Regels

 

HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS

 

Artikel 1 Begrippen

 

1.1 het plan:

het bestemmingsplan "Klaarwater, Smitsveen en Bosstraat" van de gemeente Soest.

1.2 bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0342.BPSOE0004-0401 met de bijbehorende regels en bijlagen, en de verbeelding.

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar -ingevolge de regels- regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding, indien het een vlak betreft.

1.5 achtergevel:

de van de weg afgekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één van de van de weg afgekeerde gevel, de gevel, die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.6 agrarisch bedrijf:

een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.

1.7 ander bouwwerk:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

1.8 archeologisch deskundige:

de gemeentelijke archeoloog of een andere door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie.

1.9 archeologisch onderzoek:

onderzoek verricht door de gemeente Soest of namens de gemeente Soest door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.

1.10 archeologisch verwachtingsgebied:

terrein, dat op basis van de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart van de gemeente Soest op de verbeelding is aangeduid als gebied met lage, dan wel middelmatige of onbekende, dan wel hoge archeologische verwachting.

1.11 archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

1.12 bebouwing:

één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.

1.13 bebouwingspercentage:

een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage van de oppervlakte van het bouwvlak, dat mag worden bebouwd, of indien dat in de regels is aangegeven, van het bestemmings- of maatvoeringsvlak.

1.14 bedrijf:

een onderneming, waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen, en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen, die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende activiteiten.

1.15 bedrijf aan huis:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door de hoofdbewoner, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsmede handelsactiviteiten via internetwinkels, waarvan de omvang zodanig is, dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend.

1.16 bedrijfsgebouw:

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.

1.17 bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.

1.18 begane grondbouwlaag:

de eerste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.

1.19 beroep aan huis:

een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinning, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend of beroepsmatig verleend door de hoofdbewoner.

1.20 bestaand:

bestaand ten tijde van de in werking treding van het bestemmingsplan.

1.21 bestemmingsgrens:

de grens van het bestemmingsvlak.

1.22 bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming.

1.23 bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.24 bouwgrens:

een op de verbeelding aangegeven lijn, die de grens vormt van een bouwvlak.

1.25 bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

1.26 bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel.

1.27 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en andere bouwwerken zijn toegelaten.

1.28 bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.29 bovenwoning:

een woning, die zich (overwegend) op de verdieping(en) bevindt, en waarbij de hierbij behorende woningtoegangen en andere gebouwen op de begane grondbouwlaag zijn toegestaan.

1.30 bruto vloer oppervlakte (BVO):

de totale oppervlakte van gebouwen ten dienste van de bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van daartoe behorende opslag- en overige dienstruimten.

1.31 bijbehorende bouwwerken:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.32 bijzondere dienstverlening:

het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen.

1.33 cultuurhistorische waarden:

de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het beeld, dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.

1.34 dakkapel:

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst.

1.35 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop of te huur aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met uitzondering van het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen.

1.36 dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan bedrijven of het publiek zoals administratie-, advertentie-, advocaten-, advies-, en ingenieursbureaus, congres- en vergader-accommodaties, makelaars, banken en andere financiële dienstverleners, reis- en uitzendbureaubureaus, postkantoren, kapsalons, schoonheidsinstituten, stomerijen en  wasserettes.

1.37 extensieve recreatie:

die vormen van openluchtrecreatie, waarbij men vooral het landschap of bepaalde aspecten daarvan sterk beleeft, zoals wandelen en fietsen, waarbij relatief weinig mensen aanwezig zijn per oppervlakte-eenheid en die plaatsvinden in een gebied zonder recreatievoorzieningen.

1.38 gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.39 grondgebonden agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf waarbij hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van open grond.

1.40 hoofdbewoner:

degene die in de gemeentelijke basisadministratie als zodanig voor het betreffende adres vermeld staat, alsmede de personen die deel uitmaken van zijn/haar huishouden.

1.41 hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.

1.42 horeca:

  1. een bedrijf, in hoofdzaak gericht op:

    1. het verstrekken van ter plaatse te nuttigen spijzen en/of dranken;

    2. het verstrekken van nachtverblijf;

    3. het verhuren en ter plaatse beschikbaar stellen van zaalruimten.

  2. tot horeca worden ook afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten gerekend.

1.43 internetwinkel:

  1. een specifieke vorm van detailhandel, waarbij:

    1. de transactie via internet tot stand komt;

    2. ter plaatse alleen opslag en distributie plaatsvindt;

    3. afhalen, tonen en afrekenen van goederen niet ter plaatse gebeurt.

1.44 kampeermiddel:

een ruimte, zoals een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of enig ander (gedeelte van een) (voormalig) voertuig, voor zover geen bouwwerk zijnde, die periodiek dient als verblijf voor recreanten, die hun hoofdverblijf elders hebben.

1.45 kantoor:

een ruimte, die blijkens zijn indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor werkzaamheden van administratieve aard.

1.46 kelder:

een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen.

1.47 kinderboerderij:

een boerderij, die voor iedereen toegankelijk is en die speciaal is ingericht voor kinderen, waar ze kennis kunnen maken met zeer veel, meestal inheemse dieren, zoals kippen, geiten, paarden, koeien, kalkoenen, ganzen, konijnen, varkens, fazanten, eenden en vele andere (boerderij)dieren.

1.48 landschapswaarden:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied.

1.49 maatvoeringsvlak:

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt.

1.50 manege:

een bedrijf, dat is ingericht op het verzorgen, dresseren en trainen van paarden (voor de recreatieve ruitersport).

1.51 natuurwaarden:

de aan een gebied toegekende waarden in verband met de geologische, geomorfologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

1.52 openbare dienstverlening:

de dienstverlening door een (semi-)overheidsinstelling in het kader van de uitoefening van de aan die instelling toegekende publieke taak.

1.53 overkapping:

een ander bouwwerk dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste één wand.

1.54 peil:

  1. voor gebouwen waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang, vermeerderd met 5 centimeter.

  2. in andere gevallen: de hoogte van het aan het bouwwerk aansluitende afgewerkte terrein, vermeerderd met 5 centimeter, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven.

1.55 recreatiewoning:

een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen woonkeet en geen caravan of andere constructie op wielen zijnde, dat bedoeld is om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor recreatieve doeleinden.

1.56 seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht. Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.57 straatmeubilair:

meubilair, dat langs de openbare weg staat, zoals lantaarnpalen, banken en afvalbakken.

1.58 stacaravan:

een kampeermiddel in de vorm van een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, dat mede gelet op afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.

1.59 stayokay:

een stayokay is een horeca-inrichting met uitzondering van cafés, bars, dancings en discotheken.

1.60 streek:

in het landschap voorkomend lineair element van landschappelijke waarde bestaande uit een waterloop met opgaande beplanting, waarlangs veelal een pad is gelegen.

1.61 verbeelding:

de kaart met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen.

1.62 vlak:

een geografisch bepaald gebied.

1.63 voorgevel:

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.

1.64 voorgevelrooilijn:

de bouwgrens, die bij het bouwen aan de wegzijde niet mag worden overschreden.

1.65 waardevolle archeologische laag:

de grondlaag in de bodem waarin de archeologische waarden zijn te verwachten.

1.66 wonen-maatschappelijk:

vorm van wonen, die voorziet in de aangepaste woonbehoefte van personen of groepen van personen, zoals gehandicapten, bejaarden of anderszins verzorgingsbehoevenden, voor wie reguliere woonvoorzieningen niet passend of toereikend zijn.

