| Plan: | TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0479.TAM8469OP-0301 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op de gebiedsontwikkeling aan de Behouden Haven te Zaandam. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) van het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d.' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in artikel 1.1, eerste en tweede lid van dit omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk (TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam), tenzij in artikel 2 van dit hoofdstuk (TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam) daarvan is afgeweken
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende aanvullende begripsbepalingen:
het TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam met identificatienummer NL.IMRO.0479.TAM8469OP-0301 van de gemeente Zaanstad;
Het omgevingsplan van de gemeente Zaanstad waarvan dit TAM-omgevingsplan onderdeel uitmaakt;
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0479.TAM8469OP-0301 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
een zelfstandige woning voor personen, waarbij de bewoner zelfstandig woont maar wel gebruik kan maken van diensten en voorzieningen van die instelling, zoals maaltijden, behandeling of verpleging.
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
het in procenten (op de plankaart dan wel in de voorschriften) uitgedrukte deel van de functie, dat maximaal bebouwd mag worden, indien aanwezig;
het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen;
bouwwerk, goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, afstand van bouwwerken, object, omvang, plaats, zoals dat of die bestaat of rechtens mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de optelsom van de buitenwerkse maten van het vloeroppervlakte over alle bouwlagen;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder uitstalling ten verkoop, het verkopen en leveren van goederen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkste is;
een persoon of groep personen, die een duurzame, gemeenschappelijke huishouding voer(t)(en) en wil(len) voeren. Hierbij moet sprake zijn van onderlinge, met een gezinsverband vergelijkbare, verbondenheid en continuïteit in de samenstelling. kamergewijze verhuur wordt hieronder niet begrepen.
het duurzaam verblijven in een deel van een pand, zonder de bedoeling met de andere bewoners duurzaam in gezinsverband samen te wonen of duurzaam een gezamenlijk huishouden te voeren.
Educatieve, (para)medische, sociale, levensbeschouwelijke, religieuze voorzieningen, onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening.
Een dakconstructie zonder wanden, dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen of andere bouwwerken.
een inrichting, bestaande uit één of meer voor publiek toegankelijke, besloten ruimten, waarin bedrijfsmatig of op een daarmee vergelijkbare wijze seksuele handelingen worden verricht; onder een hiervoor bedoelde inrichting wordt in elk geval verstaan een bordeel.
de vloeroppervlakte van alle voor mensen toegankelijke ruimten binnen een gebouw ten behoeve van detailhandel, onder welke ruimten niet zijn begrepen opslag-, personeels-, sanitaire en andere dienstruimten, garderobes en keukens;
detailhandelsbedrijf:
met per detailhandelsbedrijf:
de naar de weg gekeerde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of, indien het een gebouw betreft met meerdere zodanige gevels, één van die gevels;
de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen;
gehuisvest zijn en duurzaam verblijven in een woning.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding;
een of zelfstandig gedeelte van een gebouw dat bedoeld is voor de huisvesting van personen die niet zelfstandig kunnen wonen en die geestelijke en of lichamelijke verzorging behoeven verzorging kan voortdurend of nagenoeg voortdurend plaatsvinden en in het gebouw kan afzonderlijke ruimte ten behoeve van de verzorging aanwezig zijn
In aanvulling op artikel 6.4 en artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen.
De kortste afstand tussen bouwwerken onderling alsmede van bouwwerken tot de perceelsgrens gemeten vanaf elk deel van het bouwwerk.
Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage dat de grootte van een bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken die zichtbaar zijn boven peil meegerekend, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.
Tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren.
Vanaf het peil tot aan het laagste punt van het bouwwerk, met uitzondering van fundering of ondergeschikte onderdelen van het bouwwerk.
Tussen de voet van de antennedrager en het hoogste punt van de antenne-installatie; als de antennedrager aan de gevel van een gebouw wordt bevestigd, wordt gemeten tussen het punt waarop de antenne met antennedrager het dakvlak kruist en het hoogste punt van de antennedrager.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De bebouwde oppervlakte van de afzonderlijke bouwlagen bij elkaar opgeteld.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven:
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en gebruiksactiviteiten.
Op de voor Groen aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
alsmede voor ondergeschikte
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de functie met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.
Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen locaties zijn de volgende maatschappelijke gebruiksactiviteiten toegestaan:
alsmede bestemd voor
In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.8 eerste lid, aanhef en onder c van dit omgevingsplan en met in achtneming van het bepaalde in Artikel 14 van dit hoofdstuk (TAM-Omgevingsplan 22d Behouden Haven Zaandam), gelden voor een aanvraag voor een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan of het artikel dat daarvoor in dit omgevingsplan in de plaats zal treden en met in achtneming van het bepaalde in artikel 11, gelden voor een aanvraag voor een binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken tevens de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van gebouwen, bouwwerken en overkappingen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.1, onder b en 8.2.1 onder b afwijken, omtrent het toestaan van aanleunwoningen (VPT) ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk'.
De omgevingsvergunning genoemd onder 8.3.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Op de voor 'Tuin' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Op deze gronden mag niet worden gebouwd, met dien verstande dat een erker en balkon ten behoeve van de aansluitende functie 'Maatschappelijk' uitsluitend is toegestaan binnen de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - erker en balkon'.
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
alsmede voor
Op deze gronden mogen uitsluitend ten behoeve van de functie uitsluitend worden gebouwd:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat:
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat:
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken, is slechts toegestaan indien voldaan wordt aan de benodigde hemelwaterberging.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning 12.3.1 voor het bouwen of herontwikkelen, waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak, moet worden voorzien in een waterberging voor hemelwater op het eigen terrein dient te voldoen aan de volgende beoordelingsregels:
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat voldaan moet worden aan de NEN 8100.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning 12.4.1 voor het bouwen van een gebouw verleend kan worden, dient te voldoen aan de volgende beoordelingsregels:
Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van een gebouw geldt dat het in gebruik laten nemen van bodemgevoelige gebouwen en bodemgevoelige locaties verboden is zonder dat het in Bijlage 1, genoemde nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem is uitgevoerd en dat door een ter zake deskundige van het bevoegd gezag, wordt verklaard dat de bodem geschikt wordt geacht voor het beoogde gebruik.
Met een omgevingsvergunning zijn in afwijking van de regels in de voorgaande artikelen toegestaan:
De omgevingsvergunning bedoeld in lid 14.1.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouw- en/of functiegrenzen te overschrijden ten behoeve van:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 16.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 16.1.1 met maximaal 10%.
Lid 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk (TAM-omgevingsplan) strijdige gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 16.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 16.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.