direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Geesterduin Castricum
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0383.TAMgeesterduin-VS01

Regels

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van de gebiedsontwikkeling op de locatie en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22c) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente. Dit hoofdstuk wordt bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP/TPOD beschikbaar te stellen.


De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22] van het omgevingsplan van de gemeente. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22c]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22c]' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Algemene regels

Artikel 1 Begrippen

1.1 Begripsbepalingen

artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.

Artikel 2 Aanvullende begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend op artikel 1 de volgende begripsbepalingen:

2.1 TAM-Omgevingsplan

het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Geesterduin Castricum met identificatienummer NL.IMRO.0383.TAMgeesterduin-VS01 van de gemeente Castricum.

2.2 bed & breakfast

een kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor toeristische doeleinden gericht op een kortdurend verblijf en het serveren van ontbijt. Een bed & breakfast is gevestigd in een woonhuis/boerderij of bijgebouw en is ondergeschikt aan de hoofdbestemming. Er is geen sprake van een bed & breakfast bij de aanwezigheid van een zelfstandige kookgelegenheid en/of de verkoop van alcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse en/of overnachting noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.

2.3 beroep of bedrijf aan huis

beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend.

2.4 bed and breakfast

het bieden van de ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben.

2.5 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.

2.6 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

2.7 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop het verkopen en of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.8 geometrische plaatsbepaling

locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem.

2.9 huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen.

2.10 horeca-categorie lichte horeca

openbare inrichtingen, die gelet op de aard en omvang ervan zowel uit functioneel als uit milieuoverwegingen niet of nauwelijks storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze openbare inrichtingen; onder deze categorie vallen onder andere een broodjeszaak, theehuis en lunchroom.

2.11 horeca-categorie middelzware horeca

openbare inrichtingen, die gelet op de aard en omvang ervan zowel uit functioneel als uit milieuoverwegingen in geringe mate storend kunnen werken op de bestaande en/of toekomstige functies van de omgeving van deze openbare inrichtingen; onder deze categorie vallen onder andere een restaurant, caférestaurant, café, bar, snackbar en cafetaria.

2.12 luifel

afdak aangebracht aan de gevel van een pand eventueel rustend op kolommen.

2.13 middeldure huurwoningen laag

huurwoningen waarvan de huurprijs is gemaximeerd via de Wet betaalbare huur, waarbij geldt dat de woningen:

  • 1. een aanvangshuurprijs hebben die boven de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag ligt en gemaximeerd is op € 1.157,96 (prijspeil 2025, jaarlijks te indexeren met de consumentprijsindex).
  • 2. een instandhoudingstermijn hebben van ten minste 15 jaar na ingebruikname voor de doelgroep conform de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021'.
2.14 middeldure huurwoningen hoog

huurwoningen waarvan de huurprijs is gemaximeerd via de Wet betaalbare huur, waarbij het volgende geldt dat de woningen:

  • 1. een aanvangshuurprijs hebben die boven het bedrag als bedoeld in artikel 2.13, lid 1 ligt en gemaximeerd is via de Wet betaalbare huur.
  • 2. een instandhoudingstermijn hebben van ten minste 15 jaar na ingebruikname voor de doelgroep conform de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021'.
2.15 nevengebruiksfunctie

gebruiksfunctie die ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie.

2.16 nutsvoorzieningen

de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

2.17 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak.

2.18 sociale huurwoningen

huurwoningen met een aanvangshuurprijs onder de grens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag, met een instandhoudingstermijn van ten minste 20 jaar na ingebruikname, met dien verstande dat wanneer sociale huurwoningen worden verhuurd door een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet deze woningen verhuurd worden aan woningzoekenden met een inkomen tot aan de DAEB-inkomensgrens die jaarlijks wordt vastgesteld door het Rijk.

2.19 sociale koopwoningen

Koopwoningen die:

  • a. een koopprijs vrij op naam hebben tot ten hoogste het bedrag dat is opgenomen in de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021';
  • b. een instandhoudingstermijn hebben van ten minste 10 jaar voor de doelgroep conform de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021'.
2.20 koopwoningen middelduur laag

koopwoningen met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste de kostengrens, bedoeld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie (conform artikel 5.161c van het Bkl) waarbij geldt dat de woningen:

  • 1. een koopprijs vrij op naam hebben van tenminste het bedrag dat is opgenomen in artikel 2.19, lid 1 en ten hoogste het bedrag van de betaalbaarheidsgrens van € 405.000,- (prijspeil 2025, jaarlijks te indexeren met de consumentenprijsindex);
  • 2. een instandhoudingstermijn hebben van ten minste 1 jaar voor de doelgroep conform de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021'.
2.21 koopwoningen middelduur hoog

koopwoningen met een koopprijs vrij op naam van ten hoogste de kostengrens, bedoeld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie (conform artikel 5.161c van het Bkl) waarbij geldt dat de woningen:

  • 1. een koopprijs vrij op naam hebben van tenminste het bedrag dat is opgenomen in artikel 2.20, lid 1 en ten hoogste de kostengrens, bedoeld in de Voorwaarden en Normen Nationale Hypotheekgarantie (conform artikel 5.161c van het Bkl);
  • 2. een instandhoudingstermijn hebben van ten minste 1 jaar voor de doelgroep conform de 'Doelgroepenverordening Castricum 2021'.
2.22 standplaats

standplaats is een ruimte op of aan de openbare weg of aan openbaar water, dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke en in de open lucht gelegen plaats, waar het toegestaan is ambulante handel uit te oefenen.

2.23 uitstallingen

een uitstalling is een verplaatsbaar voorwerp dat voor een bedrijfspand op de weg wordt geplaatst. Doel ervan is het vestigen van aandacht op producten of diensten van een winkel of onderneming.

2.24 verkoopvloeroppervlakte

de voor het publiek zichtbare en toegankelijke besloten winkelruimte ten behoeve van de detailhandel.

2.25 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

 

Artikel 3 Toepassingsbereik

  • a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het eerste lid.
  • b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand.

Artikel 4 Meet- en rekenbepalingen

4.1 Algemeen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

4.1.1 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

4.1.2 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

4.1.3 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

4.1.4 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

4.1.5 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

4.1.6 de oppervlakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping;

4.1.7 de horizontale diepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd;

4.1.8 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.

4.2 Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, balkonhekken, galerijen, noodtrappen en overstekende daken en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bouwonderdelen, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en -hoogten niet meer dan 1 meter bedraagt.

4.3 Meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

Hoofdstuk 2 Regels voor functies en activiteiten

Artikel 5 Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig of met de aangegeven functies, activiteiten en/of gebiedsaanwijzingen.

Artikel 6 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 7 Centrum -3

7.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Centrum -3'.

7.2 Functieomschrijving

In een als 'Centrum -3' aangewezen locatie zijn het aanleggen, in gebruik nemen en in standhouden van de volgende functies toegestaan:

  • a. detailhandel, al dan niet in combinatie met ondergeschikte horecavoorziening, uitsluitend op de begane grond, waarbij supermarkten zijn toegestaan tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van ten hoogste 3.730 m² en een maximale verkoopvloeroppervlakte per supermarkt van ten hoogste 1.865m²;
  • b. dienstverlenende bedrijven en/ of instellingen, uitsluitend op de begane grond;
  • c. kantoor en/of magazijn behorende bij detailhandel tevens op de verdieping;
  • d. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond;
  • e. het bestaande aantal horecavoorzieningen uit de categorie Lichte- en middelzware horeca activiteiten, uitsluitend op de begane grond;
  • f. terrassen behorende bij de horecafunctie met in achtneming van het bepaalde in artikel 13.1;
  • g. inpandige fietsenstallingen;
  • h. uitstallingen;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'Wonen': woningen, uitsluitend op de verdieping, met daarbij behorende beroep of bedrijf aan huis overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.4.3;
  • j. nevengebruik behorende bij de woningen, tevens op de begane grond;
  • k. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeren begane grond onder bebouwing': tevens een parkeergarage in de bebouwing;
  • l. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - parkeerdek': tevens een parkeerdek;
  • m. ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting': tevens een auto-ontsluiting van een parkeerdek;
  • n. ter plaatse van de aanduiding 'laad- en losplaats': een inpandige laad- en losplaats;
  • o. bijbehorende wegen en paden, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.
7.3 Beoordelingsregels bouwen
7.3.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden de volgende beoordelingsregels.