1.67 woning:

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

1.68 zakelijke dienstverlening:

dienstverlening door een bedrijf met uitsluitend of in hoofdzaak een verzorgende taak met een publieksaantrekkende functie, zoals wasserette, videotheek, uitzendbureau, reisbureau, bank, postkantoor, telefoon-/telegraaf-/telexdienst, makelaarskantoor, fotoatelier (inclusief ontwikkelen), kopieerservicebedrijf, schoenreparatiebedrijf, cateringbedrijf, alsmede naar aard en uitstraling overeenkomstige bedrijven.

1.69 zijerf:

de gronden, die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel.

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 Meetregels

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

  1. afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens: de kortste afstand van een bouwwerk tot de (zijdelingse) perceelsgrens;

  2. afstand tussen gebouwen: de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen;

  3. de bruto vloeroppervlakte van een gebouw: gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw;

  4. de netto vloeroppervlakte van een gebouw: binnen de afgewerkte omtrekwanden, onder aftrek van de in de ruimte uitspringende onderdelen van het gebouw, zoals schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, doch zonder aftrek van plinten en vast meubilair, zoals aanrechten en verwarmingslichamen; de vloeroppervlakte van een verdieping, waarboven minder dan 1,5 m hoogte aanwezig is, wordt buiten beschouwing gelaten;

  5. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

  6. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeiboord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Indien het terrein voor en achter het bouwwerk niet even hoog ligt, wordt de goothoogte gemeten aan de voorgevel; voor de achtergevel liggen in dat geval de goothoogten op dezelfde werkelijke hoogte als bij de voorgevel. Indien de voorgevel wordt uitgevoerd als opgaande topgevel, gelden de goothoogten voor de zijgevels. Zij worden gemeten uit het terrein, aanliggende aan de voorgevel;

  7. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

  8. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

  9. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

  10. de verticale bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend;

  11. de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

 

2.2 Aanvullende meetregels

Bij het meten gelden de volgende aanvullende regels:

  1. ondergeschikte bouwonderdelen: bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, bestemmings- en aanduidingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt;

  2. relatie: indien op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, dan worden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels aangemerkt als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak.

HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS

 

Artikel 3 Agrarisch

 

3.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

met de daarbij behorende:

  1. watergangen en waterpartijen;

  2. waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;

  3. bij deze doeleinden behorende overige voorzieningen, zoals ontsluitingsverhardingen, kuilvoerplaten, groenvoorzieningen, open terreinen, tuinen en erven.

 

3.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  1. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen': bijgebouwen.

3.2.1 Toegestane bouwwerken

Op en in gronden als bedoeld in lid 3.1 mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. bijgebouwen.

 

3.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 3.2.1 gelden de volgende eisen:

  1. bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak worden gebouwd.

Artikel 4 Agrarisch met waarden

 

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. de uitoefening van een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;

met de daarbij behorende:

  1. watergangen en waterpartijen;

  2. waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen;

  3. bij deze doeleinden behorende overige voorzieningen, zoals ontsluitingsverhardingen, kuilvoerplaten, groenvoorzieningen, open terreinen, tuinen en erven.

 

4.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  1. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen': bijgebouwen.

4.2.1 Toegestane bouwwerken

Op en in gronden als bedoeld in lid 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. bijgebouwen.

 

4.2.2 Bouwen

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 4.2.1 gelden de volgende eisen:

  1. bijgebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak worden gebouwd.

Artikel 5 Bedrijf

 

5.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. een bedrijf in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten in bijlage 1;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. bij deze doeleinden behorende tuinen, erven en bedrijfsterreinen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen;

  3. technische installaties, luifels, overkappingen, reclametekens, licht-, vlaggen en andere masten;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning;

  2. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen', één woning.

 

5.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

5.2.1 Bedrijfsgebouwen

  1. bedrijfsgebouwen, waaronder begrepen bergingen en abri's, mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  5. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'aantal', twee woningen.

 

5.2.2 bedrijfswoning

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd;

  2. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  3. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud;

  4. onder gebouwen zijn kelders toegestaan tot een diepte van 5 meter beneden peil.

 

5.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning

  1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 75 m² bedragen;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

bijgebouwen

3 meter

5 meter

aan- en uitbouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

3 meter

 

5.2.4 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel bedrijfswoning

achter de voorgevel bedrijfswoning

perceelafscheidingen

1 meter

3 meter

technische installaties

niet

5 meter

overkappingen

niet

1 meter

licht-, vlaggen- en andere masten

8 meter

10 meter

 

5.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn uitsluitend bedrijfsactiviteiten toegestaan zoals genoemd in lid 5.1;

  2. op de voor 'Bedrijf' als bedoeld in lid 5.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

5.4 afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3 en de vestiging van een bedrijf toestaan, dat niet is genoemd in de Staat van bedrijfsactiviteiten, of dat daarin is genoemd in een naast hogere categorie, maar dat naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de rechtstreeks toegelaten bedrijfsactiviteiten.

Artikel 6 Cultuur en ontspanning

 

6.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Cultuur en ontspanning' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. het verrichten van activiteiten gericht op culturele, educatieve en maatschappelijke voorzieningen;

  2. gebouwen voor workshops, lezingen en colleges over beeldende kunst;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. tuinen, erven en bedrijfsterreinen;

  3. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en verkeer;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'dansschool', één dansschool;

  2. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning.

 

6.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

6.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

 

6.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel

achter de voorgevel

Verlichtingselementen, plastische kunstwerken en vlaggenmasten

8 meter

8 meter

Luifels en pergola's

niet

3,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

1 meter

2 meter

 

6.2.3 Bedrijfswoning

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd;

  2. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  3. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud.

 

6.2.4 Bijbehorende bouwwerken

  1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 75 m² bedragen;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

bijgebouwen

3 meter

5 meter

aan- en uitbouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

3 meter

 

6.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Cultuur en Ontspanning' als bedoeld in lid 6.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 7 Detailhandel

 

7.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. detailhandel;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. tuinen, erven en bedrijfsterreinen;

  3. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en verkeer;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning;

  2. ter plaatse van de functieaanduiding 'horeca', één horecabedrijf;

  3. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen', één woning.

 

7.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

7.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

 

7.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel

achter de voorgevel

Verlichtingselementen, plastische kunstwerken en vlaggenmasten

8 meter

8 meter

Luifels en pergola's

niet

3,5 meter

Uitstalkasten en ander winkelstraatmeubilair

2,5 meter

2,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

1 meter

2 meter

 

7.2.3 Bedrijfswoning

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd;

  2. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  3. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud.

 

7.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning

  1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 75 m² bedragen;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

bijgebouwen

3 meter

5 meter

aan- en uitbouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

3 meter

 

7.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Detailhandel' als bedoeld in lid 7.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

7.4 afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan afwijken van het in lid 7.1 bepaalde, in die zin, dat deze gronden tevens mogen worden gebruikt voor het bieden van gelegenheid om gekochte etenswaren ter plaatse te nuttigen, met dien verstande, dat:

  1. voor dit gebruik maximaal 10% van de bruto vloer oppervlakte (BVO) met een maximum van 25 m2 mag worden gebruikt ;

  2. de exploitatie van een terras is niet toegestaan.

Artikel 8 Dienstverlening

 

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. dienstverlenende bedrijven;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. tuinen, erven en bedrijfsterreinen;

  3. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en verkeer;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'wonen', één woning.

 

8.2 Bouwregels

 

8.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'aantal', twee woningen.

