direct naar inhoud van Hoofdstuk 22f
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Diamantstraat 29-31, Alphen aan den Rijn
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01

Hoofdstuk 22f

Afdeling 22f.1 Algemene bepalingen

Paragraaf 22f.1.1 Begripsbepalingen

Subparagraaf 22f.1.1.1 Begripsbepalingen
Artikel 22f.1 Begripsbepalingen
1.

Begripsbepalingen die op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit TAM-omgevingsplan.

2.

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden aanvullend op het bepaalde in artikel 1.1 lid 1 en 2 de volgende begripsbepalingen:

  • a. TAM-omgevingsplan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Diamantstraat 29-31, met NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01 van de gemeente Alphen aan den Rijn;
  • b. Omgevingsplan: het omgevingsplan van de gemeente Alphen aan den Rijn.
  • c. Verbeelding: de verbeelding van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Diamantstraat 29-31, met NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01 van de gemeente Alphen aan den Rijn.
  • d. aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
  • e. aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
  • f. bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • g. bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd;
  • h. beroep of bedrijf aan huis: aan de woonfunctie ondergeschikte kleinschalige beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten die in een woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning zijn toegestaan;
  • i. bouwlaag: een verdieping van zodanige afmetingen en vorm dat de daardoor ontstane ruimte zonder ingrijpende voorzieningen geschikt kan worden gemaakt voor gebruiksfuncties en daarmee gelijke gebruiksmogelijkheden geeft als de daaronder gelegen bouwlagen, uitgezonderd, een kap, zolder en kelder;
  • j. bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
  • k. bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
  • l. erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw;
  • m. groenvoorzieningen: het geheel van aanplant in een gebied dan wel het aanbrengen of voorzien van groen;
  • n. hoofdgebouw: een bouwwerk of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is;
  • o. huisartsen onder één dak (HOED): een voorziening waarbij meerdere huisartsenprakijken zijn samengebracht in één gebouw of complex. Deze voorziening is gericht op eerstelijnszorg en biedt ruimte aan huisartsen en eventuele aanverwante zorgverleners zoals praktijkondersteuners, fysiotherapeuten;
  • p. huishouden: persoon of groep personen die onderling een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;
  • q. koopstarterswoning: een woning ten behoeve van starters met een maximale prijs van € 230.000,- V.O.N.; eventuele koperskorting van maximaal 10% mag hier van toepassing zijn.
  • r. langzaam verkeer: de voetganger, de fiets, fiets met trapondersteuning, snorfiets, bromfiets, inclusief bredere varianten zoals een bakfiets, het gehandicaptenvoertuig, en de geleider/berijder van bijvoorbeeld een paard. Ook bestemmingsverkeer en een motorvoertuig met een snelheidsbeperking zoals een landbouwvoertuig valt onder het begrip langzaam verkeer;
  • s. maaiveld: het niveau van de straat of omliggende grond;
  • t. nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
  • u. ondergeschikte bouwdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard: bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, liftschachten, installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, overstekende daken en toegangstrappetjes naar de appartementen;
  • v. pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is;
  • w. parkeervoorziening: voorziening ten behoeve van het parkeren van voertuigen;
  • x. peil: het niveau gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven;
  • y. sociale huurwoning: huurwoningen met een aanvangshuurprijs onder de grens, bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag;
  • z. verkeersvoorzieningen: verzameling van objecten in het beheer van de infrastructuur voor de geleiding van het verkeer;
  • aa. voldoende parkeergelegenheid: parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de op het moment van aanvragen van de omgevingsvergunning geldende Beleidsregels over parkeren en laden en lossen, die zijn vastgesteld door het bevoegd gezag;
  • ab. watervoorzieningen: voorzieningen die verband houden met de waterhuishouding, de aanvoer en afvoer van water en de doorstroming van water;
  • ac. wonen: het houden van een verblijf of het gehuisvest zijn in een woning;
  • ad. woning: een (gedeelte van een) gebouw, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

Paragraaf 22f.1.2 Overige bepalingen

Subparagraaf 22f.1.2.1 Overige bepalingen
Artikel 22f.2 Normadressaat

Aan de regels van dit TAM-omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 22f.3 Meetbepaling: m en m2
1.

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan worden de waarden die daarin in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende manier gemeten:

  • a. afstanden loodrecht;
  • b. hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; en
  • c. maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.

