| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 21b Het Nieuwe Rivium |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0502.TAMop21bRivium-4001 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Het Rivium en is als een apart hoofdstuk (hoofdstuk 21b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
Doordat het plan via de landelijke voorziening TAM-IMRO beschikbaar wordt gesteld, is het niet zichtbaar als integraal onderdeel van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel, maar wordt het getoond als een afzonderlijk plan. Deze scheiding is technisch van aard; juridisch maakt het plan onverkort deel uit van het omgevingsplan.
In hoofdstuk 21b zijn regels opgenomen die de bestaande regels voor het gebied Rivium overschrijven, met uitzondering van de regels die zijn opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. Dit betekent dat de regels die momenteel gelden voor het Rivium niet langer van toepassing zijn en worden vervangen door de bepalingen uit dit hoofdstuk. De regels opgenomen in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel blijven van overeenkomstige toepassing, voor zover deze in dit hoofdstuk niet worden overschreven.
De in dit deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 21b van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen en in de verwijzingen naar artikelen in dit deel moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '21b' gelezen worden. Bijvoorbeeld: 'Artikel 1' van deze planregels is 'Artikel 21b, 1' van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '21b' gelezen worden. Bijvoorbeeld 'Bijlage 1' van deze planregels is 'Bijlage 21b, 1' van het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in afwijking van of aanvullend op het bepaalde in Artikel 2 de volgende begripsbepalingen:
het omgevingsplan van de gemeente Capelle aan den IJssel zoals deze gold op 9 juli 2025;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
een grondgebonden woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen;
degene die een verzoek doet voor een vergunning of beschikking;
activiteiten als bedoeld in artikel 5.78b, eerste lid, onder b en c, Besluit kwaliteit leefomgeving;
het Beeldkwaliteitsplan plus van de gemeente Capelle aan den IJssel zoals deze door de gemeenteraad is vastgesteld op het moment van indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning;
een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet op een groot publiek gericht zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend;
activiteiten die legaal dan wel met omgevinsgvergunning aanwezig zijn op het tijdstip van het ontwerp van dit deel (hoofdstuk 21b) dan wel mag worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde en verleende omgevingsvergunning;
het op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning geldende maximale aankoop- of verkrijgingsbedrag van een koopwoning dat door het Rijk jaarlijks wordt vastgesteld en bekend gemaakt in de ‘Nota Kamerbrief aanpassingen NHG, betaalbaarheidsgrens en ontwikkelingen NFBK’ of haar opvolger, als betaalbaarheidsgrens voor betaalbare koopwoningen of daarmee gelijkgestelde categorieën;
collectieve binnentuin;
gemaakte kosten op het moment dat het kostenplafond wordt bepaald;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten gebied dat als één geheel ontwikkeld wordt conform de in Bijlage 3 opgenomen kaart;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten;
het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen. Ruimtes gebouwd onder maaiveld zijn hiervan uitgesloten;
een korte hevige bui die gemiddeld eens in de 100 jaar voorkomt en waarbij 70 mm neerslag valt in 1 uur tijd;
verkeer ten behoeve van hulpdiensten;
voorzieningen gericht op cultuur en ontspanning, zoals atelier, bowlingbaan, binnenspeeltuin, museum, dansschool, muziekschool, sauna, welness, wijktheater. Prostitutie, raamprostitutie, raamexploitatie en seksinrichting is daarvan uitgesloten;
een constructie ter vergroting van een gebouw die zich boven de dakvoet bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke daknok uitkomt en de onderzijden van de constructie in één of beide dakvlakken is / zijn geplaatst;
vloer in een bouwwerk welke het gebouw afscheid van de onderliggende kelder of halfverdiept gelegen bouwlaag;
het bedrijfsmatig aan particulieren te koop of te huur aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; horeca-activiteiten en darkstores worden hier niet onder begrepen;
voorziening voor het winnen, leveren of opslaan van duurzame energie;
afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.20 Omgevingswet;
de oppervlakte van een toren, gemeten aan de buitenste gebouwcontour, gemeten op de begane grond of op de hoogte waar de stedelijke laag overgaat in de toren;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie;
buitenruimte gelegen aan een geluidluwe gevelzijde, waarbij het geluid op de gevel waaraan de buitenruimte grenst niet meer dan 5 dB hoger is dan de standaardwaarde van iedere geluidbronsoort zoals aangegeven in de tabel behorende bij artikel 22.2.2 sub a;
een gevelzijde van een woning, waar het geluid per geluidbronsoort voldoet aan de standaardwaarde zoals aangegeven in de tabel behorende bij artikel 22.2.2 sub a;
geluidzone als gevolg van een geluidgezoneerd industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder;
deel van een woongebouw dat niet tot een privégedeelte behoort, maar door meerdere bewoners wordt gedeeld, zoals gezamenlijke woonkamers, tuinen, speel- en sportruimtes of een gemeenschappelijke keuken. Deze ruimte kan zich zowel binnen als buiten bevinden;
een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat al dan niet met daarbij behorende centrale hal met brievenbussen, trappenhuis, lift, bergingen, souterrain, parkeervoorzieningen en dergelijke;
een richtlijn voor duurzaamheidsprestaties van gebouwen, gebaseerd op de GPR Gebouw-methodiek. Deze methodiek beoordeelt een gebouw op de thema’s energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde, met een score tussen 1 en 10 per thema. De GPR-norm wordt gebruikt als toetsingsinstrument voor duurzaam bouwen en kan als beleidsinstrument worden ingezet door gemeenten;
levende begroeiing;
grootschalige detailhandelsvestiging (groter dan 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte), die vanwege zijn omvang niet in een woon- of centrumgebied thuishoort;
een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van een nachtverblijf en/of het ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Tot de hieronder genoemde begrippen horeca 1 tot en met horeca 6 worden mede begrepen de niet genoemde, maar naar aard, omvang en uitstraling op het woon- en leefmilieu vergelijkbare horecasoorten;
vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm en openingstijden aansluiten bij winkelvoorzieningen en waarbij de activiteiten primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van etenswaren en/of dranken voor nuttiging al dan niet ter plaatse, zoals broodjeszaken, ijssalons, lunchrooms en koffietentjes;
vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse zoals restaurants en bistro's;
vormen van horeca-activiteiten die primair gericht zijn op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren voor nuttiging al dan niet ter plaatse en daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken zoals cafetaria's, automatieken en afhaalhoreca;
vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken ter plaatse, zoals cafés, bars;
vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van logies met eventueel de daarbij behorende voorzieningen zoals een restaurant en vergader- en congresfaciliteiten. Bijvoorbeeld hotels en pensions;
vormen van horeca-activiteiten die primair zijn gericht op het bedrijfsmatig gelegenheid bieden van dansen op elektrisch versterkte muziek alsmede op het ter plaatse nuttigen van dranken en kleine etenswaren zoals discotheken en partycentra;
samenlevingsvorm van één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling, waarbij het volgende geldt:
de waarde van de gronden die tot ontwikkeling komen binnen het kostenverhaalsgebied;
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet;
detailhandel in niet-dagelijkse artikelen zonder showroom, waarvan de handel via internet en andere media loopt en waarvan de levering van producten uitsluitend plaatsvindt via post of koeriersdiensten;
het (bedrijfsmatig) verhuren of het aanbieden van een onzelfstandige wooneenheid;
detailhandel, waarbij de bruto-vloeroppervlakte per detailhandelsvestiging niet meer bedraagt dan 250 m2 , een supermarkt daarvan uitgesloten;
fysieke voorzieningen in de gebouwde omgeving, zoals groendaken, wadi's en waterdoorlatende verharding, die ontworpen zijn om de negatieve gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress, droogte en wateroverlast, op te vangen en te beperken;
NCW van de kosten zoals benoemd in artikel 8.15 sub a van het Omgevingsbesluit;
netto contante waarde van de gronden, conform artikel 8.17 Omgevingsbesluit van het kostenverhaalsgebied waarop de bouwactiviteiten plaatsvinden;
beschikking als bedoeld in artikel 13.18 Omgevingswet;
op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 13.18 Omgevingswet verschuldigde geldsom;
gebied waarin bouwactiviteiten een functionele samenhang hebben;
uiting van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;
bruggen, viaducten, tunnels, duikers, sluizen en soortgelijke technisch werken in spoorbouw, wegenbouw of waterbouw;
bovenste deel van de bodem waarin planten, dieren en micro-organismen leven;
educatieve, sociaal-medische, levensbeschouwelijke voorzieningen, welzijns- en gezondheidsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en ondersteunende horeca ten dienste van deze voorzieningen, zoals een huisartsenpraktijk, een tandartsenpraktijk, een verpleeghuis en een praktijk voor fysiotherapie;
