| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0307.TAM013-0301 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van 8 Skaeve Huse woonunits en één begeleidersunit. Voor deze locatie is het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse als een nieuw hoofdstuk opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22p van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22p.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor
het nummer van de bijlage '22p.' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22p. Aanvullend op deze begripsbepalingen gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p 'Skaeve Huse' met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM013-0201 van de gemeente Amersfoort.
Een bedrijf dat geheel of overwegend is gericht op het voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, ter verkrijging van plantaardige of dierlijke producten, zoals een weidebouw-, akkerbouw-, pluimvee-, veehouderij-, veemesterij- pelsdierenfokkerij-, fruitteelt-, bloemisterij- en boomkwekerijbedrijf (waaronder mede begrepen tuincentra), niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een champignonkwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij, een wormenkwekerijof of een volle grond tuinbouwbedrijf.
Een bouwwerk, geen gebouw en geen bijbehorende bouwwerk zijnde.
Een bouwwerk bedoeld voor de begeleiders van de bewoners van de Skaeve Huse woonunits.
Recreatief medegebruik van gronden, zoals fietsen, paardrijden, varen, vissen, wandelen en zwemmen.
Gewasbeschermingsmiddel zoals opgenomen in bijlage I van het Besluit activiteiten leefomgeving.
Agrarisch bedrijf dat gericht is op het ontwikkelen van activiteiten, waarbij de productie geheel of nagenoeg geheel afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond als productiemiddel waar het bedrijf over kan beschikken.
een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van dieren geheel of nagenoeg geheel plaatsvindt in gebouwen, waarbij het op biologische wijze houden van dieren, alsmede het op grondgebonden wijze houden van dieren die een substantieel deel van het jaar weidegang hebben, niet wordt aangemerkt als intensieve veehouderij.
Een bijzondere vorm van begeleid wonen in een prikkelarme woonomgeving voor inwoners van de gemeente Amersfoort die zich niet in een gewone woonomgeving kunnen aanpassen en niet volledig zelfstandig kunnen wonen.
een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit.
Activiteiten die in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een agrarisch bouwperceel.
Het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.
Een woonunit bedoeld voor wonen met het Skaeve Huse principe
Het werkingsgebied begrenst (met coördinaten/geometrie) de juridische werking van de tekst: het duidt aan dat de tekst alleen binnen dit werkingsgebied een juridische werking heeft. Op de digitale verbeelding verwijst het werkingsgebied naar de voormalige terminologie onder de Wro, namelijk bestemming.
Het bepaalde in artikel 22.28 van het omgevingsplan Amersfoort is van toepassing op de regels in hoofdstuk 22p. Daarnaast gelden de volgende meetbepalingen bij toepassing van de regels.
de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot een bepaalde grens van het erf;
vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
De hellingshoek langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de lijnen, getrokken door de buitenzijde van de gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken: bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend (gedeelten van) bijbehorende bouwwerken gelegen binnen het bouwvlak en/of voor de voorgevelrooilijn, met dien verstande dat erkers, etc. voor de voorgevel niet meetellen bij de berekening van de oppervlakte
De regels in dit plan zijn van toepassing op de locaties waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0307.TAM006-0301, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Skaeve Huse zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het 'Omgevingsplan gemeente Amersfoort' zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet binnen het werkingsgebied van dit plan.
In afwijking van 3.4.1 zijn de geluidsbepalingen in paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort niet van toepassing, voor zover het bepaalde in dit artikel in strijd is met regels in dit TAM-omgevingsplan.
De regels in Hoofdstuk 3 Thematische regels zijn gesteld met het oog op:
Aan de regels van Hoofdstuk 3 Thematische regels wordt voldaan door de eigenaar, erfpachter, gebruiker of degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 5.2 wordt verleend als:
Op grond van de beoordelingsregels als bedoeld in 5.4 onder b kunnen de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.3 worden verbonden:
Dit artikel gaat over het parkeren bij bouwactiviteiten waarvoor op grond van 9.3 een vergunning nodig is.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt verleend als ten aanzien van het parkeren wordt voorzien in (de aanleg van) voldoende parkeergelegenheid, zoals vastgelegd in het gemeentelijk Omgevingsprogramma Mobiliteit 2025 - 2035, en rechtsopvolgende beleidsregels inzake het parkeren zoals die gelden tijdens het indienen van de omgevingsvergunning (zie www.overheid.nl).
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, is alleen toegestaan zolang de in de 6.2 bedoelde parkeergelegenheid in stand wordt gehouden.
Dit artikel gaat over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij gevoelige activiteiten in het buitengebied.
De gronden binnen het werkingsgebied 'gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten' zijn mede aangewezen voor de bescherming van de gezondheid van personen op nabijgelegen verblijfslocaties.