Artikel 22f.4 Meetbepaling: overig

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan wordt op de volgende manier gemeten:

  • a. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
  • b. breedte en diepte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, op 1 boven peil;
  • c. bruto vloeroppervlakte: oppervlakte, gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de ruimte of groep van ruimten omhullen, bepaald volgens NEN 2580;
  • d. dakhelling van een bouwwerk: de hoek tussen een hellend dakvlak en het horizontale vlak;
  • e. goothoogte van een bouwwerk:
    • 1. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot of de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, met uitzondering van dakkappelen, die niet meer dan 50% van het dakvlak beslaan in horizontale richting; of
    • 2. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de dakkapel als deze in horizontale richting meer dan 50% van het dakvlak beslaat;
  • f. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderkant van de begane grondvloer, de buitenkant van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenkant van daken en dakkappelen;
  • g. ondergeschikte bouwdelen/uitstekende delen van ondergeschikte aard: ondergeschikte bouwdelen blijven buiten beschouwing als het bouwvlak, de locatie, of de omgevingsnorm tot ten hoogste 1,5 m wordt overschreden;
  • h. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het peil op de locatie van het bouwwerk.

Artikel 22f.5 Maatwerk- en vergunningvoorschriften
1.

Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld over de regels of een vergunningvoorschrift kan aan een omgevingsvergunning worden verbonden in dit TAM-omgevingsplan, met uitzondering van bepalingen:

  • a. over reken- en meetmethoden;
  • b. over meldingen; en
  • c. waarin activiteiten als omgevingsplanactiviteit worden aangewezen.
2.

Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de artikelen in dit TAM-omgevingsplan.

3.

Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning kan worden verbonden.

4.

Op het stellen van een maatwerkvoorschrift over bepalingen in dit TAM-omgevingsplan zijn de beoordelingsregels en de bepalingen over vergunningvoorschriften van overeenkomstige toepassing.

Artikel 22f.6 Toepassingsbereik
1.

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het tweede lid;

2.

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan;

3.

De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Diamantstraat 29-31, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0484.Adiamantstraat2931-VA01 zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/.

Artikel 22f.7 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

Artikel 22f.8 Algemeen gebruiksverbod

Het is verboden om gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Artikel 22f.9 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Afdeling 22f.2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Paragraaf 22f.2.1 Functies van locaties

Subparagraaf 22f.2.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 22f.10 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op locaties bij de volgende activiteiten:

  • a. het bouwen van bouwwerken; en
  • b. het gebruiken van locaties.

Artikel 22f.11 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van de gezondheid;
  • b. het waarborgen van de veiligheid; en
  • c. het gebruiken van bouwwerken.

Subparagraaf 22f.2.1.2 Groen
Artikel 22f.12 Groen - algemeen

Een locatie voor groen-, speel-, en nutsvoorzieningen in de openbare buitenruimte heeft de functie groen.

Subparagraaf 22f.2.1.3 Wonen
Artikel 22f.13 Wonen - algemeen

Een locatie voor wonen en beroep of bedrijf aan huis heeft de functie wonen, met de daarbij behorende verkeers-, water-, groen-, speel-, parkeer-, verblijfs- en nutsvoorzieningen.

Artikel 22f.14 Wonen - HOED

Een locatie voor huisartsen onder één dak (HOED) heeft de functie wonen.

Paragraaf 22f.2.2 Gebiedsaanwijzingen

Subparagraaf 22f.2.2.1 Aandachtsgebied parkeren
Artikel 22f.15 Aandachtsgebied parkeren

Binnen het aandachtsgebied parkeren gelden de parkeernormen, maatvoerings- en ontwerpcriteria van het Beleid Parkeernormen en parkeervoorzieningen 2020 en diens rechtsopvolgers.

Artikel 22f.16 Oogmerken

De regels binnen het aandachtsgebied parkeren zijn gesteld met het oog op het beschermen van stedenbouwkundige waarden in de vorm van voldoende parkeergelegenheid, laad- en losvoorzieningen op eigen terrein bij de volgende activiteiten:

  • a. het bouwen van gebouwen;
  • b. het gebruiken van locaties.

Subparagraaf 22f.2.2.2 Aandachtsgebied straalpad
Artikel 22f.17 Aandachtsgebied straalpad

Binnen het aandachtsgebied straalpad bevinden zich antennes.

 

Artikel 22f.18 Oogmerken

De regels binnen het aandachtsgebied straalpad zijn gesteld met het oog op het beschermen van de werking en integriteit van de straalverbinding van antennes bij het bouwen van bouwwerken.

Artikel 22f.19 Waarden binnen straalpad

Een te bouwen bouwwerk binnen het aandachtsgebied straalpad is niet hoger dan 55 m.

Paragraaf 22f.2.3 Bouwwerken

Subparagraaf 22f.2.3.1 Algemene bepalingen
Artikel 22f.20 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op bouwwerken bij de volgende activiteiten:

  • a. het bouwen van bouwwerken; en
  • b. het in stand houden van bouwwerken.

Artikel 22f.21 Oogmerken

De regels zijn gesteld met het oog op het beschermen van stedenbouwkundige waarden in de vorm van aantal, maatvoering, massa en positionering.

Artikel 22f.22 Bouwwerken: beedkwaliteitsplan

Gebouwen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 22f. 1.

Subparagraaf 22f.2.3.2 (Hoofd)gebouwen
Artikel 22f.23 Aantal woningen
1.

Het maximale aantal woningen is de op de locatie weergegeven met de aanduiding maximum aantal wooneenheden.

2.

Minimaal 30% van het aantal woningen zoals bedoeld in lid 1 dient te bestaan uit sociale woningen, waarvan minimaal 15% sociale huurwoningen die in stand worden gehouden voor een periode van minimaal 20 jaar en 15% koopstarterswoningen.

Artikel 22f.24 Hoofdgebouw: bouwvlak

Een hoofdgebouw is gesitueerd binnen het op de locatie weergegeven bouwvlak.

Artikel 22f.25 Hoofdgebouw: bouwhoogte

De bouwhoogte van een hoofdgebouw is niet hoger de dan op de locatie weergegeven bouwhoogte.

Artikel 22f.26 Bouwwerken: bebouwingspercentage

De totale oppervlakte van bouwwerken binnen het bouwvlak is gezamenlijk niet meer dan het op de locatie weergegeven bebouwingspercentage bouwwerken.

Artikel 22f.27 Setback

Op de locatie 'specifieke bouwaanduiding - setback' dienen gebouwen te zijn voorzien van een setback zoals opgenomen in Bijlage 22f. 1.

Artikel 22f.28 Bezonning

De gebouwen binnen het plangebied mogen alleen worden opgericht als middels een bezonningsstudie is aangetoond dat er voldoende bezonning is op de gevels van de gebouwen in de omgeving rondom het plangebied, waarbij wordt voldaan aan de 'lichte TNO-norm'.

Artikel 22f.29 Windhinder

De gebouwen binnen het plangebied mogen alleen worden opgericht als middels een windonderzoek dat voldoet aan de NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving' is aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar windklimaat, al dan niet na het nemen van noodzakelijke maatregelen en voorzieningen en deze gerealiseerd worden en in stand worden gehouden.

Artikel 22f.30 Balkons

Balkons bij een hoofdgebouw zijn toegestaan, waarbij geldt dat:

  • a. balkons tot en met de vijfde bouwlaag maximaal 1,5 meter uit de gevel steken;
  • b. balkons gerealiseerd boven de vijfde bouwlaag maximaal 1,8 meter uit de gevel steken.

Artikel 22f.31 Speelvoorziening: bouwhoogte

Een speelvoorziening is maximaal 5 m hoog.

Subparagraaf 22f.2.3.3 Normen vanwege hulpverleningsdiensten
Artikel 22f.32 Bereikbaarheid
1.

Tussen een toegang van een bouwwerk voor het verblijven van personen en de openbare weg ligt, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

  • a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;
  • b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;
  • c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;
  • d. als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 m van een openbare weg ligt; of
  • e. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

Een verbindingsweg heeft:

  • a. een breedte van ten minste 4,5 m;
  • b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 m die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram;
  • c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 m; en
  • d. een doeltreffende afwatering.

4.

Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van hulpverleningsdiensten.

5.

Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Artikel 22f.33 Bluswatervoorziening
1.

Een bouwwerk heeft, met oog op het waarborgen van de veiligheid, een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.

2.

De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk, is niet groter dan 40 m.

3.

De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.

Artikel 22f.34 Opstelplaatsen brandweervoertuigen
1.

Bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zijn, met het oog op het waarborgen van de veiligheid, opstelplaatsen voor brandweervoertuigen aanwezig die ervoor zorgen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing:

  • a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;
  • b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2;
  • c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of
  • d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.

3.

De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is niet groter dan 40 m.

4.

Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is vrijgehouden:

  • a. over een breedte van 4,5 m; en
  • b. over een hoogte, boven de kruin van de weg, van 4,2 m.

5.

Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.

Afdeling 22f.3 Bouwactiviteiten

Paragraaf 22f.3.1 Algemeen

Subparagraaf 22f.3.1.1 Algemeen
Artikel 22f.35 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op bouwactiviteiten.

Artikel 22f.36 Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Paragraaf 22f.3.2 Inhoudelijke bouwregels

Subparagraaf 22f.3.2.1 Bouwen van bouwwerken
Artikel 22f.37 Verrichten van bouwactiviteiten: rooilijnen, bebouwingsgrenzen en straatpeil

Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend wordt, onverminderd de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig:

  • a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en
  • b. het straatpeil is uitgezet.

Subparagraaf 22f.3.2.2 Bouwactiviteit
Artikel 22f.38 Vergunningplichtige bouwactiviteit

Het is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken.