een huurwoning die voldoet aan het bepaalde in artikel 9.2.3 sub b;
voorziening die bijdraagt aan natuurinclusiviteit, zoals groene gevels, vleermuiskasten en insectenhotels, niet zijnde een gebouw;
netto contante waarde: de huidige waarde van toekomstige bedragen, waarbij rekening gehouden wordt met indexering, rente en de tijdsperiode;
voorzieningen voor onder andere gas, water, elektriciteit en datacommunicatiemiddelen;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen;
een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft;
woonruimte zonder een eigen, afsluitbare, toegang welke niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen zoals badkamer, toilet en keuken buiten de woonruimte;
gemiddelde NCW van de grondopbrengst van één type bouwactiviteit binnen een kostenverhaalsgebied conform artikel 8.16 Omgevingsbesluit;
pad of trap dat omhoog leidt;
een met de gevel van een gebouw verbonden boven het aangrenzend terrein uitstekende (balkon)constructie;
oppervlaktewaterwaterlichaam a als bedoeld in de waterschapsverordening van het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard;
doorgang;
losstaand, autonoom bouwwerk of bijgebouw;
een open constructie van latten of palen waarlangs planten kunnen groeien. Een pergola mag niet steunen op of worden voorzien van schotten of wanden;
plankosten als bedoeld in hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsregeling;
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
dienstverlening door een bedrijf of instelling dat in hoofdzaak baliewerkzaamheden verricht of andere diensten verleent, gericht op het publiek, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus en dergelijke, met uitzondering van belhuizen;
het kwaliteitsteam Rivium van de gemeente Capelle aan den IJssel dat de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen op de locatie zoals bedoeld in Artikel 1 onder c toetst op redelijke eisen van welstand en eisen aan natuurinclusief bouwen;
ten opzichte van de voorgevel van de onderste bouwlaag terugliggende bouwlaag;
tijdelijke huisvesting (logies) voor een periode van minimaal 7 nachten en maximaal 6 maanden;
een in de openbare ruimte en buiten gelegen gelegenheid om te kunnen spelen;
activiteiten gericht op het beoefenen van sport, met uitzondering van de paardensport;
de maximaal acht onderste bouwlagen van een gebouw, waarboven alleen gebouwd mag worden in een setback;
het wonen in een woning door studenten overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.2.3 sub c;
een vorm van detailhandel waar in overwegende mate levensmiddelen worden verkocht;
een technische maatregel aan een gebouw ter beperking van geuroverlast, zoals een mechanische luchtinstallatie of balansventilatie met koolstoffilter;
deel van een gebouw dat aanmerkelijk hoger dan breed en lang is, al dan niet met een ander bouwwerk verbonden en die zich boven dit bouwwerk en de omgevende bebouwing verheft;
verlichting met een gunstige Human-Bat Response Ratio groter dan 40, met een aangepaste lichtkleur en armaturen waardoor vleermuizen en overige nachtdieren niet verblind worden door lampen;
plan waarin het watersysteem van een ontwikkeling is beschreven;
het bewonen van een woning of wooneenheid door niet meer dan één huishouden;
125 m² bruto-vloeroppervlakte van een niet-wonen activiteit is gelijk aan één woning;
een gebouw of een zelfstandig gedeelte van een gebouw, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
gebouw of deel daarvan dat gebruikt wordt voor het bedrijfsmatig verrichten van administratieve werkzaamheden op financieel, ontwerptechnisch, juridisch, of ander daarmee gelijk te stellen gebied.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden in afwijking van of aanvullend op de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan de volgende meet- en rekenbepalingen:
de afstand tussen twee tegenover elkaar gelegen hoekpunten van de footprint van een toren, overeenkomstig volgende afbeelding, gemeten aan de buitenzijde van de buitengevels:
vanaf het hoogste punt van een gebouw tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functie dan wel toegestane gebruiksfuncties.
Op de voor 'Bedrijven' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in artikel 6.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.1 gelden voor de uitoefening van een sportactiviteit als bedoeld in artikel 6.1 sub f de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in 6.1 geldt dat de uitoefening van detailhandel als bedoeld in artikel 6.1 sub g uitsluitend is toegestaan:
De volgende activiteiten zijn niet toegestaan:
Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer.
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van:
Op de voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in artikel 7.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van percelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer.
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van:
Op de voor 'Kantoren' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in 8.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.1 geldt dat de uitoefening van detailhandel als bedoeld in artikel 8.1 sub b uitsluitend is toegestaan ten behoeve van internethandel alsmede een daarbij behorend afhaalloket, mits de bruto-vloeroppervlakte van het afhaalloket niet meer bedraagt dan 15% van de bruto-vloeroppervlakte van de internethandel met een maximale oppervlakte van 50 m2.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 8.1 geldt dat het opslaan van goederen buiten het bouwvlak niet is toegestaan.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat voldaan wordt aan het bepaalde in Artikel 22.
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van bedrijfspercelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer.
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van:
Op de voor 'Ontwikkelveld' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in artikel 9.1 bedoelde functies zijn toegestaan:
Voor het gebruik van woningen gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels:
Een beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 geldt dat de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte ten behoeve van de in artikel 9.1 sub n bedoelde functie maatschappelijke voorzieningen, maximaal 4.000 m2 bedraagt binnen de functie 'Ontwikkelveld'.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 geldt dat de gezamenlijke bruto-vloeroppervlakte ten behoeve van de in artikel 9.1 sub o bedoelde functie onderwijs met bijbehorende voorzieningen, maximaal 2.600 m2 bedraagt.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 9.1 gelden de volgende regels:
Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het specifiek gebruik wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De in artikel 9.4.1, artikel 9.4.2 en artikel 9.4.3 opgenomen bouwgrenzen en maatvoeringen mogen uitsluitend worden overschreden door:
Het bebouwen van de voor 'Ontwikkelveld' aangewezen gronden is slechts toegestaan als het ontwerp voor de inrichting van het (van het bouwwerk deel uitmakende) groene binnengebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - binnengebied' en het opgetilde maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - opgetild maaiveld', voldoet aan de regel dat het Q-team positief heeft geadviseerd dat de met het plan beoogde natuurinclusieve kwaliteit, zoals vastgelegd in paragraaf 8.2 van het Beeldkwaliteitsplan plus, wordt behaald. College van burgemeester en wethouders kan alleen gemotiveerd afwijken van dit advies.
Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit voor het bouwen wordt alleen verleend met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
Op de voor 'Openbare ruimte' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in 10.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 10.1 gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 10.1 geldt dat de functie publieksgerichte dienstverlening als bedoeld in artikel 10.1 onder j enkel is toegestaan in een paviljoen.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 10.1 geldt dat straatverlichting vleermuisvriendelijk dient te zijn en per armatuur instelbaar is.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn de volgende functies toegestaan:
met de daarbij behorende:
De in artikel 11.1 bedoelde functies zijn toegestaan met inachtneming van het bepaalde in Artikel 22.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 11.1 gelden de volgende regels:
Een beroep of bedrijf aan huis mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels:
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de in artikel 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functies worden gebouwd, met dien verstande dat:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen over de inrichting van percelen met het oog op de bereikbaarheid voor de brandweer.
Het college van burgemeester en wethouders kan maatwerkvoorschriften stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van:
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse rioolleidingen voor het transport van afvalstoffen en daarmee vergelijkbare doeleinden.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de gronden als bedoeld in artikel 12.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor een ondergrondse waterleiding en de voor de hierbij behorende bovengrondse voorzieningen.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de gronden als bedoeld in artikel 13.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor behoud van de aanwezige archeologische waarden.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de gronden als bedoeld in artikel 14.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken (waaronder begrepen het aanbrengen van heipalen en damwanden) met een diepte van niet meer dan 2,0 m onder het maaiveld en een oppervlakte van niet meer dan 100 m2.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
De voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor behoud van de aanwezige archeologische waarden.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de gronden als bedoeld in artikel 15.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken (waaronder begrepen het aanbrengen van heipalen en damwanden) met een diepte van niet meer dan 1,0 m onder het maaiveld en een oppervlakte van niet meer dan 100 m2.
In aanvulling op artikel 22.24 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor behoud van de aanwezige archeologische waarden.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op de gronden als bedoeld in artikel 16.1 mag niet worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken (waaronder begrepen het aanbrengen van heipalen en damwanden) met een diepte van niet meer dan 2,0 m onder het maaiveld en een oppervlakte van niet meer dan 200 m2.
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn primair bedoeld voor bescherming en onderhoud van de waterkering.
