| Plan: | Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601 |
Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)
Artikel 5.16 Wm geeft een limitatieve opsomming van de bevoegdheden waarbij luchtkwaliteitseisen een directe rol spelen. Het gaat in ieder geval om ruimtelijke besluiten, zoals bestemmingsplannen, die direct gevolgen voor de luchtkwaliteit hebben en daardoor kunnen bijdragen aan overschrijding van een grenswaarde.
Luchtkwaliteitseisen spelen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van een dergelijke bevoegdheid, als tenminste aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
In het Besluit NIBM (Niet in betekende mate) en de Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Sinds de inwerkingtreding van de Implementatiewet is het begrip "niet in betekende mate" gedefinieerd als een verslechtering van 3% ten opzichte van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking. Wel is ook voor die categorieën een toets nodig ten aanzien van de invloed van de bebouwing op de verspreiding van luchtverontreinigende stoffen.
Voorliggend plan laat in beperkte mate een aantal nieuwe functies toe:
De verkeersaantrekkende werking van deze functies is echter niet anders dan op grond van het vigerende bestemmingsplan. Ook het nieuwe verkeersmodel VRU2.0 UTR2.2 levert op de Franciscusdreef (de maatgevende weg) geen noemenswaardige verschillen op. Volgens de bouwplannen zal de invloed van de bebouwing op de verspreiding hetzelfde blijven of mogelijk gunstiger worden (hogere accenten). Bij de quick scan in 2010 was er langs de Franciscusdreef geen sprake van dreigende normoverschrijding. Voorlopige berekeningen met de data die medio 2011 beschikbaar waren, leiden tot lagere concentraties dan de quick scan uit 2010. De conclusie is dan ook dat het aannemelijk is dat er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.
Gevoelige functies
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit een oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.
Het rijksbeleid benoemt de volgende functies als gevoelig:
Er geldt een onderzoekszone van 300 m vanaf de rand van een rijksweg en 50 m vanaf de rand van een provinciale weg. De dichtstbijzijnde provinciale weg, de Zuilense Ring, ligt op het meest nabije punt op ca. 250m. van het bedrijventerrein; de dichtstbijzijnde rijksweg, de A2, op ruim 2.5km. Dit rijksbeleid heeft voor het bedrijventerrein dus geen consequenties voor de plaatsing van gevoelige functies.
Daarnaast geldt een advies van de GGD Utrecht waarbij gevoelige functies binnen 50 m van gemeentelijke wegen met meer dan 10.000 mv./etm. worden afgeraden. Dit betekent dat binnen 50 m vanaf de Franciscusdreef bovenstaande functies bij voorkeur niet worden gerealiseerd. Dit advies wordt meegewogen bij het al dan niet toelaten van gevoelige functies in die zones. Het bestemmingsplan maakt gevoelige functies in die zones niet op voorhand onmogelijk, maar toetsing aan het luchtkwaliteitsbeleid is expliciet opgenomen onder de voorwaarden voor toelating van deze functies, zie Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels, artikel 3.6 Wijzigingsbevoegdheid.