 

8.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel

achter de voorgevel

Verlichtingselementen, plastische kunstwerken en vlaggenmasten

8 meter

8 meter

Luifels en pergola's

niet

3,5 meter

Uitstalkasten en ander winkelstraatmeubilair

2,5 meter

2,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

1 meter

2 meter

 

8.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Dienstverlening' als bedoeld in lid 8.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 9 Groen - Structuurgroen

 

9.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Structuurgroen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. groenvoorzieningen die deel uit maken van de hoofdgroenstructuur van Soest, ten behoeve van het behoud en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen, landschappelijke en cultuurhistorische waarden;

met de daarbij behorende:

  1. speelvoorzieningen, verblijfsgebied en geluidwerende voorzieningen;

  2. overige voorzieningen, zoals watergangen en waterpartijen, waterbergingen, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers, bruggen en stuwen, alsmede voet- en fietspaden, ontsluitingsverhardingen, openbare verlichting, nutsvoorzieningen, openbaar groen, open terreinen en landschappelijke beplantingen.

 

9.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

9.2.1 Andere bouwwerken

  1. Op de voor 'Groen - Structuurgroen' aangewezen gronden zijn geen gebouwen toegestaan;

  2. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven;

ander bouwwerk

bouwhoogte

Voorzieningen ten behoeve van de openbare veiligheid

18 m

Openbare verlichting

10 m

Geluidwerende voorzieningen

3 m

Speelvoorzieningen

5 m

Overige andere bouwwerken

3 m

 

9.3 nadere eisen

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de situering en omvang van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vanwege de landschappelijke en cultuurhistorische waarden, alsmede over het behoud van monumentale en waardevolle bomen.

9.4 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. de voor 'Groen - Structuurgroen' als bedoeld in lid 9.1 aangewezen gronden mogen niet worden gebruikt voor parkeren.

9.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden

 

9.5.1 Verbod

Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren:

  1. oppervlakteverhardingen ten behoeve van parkeren aan te leggen of aan te brengen;

  2. wegen en paden aan te leggen en te verharden of andere oppervlakteverhardingen aan te brengen;

  3. de bodem te verlagen en gronden af te graven, op te hogen en te egaliseren;

  4. ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en daarmee samenhangende constructies, installaties en apparatuur aan te brengen;

  5. het planten en/of het vellen/rooien van bomen en/of beplanting;

  6. andere handelingen te verrichten die de dood of ernstige beschadiging van bomen en/of beplanting ten gevolge hebben of kunnen hebben.

 

9.5.2 Uitzonderingen

Het verbod geldt niet voor werken of werkzaamheden die:

  1. het normale onderhoud betreffen;

  2. noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer van de grond;

  3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;

  4. van zodanig ondergeschikt belang en van zo geringe omvang zijn, dat aan de karakteristieke waarden van het groen geen afbreuk wordt gedaan.

 

9.5.3 Toetsingscriteria

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 9.5.1 mag slechts verleend worden, indien:

  1. de werkzaamheden of de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig aantasten of kunnen aantasten;

  2. door het stellen van voorwaarden ten aanzien van plaats, omvang, wijze en tijd van uitvoering aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden kan worden voorkomen;

  3. de mogelijkheden tot herstel van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind.

Artikel 10 Groen - Wijkgroen

 

10.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Wijkgroen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. openbaar groen;

met de daarbij behorende:

  1. speelvoorzieningen, verblijfsgebied en geluidwerende voorzieningen;

  2. overige voorzieningen, zoals watergangen en waterpartijen, waterbergingen, waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers, bruggen en stuwen, alsmede voet- en fietspaden, ontsluitingsverhardingen, openbare verlichting, nutsvoorzieningen, open terreinen en landschappelijke beplantingen;

alsmede:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding ‘manege’, is uitsluitend een manege toegestaan.

 

10.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

10.2.1 Andere bouwwerken

  1. Op de voor 'Groen - Wijkgroen' aangewezen gronden zijn geen gebouwen toegestaan;

  2. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven;

ander bouwwerk

bouwhoogte

Voorzieningen ten behoeve van de openbare veiligheid

18 m

Openbare verlichting

10 m

Geluidwerende voorzieningen

3 m

Speelvoorzieningen

5 m

Overige andere bouwwerken

3 m

 

10.3 Specifieke gebruiksregels

De gronden als bedoeld in lid 10.1 mogen niet worden gebruikt voor parkeren.

Artikel 11 Horeca

 

11.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. horeca;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. tuinen, erven en bedrijfsterreinen;

  3. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en speelvoorzieningen.

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van horeca - stayokay', is uitsluitend een stayokay toegestaan.

 

11.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

11.2.1 Bedrijfsgebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

 

11.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel

achter de voorgevel

Verlichtingselementen, plastische kunstwerken en vlaggenmasten

8 meter

8 meter

Luifels en pergola's

niet

3,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

1 meter

2 m

 

11.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Horeca' als bedoeld in lid 11.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

Artikel 12 Horeca - Bos en Duin

 

12.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Horeca - Bos en Duin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. congrescentrum en zalenverhuur;

  2. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  3. bij deze doeleinden behorende overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en speelvoorzieningen.

 

12.2 bouwregels

 

12.2.1 Toegelaten bouwwerken

Op en in gronden als bedoeld in lid 12.1 mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. gebouwen;

  2. bij deze gebouwen behorende andere bouwwerken.

 

12.2.2 bouwen van gebouwen en andere bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 12.2.1 gelden de volgende eisen:

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak worden gebouwd;

  2. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan 10,5 m;

  3. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30° en niet meer dan 60°, uitgezonderd de dakhelling van mansardekappen en dakkapellen;

  4. de afstand van enig gebouw tot de zij- en achtererfscheiding mag niet minder dan 3 m bedragen;

  5. de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bouwwerken

bouwhoogte

perceelsafscheidingen voor de voorgevelrooilijn van een gebouw

1 m

overige perceelsafscheidingen

2 m

overige bouwwerken

3 m

speelvoorzieningen

5 m

 

12.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Horeca - Bos en Duin' als bedoeld in lid 12.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in minimaal 32 parkeerplaatsen.

 

Artikel 13 Kantoor

 

13.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. kantoren;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. tuinen, erven en bedrijfsterreinen;

  3. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, landschappelijke beplantingen en speelvoorzieningen.

 

13.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

13.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

 

13.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

voor de voorgevel

achter de voorgevel

Verlichtingselementen, plastische kunstwerken en vlaggenmasten

8 meter

8 meter

Luifels en pergola's

niet

3,5 meter

Uitstalkasten en ander winkelstraatmeubilair

2,5 meter

2,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

1 meter

2 meter

 

13.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Kantoor' als bedoeld in lid 13.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 14 Maatschappelijk

 

14.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. maatschappelijke voorzieningen op het gebied van religie, verenigingsleven, cultuur, onderwijs, opvoeding, kinderopvang voor kinderen van 0 tot en met 12 jaar, recreatie, gezondheids- en revalidatiezorg, ouderenzorg en –huisvesting, alsmede openbare en bijzondere dienstverlening;

met de daarbij behorende:

  1. ondergeschikte kantine- en sportfaciliteiten ten dienste van de maatschappelijke functie;

  2. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  3. tuinen, erven en instellingsterreinen;

  4. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water en speel- en sportvoorzieningen;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning.

 

14.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

14.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bebouwingspercentage' mag het bebouwingspercentage van het bouwvlak niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mag de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  5. van de gronden buiten het bouwvlak mag maximaal 20% worden bebouwd met bijbehorende bouwwerken;

  6. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen.

 

14.2.2 bedrijfswoning

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd;

  2. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  3. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud.

 

14.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning

  1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 75 m² bedragen;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

bijgebouwen

3 meter

5 meter

aan- en uitbouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

3 meter

 

14.2.4 Andere bouwwerken

De andere bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

bouwhoogte

perceelafscheidingen

3 meter

speel- en sportvoorzieningen

5 meter

technische installaties

5 meter

overkappingen

1 meter

licht-, vlaggen- en andere masten

10 meter

 

14.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Maatschappelijk' als bedoeld in lid 14.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 15 Sport

 

15.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. sportvoorzieningen, zoals sportvelden en -hallen en tennisbanen;

met de daarbij behorende:

  1. kantinefaciliteiten;

  2. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen en fietsenstallingen;

  3. tuinen, erven en terreinen;

  4. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, water en speel- en sportvoorzieningen.

  5. alsmede voor:

  6. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning', één bedrijfswoning;

  7. ter plaatse van de functieaanduiding 'manege', is uitsluitend een manege toegestaan.

 

15.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

15.2.1 Gebouwen:

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd, tenzij op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is aangeduid;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven.

 

15.2.2 Bedrijfswoning

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'bedrijfswoning' mag maximaal één bedrijfswoning worden gebouwd;

  2. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ mag de goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  3. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³ of indien de bestaande inhoud meer dan 600 m³ bedraagt, niet meer dan de bestaande inhoud.

 

15.2.3 Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoning

  1. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van de bedrijfswoning;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 75 m² bedragen;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

bijgebouwen

3 meter

5 meter

aan- en uitbouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

3 meter

 

15.2.4 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

bouwhoogte

Ballenvangers en vlaggenmasten

8 meter

lichtmasten

18 meter

Luifels en pergola's

3,5 meter

Perceelsafscheidingen en overige andere bouwwerken

3 meter

 

15.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. op de voor 'Sport' als bedoeld in lid 15.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 16 Tuin

 

16.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen;

  2. perceelsontsluitingen.

 

16.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  1. ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen', bijgebouwen.

16.2.1 Erkers

Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn geen gebouwen en/of overkappingen toegestaan, met dien verstande, dat een erker aan de voor- en zijgevel van een hoofdgebouw is toegestaan, mits:

  1. de diepte, gemeten uit de betreffende gevel(s) van, niet meer dan 1,50 meter bedraagt;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van de erker(s) bij elke woning niet meer dan 6 m² bedraagt;

  3. een erker niet meer dan 1 bouwlaag heeft;

  4. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 20 centimeter boven de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan de erker wordt aangebouwd.

 

16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde:

  1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

bouwwerk

voor de voorgevel hoofdgebouw

achter de voorgevel hoofdgebouw

vlaggenmasten

8 meter

8 meter

perceelafscheidingen

1 meter

2 meter

overige bouwwerken, geen gebouwen

1 meter

2 meter

 

  1. een overkapping boven de voordeur is toegestaan, mits:

    1. de breedte maximaal 120% bedraagt van de breedte van de entreepartij;

    2. de horizontale diepte niet meer dan 1,50 meter bedraagt, gemeten uit de voorgevel van het gebouw waaraan wordt aangebouwd;

    3. het om een open constructie zonder zijwanden gaat;

    4. de bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedraagt.

Artikel 17 Verkeer

 

17.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wegen, rijbanen, inclusief in-, uitvoeg- en opstelstroken, verkeerstekens en verkeersborden;

met de daarbij behorende:

  1. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  2. voet- en fietspaden;

  3. groen- en speelvoorzieningen;

  4. bermen en overige verhardingen;

  5. waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals duikers, bruggen en stuwen;

  6. overige voorzieningen, zoals straatmeubilair, nutsvoorzieningen en kleinschalige infrastructurele voorzieningen, zulks met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'laad- en losplaats', één laad- en losplaats.

 

17.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

17.2.1 Garageboxen:

Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn geen gebouwen en/of overkappingen toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - garageboxen', garageboxen zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van 3 meter.

 

17.2.2 Andere bouwwerken

De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan in de tabel is aangegeven:

ander bouwwerk

maximale bouwhoogte

licht-, vlaggen- en andere masten

10 meter

geluidwerende voorzieningen

5 meter

overige bouwwerken geen gebouwen zijnde

3 meter

 

17.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. het gebruik van garageboxen voor een bedrijf, detailhandel en/of horeca is in strijd met dit bestemmingsplan;

  2. op de voor 'Verkeer' als bedoeld in lid 17.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

Artikel 18 Wonen

 

18.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wonen;

  2. al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis;

met de daarbij behorende:

  1. tuinen en erven;

  2. parkeervoorzieningen met daarbij behorende ontsluitingsverhardingen;

  3. andere bouwwerken;

  4. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel': op de begane grond detailhandel;

  2. ter plaatse van de functieaanduiding 'gemengd': detailhandel, maatschappelijk en dienstverlening toegestaan.

 

18.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

18.2.1 Hoofdgebouwen

  1. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met de voorgevels gekeerd naar de weg;

  2. ter plaatse van de bouwaanduiding 'aaneengebouwd' zijn uitsluitend aaneengebouwde woningen toegestaan;

  3. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-onder-één-kapwoningen toegestaan;

  4. ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan;

  5. ter plaatse van de bouwaanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen, met daarbij behorende inpandige bergingen, toegestaan;

  6. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan op de verbeelding is aangegeven;

  7. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  8. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - karakteristieke dakvorm' zijn uitsluitend woningen met een karakteristieke dakvorm, zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan, toegestaan;

  9. ter plaatse van de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonumenten' mogen uitsluitend wijzigingen plaatsvinden conform de Monumentenwet 1988;

  10. onder woningen zijn kelders toegestaan tot een verticale bouwdiepte van 3,3 meter;

  11. op woningen zijn dakkapellen toegestaan, mits deze voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zoals verwoord in de Welstandsnota, zoals verwoord in de welstandsnota d.d. 3 juni 2004.

 

18.2.2 Bijbehorende bouwwerken

  1. bijbehorende bouwwerken mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd;

  2. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 20% van de oppervlakte van de bij de woning behorende gronden met de bestemming wonen en tuin met een maximum van 150m2;

  3. de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bijbehorend bouwwerk

goothoogte

bouwhoogte

gebouwen

3 meter

5 meter

overkappingen

3 meter

5 meter

 

  1. geen deel van een bijbehorende bouwwerk mag uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken boven de grenzen van het perceel onder een hoek van 142° snijden ter hoogte van de maximum goothoogte die geldt voor het desbetreffende bijbehorende bouwwerk.

 

18.2.3 Andere bouwwerken

  1. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

situering

bouwhoogte

voor de voorgevel van het hoofdgebouw

1 meter

achter de voorgevel van het hoofdgebouw

2 meter

 

  1. voor het bouwen van een zwembad dient het volgende in acht te worden genomen:

    1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens dient tenminste 3 meter te bedragen;

    2. het totaal aan bebouwing buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 20% van de bij een woning behorende gronden.

 

18.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken voor de bouw van een bijbehorend bouwwerk met een hogere goot- en/of bouwhoogte, mits:

  1. daarmee een betere aansluiting op de hoogte van de begane grond laag van het hoofdgebouw kan worden verkregen;

  2. de kapvorm en dakhellingen van het hoofdgebouw worden overgenomen;

  3. de bouwhoogte tenminste 2 meter onder de bouwhoogte van het hoofdgebouw ligt.

 

18.4 nadere eisen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de omvang en situering van bijbehorende bouwwerken die binnen 2 meter van de perceelsgrenzen zijn gesitueerd, vanwege het woon- en leefklimaat op de aangrenzende percelen.

 

18.5 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. Het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken dient functioneel ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw, dus te gebruiken voor functies zoals garage, stalling, hobbyruimte, bergruimte, kas, huisdierenverblijf, en voor een aan huis gebonden bedrijf of beroep;

  2. Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat:

    1. de woonfunctie daardoor niet mag worden verdrongen en maximaal 50 m² van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt;

    2. het beroep- of bedrijf aan huis door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend;

    3. in het kader van een beroep of bedrijf aan huis mogen maximaal 2 personen in de woning werkzaam zijn , mits kan worden voldaan aan de parkeernormen volgens de 'Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds' (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 van de Gemeente Soest;

    4. uitsluitend beroeps- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis in bijlage 2;

    5. er geen horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;

    6. door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsvinden;

    7. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden etc..

  3. Op de voor 'Wonen' als bedoeld in lid 18.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

18.6 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 18.5 en de vestiging toestaan van een beroep- of bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis is genoemd maar die naar zijn aard en invloed op de omgeving kan worden vergeleken met een rechtstreeks toegelaten beroeps- of bedrijfsactiviteit.

 

Artikel 19 Wonen - Bos en Duin

 

19.1 bestemmingsbeschrijving

Voor de 'Wonen - Bos en Duin' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wonen;

  2. tuinen en erven;

  3. parkeervoorzieningen met daarbij behorende ontsluitingsverhardingen, met dien verstande dat voorzien dient te worden in volgende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgesteld in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 20101;

  4. bij deze doeleinden behorende andere voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

 

19.2 bouwregels

 

19.2.1 toegestane bouwwerken

Op en in gronden, als bedoeld in lid 19.1 mogen uitsluitend worden gebouwd:

  1. woningen;

  2. aan- en uitbouwen;

  3. bijgebouwen en overkappingen;

  4. andere bouwwerken.

 

19.2.2 bouwen van woningen

Voor het bouwen van woningen, als bedoeld in lid 19.2.1 onder a, gelden de volgende eisen:

  1. woningen mogen uitsluitend binnen bouwvlakken worden gebouwd, met de voorgevels gekeerd naar de weg;

  2. de bouwhoogte mag niet meer dan 10,5 meter bedragen;

  3. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aan-een' zijn uitsluitend twee-onder- één- kapwoningen toegestaan;

  4. ter plaatse van de bouwaanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan;

  5. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 30° en niet meer dan 60°, uitgezonderd de dakhelling van mansardekappen en dakkapellen;

  6. onder woningen zijn kelders toegestaan tot een diepte van maximaal 3,3 meter beneden peil;

  7. op woningen zijn dakkapellen toegestaan, mits deze voldoen aan de redelijke eisen van welstand, zoals verwoord in de Welstandsnota, zoals verwoord in de welstandsnota d.d. 3 juni 2004.

 

19.2.3 bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen buiten het bouwvlak en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen buiten het bouwvlak en overkappingen gelden de volgende eisen:

  1. de aan- en uitbouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan op het bij een woning behorende bouwperceel op een afstand van 3 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan, uitgezonderd de gevallen als bedoeld in lid 19.2.3 onder h.;

  2. bijgebouwen mogen buiten het bouwvlak uitsluitend ter plaatse van de bouwaanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd;

  3. onder aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn kelders toegestaan tot een diepte van maximaal 3,3 meter beneden peil;

  4. op aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn geen dakkapellen toegestaan;

  5. de totale oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij de woning mag niet meer bedragen dan 20% van het bijbehorende bouwperceel met een maximum van:

    1. 120 m² bij vrijstaande woningen;

    2. 75 m² bij twee-onder-één-kapwoningen;

  6. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 meter;

  7. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

bouwwerk

bouwhoogte

aan- en uitbouwen

5 meter

bijgebouwen  

5 meter

overkappingen

3 meter

 

  1. aan- en uitbouwen bij een woning mogen een diepte van 3 meter hebben, onverminderd het hiervoor bepaalde en met dien verstande dat:

    1. de gezamenlijke diepte van een woning en de aangebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 15 meter mag bedragen;

    2. de breedte van de aan- en uitbouw aan de achterzijde van het hoofdgebouw niet meer dan de breedte van het hoofdgebouw, inclusief aan- en/of uitbouwen aan de zijgevel mag bedragen;

    3. de afstand van de aan- en uitbouw aan de zijgevel van de woning dient tot aan de voorgevel meer dan 3 meter te bedragen.

 

19.2.4 bouwen van andere bouwwerken

Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende eisen:

  1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

ander bouwwerk

bouwhoogte

perceelsafscheidingen

2 meter

overige andere bouwwerken

1 meter

 

  1. voor het bouwen van een zwembad dient het volgende in acht te worden genomen:

    1. een zwembad is uitsluitend toegestaan op een bij een woning behorend bouwperceel op een afstand van 3 meter van de voorgevel of het verlengde daarvan;

    2. de oppervlakte van het zwembad mag niet meer bedragen dan 20% van het bijbehorende bouwperceel met een maximum van 35 m².

 

19.3 specifieke gebruiksregels

 

19.3.1 aan huis gebonden beroep of aan huis gebonden bedrijf

Woningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf, met dien verstande dat:

  1. het beroep of bedrijf door de hoofdbewoner van de woning wordt uitgeoefend, welke hoofdbewoner maximaal 1 medewerker in dienst mag hebben;

  2. maximaal 50 m² van de vloeroppervlakte van de woning voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt;

  3. de in lid 19.3.1 onder sub b. genoemde maximale oppervlakte het totaal is van de oppervlakten binnen de woning en de eventueel bij de woning behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen;

  4. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden etc.;

  5. er geen sprake is van zakelijke dienstverlening aan huis;

  6. er geen detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;

  7. er geen horeca plaatsvindt;

  8. de activiteiten met betrekking tot een aan huis gebonden beroep of bedrijf mogen geen hinder voor het milieu opleveren; dit betekent in ieder geval dat het dient te gaan om activiteiten die niet onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer vallen en bedrijven tot en met categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt, dan wel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving;

  9. het gebruik van de woning en de daarbij behorende aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf niet mag leiden tot (een onevenredige) afbreuk of aantasting van het woonkarakter van de woning;

  10. de activiteiten met betrekking tot een aan huis gebonden beroep of bedrijf mogen zowel naar de aard als ten aanzien van de visuele aspecten ervan geen afbreuk doen aan het (woon)karakter van de wijk;

  11. door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsvinden;

  12. Op de voor 'Wonen - Bos en Duin' als bedoeld in lid 19.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgelegd in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

Artikel 20 Wonen - Gestapeld

 

20.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. wonen;

  2. al dan niet met een beroep of bedrijf aan huis;

met de daarbij behorende:

  1. tuinen en erven;

  2. parkeervoorzieningen met bijbehorende ontsluitingsverhardingen;

  3. andere bouwwerken;

  4. overige voorzieningen, zoals groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen;

alsmede voor:

  1. ter plaatse van de functieaanduiding 'detailhandel': detailhandel;

  2. ter plaatse van de functieaanduiding 'gemengd': detailhandel, maatschappelijk en dienstverlening toegestaan.

 

20.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

20.2.1 Gebouwen

  1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

  2. er zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan;

  3. ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' mogen de goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven;

  4. ter plaatse van de bouwaanduiding 'onderdoorgang' is een onderdoorgang toegestaan.