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op en in de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van de in artikel 17.1 bedoelde functie.
De voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden zijn primair bedoeld voor de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede voor de waterhuishouding .
In aanvulling op artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels.
Op en in de voor 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' aangewezen gronden is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van de in artikel 18.1 bedoelde functie.
De aanvraagvereisten, bedoeld in artikel 22.35 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan en in aanvulling op artikel 19.1 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als bedoeld in artikel 9.4 in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan en in aanvulling op artikel 19.1 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als bedoeld in artikel 9.4 in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan en in aanvulling op artikel 19.1 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als bedoeld in artikel 9.4 in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van middeldure huurwoningen in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van studentenwoningen in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor het bouwen van short stay in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 9.3.7 onder a worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 14.3.1 sub a, 14.5.1 sub a, 15.3.1 sub a, 15.5.1 sub a, 16.3.1 sub a en 16.5.1 sub a, worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 15 meter in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.35 van dit omgevingsplan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken als bedoeld in artikel 20 in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.2.3 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld artikel 22.5.2 en artikel 22.6.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 22.5.3 en 22.6.3 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.9.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.13.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waarvoor omgevingsvergunning is verleend en waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Dit artikel is van toepassing voor zover dat in artikel 6 tot en met 11 van dit deel van het omgevingsplan is bepaald.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen en gebruiken van een geluidgevoelig gebouw.
| Geluidbronsoort | Standaardwaarde |
| Provinciale wegen en Rijkswegen | 50 Lden |
| Gemeentewegen en waterschapswegen | 53 Lden |
| Industrieterreinen | 50 dB(A) |
| Geluidbronsoort | Grenswaarde |
| Provinciale wegen en Rijkswegen | 60 Lden |
| Gemeentewegen en waterschapswegen | 70 Lden |
| Industrieterreinen met geluidproductieplafonds | 55 Lden en 45 Lnight totaal |
| Industrieterreinen Wet geluidhinder zonder geluidproductieplafonds | 55 dB(A) per industrieterrein |
In afwijking van het bepaalde in artikel 22.76 van dit omgevingsplan is het geluid door het opwekken van elektriciteit met een windturbine op de gevels van een geluidgevoelig gebouw ten hoogste 49 Lden en 42 Lnight.
De regels in dit lid zijn van toepassing op het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, bedoeld in artikel 3.173 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is in aanvulling op het bepaalde in artikel 22.122 van dit omgevingsplan de geur op een geurgevoelig object, niet zijnde geurgevoelige gebouwen voor zover gelegen ter plaatse van de aanduiding milieuzone - geur 2, niet hoger dan 0,5 OUE/m3.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit of op een activiteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren, zoals aangegeven in artikel 22.5.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 1' voldaan wordt aan de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 7.2 van het Raamsaneringsplan Rivium Zuid Capelle aan den IJssel.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 1' is het verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid, tuinen op maaiveld aan te leggen.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.5.3 wordt uitsluitend verleend indien middels een onderzoek naar de dikte en kwaliteit van de leeflaag is aangetoond dat de bovenste 0,50 m van de leeflaag voldoet aan de loodnorm voor gevoelig gebruik.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit of op een activiteit voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren, zoals aangegeven in artikel 22.6.1, wordt de omgevingsvergunning verleend onder de voorwaarde dat ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 2' voldaan wordt aan de bepalingen zoals opgenomen in paragraaf 7.3 van het Raamsaneringsplan Rivium Zuid Capelle aan den IJssel.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodem 2' is het verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of werkzaamheid tuinen op maaiveld aan te leggen.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.6.3 wordt uitsluitend verleend indien middels een onderzoek naar de dikte en kwaliteit van de leeflaag is aangetoond dat de bovenste 0,50 m van de leeflaag voldoet aan de loodnorm voor gevoelig gebruik.
De regels in dit lid zijn van toepassing op bodemenergiesystemen.
Er dient voldaan te worden aan de bepalingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van het Rivium Capelle aan den IJssel Bodemenergieplan.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een geurgevoelig gebouw.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geur 1' mogen geen nieuwe geurgevoelige gebouwen worden gebruikt.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit, voor zover het gaat om een geurgevoelig gebouw.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning geurgevoelige gebouwen te gebruiken ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - geur 2'.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.9.2 wordt uitsluitend verleend indien is aangetoond dat er redelijkerwijs voldoende technische maatregelen worden getroffen ter beperking van geuroverlast.
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - omgevingsveiligheid' mogen geen zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties worden gebruikt.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.11.1, dient bij een gebouw met een bouwhoogte hoger dan 15 m aangetoond te worden dat er sprake is van een acceptabel windklimaat zoals bepaald in paragraaf 7.2.3 van het Beeldkwaliteitsplan plus.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.12.1, dient aangetoond te worden dat er sprake is van een acceptabele bezonning zoals bepaald in paragraaf 7.2.1 van het Beeldkwaliteitsplan plus.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.13.1, dient aangetoond te worden dat het magneetveld als gevolg van schakel- en transformatorstations op de functies wonen en kinderopvang niet meer bedraagt dan 0,4 microtesla jaargemiddeld.
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een energieopslagsysteem of opslag van lithiumhoudende energiedragers, als bedoeld in de Richtlijn PGS 37-1 en PGS 37-2.
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit bouwwerk als bedoeld in artikel 22.14.1 wordt deze alleen verleend als het energieopslagsysteem of de opslag van lithiumhoudende energiedragers:
De regels in dit lid gelden bij een omgevingsplanactiviteit.
Het aantal parkeerplaatsen voor auto's zoals in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning is bepaald, wordt in stand gehouden.
In dit artikel wordt verstaan onder bouwactiviteit: bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
De kosten waarvan een kostenverhaalsgebied ten dele profijt heeft worden naar rato van het aantal m2 bruto-vloeroppervlakte toegerekend aan het kostenverhaalsgebied.
Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat ten hoogste kan worden verhaald op grond van hoofdstuk 13.2.1a van de Omgevingsregeling.
Bij het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking en de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening wordt het kostenplafond en de opbrengst per activiteit geïndexeerd conform het laatste vastgestelde plafond en opbrengst per categorie.
Bij het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking en de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening wordt de nieuw berekende bijdrage verdisconteerd met de gemiddelde discontovoet tussen de vaststelling van de beschikking en de datum van de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening.
Als bij een eindafrekening of een tussentijdse eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag zoals bepaald bij de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening verhoogd met een samengestelde gemiddelde rente tussen de vaststelling van de beschikking en de datum van de eindafrekening of de tussentijdse eindafrekening.
Bij herziening van het programma van de subcategorieën van een (deel van een) bouwblok, mogen tot de start van de bouw wijzigingen worden doorgevoerd met minimaal de geraamde kostenverhaalsbijdrage van het blok en de kostenverhaalsbijdrage per subcategorie.
Voor het in dit lid genoemde kostenverhaalsgebied is geen tijdvak vastgesteld.
De inbrengwaarde van de openbare ruimte is de NCW van de inbrengwaarde, conform de volgende tabel:
De kosten die ten dele worden toegerekend aan verschillende kostenverhaalsgebieden zijn totaal geraamd op € 34.494.334 NCW. De kosten worden toegerekend op basis van de onderstaande tabel:
Het totaal van de overige kosten bedraagt € 29.772.085 voor kostenverhaalsgebied Rivium Transformatie:
De grondopbrengsten voor de verschillende bouwactiviteiten in het kostenverhaalsgebied Rivium Transformatie zijn op NCW als volgt:
Het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel is als volgt:
Op prijspeil 1-1-2025 is de NCW van het kostenplafond per bouwactiviteit als volgt:
De artikelen in deze paragraaf zijn van toepassing op het kostenverhaalsgebied Quadrant ter plaatse van de aanduiding 'kostenverhaalsgebied - Quadrant'.
Voor het in dit lid genoemde kostenverhaalsgebied is geen tijdvak vastgesteld.
De inbrengwaarde van de openbare ruimte is de NCW van de inbrengwaarde, conform de volgende tabel:
De kosten die ten dele worden toegerekend aan verschillende kostenverhaalsgebieden zijn totaal geraamd op € 34.494.334 NCW. De kosten worden toegerekend op basis van de onderstaande tabel:
Het totaal van de overige kosten bedraagt € 2.518.794 voor kostenverhaalsgebied Quadrant:
Voor kostenverhaalsgebied Quadrant zijn alleen grondopbrengsten voorzien uit een waardestijging van de kantoren van € 1.992.864.
Het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel is als volgt:
Op prijspeil 1-1-2025 is de NCW van het kostenplafond per bouwactiviteit als volgt: