| Plan: | TAM-omgevingsplan Hopeseweg 26a |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0351.TAMHopeseweg26a-vg01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Hopeseweg 26a en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22a]) van het omgevingsplan van de gemeente Woudenberg. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22a] van het omgevingsplan van de gemeente [naam van de gemeente]. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22a.]’ gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:
het omgevingsplan van de gemeente Woudenberg;
Het TAM-omgevingsplan Hopeseweg 26a;
de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0351.TAMHopeseweg26a-vg01 met de bijbehorende regels;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
een bijbehorend bouwwerk dat als functioneel onderdeel van een hoofdgebouw aan te merken is, dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw als aangebouwde uitbreiding en dat uit architectonisch oogpunt herkenbaar is als afzonderlijke en duidelijk ondergeschikte aanvulling op dat hoofdgebouw;
het door de bewoner van de woning, in diens woning, uit te oefenen dienstverlenend beroep, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
een bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren;
een woning op een agrarisch bedrijf, bestemd voor personen met een directe binding met het bedrijf;
gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
een uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel verbonden bouwwerk;
de hoogte van een gebouw, gemeten vanaf het peil tot het hoogste punt;
een geometrisch bepaald vlak waarbinnen gebouwen en bouwwerken zijn toegestaan;
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten behoeve van verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit en anders dan voor gebruik ter plaatse. Onder detailhandel vallen niet: afhaalpunten (locaties ten behoeve van internetdetailhandel die uitsluitend bedoeld zijn voor het afhalen of terugbrengen van goederen door de consument);
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
de hoogte van de horizontale snijlijn van het dakvlak met de gevels;
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;
een samenwoning van een groep mensen in gezinsverband of daarmee vergelijkbare samenstelling, waarbij geen sprake is van een van tevoren vaststaande tijdelijkheid van de samenwoning;
opslagvoorzieningen voor mest, waaronder mestbassins en sleufsilo’s;
een tijdelijke extra woonruimte in een woning of bijgebouw voor mantelzorg;
het bieden van recreatief nachtverblijf en ontbijt binnen een bestaande woning;
een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf gericht op de houderij van dieren zoals varkens en pluimvee;
de waarde van een gebied in verband met de daarin voorkomende archeologische overblijfselen;
voorzieningen ten behoeve van elektriciteit, water, riolering en andere infrastructuur;
recreatievormen die mede of uitsluitend gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf;
dienstverlening met een baliefunctie, zoals kapsalons en reisbureaus;
opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder verdere bewerking of verhandeling;
een bedrijfs- of dienstwoning die door derden mag worden bewoond binnen een agrarisch bouwvlak;
een agrarisch bedrijf, dat duurzaam werkgelegenheid biedt aan ten minste één volledige arbeidskracht die een hoofdberoep, hoofdbestaan en volledige dagtaak in het bedrijf vindt (afhankelijk van het aantal dieren, de aard van de gewassen, de hoeveelheid grond en de inrichting van het bedrijf), waarbij de continuïteit op langere termijn gewaarborgd is;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
de lijn die gelijk loopt aan de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, gelegen aan de straatkant, gezien worden als voorgevelrooilijn(en);
een complex van ruimten geschikt voor de huisvesting van één huishouden.
Meetbepalingen die, op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in artikel 22.24 van het omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
In aanvulling van het bepaalde in lid 4.1 gelden de volgende meetbepalingen voor dit hoofdstuk:
De aanvraagvereisten, bedoeld in artikel 22.35 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch'.
Locaties die op de verbeelding aangeduid zijn als 'Agrarisch' zijn bedoeld voor:
alsmede voor:
Op en in de gronden als bedoeld in lid 6.1 mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 6.3.1 onder i. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoudsmaat van een mestopslagruimte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 6.3.2 onder b een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoudsmaat van een bedrijfswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfswoning te gebruiken voor de huisvesting van het huishouden van een tweede bedrijfshoofd.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 6.7.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning tijdelijke werknemers te huisvesten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen binnen een bouwvlak.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 6.8.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een indoor rijbaan bij een paardenhouderij of agrarisch bedrijf te laten gebruiken door derden.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 6.9.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bedrijfswoning te gebruiken voor bewoning door personen die geen binding meer hebben met het agrarische bedrijf.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in 6.10.1 wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de volgende regels:
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in hoofdstuk 2.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 5.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie 5 heeft als functie het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.
Indien uit het onder 1 van artikel 7.4.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige namens het bevoegd gezag omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Indien uit het in artikel 7.4.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in artikel 7.4.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van artikel 7.5.1 geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die:
of indien:
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder:
De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op de regels in de hoofdstukken 2 en 3.
Voor zover legaal gebouwde (delen van) bouwwerken op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan niet voldoen aan de in het plan genoemde maten en situering gelden de dan aanwezige maten en situering, uitsluitend ter plaatse van de afwijking, als vervangende regel.
Voor het bouwen van beneden het maaiveld gelegen bouwwerken gelden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, de volgende bepalingen:
De bouwgrenzen mogen worden overschreden door:
Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' zijn in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2 intensieve veehouderijen toegestaan binnen de aangegeven agrarische bouwvlakken.
Burgemeester en wethouders kunnen ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' een omgevingsvergunning verlenen voor kleinschalige nevenactiviteiten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen binnen een bouwvlak, voor de volgende niet-agrarische bedrijfs- en andere activiteiten en uitsluitend als ondergeschikte nevenactiviteit:
mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag kan ook een omgevingsvergunning verlenen voor:
De in artikel 11.1 bedoelde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10%.
Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.