7.3.2 Hoofdgebouwen bouwen

Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. het aantal woningen binnen de locaties aangewezen als Centrum -3 en Wonen mag tezamen maximaal 215 bedragen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is ten hoogste de aangegeven maximale goothoogte toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is ten hoogste de maximale bouwhoogte toegestaan;
  • e. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' zijn gebouwen op de begane grond niet toegestaan, met uitzondering van ondersteunende constructies.

7.3.3 Bijbehorende bouwwerken bouwen

In afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan is het bouwen van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan.

7.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen

In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter;
  • b. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter;
  • d. erf- en terreinafscheidingen zijn tot maximaal 1 meter toegestaan.

7.3.5 Specifieke bouwregel geluid

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan geldt de volgende beoordelingsregel:

  • a. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt alleen verleend, indien de geluidsbelasting op een gevel van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer ten hoogste de standaardwaarden zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedraagt;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat een hogere geluidsbelasting van ten hoogste 63 dB als gevolg van wegverkeer is toegestaan mits voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid "Procedure Hogere Grenswaarde (2009)" of diens rechtsopvolger.
  • c. het gezamenlijke geluid op de gevels van een geluidsgevoelig gebouw zoals bedoeld in de artikelen 5.78ad van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 4.103, lid 1 onder a van het Besluit bouwwerken leefomgeving bedraagt ten hoogste de waarden die in de tabel, in samenhang met de figuren, in bijlage 2 zijn opgenomen.

7.3.6 Specifieke bouwregel uiterlijk gebouwen

Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt in afwijking van artikel 22.29 van dit omgevingsplan alleen verleend indien het uiterlijk van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet in strijd is met de omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens het Beeldkwaliteitsplan Geesterduin 2.0 zoals vastgesteld door de gemeenteraad en opgenomen in bijlage 3 bij de motivering.

7.4 Specifieke functieregels voor gebruik
7.4.1 Aantal woningen

7.4.2 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met deze functie wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving als bedoeld in lid 7.2, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het gebruik van de woning als bed & breakfast;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een beroep of bedrijf aan huis.

7.4.3 Beroep of bedrijf aan huis

Gebruik van ruimten binnen een woning ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, wordt als gebruik overeenkomstig de functie aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen, tot ten hoogste in totaal 50 m² mag worden gebruikt voor de aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • b. degenen die activiteiten in de woning uitvoert dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
  • c. het beroepsmatige gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt;
  • d. er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekkende werking en er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig artikel 15.1 Voldoende parkeergelegenheid Voldoende parkeergelegenheid.

7.4.4 Bed & breakfast

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.4.2 onder a. voor een bed & breakfast, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. het gebruik als bed & breakfast ondergeschikt blijft aan de woonfunctie;
  • b. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van bed & breakfast;
  • c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonfunctie en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • d. ten hoogste drie kamers (zes slaapplaatsen) ten behoeve van bed & breakfast worden gebruikt;
  • e. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig artikel 15.1.

Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied

8.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

8.2 Functieomschrijving

In een als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locatie zijn het aanleggen, in gebruik nemen en in standhouden van de volgende functies toegestaan:

  • a. wegen en straten, wandel- en fietspaden met een functie gericht op zowel verblijf als op de afwikkeling van het doorgaande verkeer;
  • b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen;
  • c. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen;
  • d. nutsvoorzieningen;
  • e. standplaatsen overeenkomstig het bepaalde in artikel 12.1;
  • f. uitstallingen;
  • g. terrassen behorende bij de horecafunctie met in acht neming van het bepaalde in artikel 13.1;
  • h. erkers, luifels, balkons, trappen, hellingbanen, uitkragingen en overstekende daken aan bebouwing op aangrenzende gronden.
8.3 Beoordelingsregels bouwen
8.3.1 Gebouwen bouwen

Op deze gronden mogen uitsluitend nutsgebouwen worden gebouwd met dien verstande dat:

  • a. de maximale bouwhoogte 2,2 meter bedraagt;
  • b. het oppervlak per bouwwerk ten hoogste 12 m² bedraagt.

