direct naar inhoud van 4.3 Cultuurhistorie
Plan: Dorpsgebied Stellendam en Havenhoofd 2011
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0511.GDRdrpstellendam09-BP40

4.3 Cultuurhistorie

4.3.1 Archeologie

Beleidskader

Als gevolg van het Verdrag van Valetta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de gewijzigde Monumentenwet 1988, stellen Rijk en provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken.

Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Cultuurnota 2005-2008, de Nota Belvedère, de Vijfde Nota Ruimtelijke ordening en het Structuurschema Groene Ruimte 2.

Doelstelling van het Verdrag van Valetta is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen.

Het ISGO heeft archeologiebeleid opgesteld voor Goeree-Overflakkee, waarin het wettelijk en beleidsmatig kader behandeld wordt. De nota geeft aan hoe de gemeenten op Goeree-Overflakkee op een efficiënte en verantwoorde wijze in de toekomst om kunnen gaan met het archeologisch erfgoed. De gemeenten op Goeree-Overflakkee streven er naar om het bodemarchief zoveel mogelijk in situ te bewaren. Bekende archeologische waarden worden door planaanpassing zoveel mogelijk ontzien. Zodoende kunnen archeologische waarden behouden blijven en worden opgravingskosten uitgespaard. Om het archeologisch erfgoed zo goed mogelijk te behouden en planaanpassing te kunnen realiseren, dienen archeologische informatie en belangen zo vroeg mogelijk te worden ingebracht en worden meegewogen in het proces van ruimtelijke ordening. Indien behoud van het bodemarchief niet mogelijk is, dient het gedocumenteerd te worden ('behoud ex situ').

Bij het regionale archeologiebeleid is ook een beleidskaart opgesteld die de zonering van de verschillende archeologische verwachtingswaarden aangeeft. Aan de verschillende verwachtingswaarden zijn voorwaarden gekoppeld wanneer bij bouw- en grondwerkzaamheden archeologisch onderzoek vereist wordt.

Onderzoek

Op de beleidskaart (zie fig. 4.1.) is waar te nemen dat voor het gehele plangebied (voor Havenhoofd, zie inzet) geen archeologische verwachtingswaarde is opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0511.GDRdrpstellendam09-BP40_0005.jpg"

Figuur 4.1 Uitsnede beleidskaart archeologie Goeree-Overflakkee, inzet Havenhoofd

Conclusie

Het plangebied kent geen archeologische verwachtingswaarde. Een dubbelbestemming die nader onderzoek naar archeologische waarden verplicht is daarom niet noodzakelijk.

4.3.2 Monumentale en beeldbepalende panden

De gemeente Goedereede kent meerdere rijksmonumenten waarvan er zich één in de kern Stellendam bevindt, te weten de hervormde kerk aan de Bosschieterstraat. Daarnaast kent de gemeente een gemeentelijke monumentenlijst, waar het gemeentebestuur op basis van de monumentenverordening gebouwen en bouwwerken op kan plaatsen en eventueel van kan verwijderen. Daarnaast kan het gemeentebestuur op basis van deze verordening ook beeldbepalende panden aanwijzen.

Bij (bouw)werkzaamheden aan gemeentelijke monumenten is naast een bouwvergunning ook een gemeentelijke monumentenvergunning verplicht, waarbij de monumentencommissie adviseert of deze al dan niet afgegeven kan worden. Hun advies hangt samen met de mate waarin de beoogde ontwikkeling rekening houdt dan wel afstemming zoekt met het monument. Op deze wijze wordt de monumentale waarde van de monumenten beschermd.

Voor beeldbepalende panden geldt dat deze op basis van de monumentenverordening geen monumentale status hebben. De monumentencommissie wordt derhalve niet ingeschakeld bij (bouw)werkzaamheden aan deze panden. De gemeentelijke Welstandsnota gaat echter nader in op deze panden en de wijze waarop bij (bouw)werkzaamheden aan deze panden rekening gehouden dient te worden met hun beeldbepalende eigenschappen. Op basis hiervan kan de welstandscommissie bij bouwaanvragen in hun advies stilstaan bij de wijze waarop het ontwerp rekening houdt met een beeldbepalend pand.

Tot slot biedt de Welstandsnota ook de ruimte om voorwaarden te stellen aan (bouw)werkzaamheden aan gebouwen nabij monumenten en beeldbepalende panden, om daarmee de monumentale of beeldbepalende waarde te beschermen.

De Monumentenwet, de Gemeentelijke Monumentenverordening en de Welstandsnota bieden gezamenlijk een helder en afdoende kader ter bescherming van monumentale en beeldbepalende waarden.