direct naar inhoud van 5.2 Bedrijven en milieuzonering
Plan: Bedrijventerrein Overvecht, 1e Herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0344.HZBEDOVER1HERZ-0601

5.2 Bedrijven en milieuzonering

De milieuzonering van het bedrijventerrein wordt bepaald door de gevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied en binnen het plangebied zelf. De bepalende gevoelige functies zijn het woongebied ten zuidoosten van het bedrijventerrein (woonwijk Overvecht) en enkele bedrijfswoningen op het bedrijventerrein. Op een groot deel van het bedrijventerrein is vestiging van categorie 3.2-bedrijven mogelijk. Met name langs de noordwestelijke en zuidoostelijke rand van het plangebied is de toelaatbaarheid beperkt tot categorie 3.1. In de onderstaande zonering is rekening gehouden met drie verschillende gebieden: het bedrijventerrein zelf, de woonwijk Overvecht en de gemengde zone langs de Gageldijk. In de drie gebieden geldt een verschillende toelaatbaarheid.

Het meest bepalend voor de milieuzonering op het bedrijventerrein is de ligging van de bestaande bedrijfswoningen in het plangebied. In de directe omgeving van deze bedrijfswoningen zijn in het vigerende bestemmingsplan bedrijven uit milieucategorie 3.1 toegestaan. Bedrijven uit categorie 3.2 worden op een afstand van 30 m toegestaan. Om het bedrijventerrein in een later stadium volledig te kunnen benutten voor bedrijven, is voor de vlakken rond bedrijfswoningen (daar waar nu milieucategorie 3.1 is toegestaan), een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Wanneer in de loop van de tijd bedrijfswoningen van deze locatie vertrekken, is het via afwijking mogelijk om bedrijven uit categorie 3.2 toe te staan. Om de rechten van de bestaande bedrijven te respecteren, is deze regeling in het huidige bestemmingsplan gehandhaafd. Van belang is dat de afstanden tussen de gevoelige bestemming (in dit geval de bedrijfswoning) en milieubelastende bedrijven, op basis van de milieucategorie van de bedrijven in kwestie, richtafstanden zijn: het gaat er uiteindelijk om dat de feitelijke milieubelasting acceptabel is.

Voor het overige is de milieuzonering afgestemd op de woonwijk ten zuidoosten van het bedrijventerrein en het ecologische waardevolle gebied aan de noord- en westkant. Ten opzichte van de woonwijk is een strook aangegeven met een toelaatbaarheid tot en met categorie 3.1. Op die manier liggen bedrijven uit categorie 3.1 op minstens 50 m en bedrijven uit categorie 3.2 op minstens 100 m van de woonwijk Overvecht (zonering ten opzichte van een rustige woonwijk).

Ten opzichte van het ecologisch gebied is het doel om verstoring in deze gebieden zoveel mogelijk te voorkomen. Aan de randen van het bedrijventerrein is de milieuzonering daarom beperkt tot maximaal milieucategorie 3.1 en is een richtafstand van 100 m aangehouden ten opzichte van bedrijven uit categorie 3.2.

Het realiseren van gevoelige functies is (over het algemeen) niet zonder meer mogelijk in de nabijheid van bedrijven van categorie 3.2 en hoger. Daarnaast spelen op het terrein nog andere milieuaspecten die van invloed zijn op gevoelige functies. Hieronder worden de feitelijke milieuaspecten in kaart gebracht. Op bijgevoegde kaart zijn de milieuaspecten getekend die van invloed zijn op de plaatsing van gevoelige functies.


Zoals ook in hoofdstuk 4 beschreven is het toelaten van functiemening maatwerk. Per initiatief zal beoordeeld worden of de functie in die vorm en op die plaats goed inpasbaar is en zoja onder welke randvoorwaarden.