direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Het Ambacht
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0345.TAMAmbacht-ow01

Regels

Preambule

Dit plan beoogt een bestaand bedrijventerrein te laten transformeren naar een gemengd woongebied. Het gaat om bedrijventerrein Het Ambacht in Veenendaal.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal (hierna: het omgevingsplan). De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1 toepassing omgevingsplan

artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit en artikel 1.1 van de Omgevingsregeling zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.

1.2 plan

het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal.

1.3 TAM-omgevingsplan

het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Het Ambacht' met identificatienummer NL.IMRO.0345.TAMAmbacht-ow01 van de gemeente Veenendaal.

1.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het uitvoeren van activiteiten.

1.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6 achtergevel

een van de weg of openbaar toegankelijk gebied afgekeerde gevel van een (hoofd)gebouw.

1.7 additionele voorzieningen

voorzieningen die een onderdeel vormen van en ondergeschikt zijn aan een activiteit of functie.

1.8 balkon

een buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw.

1.9 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouw zijnde.

1.10 bestaand bouwwerk

Legaal bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien mag worden gebouwd op grond van een verleende omgevingsvergunning.

1.11 bouwgrens

de grens van een locatie waarbinnen bouwactiviteiten zijn toegelaten.

1.12 bouwlaag

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en de kap en met uitsluiting van onderbouw.

1.13 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.14 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

1.15 bvo

bruto-vloeroppervlakte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

1.16 college

college van burgemeester en wethouders.

1.17 dakopstand

de verhoogde dakrand bij een platdak.

1.18 dakoverstek

het deel van het dakvlak dat uitsteekt buiten de gevel.

1.19 dekgebonden woning

een woning bestaande uit tenminste twee bouwlagen die rechtstreeks toegankelijk is vanaf het parkeerdek met een terras en of tuin op het parkeerdek.

1.20 eindafrekening

afrekening ten opzichte van een op grond van een kostenverhaalbeschikking betaalde kostenverhaalsbijdrage, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.

1.21 erker

een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel van één bouwlaag.

1.22 financiële bijdrage

financiële bijdrage als bedoeld in artikel 13.23, eerste lid, van de Omgevingswet.

1.23 gebouwde parkeervoorziening

parkeervoorziening die integraal onderdeel uitmaakent van een (hoofd)gebouw.

1.24 geluidbeperkende voorziening

een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidscherm of een geluidwal.

1.25 grondgebonden woning

een woning bestaande uit tenminste twee bouwlagen die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau met een terras en of tuin op de begane grond en waarvan een van de woonlagen aansluit op het maaiveld.

1.26 huishouden

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

1.27 inbrengwaarde

de waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in:

  • a. de waarde van de gronden en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen van dit TAM-omgevingsplan;
  • b. de kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom , bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten;
  • c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a; en
  • d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder a.
1.28 infrastructuur

voorzieningen ten behoeve van verkeer en waterhuishouding zoals stuwen, bruggen, tunnels, duikers, aanlegsteigers, vlonders, kadewanden, keermuren, lichtmasten, beeldende kunst, openbaar vervoer haltes, stallingsruimten, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeersregelinstallaties en afvalcontainers, alsmede parkeervoorzieningen, toegangssystemen, geluidbeperkende voorzieningen en soortgelijke voorzieningen.

1.29 jongerenwoning

woning van minimaal 40 m² bedoeld voor een huishouden met leden tot maximaal 27 jaar oud met een huur niet hoger dan de eerste aftoppingsgrens als bedoeld in artikel 20, lid 2, onder a van de Wet op de huurtoeslag.

1.30 kaart

de digitale voorstelling van de in dit plan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.

1.31 kostensoort

kostensoort aangewezen op grond van artikel 8.15 van het Omgevingbesluit, waarvan de kosten verhaalbaar zijn via een kostenverhaalbeschikking.

1.32 kostensoortenlijst

lijst van verhaalbare kostensoorten, bedoeld in bijlage IV van het Omgevingsbesluit.

1.33 kostenverhaalbeschikking

besluit waarbij het bedrag aan kostenverhaal (de kostenverhaalbijdrage) wordt bepaald dat de aanvrager moet betalen, als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

1.34 kostenverhaalbeschikking

geldsom die verschuldigd is op grond van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

1.35 kostenverhaalsgebied

gebied waarvoor kostenverhaalregels gelden, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet. De kosten worden omgeslagen over alle in het kostenverhaalsgebied voorziene kostenverhaalplichtige activiteiten.

1.36 kostenverhaalplichtige activiteiten

activiteiten (bouwplannen), als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit, waarbij het kostenverhaal in rekening kan worden gebracht op grond van afdeling 13.6 van de Omgevingswet.

1.37 laden en lossen

onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.

1.38 locatie

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waarmee ingevolge de regels bepaalde activiteiten zijn toegelaten.

1.39 locatiegrens

de grens van een locatie.

1.40 macro-aftopping

het principe dat kosten slechts verhaald kunnen worden tot ten hoogste het bedrag van de opbrengsten van het kostenverhaalsgebied, zoals vastgelegd in artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet.

1.41 nutsvoorziening

voorzieningen ten behoeve van (de aansluiting op) het openbare net van gas, water, elektriciteit, riolering, stadsverwarming, energienetwerk en het telecommunicatieverkeer of daaraan gelijk te stellen voorzieningen.

1.42 ondergronds bouwwerk

een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen beneden peil.

1.43 overkapping

een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en waarvan de steunconstructie uit ten hoogste één wand bestaat.

1.44 parkeerdek

parkeervoorziening van één bouwlaag die is voorzien van een toegankelijk dak voor in ieder geval voetgangers en niet voor motorvoertuigen.

1.45 parkeerhub

zelfstandige parkeervoorziening bestaande uit meerdere bouwlagen op een centrale locatie waar parkeren gecombineerd wordt met andere vervoersmogelijkheden, zoals het openbaar vervoer, (deel)mobiliteit en andere ondersteunende voorzieningen.

1.46 perceel

een aaneengesloten stuk grond waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar horende bebouwing is toegelaten.

1.47 perceelgrens

de grens van een perceel.

1.48 plint

de begane grond van een gebouw, welke anders is uitgevoerd of een andere functie heeft dan de rest van het gebouw.

1.49 stadswoning

een grondgebonden woning of een dekgebonden woning.

1.50 vestiging

een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de uitoefening van een gebruiksactiviteit, anders dan wonen of zorgwonen, en is voorzien van een eigen toegang.

1.51 voertuig

vervoermiddel dat dient om goederen of personen over land te vervoeren.

1.52 voorgevel

de naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel waar de entree zich bevindt, erkers, luifels e.d. niet meegerekend.

1.53 voorgevelrooilijn

de denkbeeldige lijn waarop de voorgevel(s) van een hoofdgebouw is/zijn geplaatst.

1.54 woning

een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor huisvesting van maximaal 1 huishouden en is voorzien van een eigen toegang, keuken, wasgelegenheid en toilet.

1.55 wooneenheid

een woning.

1.56 zelfstandige woning

een woning met eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, eigen keuken, toilet en/ of wasgelegenheid.

1.57 zijgevel

een gevel van een (hoofd)gebouw, niet zijnde een voor- of achtergevel.

1.58 zorgwoning

een zorgeenheid waarin iemand woont die een zorgindicatie heeft met zorgzwaarteprofiel Verpleging & Verzorging 4 (VV4) of hoger en die op een intramurale titel zorg ontvangt.

Artikel 2 Toepassingsbereik

  • a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld onder d.
  • b. In afwijking van het bepaalde onder a blijven de besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet van toepassing op de locatie 'Inteferentiegebied Het Ambacht', waarbij artikel 13 en artikel 66 van dit TAM-omgevingsplan als aanvulling gelden op het ter plaatse geldende besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet.
  • c. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit plan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan.
  • d. De regels in hoofdstuk 22a zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan Het Ambacht', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0345.TAMAmbacht-ow01, met dien verstande dat ter plaatse van de locatie 'Interferentiegebied Het Ambacht' enkel artikel 13 en artikel 66 van dit TAM-omgevingsplan van toepassing zijn.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

In aanvulling op artikel 22.24 van het plan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:

3.1 de afmetingen, diepte en breedte van overige bouwwerken

tussen de verst van elkaar gelegen punten van die bouwwerken, horizontaal, dan wel verticaal gemeten;

3.2 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens

de kortste afstand tussen de grens van een bouwperceel en enig punt van het op het bouwperceel voorkomende of nog te bouwen gebouw;

3.3 de afstand tussen gebouwen

de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen;

3.4 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk

vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;

3.5 de brutovloeroppervlakte van een gebouw

gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw;

3.6 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.7 de bouwhoogte van een plint

vanaf peil tot aan het hoogste punt van de eerste verdiepingsvloer;

3.8 de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

3.9 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidingsmuren);

3.10 de goothoogte van een bouwwerk

de hoogte van het snijpunt van het dakvlak met het zijdelingse gevelvlak, gemeten vanaf het peil;

3.11 de hoogte van een bouwlaag

de horizontale projectie van de ruimte tussen de harten van de vloeren of balklagen.

3.12 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.13 de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

3.14 het buitenwerks meten van maten

voor het meten van maten geldt dat uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 meter buiten beschouwing blijven, zoals bij dakgoten, dakopstanden, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren en kleine schoorstenen;

3.15 het peil
  • a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: 20 centimeter boven de hoogte van de kruin van de weg;
  • b. voor andere gebouwen en overige bouwwerken: 20 centimeter boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.

Artikel 4 Algemeen gebruiks- en bouwverbod

Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met de regels in dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, met uitzondering van bestaande bouwwerken.

Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Artikel 5 Bodemfunctieklasse wonen - aanwijzing

In afwijking van de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal opgenomen nota bodembeheer, zijn de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - bodemfunctieklasse wonen’ aangewezen als gebied met bodemfunctieklasse wonen zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 6 Bouwveld - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld' is aangewezen als bouwveld.

Artikel 7 Bouwveld met stadswoning 1 - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld met stadswoning 1' is aangewezen als bouwveld waarbinnen stadswoningen kunnen worden gerealiseerd.

Artikel 8 Bouwveld met stadswoning 2 - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld met stadswoning 2' is aangewezen als bouwveld waarbinnen stadswoningen kunnen worden gerealiseerd.

Artikel 9 Bouwveld met stadswoning 3 - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld met stadswoning 3' is aangewezen als bouwveld waarbinnen stadswoningen kunnen worden gerealiseerd.

Artikel 10 Bouwveld type A - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld type A' is aangewezen als bouwveld type A zoals bedoeld in de beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht'.

Artikel 11 Bouwveld type B - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld type B' is aangewezen als bouwveld type B zoals bedoeld in de beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht'.

Artikel 12 Bouwveld type C - aanwijzing

De locatie 'Bouwveld type C' is aangewezen als bouwveld type C zoals bedoeld in de beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht'.

Artikel 13 Interferentiegebied - aanwijzing

De locatie 'Interferentiegebied Het Ambacht' is aangewezen als interferentiegebied.

Artikel 14 Parkzone - aanwijzing

De locatie 'Parkzone' is aangewezen als zone waarbinnen het park wordt gerealiseerd.

Artikel 15 Zoekgebied gebouwde parkeervoorziening - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied gebouwde parkeervoorziening' is aangewezen als zoekgebied voor een gebouwde parkeervoorziening.

Artikel 16 Zoekgebied parkeerdek - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerdek' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerdek.

Artikel 17 Zoekgebied parkeerhub 1 - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerhub 1' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerhub.

Artikel 18 Zoekgebied parkeerhub 2 - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerhub 2' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerhub.

Artikel 19 Zoekgebied parkeerhub 3 - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerhub 3' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerhub.

Artikel 20 Zoekgebied parkeerhub 4 - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerhub 4' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerhub.

Artikel 21 Zoekgebied parkeerhub 5 - aanwijzing

De locatie 'Zoekgebied parkeerhub 5' is aangewezen als zoekgebied voor een parkeerhub.

Hoofdstuk 3 Activiteiten algemeen

Artikel 22 Ontwikkelprincipes bouwvelden

22.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op het ontwikkelen van bouwveld type A en bouwveld type B ter plaatse van de locaties 'Bouwveld type A' en 'Bouwveld type B'.

22.2 Algemene uitgangspunten voor de ontwikkeling van een bouwveld

Voor de ontwikkeling van een bouwveld moet aan de volgende uitgangspunten worden voldaan:

  • a. elk bouwveld zoals aangewezen met de locatie 'Bouwveld' heeft minimaal drie toegangswegen, waarvan:
    • 1. twee toegangswegen geschikt moeten zijn voor hulpdiensten;
    • 2. één toegangsweg geschikt moet zijn voor voetgangers in de vorm van een voetpad;
  • b. ten hoogste 60% van de oppervlakte van elk bouwveld zoals aangewezen met de locatie 'Bouwveld' mag worden gebruikt voor gebouwen, waarbij niet wordt meegerekend:
    • 1. de oppervlakte van een openbaar toegankelijk parkeerdek;
    • 2. de bijbehorende bouwwerken in een achtertuin in volle grond; en
    • 3. de bijbehorende bouwwerken in een achtertuin op een parkeerdek;
  • c. de ontwikkeling van het bouwveld moet van voldoende kwaliteit zijn, of hiervan sprake is wordt beoordeeld op grond van de beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht' of diens rechtsopvolgers;
  • d. de ontwikkeling van het bouwveld moet voldoen aan de beleidsregel 'Bouwstenen openbare ruimte Ambacht';
  • e. voorafgaand aan de ontwikkeling van het bouwveld moet een stedenbouwkundig plan voor het betreffende bouwveld door het college zijn goedgekeurd dat als uitgangspunt dient voor de ontwikkeling van het bouwveld.

Artikel 23 Waterberging bouwvelden

23.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op het ontwikkelen van bouwvelden ter plaatse van de locatie 'Bouwveld'.

23.2 Waterbergingsnorm bouwvelden

Voor de ontwikkeling van een bouwveld moet voor waterberging aan de volgende uitgangspunten worden voldaan:

  • a. er moet minimaal 25 mm waterberging te worden gerealiseerd over het te realiseren verharde oppervlak
  • b. er moet minimaal 20 mm waterberging per 100 m2 bebouwd oppervlak gerealiseerd worden;
  • c. er moet minimaal 20 mm waterberging per stadswoning gerealiseerd worden.

Artikel 24 Parkeervoorzieningen

24.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op het ontwikkelen van bouwvelden ter plaatse van de locatie 'Bouwveld'.

24.2 Realiseren van parkeerhubs
  • a. Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerhub 1' moet een parkeerhub worden gerealiseerd.
  • b. Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerhub 2' moet een parkeerhub worden gerealiseerd.
  • c. Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerhub 3' moet een parkeerhub worden gerealiseerd.
  • d. Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerhub 4' moet een parkeerhub worden gerealiseerd.
  • e. Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerhub 5' moet een parkeerhub worden gerealiseerd.
24.3 Realiseren parkeerdekken

Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied parkeerdek' is het toegestaan een parkeerdek te realiseren.

24.4 Realiseren van gebouwde parkeervoorzieningen

Ter plaatse van de locatie 'Zoekgebied gebouwde parkeervoorziening' moet een gebouwde parkeervoorziening worden gerealiseerd.

Hoofdstuk 4 Benutten van de fysieke leefomgeving

Artikel 25 Gebruiksactiviteiten algemeen

25.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op gebruiksactiviteiten.

25.2 Gebruiksactiviteiten algemeen - verbod

In aanvulling op hoofdstuk 5 van het plan is het verboden om de volgende gebruiksactiviteiten te verrichten:

  • a. het gebruiken van bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar die zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan;
  • b. het gebruiken van nieuw op te richten bouwwerken die niet in overeenstemming zijn met de regels van het plan of dit TAM-omgevingsplan;
  • c. het gebruiken van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor kampeermiddelen buiten de daarvoor aangewezen gronden;
  • d. het gebruiken van niet-bebouwde grond als staan- of ligplaats voor:
    • 1. (menselijk of dierlijk) verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken, vaar- of voertuigen en arken;
    • 2. andere objecten, voor zover die niet als bouwwerk zijn aan te merken;
  • e. het gebruiken van niet-bebouwde grond voor het opslaan, storten of bergen van al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het gebruik van de gronden.
25.3 Parkeren

Voor het wijzigen van gebruiksactiviteiten waarbij sprake is van een toename van de parkeerbehoefte, geldt de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels “Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023” en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan zoals deze geldt ten tijde van wijziging van gebruiksactiviteiten.

25.4 Laden en lossen

Voor het wijzigen van gebruiksactiviteiten geldt de voorwaarde dat in voldoende mate in de behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregels “Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023” en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan zoals deze geldt ten tijde van wijziging van gebruiksactiviteiten.

Artikel 26 Bedrijf - Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 - toegestaan

26.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 - toegestaan.
  • b. Onder bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 zoals opgenomen in bijlage 1.
26.2 Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 - toegestaan

Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 zijn toegestaan.

Artikel 27 Bedrijf - Gebruik voor vishandel - toegestaan

27.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor een vishandel op de locatie 'Bedrijf - Gebruik voor vishandel - toegestaan'.

27.2 Gebruik voor vishandel - toegestaan

Het gebruik voor vishandel is toegestaan, met dien verstande dat het gebruik voor vishandel niet mag worden hervat als dit gebruik gedurende een onafgebroken periode van ten minste één jaar gestaakt is geweest.

Artikel 28 Bedrijf - Tijdelijke bedrijfsactiviteiten - toegestaan

28.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor tijdelijke bedrijfsactiviteiten op de locatie 'Bedrijf - Tijdelijke bedrijfsactiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder tijdelijke bedrijfsactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. de bedrijfsactiviteiten zoals nader gespecificeerd in bijlage 2.
28.2 Tijdelijke bedrijfsactiviteiten - toegestaan

De tijdelijke bedrijfsactiviteiten zoals genoemd in bijlage 2, zoals die voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestonden, mogen worden voortgezet tot en met het jaartal zoals genoemd in kolom E van de tabel in bijlage 2. In de tabel in bijlage 2 wordt ook het bestaande gebruik benoemd.

Artikel 29 Bedrijf - Ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten op de begane grond - toegestaan

29.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - Ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'.
  • b. Onder ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. bedrijfsactiviteiten die zijn gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen, zoals:
      • fietsenmaker;
      • schoen- en/of kledingreparatie;
      • uurwerkreparatie;
      • goud- en/of zilversmederij; of
      • soortgelijke activiteiten;
    • 2. bedrijfsactiviteiten in de creatieve sector die hoofdzakelijk gericht zijn op:
      • creatieve zakelijke dienstverlening, zoals reclame en grafische bedrijven, architecten en softwarebureaus;
      • toegepaste kunsten, zoals: audiovisuele en fotografiebedrijven, dienstverlenende bedrijven t.b.v. de kunsten, mode en interieurbedrijven;
      • autonome kunsten, zoals: beeldend kunstenaar, muzikanten en theatermakers;
      • soortgelijke activiteiten.
29.2 Ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten op de begane grond - toegestaan
  • a. Ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan.
  • b. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten bedraagt per vestiging niet meer dan 250 m2 bvo.
  • c. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten bedraagt op de locatie 'Bedrijf - Ambachtelijke en creatieve bedrijfsactiviteiten op de begane grond - toegestaan' niet meer dan 2.500 m2 bvo.

Artikel 30 Detailhandel - Algemene regels voor detailhandelsactiviteiten

30.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op detailhandelsactiviteiten en supermarktactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Detailhandel - Algemene regels voor detailhandelsactiviteiten'.
  • b. Onder detailhandelsactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. detailhandelsactiviteiten als bedoeld in artikel 31 van dit TAM-omgevingsplan.
  • c. Onder supermarktactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. supermarktactiviteiten als bedoeld in artikel 32 van dit TAM-omgevingsplan.
30.2 Detailhandelsactiviteiten - algemene regels

De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor detailhandelsactiviteiten en supermarktactiviteiten bedraagt op de locaties 'Detailhandel - Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan' en 'Detailhandel - Supermarktactiviteiten op de begane grond - toegestaan' niet meer dan 2.400 m2 bvo, waarbij de oppervlakte die wordt gebruikt voor inpandig laden en lossen ten behoeve van de supermarktactiviteit niet wordt meegerekend.

