direct naar inhoud van 5.8 Bodem
Plan: Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601

5.8 Bodem

Het gemeentelijk bodembeleid hanteert de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming:

  • Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen. Als er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd;
  • gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten worden gesaneerd als er sprake is van milieuhygiënische risico's. Dit gebeurt functiegericht en kosteneffectief;
  • nieuwbouw op ernstige bodemverontreiniging is niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen;
  • hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan.

Bij een aanvraag om omgevingsvergunning moet een bodemonderzoek conform NEN 5740 worden verricht. Op basis van dit onderzoek wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie, of dat nader onderzoek of een bodemsanering noodzakelijk is, voordat de locatie geschikt is voor de geplande functie.

Als er voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet rekening gehouden worden met nabij gelegen grondwaterverontreinigingen. Als binnen de invloedssfeer van de onttrekking verontreiniging aanwezig is, moet hiervoor een saneringsplan met voldoende tegenmaatregelen worden opgesteld en uitgevoerd.

Op basis van de bodemkwaliteitskaart van 2011 is het plangebied ingedeeld als industrieterrein (lichte industrie). Het terrein is circa 1,5 m met zand opgehoogd. De bovenste meter is in het algemeen niet verontreinigd. Tussen de 1 en 1,5 m-mv komen in het gehele plangebied in de ophooglaag lichte verontreinigingen met zware metalen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) of olie voor. Informatie over historische gegevens en uitgevoerde bodemonderzoeken is te raadplegen via de website www.utrecht.nl/milieu/bodem.