| Plan: | TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0345.TAMRitmeester-ow01 |
Preambule
Dit plan beoogt een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken op de Ritmeesterlocatie te Veenendaal.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal (hierna: het omgevingsplan). De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
Voor de toepassing van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal.
het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Ritmeesterlocatie Veenendaal' met identificatienummer NL.IMRO.0345.TAMRitmeester-ow01 van de gemeente Veenendaal.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het uitvoeren van activiteiten.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
blokken van meer dan twee niet-gestapelde woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar zijn gebouwd.
een van de weg of openbaar toegankelijk gebied afgekeerde gevel van een (hoofd)gebouw.
voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een activiteit of functie.
een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen.
onderzoek verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
archeologisch vooronderzoek dat kan bestaan uit locatiegericht bureauonderzoek, booronderzoek, geofysisch prospectieonderzoek, het graven van proefsleuven of een combinatie daarvan. De verschillende vormen van onderzoek worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificaties in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De resultaten van het onderzoek worden weergegeven en geïnterpreteerd in een rapport.
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten in dat gebied.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten.
een buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.
een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd.
legaal bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien mag worden gebouwd op grond van een verleende omgevingsvergunning.
een bijbehorend bouwwerk dat kan worden aangemerkt als bodemgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 5.89g van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
de grens van een locatie waarbinnen bouwactiviteiten zijn toegelaten.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
de grens van een bouwperceel.
uitbouw in een schuin dakvlak van een gebouw, zonder aanpassing van de nok van dit gebouw en waarbij rondom de dakkapel sprake is van dak(bedekking).
de verhoogde dakrand bij een platdak.
het deel van het dakvlak dat uitsteekt boven de gevel.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten gerieve van bedrijven en/of personen, zoals administratie-, reclame-, advocaten-, makelaars-, notaris-, werkbemiddelings-, reis-, advies- en ingenieursbureaus, kappers, medische praktijken en voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie.
een dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.
een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal.
een woongebouw dat bestaat uit twee of meer boven -of nagenoeg boven- elkaar gesitueerde woningen.
het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen drank- en etenswaren, en het bedrijfsmatig verstrekken van logies en/of zaalaccommodatie.
persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.
voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, overkappingen, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, en een geluidbeperkende voorziening.
de digitale voorstelling van de in dit TAM-omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarmee ingevolge de regels bepaalde activiteiten zijn toegelaten.
de grens van een locatie.
voorzieningen ten behoeve van onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, levensbeschouwing, openbare dienstverlening, en sociaal-culturele activiteiten, alsmede politieke-, belangen- en ideële organisaties, verenigingen en hobbyclubs.
voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming en het telecommunicatieverkeer of daaraan gelijk te stellen voorzieningen.
horeca die ten dienste staat van een bepaalde functie en die in aard, omvang, exploitatie en openingstijden daar ondergeschikt aan is, zoals een (bedrijfs)kantine.
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil.
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent.
het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
de ontsluiting van een archeologische vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. Opgravingen worden verricht door een erkende partij en uitgevoerd volgens de desbetreffende specificatie in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat.
een voertuig dat langer stilstaat dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen.
een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten.
de grens van een perceel.
een verhoging van een gebouw van beperkte omvang zoals luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische installaties.
gebruik van bebouwing, uitsluitend bestemd om te dienen voor kortdurend recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn/hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen.
een blok van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen.
vervoermiddel dat dient om goederen of personen over land te vervoeren.
de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel, erkers, luifels e.d. niet meegerekend.
de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een hoofdgebouw is/zijn geplaatst.
een niet-aaneengebouwd hoofdgebouw.
een (gedeelte van een) hoofdgebouw dat dient voor zelfstandige huisvesting van maximaal één huishouden.
een woning.
een woning met eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, eigen keuken, toilet en/ of wasgelegenheid.
een gevel van een (hoofd)gebouw, niet zijnde een voor- of achtergevel.
In aanvulling op artikel 22.24 van het plan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten;
de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw;
de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen;
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;
gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren);
de hoogte van het snijpunt van het dakvlak met het zijdelingse gevelvlak, gemeten vanaf het peil;
de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
voor het meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakoverstekken, dakopstanden, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen;
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande bouwwerken.
In afwijking van de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal opgenomen nota bodembeheer, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - bodemfunctieklasse wonen’ aangewezen als gebied met bodemfunctieklasse wonen zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De gronden ter plaatse van de locatie 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op gebruiksactiviteiten.
In aanvulling op hoofdstuk 5 van het plan is het verboden om de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - Activiteiten binnen verkeer - toegestaan'.
De volgende activiteiten zijn toegestaan:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een woning te gebruiken voor kamerbewoning.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
De uitoefening van bedrijf aan huis is toegestaan als:
De uitoefening van een beroep aan huis is toegestaan, als:
Internetverkoop zonder afhaal-of uitstalfunctie is toegestaan.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven, of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het overschrijden van de bouwgrens, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het overschrijden van de bouwgrens, alleen verleend als:
Aan een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het overschrijden van bouwhoogten ten behoeve van plaatselijke verhogingen, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het overschrijden van bouwhoogten ten behoeve van plaatselijke verhogingen, alleen verleend als:
Aan een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In afwijking van artikel 22.7 van het plan geldt dat het uiterlijk van de volgende bouwwerken niet in ernstige mate in strijd mag zijn met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld aan de hand van beleidsregel 'Ritmeesterkwartier - Notitie uiterlijk aanzien van gebouwen' of diens rechtsopvolger:
In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, onder b, van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk, alleen verleend als:
Voordat wordt besloten op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, wint het college advies in van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht'.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een hoofdgebouw, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken en geldt als aanvulling op artikel 22.27 en artikel 22.36 van het plan.
Bij de toepassing van artikel 22.27 en 22.36 van het plan moet ook worden voldaan aan de volgende regel:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bodemgevoelig bijbehorend bouwwerk bouwen - meldingsplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 16 van dit TAM-omgevingsplan.
De melding als bedoeld in artikel 17.2 van dit TAM-omgevingsplan bevat in ieder geval:
Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 16 of artikel 17 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.27 of artikel 22.36 van het plan.
In aanvulling op artikel 22.29 van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van erkers of luifels ter plaatse van de locatie 'Erker of luifel bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 en artikel 22.35 van het plan.
In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een erker of luifel, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een erker of luifel, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
In aanvulling op artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:
In aanvulling op artikel 22.29 wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
Aanlegactiviteiten zijn in ieder geval toegestaan:
Het is toegestaan aanlegactiviteiten in grondwaterbeschermingsgebied uit te voeren als:
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning aanlegactiviteiten uit te voeren.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.3 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 23.3 van dit TAM-omgevingsplan kan het college van burgemeester en wethouders voorschriften verbinden in het belang van de bescherming van het grondwater.
Dit artikel is van toepassing op de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 10 van dit TAM-omgevingsplan of bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 22.26 van het plan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan of artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:
Dit artikel is van toepassing op de gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 10 van dit TAM-omgevingsplan of bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 22.26 van het plan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan of artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.2 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over: