| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Diamantstraat 29-31, Alphen aan den Rijn |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01 |
Begripsbepalingen die op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan.
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden aanvullend op het bepaalde in artikel 1.1 lid 1 en 2 de volgende begripsbepalingen:
Aan de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende manier gemeten:
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan wordt op de volgende manier gemeten:
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in dit TAM-omgevingsplan, met uitzondering van bepalingen:
Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit TAM-omgevingsplan.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.
Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over bepalingen in dit TAM-omgevingsplan zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften van overeenkomstige toepassing.
De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het tweede lid;
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan;
De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Diamantstraat 29-31, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Deze afdeling is van toepassing op locaties bij de volgende activiteiten:
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
Een locatie voor groen-, speel-, en nutsvoorzieningen in de openbare buitenruimte heeft de functie groen.
Een locatie voor wonen en beroep of bedrijf aan huis heeft de functie wonen, met de daarbij behorende verkeers-, water-, groen-, speel-, parkeer-, verblijfs- en nutsvoorzieningen.
Een locatie voor huisartsen onder één dak (HOED) heeft de functie wonen.
Binnen het aandachtsgebied parkeren gelden de parkeernormen, maatvoerings- en ontwerpcriteria van het Beleid Parkeernormen en parkeervoorzieningen 2020 en diens rechtsopvolgers.
De regels binnen het aandachtsgebied parkeren zijn gesteld met het oog op het beschermen van stedenbouwkundige waarden in de vorm van voldoende parkeergelegenheid, laad- en losvoorzieningen op eigen terrein bij de volgende activiteiten:
Binnen het aandachtsgebied straalpad bevinden zich antennes.
De regels binnen het aandachtsgebied straalpad zijn gesteld met het oog op het beschermen van de werking en integriteit van de straalverbinding van antennes bij het bouwen van bouwwerken.
Een te bouwen bouwwerk binnen het aandachtsgebied straalpad is niet hoger dan 55 m.
Deze paragraaf is van toepassing op bouwwerken bij de volgende activiteiten:
De regels zijn gesteld met het oog op het beschermen van stedenbouwkundige waarden in de vorm van aantal, maatvoering, massa en positionering.
Gebouwen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 22f. 1.
Het maximale aantal woningen is de op de locatie weergegeven met de aanduiding maximum aantal wooneenheden.
Minimaal 30% van het aantal woningen zoals bedoeld in lid 1 dient te bestaan uit sociale woningen, waarvan minimaal 15% sociale huurwoningen die in stand worden gehouden voor een periode van minimaal 20 jaar en 15% koopstarterswoningen.
Een hoofdgebouw is gesitueerd binnen het op de locatie weergegeven bouwvlak.
De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet hoger de dan op de locatie weergegeven bouwhoogte.
De totale oppervlakte van bouwwerken binnen het bouwvlak is gezamenlijk niet meer dan het op de locatie weergegeven bebouwingspercentage bouwwerken.
Op de locatie 'specifieke bouwaanduiding - setback' dienen gebouwen te zijn voorzien van een setback zoals opgenomen in Bijlage 22f. 1.
De gebouwen binnen het plangebied mogen alleen worden opgericht als middels een bezonningsstudie is aangetoond dat er voldoende bezonning is op de gevels van de gebouwen in de omgeving rondom het plangebied, waarbij wordt voldaan aan de 'lichte TNO-norm'.
De gebouwen binnen het plangebied mogen alleen worden opgericht als middels een windonderzoek dat voldoet aan de NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' is aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar windklimaat, al dan niet na het nemen van noodzakelijke maatregelen en voorzieningen en deze gerealiseerd worden en in stand worden gehouden.
Balkons bij een hoofdgebouw zijn toegestaan, waarbij geldt dat:
Een speelvoorziening is maximaal 5 m hoog.
Tussen een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen en de openbare weg ligt, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.
Het eerste lid is niet van toepassing:
Een verbindingsweg heeft:
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Een bouwwerk heeft, met oog op het waarborgen van de veiligheid, een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk, is niet groter dan 40 m.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig die ervoor zorgen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
Het eerste lid is niet van toepassing:
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is niet groter dan 40 m.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is vrijgehouden:
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Deze afdeling is van toepassing op bouwactiviteiten.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig:
Het is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.
Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt alleen verleend als:
Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit wordt alleen verleend als uit een berekening blijkt dat met inbegrip van de inzet met bouwmachines blijkt dat de emissie van NOx niet meer bedraagt dan 319,6 kg/jaar NOx en 5,5 kg/jaar NH3, dan wel met een berekening met de meest actuele versie van de AERIUS Calculator (of het op dat moment geldende rekenmodel) is aangetoond dat geen significante effecten op Natura 2000-gebieden optreden.
Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, voor zover het gaat om het bouwen van een gebouw, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning kan een voorschrift worden verbonden, dat verplicht tot het in stand houden van de te realiseren parkeergelegenheid, laad- en losvoorzieningen.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Voor de beoordeling aan Artikel 22f. 41 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van locaties en bouwwerken.
Locaties en bouwwerken worden gebruikt met het doel dat in afdeling 22f.2 als functie of nevenfunctie aan de locatie is toegedeeld, dat verenigbaar is met dit doel en de overige regels van dit hoofdstuk die gaan over het gebruiken van locaties en bouwwerken.
Op een locatie met de functie wonen wordt een bouwwerk alleen gebruikt voor beroep of bedrijf aan huis als:
Een woning wordt bewoond door één afzonderlijk huishouden, tenzij het gaat om:
Op een locatie met de functie wonen wordt een bouwwerk alleen gebruikt voor een huisartsen onder één dak (HOED) als:
Tenzij sprake is van woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, wordt:
Op een locatie met de functie wonen en groen wordt minimaal 30% van de gezamenlijke gronden groen ingericht en maximaal 70% verhard oppervlak (inclusief bebouwing) aangebracht.