8.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen

In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter;
  • b. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter;
  • d. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – luifel' is tevens een luifel ter hoogte van de tweede bouwlaag toegestaan.
8.4 Uitvoeren werken en werkzaamheden
8.4.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
  • a. het is verboden om zonder omgevingsvergunning een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid uit te voeren die betrekking heeft op het aanleggen van de openbare ruimte, tenzij de uitvoering door of in opdracht van de gemeente plaatsvindt;
  • b. onder het aanleggen van de openbare ruimte zoals bedoeld in sub a wordt bedoeld:
    • 1. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van openbare voorzieningen, waaronder wegen, groen, verlichting, riolering, nutsvoorziening, waterhuishouding en overige openbare inrichtingselementen;
    • 2. het treffen van voorbereidende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die direct verband houden met de inrichting van de openbare ruimte.

8.4.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 8.4.1 wordt alleen verleend als:

  • a. het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid wordt uitgevoerd conform de Handreiking Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) van de gemeente Castricum en het Handboek kabels en leidingen van de gemeente Castricum;
  • b. de werken en werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig het voor het plangebied vastgestelde inrichtingsplan, opgenomen als bijlage 3;
  • c. het gemeentelijk aanbestedingsbeleid in acht wordt genomen;
  • d. de van toepassing zijnde standaard RAW-bepalingen en/of Stabu in acht worden genomen;
  • e. de werken en werkzaamheden worden uitgevoerd door een aannemer die gecertificeerd is door een relevante brancheorganisatie.

8.4.3 Bijzondere aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. bestekken en/of werkomschrijvingen met een zodanig uitwerkingsniveau dat toetsing aan de beoordelingsregels in artikel 8.4.2 kan plaatsvinden;
  • b. een toelichting met een zodanige inhoud dat toetsing aan de beoordelingsregels in artikel 8.4.2 kan plaatsvinden.

Artikel 9 Wonen

9.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.

9.2 Functieomschrijving

In een als 'Wonen' aangewezen locatie zijn het aanleggen, in gebruik nemen en in standhouden van de volgende functies toegestaan:

  • a. woningen;
  • b. beroep of bedrijf aan huis , overeenkomstig het bepaalde in artikel 9.4.3;
  • c. met bijbehorende paden, tuinen en erven en parkeervoorzieningen.
9.3 Beoordelingsregels bouwen
9.3.1 Toepassingsbereik

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden ook de volgende beoordelingsregels.

9.3.2 Hoofdgebouwen bouwen

Gebouwen voldoen aan de volgende kenmerken:

  • a. gebouwd binnen het bouwvlak;
  • b. het aantal woningen binnen de locaties aangewezen als Centrum -3 en Wonen mag tezamen maximaal 215 bedragen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte' is ten hoogste de aangegeven maximale goothoogte toegestaan;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte is ten hoogste de maximale bouwhoogte toegestaan.

9.3.3 Bijbehorende bouwwerken bouwen

In afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan is het bouwen van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan.

9.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bouwen

In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  • a. de maximale bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 meter;
  • b. de maximale bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt maximaal 6,5 meter;
  • c. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3 meter;
  • d. erf- en terreinafscheidingen zijn niet toegestaan.

9.3.5 Specifieke bouwregels geluid

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan geldt de volgende beoordelingsregel:

  • a. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit wordt alleen verleend, indien de geluidsbelasting op een gevel van geluidgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer ten hoogste de standaardwaarden zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedraagt;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat een hogere geluidsbelasting van ten hoogste 63 dB als gevolg van wegverkeer is toegestaan mits voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid "Procedure Hogere Grenswaarde (2009)" of diens rechtsopvolger;
  • c. het gezamenlijke geluid op de gevels van een geluidsgevoelig gebouw zoals bedoeld in de artikelen 5.78ad van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 4.103, lid 1 onder a van het Besluit bouwwerken leefomgeving bedraagt ten hoogste de waarden die in de tabel, in samenhang met de figuren, in bijlage 2 zijn opgenomen.

9.3.6 Specifieke bouwregel uiterlijk gebouwen

Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk, wordt in afwijking van artikel 22.29 van dit omgevingsplan alleen verleend indien het uiterlijk van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet in strijd is met de omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens het Beeldkwaliteitsplan Geesterduin 2.0 zoals vastgesteld door de gemeenteraad en opgenomen in bijlage 3 bij de motivering.

9.4 Specifieke functieregels voor gebruik
9.4.1 Aantal woningen

9.4.2 Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik met deze functie wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de functieomschrijving als bedoeld in lid 9.2, waaronder in ieder geval wordt begrepen:

  • a. het gebruik van de woning als bed & breakfast;
  • b. het gebruik van gronden en bouwwerken in combinatie met bedrijfsdoeleinden anders dan een beroep of bedrijf aan huis.

9.4.3 Beroep of bedrijf aan huis

Gebruik van ruimten binnen een woning ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, wordt als gebruik overeenkomstig de functie aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen, tot ten hoogste in totaal 50 m² mag worden gebruikt voor de aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit;
  • b. degenen die activiteiten in de woning uitvoert dient tevens de bewoner van de woning te zijn;
  • c. het beroepsmatige gebruik geen ernstige hinder voor het woonmilieu oplevert c.q. geen afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of de buurt;
  • d. er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekkende werking en er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig artikel 15.1 Voldoende parkeergelegenheid Voldoende parkeergelegenheid.

9.4.4 Bed & breakfast

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.4.2 onder a. voor een bed & breakfast, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

  • a. het gebruik als bed & breakfast ondergeschikt blijft aan de woonfunctie;
  • b. maximaal 40% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van de gerealiseerde aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen mag worden gebruikt ten behoeve van bed & breakfast;
  • c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonfunctie en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • d. ten hoogste drie kamers (zes slaapplaatsen) ten behoeve van bed & breakfast worden gebruikt;
  • e. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig artikel 15.1.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 11 Algemene bouwregels

11.1 Bestaande maten
11.1.1 Afwijkende hogere maten

De afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in artikel 7, artikel 8 of artikel 9, is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldende regeling, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden.

11.1.2 Herbouw

Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald mag deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.

11.2 Overschrijden maatvoering en bouwgrenzen

 

11.2.1 Aanwijzing Vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:

  • a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten te overschrijden;
  • b. de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen te overschrijden.

11.2.2 Beoordelingsregel omgevingsvergunning
  • a. de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 11.2.1, lid a, wordt slechts verleend indien en voor zover:
    • 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
    • 2. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten met ten hoogste 10%, mits dit in verband met het realiseren van de functie noodzakelijk is of indien door de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken: deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van artikel 7, artikel 8 en artikel 9 van dit hoofdstuk 22c;
  • b. de omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 11.2.1lid b, wordt slechts verleend indien en voor zover:
    • 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
    • 2. indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft, waarbij de afwijking niet meer mag bedragen dan 10%.

Artikel 12 Algemene gebruiksregels

12.1 Standplaatsen
  • a. voor het gebruik van gronden voor een vaste of tijdelijke standplaats of voor een standplaats van algemeen belang, geldt dat dit slechts is toegestaan op de locatie die daarvoor zijn opgenomen in bijlage 1 behorend bij de planregels;
  • b. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde voor het aanbrengen van geringe veranderingen in het aantal, de plaats en/of ligging van de standplaatslocaties, met inachtneming van de volgende voorwaarden
    • 1. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad;
    • 2. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad.
12.2 Woningsplitsing en kamerverhuur
12.2.1 Aanwijzing Vergunningplichtige gevallen

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bestaande woning te gebruiken of voor gebruik aan te bieden voor 2 of meer onzelfstandige woningen.

12.2.2 Beoordelingsregel omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 12.2.1wordt slechts verleend indien de aanvraag voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. het een geval betreft van omzetten van een woning voor kamerbewoning met drie of maximaal vier kamers;
  • b. de beoogde woonruimte na omzetting in onzelfstandige woonruimten beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 24 m² per bewoner;
  • c. de te splitsen woonruimte bij woningsplitsing beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 140 m²;
  • d. de beoogde zelfstandige woonruimte van splitsing beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van minimaal 55 m²;
  • e. de hoofdbewoner bij inwoning ten minste 50% van het totale gebruiksoppervlakte (GBO) van het gebouw bewoond;
  • f. de bestaande woonruimte bij inwoning beschikt over een gebruiksoppervlakte (GBO) van ten minste 55 m².

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels

13.1 Overige zone - terrassen

Voor de gronden aangeduid met 'Overige zone - terrassen' geldt dat naast de aldaar vigerende functie(s) tevens terrassen zijn toegestaan alsmede daarbij behorende:

  • a. terrasafschermingen met een hoogte van maximaal 1,50 meter;
  • b. parasols met een hoogte van maximaal 3 meter;
  • c. windschermen met een hoogte van maximaal 1,50 meter.
13.2 Overige zone - toegankelijkheid openbare buitenruimte

Degene de openbare ruimte gebruikt, is verplicht ervoor zorg te dragen dat de openbare ruimte voldoende toegankelijk is voor personen met een functiebeperking.

Artikel 14 Kostenverhaal

14.1 Toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie 'kostenverhaalsgebied – Geesterduin'.

14.2 Tijdvak voor kostenverhaal

Bij toepassing van deze regels kostenverhaal wordt conform artikel 13.14 Omgevingswet een tijdvak voor de uitvoering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en de activiteiten vastgesteld (keuze voor systeem met tijdvak). Het tijdvak bedraagt 10 jaar.

14.3 Kostensoorten waarvan het gebied ten dele profijt heeft

De werken, werkzaamheden en maatregelen die ten dele worden toegerekend aan kostenverhaalsgebied Geesterduin zijn opgenomen in tabel 14.1 en worden voor het daarbij vermelde percentage toegerekend aan het kostenverhaalsgebied.

Tabel 14.1 Toerekening bovenwijkse kosten

Omschrijving   Totaal kosten   Toerekeningspercentage   Toerekenbaar  
Stikstofrechten   € 201.000,-   100%   € 201.000,-  
14.4 Raming van de kosten

De totale aan kostenverhaalsgebied Geesterduin toe te rekenen kosten worden geraamd op € 12.249.000,- (prijspeil 1-7-2025). De raming van de kosten is opgenomen in tabel 14.2.

Tabel 14.2 Raming totale kosten (prijspeil 1-7-2025)

Omschrijving   Kosten  
Inbrengwaarde   € 6.280.000,-  
Sloop-, opruim-, grond- en saneringswerkzaamheden   € 744.000,-  
Bouw- en woonrijp maken   € 4.083.000,-  
Plankosten   € 908.000,-  
Nadeelcompensatie   € 33.000,-  
Stikstofrechten   € 201.000,-  
Totale kosten (prijspeil)   € 12.249.000,-  

14.5 Raming van de opbrengsten

Voor het berekenen van de opbrengst van de gronden worden de in tabel 14.3 genoemde activiteiten onderscheiden en wordt de opbrengst per onderscheiden basiseenheid op het daarbij bepaalde bedrag geraamd.

Tabel 14.3 Raming totale opbrengsten (prijspeil 1-7-2025)

Omschrijving   Opbrengsten  
Sociaal - huur   € 1.584.000,-  
Sociaal - koop   € 679.000,-  
Middenduur - huur   € 875.000,-  
Middenduur - koop   € 3.148.000,-  
Vrije sector   € 4.712.000,-  
   
Voorzieningen   € 627.000,-  
Privé parkeerplaatsen   € 1.215.000,-  
   
Totale opbrengsten (prijspeil)   € 12.840.000,-  
14.6 Te verhalen kosten na macro-aftopping

14.5 Te verhalen kosten na macro-aftopping

Na de toets op de macro-aftopping bedragen de te verhalen kosten € 12.223.000,- op netto contante waarde. De berekening van de totaal te verhalen kosten is opgenomen in tabel 14.4.