Artikel 31 Detailhandel - Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan

31.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandelsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Detailhandel - Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan'.
  • b. Onder detailhandelsactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik of verbruik in de vorm van verswinkels, winkels gericht op persoonlijke verzorging en overig dagelijks aanbod, zoals een bloemenwinkel.
  • c. Onder detailhandelsactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. supermarktactiviteiten als bedoeld in artikel 32.
31.2 Detailhandelsactiviteiten op de begane grond - toegestaan
  • a. Detailhandelsactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan tot een maximum van zes vestigingen.
  • b. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor detailhandelsactiviteiten bedraagt per vestiging niet meer dan 500 m2 bvo.

Artikel 32 Detailhandel - Supermarktactiviteiten op de begane grond - toegestaan

32.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor supermarktactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Detailhandel - Supermarktactiviteiten op de begane grond - toegestaan'.
  • b. Onder supermarktactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik of verbruik in de vorm van een kleinschalige maar volwaardige supermarkt voor kleine en snelle aankopen met een breed maar ondiep assortiment.
32.2 Supermarktactiviteiten op de begane grond - toegestaan
  • a. Supermarktactiviteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan.
  • b. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor supermarktactiviteiten bedraagt op de locatie 'Detailhandel - Supermarktactiviteiten op de begane grond - toegestaan' niet meer dan 1.000 m2 bvo, waarbij de oppervlakte die wordt gebruikt voor inpandig laden en lossen niet wordt meegerekend.

Artikel 33 Dienstverlening - Dienstverlenende activiteiten op de begane grond - toegestaan

33.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor dienstverlenende activiteiten ter plaatse van de locatie 'Dienstverlening - Dienstverlenende activiteiten op de begane grond - toegestaan'.
  • b. Onder dienstverlenende activiteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
33.2 Dienstverlenende activiteiten op de begane grond - toegestaan
  • a. Dienstverlenende activiteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan tot een maximum van vier vestigingen.
  • b. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor dienstverlenende activiteiten bedraagt op de locatie 'Dienstverlening - Dienstverlenende activiteiten op de begane grond - toegestaan' niet meer dan 750 m2 bvo.

Artikel 34 Dienstverlening - Dienstverlenende activiteiten - toegestaan

34.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor dienstverlenende activiteiten ter plaatse van de locatie 'Dienstverlening - Dienstverlenende activiteiten - toegestaan'.
  • b. Onder dienstverlenende activiteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
34.2 Dienstverlenende activiteiten - toegestaan

Dienstverlenende activiteiten zijn toegestaan.

Artikel 35 Dienstverlening - Gebruik voor pakketpunt - toegestaan

35.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor een pakketpunt ter plaatse van de locatie 'Dienstverlening - Gebruik voor pakketpunt - toegestaan'.
  • b. Onder pakketpunt als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. een locatie voor het verzenden, ontvangen en retourneren van pakketten.
35.2 Gebruik voor pakketpunt - toegestaan

Het gebruik voor een pakketpunt is in of aan de plint van een parkeerhub toegestaan.

Artikel 36 Kantoor - Kantooractiviteiten - toegestaan

36.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor kantooractiviteiten ter plaatse van de locatie 'Kantoor - Kantooractiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder kantooractiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het gebruik voor zelfstandig kantoor.
36.2 Kantooractiviteiten - toegestaan

Kantooractiviteiten zijn toegestaan.

Artikel 37 Groen - Activiteiten binnen groen - toegestaan

37.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Groen - Activiteiten binnen groen - toegestaan'.

37.2 Activiteiten binnen groen - toegestaan

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. het in gebruik nemen en in stand houden van:
    • 1. groenvoorzieningen;
    • 2. hondenuitlaatvoorzieningen;
    • 3. fiets- en wandelpaden;
    • 4. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
    • 5. nutsvoorzieningen;
    • 6. speelvoorzieningen;
    • 7. straatmeubilair;
    • 8. beeldende kunst; en
    • 9. additionele voorzieningen.

Artikel 38 Horeca - Algemene regels voor horeca-activiteiten

38.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op horeca-activiteiten in categorie 1 en horeca-activiteiten in categorie 2 ter plaatse van de locatie 'Horeca - Algemene regels voor horeca-activiteiten'.
  • b. Onder horeca-activiteiten in categorie 1 als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. horeca-activiteiten in categorie 1 als bedoeld in artikel 39 van dit TAM-omgevingsplan.
  • c. Onder horeca-activiteiten in categorie 2 als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. horeca-activiteiten in categorie 2 als bedoeld in artikel 40 van dit TAM-omgevingsplan.
38.2 Horeca-activiteiten - algemene regels
  • a. Het gezamenlijk aantal vestigingen voor horeca-activiteiten in categorie 1 en 2 bedraagt niet meer dan vijf vestigingen.
  • b. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor horeca-activiteiten in categorie 1 en 2 bedraagt op de locaties 'Horeca - Horeca-activiteiten in categorie 1 - toegestaan' en 'Horeca - Horeca-activiteiten in categorie 2 - toegestaan' niet meer dan 750 m2 bvo.

Artikel 39 Horeca - Horeca-activiteiten in categorie 1 - toegestaan

39.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten in categorie 1 ter plaatse van de locatie 'Horeca - horeca-activiteiten in categorie 1 - toegestaan'.
  • b. Onder horeca-activiteiten in categorie 1 als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. detailhandel-ondersteunende horecabedrijven, overwegend gebonden aan de openingstijden zoals die gelden voor detailhandel conform de Winkeltijdenwet en de eventuele gemeentelijke regelgeving aangaande winkeltijden, zoals:
      • lunchrooms, broodjeszaken, koffie- en theehuizen, en ijssalons, inclusief overige aan de detailhandelsfunctie gerelateerde horeca zoals automatieken, cafetaria's en snackbars.
39.2 Horeca-activiteiten in categorie 1 - toegestaan
  • a. Horeca-activiteiten in categorie 1 zijn toegestaan.
  • b. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor horeca-activiteiten in categorie 1 bedraagt per vestiging niet meer dan 200 m2 bvo.

Artikel 40 Horeca - Horeca-activiteiten in categorie 2 - toegestaan

40.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor horeca-activiteiten in categorie 2 ter plaatse van de locatie 'Horeca - horeca-activiteiten in categorie 2 - toegestaan'.
  • b. Onder horeca-activiteiten in categorie 2 als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. horecabedrijven met als hoofddoel het verstrekken van etenswaren voor consumptie ter plaatse, zoals restaurants en bedrijven die in dit verband zijn gericht op zalenverhuur zonder regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek- of dansevenementen, zoals:
      • wijnbar, restaurant(s), afhaalmaaltijden of kwalitaria.
40.2 Horeca-activiteiten in categorie 2 - toegestaan
  • a. Horeca-activiteiten in categorie 2 zijn toegestaan.
  • b. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor horeca-activiteiten in categorie 2 bedraagt per vestiging niet meer dan 200 m2 bvo.

Artikel 41 Horeca - Gebruik voor terras - vergunningplicht

41.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor een terras ter plaatse van de locatie 'Horeca - Gebruik voor terras - vergunningplicht'.

41.2 Gebruik voor terras - vergunningplicht

Het gebruiken van gronden voor een terras is verboden zonder omgevingsvergunning.

41.3 Gebruik voor terras - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 41.2 wordt alleen verleend als:

  • a. het woon- en leefklimaat van omliggende woningen vanwege het stemgeluid afkomstig van het terras ter plaatse van die omliggende woningen niet onevenredig wordt aangetast.
41.4 Gebruik voor terras - specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 41.2 van dit TAM-omgevingsplan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een akoestisch onderzoek of een akoestische motivering gericht op de effecten van stemgeluid vanwege het terras.
41.5 Gebruik voor terras - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 41.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:

  • a. de openingstijden van het terras;
  • b. het toepassen van muziekgeluid vermengd met zang;
  • c. het aantal toegestane personen op het terras;
  • d. het open en gesloten houden van deuren.

Artikel 42 Maatschappelijk - Maatschappelijke activiteiten - toegestaan

42.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor maatschappelijke activiteiten ter plaatse van de locatie 'Maatschappelijk - Maatschappelijke activiteiten - toegestaan'.
  • b. Onder maatschappelijke activiteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. activiteiten gericht op onderwijs, gezondheids- en welzijnszorg, levensbeschouwing, openbare dienstverlening, en sociaal-culturele activiteiten, alsmede politieke-, belangen- en ideële organisaties, verenigingen, en hobbyclubs.
  • c. Onder maatschappelijke activiteiten als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. een IKC zoals bedoeld in artikel 43.
42.2 Maatschappelijke activiteiten - toegestaan
  • a. Maatschappelijke activiteiten zijn uitsluitend op de begane grond toegestaan.
  • b. Het aantal vestigingen voor maatschappelijke activiteiten gericht op zorg en gezondheid bedraagt niet meer dan vier vestigingen.
  • c. De oppervlakte die mag worden gebruikt voor maatschappelijke activiteiten gericht op zorg en gezondheid bedraagt niet meer dan 900 m2 bvo.
  • d. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor maatschappelijke activiteiten bedraagt op de locatie 'Maatschappelijk - Maatschappelijke activiteiten - toegestaan' niet meer dan 2.100 m2 bvo.

Artikel 43 Maatschappelijk - Gebruik voor IKC - toegestaan

43.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor een integraal kindcentrum ter plaatse van de locatie 'Maatschappelijk - Gebruik voor IKC - vergunningplicht'.
  • b. Onder gebruik voor een integraal kindcentrum als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het gebruik van een geclusterde voorziening voor kinderen, waar zij gedurende de dag komen om zich te ontwikkelen, te spelen en te leren, worden opgevangen of waar zij hulp en ondersteuning ontvangen.
43.2 Gebruik voor IKC - toegestaan
  • a. Het gebruik voor een integraal kindcentrum is toegestaan.
  • b. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor het gebruik voor een integraal kindcentrum bedraagt op de locatie 'Maatschappelijk - Gebruik voor IKC - toegestaan' niet meer dan 1.800 m2 bvo.

Artikel 44 Sport - Sporten op de begane grond - toegestaan

44.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken voor sporten ter plaatse van de locatie 'Sport - Sporten op de begane grond - toegestaan'.
  • b. Onder sporten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. activiteiten gericht op binnensport, zoals fitness of sportschool.
  • c. Onder sporten als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. een padelbaan.
44.2 Sporten op de begane grond - toegestaan
  • a. Sporten is uitsluitend op de begane grond toegestaan.
  • b. De gezamenlijke oppervlakte die mag worden gebruikt voor sportactiviteiten bedraagt op de locatie 'Sport - Sporten op de begane grond - toegestaan' niet meer dan 1.200 m2 bvo.

Artikel 45 Verkeer - Activiteiten binnen verkeer - toegestaan

45.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op activiteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - Activiteiten binnen verkeer - toegestaan'.

45.2 Activiteiten binnen verkeer - toegestaan

De volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. het in gebruik nemen en in stand houden van:
    • 1. voorzieningen ten behoeve van wegverkeer;
    • 2. voorzieningen ten behoeve van laden en lossen;
    • 3. infrastructuur;
    • 4. nutsvoorzieningen;
    • 5. groenvoorzieningen;
    • 6. (speel)pleinen;
    • 7. additionele voorzieningen.

Artikel 46 Verkeer - Parkeeractiviteiten - toegestaan

46.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op parkeeractiviteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - Parkeeractiviteiten - toegestaan'.
  • b. Onder parkeeractiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het laten stilstaan van een voertuig langer dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen.
46.2 Parkeeractiviteiten - toegestaan

Parkeeractiviteiten zijn toegestaan als:

  • a. de activiteiten plaatsvinden in een parkeerhub;
  • b. de activiteiten plaatsvinden in een gebouwde parkeervoorziening;
  • c. de activiteiten plaatsvinden onder een dek; of
  • d. de activiteiten plaatsvinden op een parkeerplaats voor mindervaliden.

Artikel 47 Verkeer - Tijdelijke parkeeractiviteiten - vergunningplicht

47.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op parkeeractiviteiten ter plaatse van de locatie 'Verkeer - Tijdelijke parkeeractiviteiten - vergunningplicht'.
  • b. Onder tijdelijke parkeeractiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het laten stilstaan van een voertuig langer dan nodig is voor het in- en uitstappen of voor het laden en lossen als tijdelijke parkeeroplossing in de bouwfase.
47.2 Tijdelijke parkeeractiviteiten - vergunningplicht

Tijdelijke parkeeractiviteiten zijn verboden zonder omgevingsvergunning.

47.3 Tijdelijke parkeeractiviteiten - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 47.2 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:

  • a. dit noodzakelijk is voor gebruiksactiviteiten die in afwachting zijn van een definitieve parkeeroplossing;
  • b. de locatie van de tijdelijke parkeeractiviteiten op niet meer dan 200 meter afstand is gelegen van de gebruiksactiviteiten die in afwachting zijn van een definitieve parkeeroplossing;
  • c. de tijdelijkheid van de parkeeractiviteiten is aangetoond.
47.4 Tijdelijke parkeeractiviteiten - specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 47.2 van dit TAM-omgevingsplan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een tekstuele onderbouwing waarbij wordt ingegaan op de tijdelijkheid van de parkeeractiviteiten en het huidige en toekomstige gebruik van de beoogde locatie;
  • b. een situatietekening met een schaal van 1:1000 waarop de activiteit is aangegeven en die is voorzien van een noordpijl; en
  • c. een terreintekening met aantallen en afmetingen van de parkeervakken en omliggende wegen.
47.5 Tijdelijke parkeeractiviteiten - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 47 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:

  • a. de locatie van de tijdelijke parkeeractiviteiten;
  • b. de duur van de tijdelijke parkeeractiviteiten.

Artikel 48 Wonen - Algemene regels voor wonen

48.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op wonen ter plaatse van de locatie 'Wonen - Algemene regels voor wonen'.
  • b. Onder wonen, als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. wonen als bedoeld in artikel 49 en 50 van dit TAM-omgevingsplan.
48.2 Wonen - algemene regels
  • a. Wooneenheden mogen uitsluitend in gebruik worden genomen als:
    • 1. ten minste 30% van de wooneenheden sociale huurwoningen zijn die voldoen aan het bepaalde in paragraaf 6.1.1 van het plan ten tijde van de aanvraag op grond van artikel 22.26 van het plan;
    • 2. ten minste 20% van de wooneenheden betaalbare koopwoningen of middenhuurwoningen zijn die voldoen aan het bepaalde in paragraaf 6.1.1 van het plan ten tijde van de aanvraag op grond van artikel 22.26 van het plan.
  • b. Van deze 30% sociale huurwoningen dient minimaal 7% van het totaal aantal wooneenheden een jongerenwoning te zijn.

Artikel 49 Wonen - Wonen - vergunningplicht

49.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op wonen ter plaatse van de locatie 'Wonen - Wonen - vergunningplicht'.
  • b. Onder wonen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bewonen van een woning door één zelfstandig huishouden;
    • 2. het gebruik van additionele voorzieningen.
  • c. Onder wonen als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. het bewonen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk;
    • 2. het aanbieden van recreatief nachtverblijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk.
49.2 Wonen - vergunningplicht

Wonen is verboden zonder omgevingsvergunning.

49.3 Wonen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 49.2 wordt alleen verleend als:

  • a. het aantal wooneenheden ter plaatse van de locaties 'Wonen - Wonen - toegestaan' en 'Wonen - Wonen op de verdieping - toegestaan' niet meer bedraagt dan 2.300;
  • b. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen wooneenheid niet minder bedraagt dan is aangegeven in kolom D van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf;
  • c. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen wooneenheid minder bedraagt dan is aangegeven in kolom D van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf waarbij wordt aangetoond dat het betreffende bedrijf niet wordt beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten als gevolg van de ingebruikname van de wooneenheid;
  • d. nadat 1.500 wooneenheden zijn vergund: het kruispunt Industrielaan/Wageningselaan/Groeneveldselaan is aangepast om het verkeer te kunnen afwikkelen.

Artikel 50 Wonen - Wonen op de verdieping - vergunningplicht

50.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op wonen ter plaatse van de locatie 'Wonen - Wonen op de verdieping - toegestaan'.
  • b. Onder wonen als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bewonen van een woning door één zelfstandig huishouden;
    • 2. het gebruik van additionele voorzieningen.
  • c. Onder wonen als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. het bewonen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk;
    • 2. het aanbieden van recreatief nachtverblijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk.
50.2 Wonen op de verdieping - vergunningplicht

Wonen op de verdieping is verboden zonder omgevingsvergunning.

50.3 Wonen op de verdieping - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 50.2 wordt alleen verleend als:

  • a. het aantal wooneenheden ter plaatse van de locaties 'Wonen - Wonen - toegestaan' en 'Wonen - Wonen op de verdieping - toegestaan' niet meer bedraagt dan 2.300;
  • b. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen wooneenheid niet minder bedraagt dan is aangegeven in kolom D van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf;
  • c. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen wooneenheid minder bedraagt dan is aangegeven in kolom D van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf waarbij wordt aangetoond dat het betreffende bedrijf niet wordt beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten als gevolg van de ingebruikname van de wooneenheid;
  • d. nadat 1.500 wooneenheden zijn vergund: het kruispunt Industrielaan/Wageningselaan/Groeneveldselaan is aangepast om het verkeer te kunnen afwikkelen.

Artikel 51 Wonen - Zorgwonen - vergunningplicht

51.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op wonen ter plaatse van de locatie 'Wonen - Zorgwonen - toegestaan'.
  • b. Onder zorgwonen, als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het bewonen van een zorgwoning door één zelfstandig huishouden;
    • 2. het gebruik van additionele voorzieningen.
  • c. Onder zorgwonen als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan:
    • 1. het bewonen van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk;
    • 2. het aanbieden van recreatief nachtverblijf in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk.
51.2 Zorgwonen - vergunningplicht

Zorgwonen is verboden zonder omgevingsvergunning.

51.3 Zorgwonen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 51.2 wordt alleen verleend als:

  • a. het aantal zorgeenheden niet meer bedraagt dan 120;
  • b. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen zorgeenheid niet minder bedraagt dan is aangegeven in kolom E van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf;
  • c. de afstand tussen de bedrijven zoals opgenomen in bijlage 2 en de in gebruik te nemen zorgeenheid minder bedraagt dan is aangegeven in kolom D van bijlage 2 voor het desbetreffende bedrijf waarbij wordt aangetoond dat het betreffende bedrijf niet wordt beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten als gevolg van de ingebruikname van de zorgeenheid.

Hoofdstuk 5 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten

Artikel 52 Wonen - Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan

52.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels van dit artikel zijn van toepassing op de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis ter plaatse van de locatie 'Wonen - Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan'.
  • b. Onder de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het door bewoners uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk;
    • 2. het door bewoners verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig en ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied; en
    • 3. internetverkoop zonder afhaal- of uitstalfunctie.
52.2 Beroep of bedrijf aan huis - toegestaan

De uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis is toegestaan als:

  • a. niet meer dan 30% van de oppervlakte van de bebouwing op het bouwperceel ten behoeve van deze activiteit wordt gebruikt, tot een maximum van 45 m2;
  • b. geen afbreuk wordt gedaan aan de woonfunctie waar de activiteit bij wordt uitgeoefend;
  • c. geen afbreuk wordt gedaan aan het woonkarakter en de woonkwaliteit van de directe omgeving als gevolg van de activiteit;
  • d. wordt voldaan aan afdeling 22.3 van het plan;
  • e. geen sprake is van zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die verkeersoverlast veroorzaken of die verkeersmaatregelen noodzakelijk maken; en
  • f. de parkeercapaciteit in de directe omgeving voldoende is om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen, wat moet worden beoordeeld volgens de “Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023” en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan.

Hoofdstuk 6 Bouwactiviteiten

Artikel 53 Algemene regels bouwactiviteiten

53.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

53.2 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven, of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

53.3 Regels over het uiterlijk van bouwwerken
53.3.1 Bouwwerk bouwen - algemene regel

In afwijking van artikel 22.7 van het plan geldt dat het uiterlijk van de volgende bouwwerken niet in ernstige mate in strijd mag zijn met de redelijke eisen van welstand, beoordeeld aan de hand van beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht' of diens rechtsopvolger:

  • a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en
  • b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist.
53.3.2 Bouwwerk bouwen - beoordelingsregel

In afwijking van artikel 22.29, eerste lid, onder b, van het plan wordt de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk, alleen verleend als:

  • a. het uiterlijk van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan niet in strijd is met de omgevingskwaliteit, welke wordt beoordeeld aan de hand van beleidsregel 'Spelregels beeldkwaliteit Het Ambacht' of diens rechtsopvolger.
53.3.3 Bouwwerk bouwen - inwinnen advies

Voordat wordt besloten op de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, wint het college advies in van de adviescommissie ruimtelijke kwaliteit.