Subparagraaf 22f.3.2.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten
Artikel 22f.39 Beoordelingsregel bouwactiviteit: algemeen

Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt alleen verleend als:

  • a. het bouwwerk voldoet aan de voor dat bouwwerk gestelde voorwaarden in paragraaf 22f.2.3 Bouwwerken;
  • b. het beoogde gebruik van het bouwwerk niet in strijd is met dit omgevingsplan;

Artikel 22f.40 Beoordelingsregels bouwactiviteit: stikstof

Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het verrichten van een bouwactiviteit wordt alleen verleend als uit een berekening blijkt dat met inbegrip van de inzet met bouwmachines blijkt dat de emissie van NOx niet meer bedraagt dan 319,6 kg/jaar NOx en 5,5 kg/jaar NH3, dan wel met een berekening met de meest actuele versie van de AERIUS Calculator (of het op dat moment geldende rekenmodel) is aangetoond dat geen significante effecten op Natura 2000-gebieden optreden.

Artikel 22f.41 Beoordelingsregels bouwactiviteit: aandachtsgebied parkeren
1.

Een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, voor zover het gaat om het bouwen van een gebouw, alleen verleend als:

  • a. voor het bouwwerk waar de aanvraag betrekking op heeft voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen, laad- en losvoorzieningen op eigen terrein worden gerealiseerd;
  • b. de te realiseren parkeerplaatsen, laad- en losvoorzieningen voldoen aan de maatvoerings- en ontwerpcriteria; of
  • c. bij onvoldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen op eigen terrein: als door de aanvrager is aangetoond dat op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen.
2.

Aan de omgevingsvergunning kan een voorschrift worden verbonden, dat verplicht tot het in stand houden van de te realiseren parkeergelegenheid, laad- en losvoorzieningen.

Subparagraaf 22f.3.2.4 Aanvraagvereisten bouwactiviteiten
Artikel 22f.42 Aanvraagvereisten bouwactiviteit: algemeen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning, die betrekking heeft op een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, worden voor de beoordeling de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een opgave van de bouwkosten;
  • b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft;
  • c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; en
  • d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop:
    • 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak;
    • 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde;
    • 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten;
    • 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en
    • 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk;
  • e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het (water)peil en het aantal bouwlagen; en
  • f. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.

Artikel 22f.43 Aanvraagvereisten bouwactiviteit: aandachtsgebied parkeren

Voor de beoordeling aan Artikel 22f. 41 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. de inrichting van parkeervoorzieningen voor auto's en fietsen op het eigen terrein inclusief maatvoering;
  • b. bij onvoldoende parkeergelegenheid en/of laad- en losvoorzieningen op eigen terrein: gegevens en bescheiden die aantonen dat op andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

Afdeling 22f.4 Gebruiksactiviteiten

Paragraaf 22f.4.1 Algemeen

Subparagraaf 22f.4.1.1 Algemene bepalingen
Artikel 22f.44 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het gebruiken van locaties en bouwwerken.

Artikel 22f.45 Algemene bepaling over het gebruiken van locaties

Locaties en bouwwerken worden gebruikt met het doel dat in afdeling 22f.2 als functie of nevenfunctie aan de locatie is toegedeeld, dat verenigbaar is met dit doel en de overige regels van dit hoofdstuk die gaan over het gebruiken van locaties en bouwwerken.

Subparagraaf 22f.4.1.2 Inhoudelijke regels
Artikel 22f.46 Beroep of bedrijf aan huis

Op een locatie met de functie wonen wordt een bouwwerk alleen gebruikt voor beroep of bedrijf aan huis als:

  • a. het door de bewoner zelf wordt uitgeoefend; en
  • b. geen onevenredige verhoging van de parkeer- en verkeerdruk ontstaat.

Artikel 22f.47 Eén afzonderlijk huishouden per woning

Een woning wordt bewoond door één afzonderlijk huishouden, tenzij het gaat om:

  • a. huisvesting in verband met mantelzorg; of
  • b. het gebruik van de woning voor kamerverhuur als daarvoor een omgevingsvergunning is verleend.

Artikel 22f.48 Huisartsen onder één dak

Op een locatie met de functie wonen wordt een bouwwerk alleen gebruikt voor een huisartsen onder één dak (HOED) als:

  • a. de omvang van de voorzieningen niet groter bedraagt dan 800 m2 bvo en niet meer dan 22 behandelkamers.

Artikel 22f.49 Overbewoning woonruimte

Tenzij sprake is van woonruimte waarin door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opvang aan asielzoekers wordt geboden, wordt:

  • a. een woning niet bewoond door meer dan een persoon per 12 m2 gebruiksoppervlakte;
  • b. een woonwagen niet bewoond door meer dan een persoon per 6 m2 gebruiksoppervlakte.

Artikel 22f.50 Maximum verharding

Op een locatie met de functie wonen en groen wordt minimaal 30% van de gezamenlijke gronden groen ingericht en maximaal 70% verhard oppervlak (inclusief bebouwing) aangebracht.