Tabel 14.4 Maximaal te verhalen kosten na macro-aftopping

Omschrijving   Bedrag (netto contant)  
Totale kosten   € 12.223.000,-  
Totale opbrengsten   € 12.489.000,-  
Maximaal te verhalen kosten   € 12.223.000,-  

14.7 Verdeling van de kosten over de activiteiten

De verhaalbare kosten worden over de activiteiten verdeeld aan de hand van tabel 14.5.

Tabel 14.5 Verdeling van de kosten over de activiteiten

Activiteit   Eenheid   Kostenverhaalsbijdrage per eenheid  
Sociale huurwoning   per stuk   € 25.330,-  
Sociale koopwoning   per m2   € 383,-  
Middeldure huurwoning laag en hoog   per stuk   € 33.262,-  
Middeldure koopwoning laag en hoog   per m2   € 498,-  
Vrije sector woning   per m2   € 843,-  
Commerciële voorzieningen   per m2   € 1.188,-  
Privé parkeerplaatsen   per stuk   € 23.490,-  

14.8 Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking

Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • 1. een aanduiding van de met de kostenverhaalplichtige activiteiten te realiseren aantallen bouwwerken, oppervlakten en gebruiksfuncties, en
  • 2. een aanduiding van de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteiten worden uitgevoerd.
14.9 Eindafrekening
  • 1. Burgemeester en wethouders stellen binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal vast.
  • 2. Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend, met dien verstande dat:
    • a. het bedrag van de te verhalen kosten de daadwerkelijke kosten betreft van de werken, werkzaamheden en maatregelen die zijn uitgevoerd of nog zullen worden uitgevoerd;
    • b. de totale opbrengsten van de grond worden herberekend op basis van het aantal basiseenheden per uitgiftecategorie dat is gerealiseerd of nog zal worden gerealiseerd;
    • c. voor de opbrengsten van de grond per basiseenheid van een uitgiftecategorie hetzelfde bedrag wordt toegepast als bij de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking;
    • d. de kosten, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, van de Omgevingswet in mindering worden gebracht.
  • 3. Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.
14.10 Eindafrekening op verzoek
  • 1. Op eindafrekeningen op verzoek als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid Omgevingswet wordt jaarlijks op 1 januari door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 8 weken voor die datum zijn ontvangen.
  • 2. Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
    • a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald;
    • b. een bewijs dat de verzoeker recht heeft op terugbetaling; en
    • c. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.
  • 3. Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 14.9.
14.11 Indexering

Bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek wordt een indexering op basis van de consumentenprijsindex (2015=100) reeks alle huishoudens toegepast.

Artikel 15 Overige regels

15.1 Voldoende parkeergelegenheid
  • a. een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden;
  • b. bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid;
  • c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en wordt toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

Parkeren gebruik

  • a. tot een strijdig gebruik wordt gerekend een wijziging van het gebruik van gronden voor zover dit leidt tot een hogere parkeernorm dan het bestaande gebruik;
  • b. van een strijdig gebruik zoals genoemd onder sub a is geen sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen die zijn neergelegd in de op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels, en indien deze normen gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging bij het bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

Laden en lossen bouwen

  • a. en bouwwerk kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel niet in voldoende ruimte is voorzien voor het laden en lossen van goederen;
  • b. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelost, mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie.

Laden en lossen gebruik

  • a. tot een strijdig gebruik wordt gerekend een wijziging van gebruik waarbij niet op het bouwperceel is voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen van goederen;
  • b. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het onder a bepaalde en worden toegestaan dat op openbaar gebied wordt geladen en gelost, mits dit niet leidt tot een vanuit verkeersoogpunt onveilige situatie.

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 16 Overgangsrecht gebruik

  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • 2. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.
  • 5. Het overgangsrecht voor gebruik zoals bedoeld in artikel 16 van dit TAM-omgevingsplan, heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.

 

Artikel 17 Overgangsrecht bouwwerken

  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat omgevingsplan.
  • 3. Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in artikel 17 van dit TAM-omgevingsplan, heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.