53.4 Algemene beoordelingsregels bouwvelden

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. wordt voldaan aan de ontwikkelprincipes van een bouwveld zoals beschreven in artikel 22; en
  • b. wordt voldaan aan de bergingsnorm voor een bouwveld zoals beschreven in artikel 23.

Artikel 54 Gebouw bouwen - vergunningplicht

54.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen ter plaatse van de locatie 'Gebouw bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan, tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 56 of artikel 57 van dit TAM-omgevingsplan.

54.2 Gebouw bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een gebouw, alleen verleend als:

  • a. het aantal bouwlagen niet minder bedraagt dan 3 bouwlagen;
  • b. het aantal bouwlagen van parkeerhubs niet meer bedraagt dan 5 bouwlagen;
  • c. het aantal bouwlagen van stadswoningen niet meer bedraagt dan 4 bouwlagen;
  • d. het aantal bouwlagen van overige gebouwen niet meer bedraagt dan 5 bouwlagen;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder d bedraagt het aantal bouwlagen van het gebouw niet meer dan 6 bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 6 bouwlagen', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. het hoogteaccent van 1 bouwlaag is een element op een gebouw van 5 bouwlagen;
    • 2. per 'Bouwveld' zijn maximaal drie hoogteaccenten van 1 bouwlaag toegestaan;
    • 3. het hoogteaccent van 1 bouwlaag wordt ingezet om een lange doorlopende dakrand te onderbreken of om een hoek te markeren;
    • 4. de oppervlakte van het hoogteaccent van 1 bouwlaag bedraagt de oppervlakte van twee appartementen;
    • 5. het hoogteaccent van 1 bouwlaag heeft een setback van ten minste 2 meter ten opzichte van de vijfde bouwlaag;
  • f. in afwijking van het bepaalde onder d bedraagt het aantal bouwlagen van het gebouw 7 bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 7 bouwlagen', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. het hoogteaccent van 2 bouwlagen is een element op een gebouw van 5 bouwlagen;
    • 2. per 'Bouwveld' is één hoogteaccent van 2 bouwlagen toegestaan;
    • 3. de oppervlakte van het hoogteaccent van 2 bouwlagen bedraagt de oppervlakte van ten minste twee appartementen en ten hoogste drie appartementen;
    • 4. het hoogteaccent van 2 bouwlagen heeft een setback van ten minste 2 meter ten opzichte van de vijfde bouwlaag;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder d bedraagt het aantal bouwlagen van het gebouw 12 bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 12 bouwlagen', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. het hoogteaccent van 7 bouwlagen is een element op een gebouw van 5 bouwlagen;
    • 2. het hoogteaccent van 7 bouwlagen begint boven de 5e bouwlaag met een oppervlakte van niet meer dan 15 bij 40 meter waarbij de oppervlakte per 1 of 2 bouwlagen trapsgewijs kleiner wordt;
    • 3. het hoogteaccent van 7 bouwlagen heeft een setback van ten minste 2 meter ten opzichte van de vijfde bouwlaag;
  • h. in afwijking van het bepaalde onder d bedraagt het aantal bouwlagen van het gebouw 15 bouwlagen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoogteaccent 15 bouwlagen', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
    • 1. het hoogteaccent van 10 bouwlagen is een element op een gebouw van 5 bouwlagen;
    • 2. het gebouw als geheel is een verbijzondering ten opzichte van omliggende gebouwen in zowel hoogte als vormgeving;
    • 3. het hoogteaccent van 10 bouwlagen begint boven de 5e bouwlaag met een oppervlakte van niet meer dan 15 bij 40 meter waarbij de oppervlakte per 1 of 2 bouwlagen trapsgewijs kleiner wordt;
    • 4. het hoogteaccent van 10 bouwlagen heeft een setback van ten minste 2 meter ten opzichte van de vijfde bouwlaag;
  • i. de hoogte van de plint niet minder dan 4 meter bedraagt wanneer de plint in gebruik wordt genomen voor gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 29, 31, 32, 33, 39, 40, 42 of 44 van dit TAM-omgevingsplan;
  • j. de hoogte van de plint niet meer dan 6 meter bedraagt wanneer de plint in gebruik wordt genomen voor gebruiksactiviteiten als bedoeld in artikel 29, 31, 32, 33, 39, 40, 42 of 44 van dit TAM-omgevingsplan;
  • k. minimaal 15% van het aantal wooneenheden binnen de locatie 'Bouwveld met stadswoning 1' een stadswoning betreft;
  • l. minimaal 15% van het aantal wooneenheden binnen de locatie 'Bouwveld met stadswoning 2' een stadswoning betreft;
  • m. minimaal 15% van het aantal wooneenheden binnen de locatie 'Bouwveld met stadswoning 3' een stadswoning betreft;
  • n. in afwijking van het bepaalde onder a t/m m gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' de volgende voorwaarden:
    • 1. de bouwhoogte van het gebouw bedraagt niet meer dan 12m;
    • 2. de afstand tot ten minste één van de zijdelingse perceelgrenzen bedraagt niet minder dan 5m;
  • o. in afwijking van het bepaalde onder a t/m m gelden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' de volgende voorwaarden:
    • 1. de bouwhoogte van het gebouw bedraagt niet meer dan 12m;
    • 2. de afstand tot de achterste en zijdelingse perceelgrenzen bedraagt niet minder dan 5m;
  • p. het bouwplan voldoet aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving, wat wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel 'Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal' of diens rechtsopvolgers. Hierbij wordt het bouwplan in ieder geval getoetst aan de volgende thema's:
    • 1. een groene en gezonde leefomgeving;
    • 2. bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS);
    • 3. energietransitie en duurzaam bouwen;
    • 4. natuurinclusief bouwen;
    • 5. klimaatadaptief bouwen; en
    • 6. veiligheid en leefbaarheid.
54.3 Gebouw bouwen - specifieke aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een gebouw, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een checklist Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal;
  • b. een inrichtingsplan met toelichting waarin is aangegeven waar de gekozen maatregelen op grond van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal worden uitgevoerd en op welke wijze.
54.4 Gebouw bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden over onder andere:

  • a. de borging van de maatregelen die nodig zijn op grond van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal.

Artikel 55 Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht

55.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van hoofdgebouwen ter plaatse van de locatie 'Hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

55.2 Hoofdgebouw bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een hoofdgebouw, alleen verleend als:

  • a. de afstand van tot de achterste en zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 5m;
  • b. de goothoogte niet meer bedraagt dan 6m;
  • c. de inhoud niet meer bedraagt dan 600m3;
  • d. de dakhelling niet meer bedraagt dan 52°;
  • e. het bouwplan voldoet aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving, wat wordt beoordeeld aan de hand van de beleidsregel 'Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal' of diens rechtsopvolgers. Hierbij wordt het bouwplan in ieder geval getoetst aan de volgende thema's:
    • 1. een groene en gezonde leefomgeving;
    • 2. bewegen, ontmoeten, sporten en spelen (BOSS);
    • 3. energietransitie en duurzaam bouwen;
    • 4. natuurinclusief bouwen;
    • 5. klimaatadaptief bouwen; en
    • 6. veiligheid en leefbaarheid.
55.3 Hoofdgebouw bouwen - specifieke aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een hoofdgebouw, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een checklist Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal;
  • b. een inrichtingsplan met toelichting waarin is aangegeven waar de gekozen maatregelen op grond van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal worden uitgevoerd en op welke wijze.
55.4 Hoofdgebouw bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden over onder andere de borging van de maatregelen die nodig zijn op grond van het Puntensysteem Omgevingsvisie Veenendaal.

Artikel 56 Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan

56.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - toegestaan' en geldt als aanvulling op artikel 22.27 of artikel 22.36 van het plan.

56.2 Aanvulling op artikel 22.27 en artikel 22.36 van het omgevingsplan

Bij de toepassing van artikel 22.27 en 22.36 van het plan moet ook worden voldaan aan de volgende regels:

  • a. het bijbehorend bouwwerk kan niet worden aangemerkt als bodemgevoelig gebouw; en
  • b. het bijbehorend bouwwerk wordt gerealiseerd bij een stadswoning of andere grondgebonden woning.

Artikel 57 Bijbehorend bouwwerk bouwen - meldingsplicht

57.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - meldingsplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 56 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.27 of artikel 22.36 van het plan.

57.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen - meldingsplicht
  • a. Het is verboden zonder voorafgaande melding een bijbehorend bouwwerk dat kan worden aangemerkt als bodemgevoelig gebouw te bouwen dat een oppervlakte heeft van meer dan 50 m².
  • a. Het bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder a moet ook voldoen aan de voorwaarden uit artikel 22.27 en artikel 22.36 van het plan.
  • b. Het bijbehorend bouwwerk als bedoeld onder a wordt gerealiseerd bij een stadswoning of andere grondgebonden woning.
  • c. De bouwactiviteit als bedoeld onder a wordt ten minste vier weken voorafgaand aan de start van de activiteit gemeld bij het college.
57.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen - indieningsvereisten

De melding als bedoeld in artikel 57.2 bevat in ieder geval:

  • a. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving of een document waaruit blijkt dat een overschrijding van de waarde als bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving redelijkerwijs is uit te sluiten;'
  • b. de naam en het adres van degene die de bouwactiviteit verricht;
  • c. het adres waarop de bouwactiviteit wordt verricht;
  • d. de dagtekening; en
  • e. bij overschrijding van de waarde als bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen.

Artikel 58 Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht

58.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen, verbouwen en in stand houden van bijbehorende bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bijbehorend bouwwerk bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan, tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 56 of artikel 57 van dit TAM-omgevingsplan en artikel 22.27 of artikel 22.36 van het plan.

58.2 Bijbehorend bouwwerk bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk, alleen verleend als:

  • a. het bijbehorend bouwwerk wordt gerealiseerd bij een stadswoning of andere grondgebonden woning;
  • b. de totale oppervlakte van alle bijbehorende bouwwerken niet meer bedraagt dan:
    • 1. in geval van een bouwperceel kleiner dan of gelijk aan 200 m2: 25% van dat bouwperceel;
    • 2. in geval van een bouwperceel groter dan 200 m2: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bouwperceel dat groter is dan 200 m2, tot een maximum van in totaal 120 m2;
    • 3. de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken gelegen binnen de maximale begrenzing van het hoofdgebouw als bedoeld in artikel 54 of 55 blijft buiten beschouwing;
  • c. het bijbehorend bouwwerk minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw wordt gebouwd;
  • d. de goothoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 3,3 meter bedraagt;
  • e. de bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk niet meer dan 5 meter bedraagt;
  • f. de bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorende bouwwerk niet meer dan 0,3 meter boven de aansluitende verdiepingsvloer bedraagt, tot een maximum van 3,3 meter;
  • g. in afwijking van het bepaalde onder f kan in het geval van een bijbehorend bouwwerk van meer dan één bouwlaag aan de zijgevel van het hoofdgebouw worden afgeweken als:
    • 1. de goothoogte niet meer dan 3,3 meter bedraagt;
    • 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 80% van de bouwhoogte van het bestaande hoofdgebouw, tot een maximum van 7,5 meter;
    • 3. wanneer sprake is van een hogere bouwhoogte dan 3,3 meter: de achterkant van de kapconstructie van het bijbehorende bouwwerk tot maximaal 1 meter achter de achtergevel van het hoofdgebouw mag zijn gesitueerd;
    • 4. de dakhelling gelijk is aan die van het hoofdgebouw.
58.3 Bijbehorend bouwwerk bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 59 Balkon bouwen - vergunningplicht

59.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van balkons ter plaatse van de locatie 'Balkon bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 en artikel 22.35 van het plan.

59.2 Balkon bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een balkon, alleen verleend als:

  • a. de diepte van het balkon niet meer dan 2 meter bedraagt, met dien verstande dat de diepte van het balkon binnen de locatie 'Parkzone' niet meer dan 3 meter mag bedragen;
  • b. het balkon niet lager dan de derde bouwlaag wordt gerealiseerd;
  • c. het balkon geen ondersteunende constructies in de openbare ruimte heeft.
59.3 Balkon bouwen - specifieke aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een balkon, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. situatietekening met de nieuwbouw inclusief perceelsgrenzen en afstand tot de voorste perceelsgrens;
  • b. plattegrondtekening waaruit de breedte van de woning en de breedte en diepte van het balkon blijkt;
  • c. tekening waaruit de ondersteunende constructie van het balkon blijkt;
  • d. doorsnedetekening van de woning inclusief balkon met maatvoering.
59.4 Balkon bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 60 Luifel bouwen - vergunningplicht

60.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van luifels ter plaatse van de locatie 'Luifel bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 en artikel 22.35 van het plan.

60.2 Luifel bouwen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een luifel, alleen verleend als:

  • a. de bouwhoogte van de luifel niet meer dan 0,3 meter boven de aansluitende verdiepingsvloer bedraagt;
  • b. de breedte van de luifel niet meer bedraagt dan 60% van de voorgevel van het hoofdgebouw;
  • c. de diepte van de luifel niet meer dan 2 meter bedraagt;
  • d. de luifel niet op of boven de openbare ruimte wordt gerealiseerd.
60.3 Luifel bouwen - specifieke aanvraagvereisten

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een luifel, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. situatietekening met de nieuwbouw inclusief perceelsgrenzen en afstand tot de voorste perceelsgrens;
  • b. plattegrondtekening waaruit de breedte van de woning en de breedte en diepte van de luifel blijkt;
  • c. tekening waaruit de ondersteunende constructie van de luifel blijkt;
  • d. doorsnedetekening van de woning inclusief luifel met maatvoering.
60.4 Luifel bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 61 Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht

61.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het bouwen en in stand houden van andere bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan, tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 22.27 en artikel 22.36 van het plan.
  • b. Onder ander bouwwerk als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. bouwwerken, geen gebouw en geen overkapping zijnde.
61.2 Ander bouwwerk bouwen ten behoeve van activiteiten binnen verkeer - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:

  • a. het bouwwerk wordt gebouwd binnen de locatie 'Verkeer - activiteiten binnen verkeer - toegestaan';
  • b. de maatvoering van reclame-uitingen voldoet aan de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold;
  • c. de bouwhoogte van beeldende kunst niet meer bedraagt dan 10 meter;
  • d. voorzieningen ten behoeve van de gemeenschappelijke energie- en warmtevoorziening uitsluitend ondergronds worden gebouwd.
61.3 Ander bouwwerk bouwen ten behoeve van wonen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een ander bouwwerk, alleen verleend als:

  • a. het bouwwerk wordt gebouwd binnen de locatie 'Wonen - wonen - toegestaan';
  • b. de maatvoering van reclame-uitingen ten behoeve van een beroep aan huis of bedrijf aan huis voldoet aan de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold.
61.4 Ander bouwwerk bouwen - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.

Hoofdstuk 7 Aanlegactiviteiten

Artikel 62 Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan

62.1 Toepassingsbereik
  • a. Dit artikel is van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten.
  • b. Onder aanlegactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden.
62.2 Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan
  • a. Aanlegactiviteiten die in overeenstemming zijn met de gebruiksactiviteiten zoals omschreven in dit TAM-omgevingsplan zijn toegestaan, tenzij specifieke regels gelden op grond van hoofdstuk 7 van dit TAM-omgevingsplan.
  • b. Aanlegactiviteiten zijn in ieder geval toegestaan als:
    • 1. de activiteiten worden uitgevoerd in het kader van normaal beheer en onderhoud.
62.3 Nutsvoorzieningen

De aanvrager is verantwoordelijk voor het realiseren en de daartoe benodigde aanvragen en coördinatie van de benodigde nutsvoorzieningen en riolering binnen de locatie waar de aanvraag op ziet. Indien de gemeente voor voorzieningen de nutsleverancier is, zullen de partijen nadere afspraken maken.

62.4 Oplevering en overdracht openbare ruimte

De openbare ruimte wordt in beheer en overgedragen aan het college nadat de aanlegactiviteit conform de Inrichtingseisen Veenendaalse Openbare Ruimte (IVOR) of een daarvoor in de plaats tredende regeling en bijlage 3.

Artikel 63 Openbare ruimte aanleggen - toegestaan

63.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het aanleggen van de openbare ruimte ter plaatse van de locatie 'Openbare ruimte aanleggen – toegestaan'.
  • b. Onder het aanleggen van de openbare ruimte als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van openbare voorzieningen, waaronder wegen, groen, verlichting, riolering, waterhuishouding en overige openbare inrichtingselementen;
    • 2. het treffen van voorbereidende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die direct verband houden met de inrichting van de openbare ruimte.
63.2 Openbare ruimte aanleggen - toegestaan

Het aanleggen van de openbare ruimte is toegestaan als de uitvoering door of in opdracht van de gemeente plaatsvindt.

Artikel 64 Openbare ruimte aanleggen - vergunningplicht

64.1 Toepassingsbereik
  • a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het aanleggen van de openbare ruimte ter plaatse van de locatie 'Openbare ruimte aanleggen – vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 63 van dit TAM-omgevingsplan .
  • b. Onder het aanleggen van de openbare ruimte als bedoeld in dit artikel wordt verstaan:
    • 1. het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van openbare voorzieningen, waaronder wegen, groen, verlichting, riolering, waterhuishouding en overige openbare inrichtingselementen;
    • 2. het treffen van voorbereidende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die direct verband houden met de inrichting van de openbare ruimte.
64.2 Openbare ruimte aanleggen - vergunningplicht

Het aanleggen van de openbare ruimte is verboden zonder omgevingsvergunning.

64.3 Openbare ruimte aanleggen - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 64.2 van dit TAM-omgevingsplan wordt alleen verleend als:

  • 1. de aanlegactiviteit wordt uitgevoerd:
    • a. conform de kwaliteitseisen van de gemeente. Dit wordt beoordeeld aan de hand van de Inrichtingseisen Veenendaalse Openbare Ruimte (IVOR) of een daarvoor in de plaats tredende regeling;
    • b. overeenkomstig het voor het plangebied vastgestelde Bouwstenen openbare ruimte Ambacht, opgenomen als bijlage 3;
    • c. met inachtneming van het gemeentelijk aanbestedingsbeleid;
    • d. met inachtneming van de van toepassing zijnde standaard RAW-bepalingen;
    • e. door een aannemer die gecertificeerd is door een relevante brancheorganisatie.
64.4 Openbare ruimte aanleggen - specifieke aanvraagvereisten

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 64.2 van dit TAM-omgevingsplan worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • 1. bestekken en/of werkomschrijvingen met een zodanig uitwerkingsniveau dat toetsing aan de beoordelingsregels in artikel 64.3, lid 1 onder a en b, van dit TAM-omgevingsplan kan plaatsvinden
  • 2. een toelichting met een zodanige inhoud dat toetsing aan de beoordelingsregels in artikel 64.3, lid 1 onder c t/m e van dit TAM-omgevingsplan kan plaatsvinden.

Artikel 65 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - verbod

65.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op het aanleggen en in stand houden van gesloten bodemenergiesystemen ter plaatse van de locatie 'Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - verbod'.

65.2 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - verbod

Het is verboden een gesloten bodemenergiesysteem aan te leggen en in stand te houden.

Artikel 66 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - vergunningplicht

66.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het aanleggen en in stand houden van van een gesloten bodemenergiesysteem ter plaatse van de locatie 'Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op artikel 22.260 van het plan.

66.2 Gesloten bodemenergiesysteem aanleggen - beoordelingsregels

In aanvulling op artikel 22.260, derde lid, van het plan, wordt de omgevingsvergunning op grond van artikel 22.260, eerste lid, van het plan alleen verleend als:

  • a. het gesloten bodemenergiesysteem geen thermische afkoeling > 1,0°C ten opzichte van de achtergrondtemperatuur heeft op de grens van de locatie 'overige zone - kostenverhaalsgebied Het Ambacht'.
66.3 Inwinnen advies

Voordat wordt besloten op de aanvraag op grond van artikel 22.260 van het plan, wint het college advies in bij Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht omtrent de vraag of de aanleg van het gesloten bodemenergiesysteem effecten heeft op andere in de nabije omgeving aan te leggen open bodemenergiesystemen.

Hoofdstuk 8 Milieuaspecten van activiteiten

Artikel 67 Gezamenlijk geluid

67.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van een geluidgevoelig gebouw ter plaatse van de locatie 'Bouwveld'.

67.2 Waarde voor het gezamenlijk geluid

De waarde van het gezamenlijke geluid bedraagt op de bouwvelden, die zijn weergegeven in de figuur in bijlage 4, niet meer dan de waarde die is aangegeven in tabel 8.1.


Tabel 8.1

Nummer van het toetspunt   Waarde van het gezamenlijk geluid in dB voor het Lden  
Bouwveld 1   63  
Bouwveld 2   62  
Bouwveld 3   n.v.t.  
Bouwveld 4   n.v.t.  
Bouwveld 5   n.v.t.  
Bouwveld 6   61  
Bouwveld 7   n.v.t.  
Bouwveld 8   n.v.t.  
Bouwveld 9   n.v.t.  
Bouwveld 10   60  
Bouwveld 11   60  
Bouwveld 12   57  
Bouwveld 13   57  

Artikel 68 Beoordelingsregel geluidluwe gevel en buitenruimte

68.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van geluidgevoelige gebouwen ter plaatse van de locatie 'Geluidluwe gevel en buitenruimte' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

68.2 Beoordelingsregel geluidluwe gevel en buitenruimte

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw, alleen verleend als:

  • a. de geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw als gevolg van weg- en railverkeer ten hoogste de standaardwaarden zoals bedoeld in artikel 5.78t van het Besluit kwaliteit leefomgeving bedraagt;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a geldt dat een hogere geluidsbelasting als gevolg van weg- en railverkeer is toegestaan mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
      • iedere woning dient over ten minste één geluidluwe gevel te beschikken waar het geluid niet hoger is dan de standaardwaarde voor elk van de onderscheiden geluidbronsoorten;
      • wanneer een geluidgevoelig gebouw beschikt over één of meer buitenruimten: dan is minimaal één buitenruimte gelegen aan de geluidluwe zijde van het gebouw of, als dit niet mogelijk is, dan is het geluid op de gevel niet meer dan 5 dB hoger dan bij de geluidluwe gevel.

Artikel 69 Beoordelingsregel milieueffecten IKC

69.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van gebouwen ten behoeve van het gebruik voor een integraal kindcentrum als bedoeld in artikel 43 van dit TAM-omgevingsplan ter plaatse van de locatie 'Maatschappelijk - Gebruik voor IKC - toegestaan' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

69.2 Beoordelingsregel milieueffecten IKC

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het gebruik voor een integraal kindcentrum, alleen verleend als:

  • a. het woon- en leefklimaat van omliggende woningen vanwege het stemgeluid afkomstig van het integraal kindcentrum ter plaatse van die omliggende woningen niet onevenredig wordt aangetast.
69.3 Specifieke aanvraagvereisten milieueffecten IKC

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het gebruik voor een integraal kindcentrum, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een akoestisch onderzoek of een akoestische motivering gericht op de effecten van stemgeluid vanwege het integraal kindcentrum.
69.4 Voorschriften milieueffecten IKC

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:

  • a. de openingstijden van het terras;
  • b. het toepassen van muziekgeluid vermengd met zang;
  • c. het aantal toegestane personen op het terras;
  • d. het open en gesloten houden van deuren.

Artikel 70 Beoordelingsregel stemgeluid vanwege activiteiten

70.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van gebouwen ten behoeve van het gebruik voor wonen als bedoeld in artikel 49 en 50 van dit TAM-omgevingsplan of zorgwonen als bedoeld in artikel 51 van dit TAM-omgevingsplan ter plaatse van de locatie 'Stemgeluid vanwege activiteiten' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

70.2 Beoordelingsregel stemgeluid vanwege activiteiten

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het gebruik voor wonen of zorgwonen, alleen verleend als:

  • a. de geluidbelasting in de woning als gevolg van stemgeluid vanwege onderwijsinstellingen, kinderdagverblijven en terrassen in combinatie met het geluid vanwege spoor- en wegverkeer aanvaardbaar is, waarbij in ieder geval rekening moet worden gehouden met:
    • 1. een IKC zoals is toegestaan ter plaatse van de locatie 'Maatschappelijk - Gebruik voor IKC - toegestaan'; en
    • 2. terrassen zoals is toegestaan ter plaatse van de locatie 'Horeca - Gebruik voor terras - vergunningplicht';
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a wordt de omgevingsvergunning ook verleend als sprake is van een afstand van meer dan:
    • 1. 100 meter tussen de woning enerzijds en onderwijsinstellingen en kinderdagverblijven anderzijds; en
    • 2. 50 meter tussen de woning enerzijds en terrassen anderzijds.
70.3 Specifieke aanvraagvereisten stemgeluid vanwege activiteiten

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het gebruik voor wonen of zorgwonen, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een akoestisch onderzoek of een akoestische motivering gericht op de effecten van stemgeluid vanwege het integraal kindcentrum en/of terras.

Artikel 71 Beoordelingsregel omliggende bedrijven

71.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van gebouwen ten behoeve van het gebruik voor wonen als bedoeld in artikel 49 en 50 van dit TAM-omgevingsplan of zorgwonen als bedoeld in artikel 51 van dit TAM-omgevingsplan ter plaatse van de locatie 'Omliggende bedrijven' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

71.2 Beoordelingsregel omliggende bedrijven

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van het gebruik voor wonen of zorgwonen, alleen verleend als:

    • 1. wanneer wordt gebouwd in de omgeving van de vishandel zoals is toegestaan ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - Gebruik voor vishandel - toegestaan':
      • de afstand tussen de vishandel enerzijds en het te bouwen gebouw anderzijds niet minder bedraagt dan 30 meter; of
      • de vishandel niet wordt beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten;
    • 2. wanneer wordt gebouwd in de omgeving van het bedrijf in milieucategorie 2 zoals is toegestaan ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - Bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 2 - toegestaan':
      • de afstand tussen het bedrijf in milieucategorie 2 enerzijds en het te bouwen gebouw anderzijds niet minder bedraagt dan 30 meter; of
      • het bestaande bedrijf in milieucategorie 2 niet wordt beperkt in zijn bedrijfsactiviteiten.
71.3 Aanvraagvereisten omliggende bedrijven

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een gebouw ten behoeve van wonen, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een akoestisch onderzoek of een akoestische motivering.
71.4 Voorschriften omliggende bedrijven

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden over onder andere:

  • a. het treffen van maatregelen in de vorm van geluidbeperkende voorzieningen.

Artikel 72 Beoordelingsregel windhinder en windgevaar bij hoogbouw

72.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van bouwwerken met een bouwhoogte van 30 meter of hoger ter plaatse van de locatie 'Bouwveld' en geldt als aanvulling op artikel 22.29 van het plan.

72.2 Beoordelingsregel windhinder en windgevaar bij hoogbouw

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt, voor het bouwen van een bouwwerk met een bouwhoogte van 30 meter of hoger, alleen verleend als:

  • a. het te bouwen bouwwerk niet leidt tot onaanvaardbare windhinder of windgevaar.
72.3 Aanvraagvereisten windhinder en windgevaar bij hoogbouw

In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een bouwwerk met een bouwhoogte van 30 meter of hoger, de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een onderzoek waaruit blijkt in welke mate windhinder of windgevaar als gevolg van de beoogde bebouwing zal optreden.
72.4 Eisen aan het onderzoek windhinder en windgevaar bij hoogbouw
  • 1. Op het onderzoek zoals bedoeld in artikel 72.3 onder a van dit TAM-omgevingsplan is NEN 8100 van toepassing.
  • 2. Bij het onderzoek zoals bedoeld in artikel 72.3 onder a van dit TAM-omgevingsplan wordt in elk geval betrokken:
    • a. de bouwwerken die op het moment van de aanvraag in de directe omgeving van de beoogde bouwwerken aanwezig zijn; en
    • b. in de directe omgeving van de beoogde bouwwerken te realiseren toekomstige bouwwerken, waarvoor op het moment van de aanvraag reeds een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan is aangevraagd of verleend.
72.5 Voorschriften windhinder en windgevaar bij hoogbouw

Als in de directe omgeving van het nieuw te bouwen bouwwerk ontwikkelingen zijn te verwachten waarvoor weliswaar nog geen omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan is aangevraagd, maar waarvan dit op korte termijn is te verwachten, kan het bevoegd gezag een maatwerkvoorschrift stellen dat ook die ontwikkelingen worden betrokken in het onderzoek zoals bedoeld in artikel 72.3 onder a van dit TAM-omgevingsplan.

Hoofdstuk 9 Financiële bepalingen

Artikel 73 Kostenverhaalsregels

73.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'overige zone - kostenverhaalsgebied Het Ambacht'.

73.2 Tijdvak voor kostenverhaal

Bij toepassing van deze regels kostenverhaal wordt conform artikel 13.14 Omgevingswet een tijdvak voor de uitvoering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en de activiteiten vastgesteld (keuze voor systeem met tijdvak). Het tijdvak bedraagt 15 jaar.

73.3 Kostensoorten waaraan het gebied ten dele profijt heeft

De werken, werkzaamheden en maatregelen die ten dele worden toegerekend aan kostenverhaalsgebied Het Ambacht zijn opgenomen in tabel 9.1 en worden voor het daarbij vermelde percentage toegerekend aan het kostenverhaalsgebied.

Tabel 9.1 Toerekening bovenwijkse afdrachten

Omschrijving   Totaal kosten   Toerekeningspercentage   Toerekenbaar  
Park ten zuiden van Het Ambacht   € 944.000   52%   € 494.000  
73.4 Raming van de kosten

De totale aan kostenverhaalsgebied toe te rekenen kosten worden geraamd op € 147.534.000,- (prijspeil 1 juli 2025). De raming van de kosten is opgenomen in tabel 9.2.

Tabel 9.2 Raming totale kosten (prijspeil 1 juli 2025)

Omschrijving   Kosten  
Inbrengwaarden   € 66.360.000,-  
Bouw- en woonrijp maken   € 16.527.000,-  
Parkeerhubs   € 37.500.000,-  
Stadsverwarming   € 15.925.000,-  
Plankosten   € 7.425.000,-  
Nadeelcompensatie   € 80.000,-  
Tijdelijk beheer   € 700.000,-  
Bovenwijkse afdrachten   € 3.017.000,-  
Totale kosten   € 147.534.000,-  
73.5 Raming van de opbrengsten

Voor het berekenen van de opbrengst van de gronden worden de in tabel 9.3 genoemde activiteiten onderscheiden en wordt de opbrengst per onderscheiden basiseenheid op het daarbij bepaalde bedrag geraamd.

