag maximaal één hoofdgebouw worden gebouwd;
  • d. de maximale inhoud van het hoofdgebouw bedraagt 750 m3;
  • e. de goothoogte niet hoger is dan 4,5 meter;
  • f. de bouwhoogte niet hoger is dan 9,0 meter;
  • g. de oppervlakte van het hoofdgebouw niet groter is dan 125 m2;
  • h. voldaan wordt aan artikel 7.1 en 7.2;
  • i. het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk voldoet aan de 'Beleidsregel kader omgevingskwaliteit Frederikslaan 10a, Hillegom' zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit hoofdstuk.
13.2 Dakkapellen
13.2.1 Aanwijzing vergunningplicht dakkapel

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een dakkapel, anders dan bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en artikel 22.27 van dit omgevingsplan, te bouwen.

13.2.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning dakkapel

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.2.1 wordt verleend als:

  • a. het uiterlijk en de plaatsing van de dakkapel voldoet aan de 'Beleidsregel kader omgevingskwaliteit Frederikslaan 10a, Hillegom' zoals opgenomen in bijlage 1 bij dit hoofdstuk;
  • b. de dakkapel niet wordt geplaatst boven of onder een andere dakkapel;
  • c. over de aanvraag een advies is verstrekt door de commissie omgevingskwaliteit.
13.3 Ondergronds bouwen
13.3.1 Aanwijzing vergunningplicht ondergrondse bouwwerken

Het is verboden zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te realiseren.

13.3.2 Beoordelingsregels omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 13.3.1 wordt verleend als:

  • a. Ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak;
  • b. Het ondergrondse bouwwerk wordt gerealiseerd onder het hoofdgebouw en aange-bouwde bijbehorende bouwwerken;
  • c. De bouwhoogte van het ondergrondse bouwwerk maximaal 3 meter bedraagt.

Artikel 14 Bijbehorende bouwwerken

14.1 Bijbehorende bouwwerken - vergunningsvrij
14.1.1 Toepassingsbereik
  • a. Deze paragraaf is van toepassing op bijbehorende bouwwerken bij bestaande woningen en woningen die op grond van een omgevingsvergunning mogen worden gebouwd.
  • b. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken bij woonwagens, bouwwerken die zijn bedoeld voor recreatief nachtverblijf en tijdelijke hoofdgebouwen.
14.1.2 Algemene regels bijbehorende bouwwerken voorerfgebied

Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied voldoen aan de volgende eisen:

  • a. alleen in de vorm van een uitbreiding van het hoofdgebouw in de vorm van een erker;
  • b. de diepte, gemeten vanuit de voorgevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw, bedraagt maximaal 1,5 meter;
  • c. de breedte bedraagt ten hoogste 50% van de breedte van de voorgevel van het oorspronkelijke hoofdgebouw;
  • d. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag, vermeerderd met 0,3 meter;
  • e. de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; en
  • f. de afstand van het bijbehorend bouwwerk tot het openbaar toegankelijk gebied bedraagt minimaal 1 meter.
14.1.3 Algemene regels bijbehorende bouwwerken binnen werkingsgebied tuin

Bijbehorende bouwwerken zijn binnen het werkingsgebied 'Tuin' niet toegestaan.

Artikel 15 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

15.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde - vergunningsvrij
15.1.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

15.1.2 bouwwerken geen gebouwen zijnde, bij woningen

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, die bij woningen worden gebouwd voldoen aan de volgende eisen:

  • a. niet hoger dan 1 meter in het voorerfgebied
  • b. erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter in het achtererfgebied
  • c. overige bouwwerken geen gebouw zijnde niet hoger dan 3 meter in het achtererfgebied.

Artikel 16 Gebruiken van bouwwerken

16.1 Algemene bepalingen over bouwactiviteiten
16.1.1 Aanwijzing activiteiten

Dit artikel gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

16.1.2 Oogmerken

De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;
  • b. het behoud van cultureel erfgoed;
  • c. het gebruik van bouwwerken;
  • d. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit;
  • e. het waarborgen van de veiligheid;
  • f. het beschermen van de gezondheid;
  • g. de duurzaamheid; en
  • h. het voorkomen van hinder en overlast.
16.1.3 Specifieke zorgplicht bescherming omgeving bouwwerkzaamheden

De zorgplicht houdt in dat degene die bouwwerkzaamheden verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de werkzaamheden kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen bouwwerken en andere wel of niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar wa-ter of openbaar groen is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

Hoofdstuk 5 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN

Artikel 17 Voorwaardelijke verplichting windhaag

Het gebruik van en het in gebruik laten nemen van woningen ter plaatse van het werkingsgebied 'Wonen' is niet toegestaan zonder dat afschermende voorzieningen ter beperking van de drift van gewasbeschermingsmiddelen gerealiseerd zijn en in stand worden gehouden, bestaande uit een aaneengesloten (m.u.v. een opening voor de doorgang personen etc.) windhaag van een jaarrond bladhoudende plantensoort, met een hoogte van ten minste 1,5 m ten opzichte van de maaiveldhoogte binnen het werkingsgebied 'Wonen' en 'Tuin”, op gronden zoals aangegeven met 'specifieke vorm van groen - windhaag'. De windhaag is niet noodzakelijk indien op een aangrenzend perceel reeds een haag aanwezig is die aan deze bepaling voldoet.

Hoofdstuk 6 ALGEMENE REGELS

Artikel 18 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Hoofdstuk 7 OVERGANGSREGELS

Artikel 19 Overgangsrecht

19.1 Overgangsrecht bouwwerken

  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van bepaalde in artikel 19.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde in artikel 19.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van locaties en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het plan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 19.1 sub a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde in lid artikel 19.1 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.