 

20.2.2 Andere bouwwerken

  1. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:

situering

bouwhoogte

voor de voorgevel van het hoofdgebouw

1 meter

achter de voorgevel van het hoofdgebouw

2 meter

 

  1. voor het bouwen van een zwembad dient het volgende in acht te worden genomen:

    1. een zwembad is uitsluitend toegestaan op een afstand van 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw;

    2. de oppervlakte van het zwembad mag niet meer bedragen dan 20% van de bij het hoofdgebouw behorende gronden buiten het bouwvlak.

 

20.3 specifieke gebruiksregels

Voor het gebruik gelden de volgende regels:

  1. hoofdgebouwen en bijgebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstaande dat:

    1. de woonfunctie daardoor niet mag worden verdrongen en maximaal 50 m² van de woning voor de bedoelde activiteiten mag worden gebruikt;

    2. een bedrijf aan huis slecht op de beganegrond laag van een gebouw met gestapelde woningen is toegestaan;

    3. het beroep- of bedrijf aan huis door de hoofdbewoner wordt uitgeoefend, waarbij er tegelijkertijd maximaal 1 arbeidskracht in de woning aan het werk mag zijn;

    4. uitsluitend beroeps- en bedrijfsactiviteiten kunnen worden toegestaan in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis in bijlage 2;

    5. er geen horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van beperkte verkoop als ondergeschikte nevenactiviteit van de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;

    6. door de bedrijvigheid geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt, met dien verstande dat, behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in het openbaar gebied rond de betreffende kleinschalige bedrijvigheid mogen plaatsgebonden;

    7. er geen reclame wordt gemaakt aan of bij het pand, met uitzondering van een klein bord, met een maximale oppervlakte van 0,5 m², voor de mededeling van het beroep, de openingstijden etc..

  2. Op de voor 'Wonen - Gestapeld' als bedoeld in lid 20.1 aangewezen gronden dient te worden voorzien in volgende parkeergelegenheid conform de gemeentelijke parkeernormen, zoals vastgesteld in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010.

 

20.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.3 en de vestiging toestaan van een beroep- of bedrijfsactiviteit die niet in de Staat van bedrijfsactiviteiten aan huis is genoemd maar die naar zijn aard en invloed op de omgeving kan worden vergeleken met een rechtstreeks toegelaten beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Artikel 21 Waarde - Archeologie hoge verwachting

 

21.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).

 

21.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

21.2.1 Verbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking zoals bedoeld in lid 21.3 te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming (en).

 

21.2.2 Uitzonderingen

Het in lid 21.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:

  1. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of;

  2. bebouwing op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of;

  3. bebouwing waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad, of;

  4. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of;

  5. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits:

    1. de bestaande fundering wordt gebruikt;

    2. de bestaande oppervlakte met niet meer dan 100 m² wordt uitgebreid, of;

  6. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 100 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en).

 

21.3 Afwijken van de bouwregels

 

21.3.1 Afwijking:

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 21.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord.

 

21.3.2 Beperkingen

Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:

  1. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

 

21.3.3 Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de afwijking moeten worden verbonden.

 

21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

21.4.1 Verbod

Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

  1. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld;

  2. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  3. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100 m² zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden;

  4. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren;

  5. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  6. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  7. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting;

  8. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.

 

21.4.2 Uitzonderingen

Het in lid 21.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden:

  1. die normale onderhoud betreffen, of;

  2. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het bestemmingsplan, of;

  3. die het archeologisch onderzoek betreffen, of;

  4. die een oppervlakte van 100 m² of minder beslaan, of;

  5. die zijn voorzien op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of;

  6. waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

 

21.4.3 Toetsingscriteria

De vergunning wordt verleend, indien de in lid 21.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

 

21.4.4 Voorwaarden

Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden:

  1. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

 

21.4.5 Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.

 

21.5 wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

Artikel 22 Waarde - Archeologie middelhoge verwachting

 

22.1 bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van een gebied met middelhoge archeologische verwachtingswaarde, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en).

 

22.2 bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

22.2.1 Verbod

Op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' mede bestemde gronden is het verboden om zonder een afwijking van het bevoegd gezag te bouwen of te laten bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen.

 

22.2.2 Uitzonderingen

Het in lid 22.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op:

  1. bebouwing die nodig is voor het archeologisch onderzoek met een maximale bouwhoogte van 5 meter, of;

  2. bebouwing op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of;

  3. bebouwing waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad, of;

  4. bebouwing waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 30 centimeter en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of;

  5. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bebouwing krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits:

    1. de bestaande fundering wordt gebruikt;

    2. de bestaande oppervlakte met niet meer dan 500 m² wordt uitgebreid, of;

  6. bebouwing waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 500 m² en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en).

 

22.3 Afwijken van de bouwregels

 

22.3.1 Afwijking:

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid 22.2.1 voor het bouwen volgens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord.

 

22.3.2 Beperkingen

Het bevoegd gezag kan onder beperkingen afwijken en de volgende voorschriften aan de afwijking verbinden:

  1. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

 

22.3.3 Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een afwijking winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de afwijking archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de afwijking moeten worden verbonden.

22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

 

22.4.1 Verbod

Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden:

  1. de bodem met meer dan 1 meter op te hogen boven het bestaande maaiveld;

  2. het verwijderen van funderingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  3. de aanleg of uitbreiding van oppervlakteverhardingen met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 500 m² zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden;

  4. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, vijvers, sloten, greppels en andere wateren;

  5. de aanleg van drainage op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  6. de aanleg van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld;

  7. het planten en/of het vellen/rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting;

  8. andere grondbewerkingen op een diepte van meer dan 30 centimeter onder het bestaande maaiveld.

 

22.4.2 Uitzonderingen

Het in lid 22.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden:

  1. die het normale onderhoud betreffen, of;

  2. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van het bestemmingsplan, of;

  3. die het archeologisch onderzoek betreffen, of;

  4. die een oppervlakte van 500 m² of minder beslaan, of;

  5. die zijn voorzien op gronden waarvan kan worden aangetoond dat de laag met verwachtingen al is geroerd, of;

  6. waarvan op voorhand is vastgesteld dat het belang van de archeologie niet onevenredig wordt geschaad.

 

22.4.3 Toetsingscriteria

De vergunning wordt verleend, indien de in lid 22.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, of indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

 

22.4.4 Voorwaarden

Het bevoegd gezag kan de vergunning onder beperkingen verlenen en de volgende voorschriften aan de vergunning verbinden:

  1. de verplichting tot het (laten) treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;

  2. de verplichting tot het (laten) doen van opgravingen, of de verplichting de activiteit, die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

 

22.4.5 Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige, omtrent de vraag of door het verlenen van de vergunning archeologische waarden (kunnen) worden aangetast, en welke voorschriften aan de vergunning moeten worden verbonden.

 

22.5 wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van een nader archeologisch onderzoek is gebleken dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

Artikel 23 Waarde - Landschap

 

23.1 Bestemmingsomschrijving

De voor "Waarde - Landschap" aangewezen gronden zijn bestemd voor: instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het aanwezige landschap en voor daarbij behorende ontsluitingsverhardingen.

23.2 nadere eisen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en de afmetingen van bouwwerken ter instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het aanwezige landschap.

HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS

 

Artikel 24 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 25 Algemene bouwregels

 

25.1 bestaande en afwijkende maatvoering en situering

  1. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van de maatvoering en situering van gebouwen gelden de bouwregels, zoals die onder de bestemmingen en algemene bouwregels in artikel 25 zijn voorgeschreven, dan wel de bestaande overschrijding daarvan, zoals deze op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, of kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen.

  2. Het bepaalde onder 25.1.a geldt niet voor bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

 

25.2 maximum goothoogte

  1. van een gebouw waarvan de maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken boven de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken onder een hoek van 142 graden snijden ter hoogte van de maximum goothoogte. Onder de denkbeeldige verticale vlakken worden de verticale vlakken verstaan boven twee tegenover elkaar liggende zijden van het bouwvlak evenwijdig aan de hoofdrichting van de nok. Deze bepaling is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, dakkapellen en goten (zie toelichting in 25.3: figuur maximale goothoogte).

  2. van een gebouw waarvoor geen bouwvlak is opgenomen en waarvan de maximum goothoogte is bepaald, mag geen deel uitsteken buiten de denkbeeldige vlakken, die de denkbeeldige verticale vlakken waarin de twee langste gevels van het bouwwerk liggen onder een hoek van 142° snijden ter hoogte van de maximum goothoogte. Deze bepaling is niet van toepassing op ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, dakkapellen en goten.

  3. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen met betrekking tot het uiterlijk, de afmeting en de plaatsing van dakkapellen.

 

25.3 figuur maximale goothoogte

 [image]

25.4 onderkeldering van gebouwen

Voor het bouwen onder een gebouw gelden de volgende regels:

  1. de verticale bouwdiepte mag maximaal 3.30 meter bedragen;

  2. het deel van de kelder, dat verder reikt dan het oppervlak van het gebouw vanaf peil wordt meegeteld bij de oppervlaktebebouwing buiten het bouwvlak en bedraagt niet meer dan de maxima zoals deze zijn gesteld in de daar voorkomende bestemming;

  3. de voorzieningen voor de toetreding van daglicht mogen maximaal 1.00 meter uit de gevel van de kelder worden gebouwd;

  4. toelaatbaar zijn uitsluitend ondergrondse ruimten, die een functionele eenheid vormen met de ter plaatse toegestane functies, zoals (huishoudelijke) bergruimten, parkeerruimten en fietsenstallingen.

Artikel 26 Algemene gebruiksregels

Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt:

  1. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting, tenzij dit gebruik als zodanig uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens het plan;

  2. het gebruik van onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, en als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al dan niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met de verwerkelijking of het beheer van de bestemming.

Artikel 27 Algemene aanduidingsregels

 

27.1 milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied

De ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor de exploitatie en bescherming van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening.

 

Artikel 28 Algemene afwijkingsregels

 

28.1 Afwijken

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit plan mits dit stedenbouwkundig acceptabel wordt geacht:

  1. voor het overschrijden van bouwgrenzen, mits de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt;

  2. voor het overschrijden van voorgeschreven maten en percentages tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages;

  3. voor het toestaan van bijzondere dakvormen;

  4. voor het bouwen van portieken, liftschachten en stedenbouwkundige accenten;

  5. voor de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken bij een woning voor de stalling van scootmobielen of daaraan gelijk te stellen vervoersmiddelen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 10 m² mag bedragen;

  6. voor het plaatsen van beeldende kunstwerken met een maximale bouwhoogte van 5 meter.

 

28.2 Criteria

Er wordt niet afgeweken als bedoeld in lid 28.1, indien daardoor afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 29 Algemene wijzigingsregels

 

29.1 Overschrijding van bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de begrenzing van bestemmings- en bouwvlakken wijzigen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij de wijziging betrokken vlakken en zones niet meer dan 20% wordt verkleind of vergroot.

 

29.2 Wijzigen van Staat van Bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen de van deze regels deel uit makende Staat van bedrijfsactiviteiten wijzigen, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.

 

29.3 Wijzigen van Beleidsnota parkeernormen en parkeersfonds

Burgemeester en wethouders kunnen voor het toepassen van de Beleidsnota parkeernormen (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 het bestemmingsplan wijzigen voor zover dit nodig is in verband met een nieuwe door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds.

 

29.4 Wijzigen van de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart

Burgemeester en wethouders kunnen voor het toepassen van de Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart het bestemmingsplan wijzigen voor zover dit nodig is in verband met:

    1. een nieuwe door de gemeenteraad vastgestelde Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart, dan wel.

    2. een door Burgemeester en wethouders vastgestelde wijziging van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie Waardevol Verwachtingsgebied 1, 2 of 3, zodanig, dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgraving, daartoe aanleiding geeft.

 

29.5 Wro-zone - wijzigingsgebied -1

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-1’ (Bosstraat/Den Blieklaan) te wijzigen in de bestemming Groen - Wijkgroen als bedoeld in artikel 10, de bestemming Tuin als bedoeld in artikel 16, de bestemming Verkeer als bedoeld in artikel 17, de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18 en de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’ als bedoeld in artikel 23, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. het gebied dient als één geheel ontwikkeld te worden;

  2. de verkavelingsstructuur dient aan te sluiten bij de structuur van het gebied, zoals aangegeven in de visie Bosstraat;

  3. het door de aanvrager in te dienen bouwplan mag niet in strijd zijn met beperkingen, die worden opgeworpen door regelgeving op het gebied van externe veiligheid;

  4. de groene uitstraling van het gebied dient gewaarborgd te blijven;

  5. de goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 4 meter;

  6. de bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 9 meter;

  7. er dienen grondgebonden woningen gerealiseerd te worden, gestapelde woningen zijn niet gewenst;

  8. in het gebied zijn in totaal maximaal 11 woningen van de volgende categorieën mogelijk:

    1. twee-aan-een;

    2. vrijstaand;

  9. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  10. de verkeersverbindingen dienen aan te sluiten op de verbindingen in de omgeving;

  11. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  12. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  13. alle wettelijk verplichte onderzoeken, waaronder bodemonderzoek, door de aanvrager zijn gedaan;

  14. bij voltooiing van de bouwwerkzaamheden mogen geen van de woningen, als gevolg van milieuhinder, binnen de stankcirkel vallen;

  15. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  16. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast, waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest;

    6. hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    7. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

 

29.5.1 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  3. een goede woonsituatie;

  4. de verkeersveiligheid;

  5. de sociale veiligheid;

  6. de milieusituatie;

  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

29.6 Wro-zone - wijzigingsgebied -2

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-2’ (Houtsnip) te wijzigen in de bestemming Groen - Wijkgroen als bedoeld in artikel 10, de bestemming Tuin als bedoeld in artikel 16, de bestemming Verkeer als bedoeld in artikel 17 en de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. het gebied dient als één geheel ontwikkeld te worden;

  2. de verkavelingsstructuur dient aan te sluiten bij de structuur van het gebied, zoals aangegeven in de visie Bosstraat;

  3. het door de aanvrager in te dienen bouwplan mag niet in strijd zijn met beperkingen, die worden opgeworpen door regelgeving op het gebied van externe veiligheid;

  4. de groene uitstraling van het gebied dient gewaarborgd te blijven;

  5. de goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 4 meter;

  6. de bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 9 meter;

  7. er dienen grondgebonden woningen gerealiseerd te worden, gestapelde woningen zijn niet gewenst;

  8. in het gebied zijn in totaal maximaal 5 vrijstaande woningen mogelijk;

  9. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  10. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  11. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  12. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  13. alle wettelijk verplichte onderzoeken door de aanvrager zijn gedaan;

  14. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast, waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest;

    6. hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    7. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

 

29.6.1 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  3. een goede woonsituatie;

  4. de verkeersveiligheid;

  5. de sociale veiligheid;

  6. de milieusituatie;

  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

29.7 Wro-zone - wijzigingsgebied -3

Burgemeester en Wethouders van Soest zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-3’ (Weegbreestraat) te wijzigen in de bestemming Groen - Wijkgroen als bedoeld in artikel 10, de bestemming Tuin als bedoeld in artikel 16, de bestemming Verkeer als bedoeld in artikel 17 en de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. het gebied dient als één geheel ontwikkeld te worden;

  2. de verkavelingsstructuur dient aan te sluiten bij de structuur van het gebied;

  3. het door de aanvrager in te dienen bouwplan mag niet in strijd zijn met beperkingen, die worden opgeworpen door regelgeving op het gebied van externe veiligheid;

  4. de bestaande bomenrij moet gehandhaafd blijven;

  5. de goothoogte van de woningen bedraagt maximaal 3 meter;

  6. de bouwhoogte van de woningen bedraagt maximaal 7 meter;

  7. er dienen grondgebonden woningen gerealiseerd te worden, gestapelde woningen zijn niet gewenst;

  8. in het gebied zijn in totaal maximaal 14 aaneengesloten woningen mogelijk;

  9. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  10. de verkeersverbindingen dienen aan te sluiten op de verbindingen in de omgeving;

  11. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  12. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  13. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  14. alle wettelijk verplichte onderzoeken door de aanvrager zijn gedaan;

  15. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast, waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest;

    6. hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    7. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

 

29.7.1 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  3. een goede woonsituatie;

  4. de verkeersveiligheid;

  5. de sociale veiligheid;

  6. de milieusituatie;

  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

29.8 Wro-zone - wijzigingsgebied - 4

Burgemeester en Wethouders van Soest zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-4’ (Beukenlaan 86b) te wijzigen in de bestemming Tuin als bedoeld in artikel 16 en de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. maximaal 1 vrijstaande of 1 twee-onder-een-kap woning is toegestaan;

  2. een goothoogte van maximaal 4 meter en een bouwhoogte van maximaal 7 meter;

  3. een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van minimaal 3 meter;

  4. een voortuin van minimaal 20 meter diepte;

  5. bebouwing en gebruik conform de standaardregels voor bestemmingsplannen van de gemeente Soest;

  6. het waarborgen van de beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  7. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  8. de verkeersverbindingen dienen aan te sluiten op de verbindingen in de omgeving;

  9. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  10. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  11. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  12. alle wettelijk verplichte onderzoeken door de aanvrager zijn gedaan;

  13. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast,waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest;

    6. hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    7. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

 

29.8.1 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  3. een goede woonsituatie;

  4. de verkeersveiligheid;

  5. de sociale veiligheid;

  6. de milieusituatie;

  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

29.9 Wro-zone - wijzigingsgebied - 5

Burgemeester en Wethouders van Soest zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-5’ (achter Eigendomweg 151) te wijzigen in de bestemming Wonen als bedoeld in artikel 18, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. maximaal 1 vrijstaande woning is toegestaan;

  2. een bouwvlak van maximaal 7 bij 10 meter;

  3. een goothoogte van maximaal 3 meter en een bouwhoogte van maximaal 6 meter;

  4. een afstand vanuit de kadastrale grens met het perceel Wielewaal 42 van minimaal 5 meter;

  5. de groene waarde van het gebied dient gewaarborgd te blijven, ter uitvoering waarvan in ieder geval niet mag worden gebouwd binnen de kroonprojectie van de aanwezige eikenbomen;

  6. bebouwing en gebruik conform de standaardregels voor bestemmingsplannen van de gemeente Soest;

  7. het waarborgen van de beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  8. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  9. de verkeersverbindingen dienen aan te sluiten op de verbindingen in de omgeving;

  10. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  11. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  12. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  13. alle wettelijk verplichte onderzoeken door de aanvrager zijn gedaan;

  14. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast, waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest;

    6. hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    7. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

 

29.9.1 Nadere eisen

Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  1. het waarborgen van de in het plan beoogde stedenbouwkundige kwaliteit;

  2. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;

  3. een goede woonsituatie;

  4. de verkeersveiligheid;

  5. de sociale veiligheid;

  6. de milieusituatie;

  7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

 

29.10 Wro-zone - wijzigingsgebied - 6

Burgemeester en Wethouders van Soest zijn bevoegd om gronden met de aanduiding ‘Wro-zone wijzigingsgebied-6’ (achter Bosstraat 77) te wijzigen in de bestemming Maatschappelijk als bedoeld in artikel 14, waarbij de volgende bepalingen gelden:

  1. een bouwvlak van maximaal 10 bij 15 meter;

  2. de goothoogte van de gebouwen bedraagt maximaal 4 meter;

  3. de bouwhoogte van de gebouwen bedraagt maximaal 7 meter;

  4. aan de in de Beleidsnota parkeernormen en parkeerfonds (1e herziening) d.d. 18 februari 2010 vastgelegde parkeernormen wordt voldaan;

  5. de verkeersverbindingen dienen aan te sluiten op de verbindingen in de omgeving;

  6. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en in de parkeerbehoefte moet worden voorzien;

  7. er dient te worden voldaan aan het hoofdstuk Luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer;

  8. de aanvrager door middel van onderzoeken heeft aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu, bodem en archeologische waarden ontstaat;

  9. alle wettelijk verplichte onderzoeken door de aanvrager zijn gedaan;

  10. er dient door middel van een zgn. exploitatie-overeenkomst tussen Burgemeester en Wethouders en de aanvrager in ieder geval vast te komen staan dat:

    1. het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid economisch en maatschappelijk uitvoerbaar is;

    2. er een planschade-analyse is verricht door een deskundig bureau, waaruit blijkt, dat er voor de gemeente Soest geen planschade ontstaat, dus afhankelijk van de uitkomst van de hoogte van de planschade-analyse dient door de aanvrager aan de gemeente Soest een bankgarantie te worden afgegeven;

    3. aanpassingen in de bestaande verkeersstructuur ten behoeve van ontwikkelingen in het gebied ten laste van de aanvrager komen;

    4. er bij de ontwikkeling van het gebied duurzame energievormen worden toegepast, waarbij in de overeenkomst wordt aangegeven aan welke Gemeentelijke Praktijk Richtlijn-niveau door de aanvrager dient te worden voldaan;

    5. het openbaar gebied na aanleg wordt overgedragen aan de gemeente Soest; hiervoor dient het openbaar gebied qua inrichting, regen- en vuilwaterriolering en nutsvoorzieningen te voldaan aan de eisen van de gemeente Soest; een ontwerp-tekening van de inrichting en voorzieningen dient hiervoor ter goedkeuring bij de gemeente Soest te worden ingediend;

    6. er een bluswatervoorziening in het gebied aanwezig zal zijn, waarover door de aanvrager in een vroegtijdig stadium nader contact zal worden opgenomen met de brandweer Soest.

HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

 

Artikel 30 Overgangsrecht

 

30.1 overgangsrecht bouwwerken

  1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

    1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

    2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan binnen 2 jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

  2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder 30.1.a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 30.1.a. met maximaal 10%.

  3. Het bepaalde in lid 30.1.a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

 

30.2 overgangsrecht gebruik

  1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

  2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 30.2.a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

  3. Indien het gebruik, bedoeld in lid 30.2.a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

  4. Het bepaalde in lid 30.2.a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

 

30.3 hardheidsclausule

Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kunnen Burgemeester en Wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht ontheffing verlenen.

Artikel 31 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Klaarwater, Smitsveen en Bosstraat".

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 15 maart 2012.

 

De gemeenteraad van Soest,

De griffier, De voorzitter,

 

M. van Vliet MPM AA A. Noordergraaf