Tabel 9.3 Raming grondopbrengsten per activiteit (prijspeil 1 juli 2025)

Omschrijving   Opbrengsten  
Sociale huurwoning   € 7.764.000,-  
Jongerenwoning   € 2.363.000,-  
Betaalbaar - klein   € 13.591.000,-  
Betaalbaar - midden   € 14.598.000,-  
Betaalbaar - groot   € 15.773.000,-  
Vrije sector - appartement   € 55.348.000,-  
Vrije sector - stadswoning dek   € 10.338.000,-  
Vrije sector - stadswoning tuin   € 13.096.000,-  
Zorgwoning   € 1.778.000,-  
   
Integraal Kindcentrum, buurthuis en gezondheidscentrum   € 963.000,-  
Supermarkt   € 597.000,-  
Overige voorzieningen   € 1.517.000,-  
Parkeerhubs   € 4.291.000,-  
   
Subsidies   € 10.042.000,-  
   
Totale opbrengsten   € 152.059.000,-  
73.6 Te verhalen kosten na macro-aftopping

Na vermindering van het totaal aan verhaalbare kosten met de opbrengst bedragen de te verhalen kosten € 137.492.000,-. De berekening van de totaal te verhalen kosten is opgenomen in tabel 9.4.

Tabel 9.4 Te verhalen kosten na macro-aftopping

Omschrijving   Bedrag (prijspeil)  
Te verhalen kosten
(totale kosten verminderd met subsidies van derden)  
€ 137.492.000,-  
Totale opbrengsten
(verminderd met subsidies van derden)  
€ 142.017.000,-  
Maximaal te verhalen kosten   € 137.492.000,-  
73.7 Verdeling van de kosten over de activiteiten

De verhaalbare kosten worden over de activiteiten verdeeld aan de hand van tabel 9.5. De berekening van de kostenverhaalsbijdrage per eenheid is in de toelichting opgenomen.

Tabel 9.5 Verdeling van de kosten over activiteiten

Activiteit   Eenheid   Kostenverhaalsbijdrage per eenheid  
Sociale huurwoning   per stuk   € 16.628,-  
Jongerenwoning   per stuk   € 16.628,-  
Betaalbaar - klein of middenhuur   per m2   € 827,-  
Betaalbaar - midden   per m2   € 827,-  
Betaalbaar - groot   per m2   € 827,-  
Vrije sector - appartement   per m2   € 790,-  
Vrije sector - stadswoning dek   per m2   € 516,-  
Vrije sector - stadswoning tuin   per m2   € 527,-  
Zorgwoning   per m2   € 247,-  
Integraal kindcentrum, buurthuis en gezondheidscentrum   per m2   € 247,-  
Supermarkt   per m2   € 597,-  
Overige voorzieningen   per m2   € 245,-  
Parkeerhubs   per m2   € 350,-  
73.8 Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking

Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • 1. een aanduiding van de met de kostenverhaalplichtige activiteiten te realiseren aantallen bouwwerken, oppervlakten en gebruiksfuncties, en
  • 2. een aanduiding van de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteiten worden uitgevoerd.
73.9 Eindafrekening
  • 1. Burgemeester en wethouders stellen binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal vast.
  • 2. Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend, met dien verstande dat:
    • a. het bedrag van de te verhalen kosten de daadwerkelijke kosten betreft van de werken, werkzaamheden en maatregelen die zijn uitgevoerd of nog zullen worden uitgevoerd;
    • b. de totale opbrengsten van de grond worden herberekend op basis van het aantal basiseenheden per uitgiftecategorie dat is gerealiseerd of nog zal worden gerealiseerd;
    • c. voor de opbrengsten van de grond per basiseenheid van een uitgiftecategorie hetzelfde bedrag wordt toegepast als bij de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking;
    • d. de kosten, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, van de Omgevingswet in mindering worden gebracht.
  • 3. Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.
73.10 Eindafrekening op verzoek
  • 1. Op eindafrekeningen op verzoek als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet wordt jaarlijks op 1 januari door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 8 weken voor die datum zijn ontvangen.
  • 2. Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
    • a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking; als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald:
    • b. een bewijs dat de verzoeker recht heeft op terugbetaling; en
    • c. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.
  • 3. Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 73.1 van dit TAM-omgevingsplan.
73.11 Indexering

Bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalsbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek wordt een indexering op basis van de consumentenprijsindex (2025=100) reeks alle huishoudens toegepast.

Artikel 74 Financiële bijdragen

74.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie 'overige zone - financiële bijdragen Het Ambacht'.

74.2 Financiële bijdrage - sociaal vereveningsfonds
74.2.1 Verplichte financiële bijdrage sociaal vereveningsfonds
  • 1. Op de initiatiefnemer van een woningbouwplan wordt een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 74.2.2 van dit TAM-omgevingsplan verhaald als:
    • a. het aandeel sociale huurwoningen binnen het aangevraagde woningbouwplan minder bedraagt dan het in artikel 48.2 van dit TAM-omgevingsplan bedoelde percentage;
    • b. het aangevraagde woningbouwplan minder dan 200 woningen bedraagt;
    • c. de initiatiefnemer niet het in artikel 48.2 van dit TAM-omgevingsplan bedoelde percentage realiseert middels fysieke verevening conform het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.
  • 2. Het aantal niet gerealiseerde sociale huurwoningen wordt bepaald door het vereist aantal sociale huurwoningen te verminderen met het aantal sociale huurwoningen dat wordt aangevraagd binnen de aanvraag omgevingsvergunning.
  • 3. Het vereist aantal sociale huurwoningen wordt berekend aan de hand van de berekening:

Aantal woningen x normpercentage sociale huurwoningen = vereist aantal huurwoningen (afgerond naar één decimaal achter de komma).

  • 4. In afwijking van het bepaalde in artikel 74.2.1, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan kan het college bij maatwerkvoorschrift bepalen dat geen financiële bijdrage verschuldigd is dan wel dat een lagere financiële bijdrage verschuldigd is voor woningbouwontwikkelingen die op andere wijze bijdragen aan de doelstelling om een aandeel van het in artikel 48.2 van dit TAM-omgevingsplan bedoelde percentage sociale huurwoningen binnen de locatie 'overige zone – financiële bijdragen Het Ambacht' te realiseren.
  • 5. Het in artikel 74.2.1, eerste lid, onder b, van dit TAM-omgevingsplan bepaalde aantal woningen is niet van toepassing als het Programma kosten en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal een ander aantal woningen hanteert.
  • 6. Bij toepassing van artikel 74.2.1, vijfde lid, van dit TAM-omgevingsplan wordt in aanvulling op artikel 74.2.1, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan op de initiatiefnemer een financiële bijdrage verhaald als het aangevraagde woningbouwplan minder woningen bedraagt dan het in het Programma kosten en financiële bijdragen en diens rechtsopvolger van de gemeente Veenendaal opgenomen aantal woningen.

74.2.2 Hoogte afdracht financiële bijdrage
  • 1. De hoogte van de verplichte financiële bijdrage wordt bepaald aan de hand van het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.
  • 2. De omvang van de totaal verschuldigde financiële bijdrage wordt berekend volgens de systematiek van het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal in combinatie met artikel 74.2.2, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan.

74.2.3 Vereveningsfonds sociale woningbouw
  • 1. De verplichte bijdrage als bedoeld in artikel 74.2.1, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan wordt opgenomen in het 'Vereveningsfonds sociale woningbouw'.
  • 2. Woningbouwprojecten die voorzien in een hoger aandeel sociale huurwoningen dan het op grond van artikel 48.2 van dit TAM-omgevingsplan verplichte percentage kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage uit het in artikel 74.2.3, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan bedoelde fonds conform de spelregels uit het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.
74.3 Financiële bijdrage - gebiedsoverstijgende investeringen
74.3.1 Verplichte financiële bijdrage gebiedsoverstijgende kosten
  • 1. Op de initiatiefnemer van een bouwplan wordt een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 74.3.2 van dit TAM-omgevingsplan verhaald.
  • 2. De financiële bijdrage als bedoeld in artikel 74.3.2 van dit TAM-omgevingsplan wordt verhaald om gebiedsoverstijgende investeringen te dekken binnen de gemeente Veenendaal.

74.3.2 Hoogte afdracht financiële bijdrage
  • 1. De hoogte van de verplichte financiële bijdrage wordt bepaald aan de hand van het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.
  • 2. De omvang van de totaal verschuldigde financiële bijdrage wordt bepaald aan de hand van het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.

74.3.3 Bestemmingsreserve gebiedsoverstijgende investeringen
  • 1. De verplichte bijdrage als bedoeld in artikel 74.3.1, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan wordt opgenomen in het 'Bestemmingsreserve gebiedsoverstijgende investeringen'.
  • 2. Voor de verplichte bijdrage als bedoeld in artikel 74.3.1, eerste lid, van dit TAM-omgevingsplan gelden de spelregels uit het Programma kostenverhaal en financiële bijdragen of een daarvoor in de plaats tredende regeling van de gemeente Veenendaal.

Hoofdstuk 10 Overige activiteiten

Artikel 75 Parkeren

75.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 22.26 van het plan en geldt als aanvulling op art 22.29 van het plan.

75.2 Parkeren - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat in voldoende (fiets)parkeergelegenheid voor zowel bewoners als bezoekers wordt voorzien zoals vastgelegd in de beleidsregels “Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023 ” en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan en de (fiets)parkeergelegenheid in stand wordt gehouden, met dien verstande dat toepassing moet worden gegeven aan de parkeernormen behorende tot zone 3 en dat de minimum norm ook als maximum moet worden beschouwd.
75.3 Parkeren - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:

  • a. de instandhouding van (fiets)parkeergelegenheid.

Artikel 76 Laad- en losruimte

76.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op de bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 22.26 van het plan.

76.2 Laad- en losruimte - beoordelingsregels

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als:

  • a. bij de aanvraag aangetoond wordt dat in voldoende mate in de behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen wordt voorzien zoals vastgelegd in de beleidsregels “Notitie Parkeernormen Veenendaal 2020, herziening 2023” en wijzigingen of rechtsopvolgers daarvan en de laad- en losruimte in stand wordt gehouden.
76.3 Laad- en losruimte - voorschriften

Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over:

  • a. de instandhouding van laad- en losruimte.

Hoofdstuk 11 Overgangs - en slotregels

Artikel 77 Overgangsrecht

77.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd.
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
  • 3. Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in artikel 77.1 van dit TAM-omgevingsplan, heeft een geldingstermijn van maximaal 15 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.