Het is verboden om op gronden binnen het werkingsgebied 'gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten' gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
De regels in Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels zijn gesteld met het oog op:
Aan de regels van Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
De regels in artikel Hoofdstuk 4 Activiteitgerichte regels zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen.
Grond de eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken, tenzij in subparagraaf 22.2.6.2 van het omgevingsplan anders is aangegeven.
Het is verboden om een bouwwerk te bouwen voor een gebruiksactiviteit die niet is toegestaan volgens Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten .
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt voor een hoofdgebouw verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels in 10.2 tot en met 10.5.
het hoofdgebouw wordt gerealiseerd in het werklingsgebied bouwvlak.
De maximale bouwhoogte is de ter plaatse van het werkingsgebied 'maximum bouwhoogte (m)' bepaalde waarde.
De maximale goothoogte is de ter plaatse van het werkingsgebied 'maximum goothoogte (m)' bepaalde waarde.
De gebouwen mogen uitsluitend in 1 bouwlaag worden gebouwd;
Voor gebouwen in het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing dienen de gebouwen noodzakelijk te zijn in verband met de doelmatige agrarische bedrijfsvoering ter plaatse. De reeds aanwezige bebouwing wordt betrokken bij de beoordeling van de doelmatigheid.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt voor de realisatie van een bedrijfswoning in het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing verleend, mits
Het is verboden om kassen te bouwen.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt voor een bijgebouw verleend als wordt voldaan aan de beoordelingseis in 11.2, 11.3 of 11.4.
Het is toegestaan om binnen het werkingsgebied Maatschappelijk - Skaeve Huse buiten het bouwvlak 1 bijbehorend bouwwerk te realiseren als:
Het is toegestaan om binnen het werkingsgebied Maatschappelijk - Begeleidersunit met de aanduiding 'Berging van beheerdersunit' 1 berging te realiseren als:
Het is toegestaan om binnen het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing bijgebouwen bij bedrijfswoningen te realiseren als:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3 wordt in het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing verleend voor;
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3 wordt verleend voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken als:
Dit artikel gaat over het aanleggen van werken, geen bouwwerken zijnde en over het uitvoeren van werkzaamheden.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren in de buitenruimte:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 14.2 wordt verleend als;
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 wordt verleend voor het bouwen van ondergschikte bouwdelen als:
Voor de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3 in het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing zijn burgemeester en wethouders bevoegd nadere eisen te stellen met betrekking tot de plaats en afmetingen van gebouwen en andere bouwwerken voor:
Dit artikel gaat naast het toepassingsbereik zoals beschreven in 9.1 ook over het aanleggen van werken, geen bouwwerk zijnde en over het uitvoeren van werkzaamheden.
Het is verboden om in het werkingsgebied Overig - Gastransportleiding zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 9.3 bouwwerken te bouwen.
Het is verboden om in het werkingsgebied Overig - Gastransportleiding zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of grondwerkzaamheden uit te voeren. Hierbij wordt verstaan:
Het verbod als bedoeld in 17.2.2 geldt niet voor grondwerkzaamheden:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 17.2.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 9.3 en 17.2.1 wordt verleend als de beheerder van de gastransportleiding wordt geraadpleegd en instemt met de manier waarop de veiligheid rondom de gastransportleiding is gewaarborgd. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegestaan.
De omgevingsvergunning als bedoeld in 17.2 wordt verleend als de beheerder van de gastransportleiding wordt geraadpleegd en instemt met de manier waarop de veiligheid rondom de gastransportleiding is gewaarborgd.
Dit hoofdstuk gaat over gebruiksactiviteiten in TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22p Skaeve Huse.
De regels in Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten zijn gesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Aan de regels van Hoofdstuk 5 Gebruiksactiviteiten wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
In het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing mogen gronden worden gebruikt voor:
Tot een gebruik, strijdig met Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing, wordt in ieder geval gerekend:
In het werkingsgebied Agrarisch met waarden - Slagenlandschap met perceelsbegroeiing kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van het bepaalde in 19.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van de volgende niet-agrarische nevenactiviteiten:
De omgevingsverguning als bedoeld in 19.3.1 wordt verleend als de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
In het werkingsgebied 'Maatschappelijk-Skaeve Huse' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor wonen in een woonzorgvoorziening volgens het Skaeve Huse principe verdeeld over 8 woonunits om maximaal 10 personen te huisvesten.
Het gezamenlijk geluid dient maximaal 60dB te zijn en er dient tenminste 1 slaapkamer te worden gerealiseerd aan de geluidluwe kant van de gevels van de woonunits.
In het werkingsgebied 'Maatschappelijk-Skaeve Huse' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor bij het wonen behorende voorzieningen zoals tuinen en erven, groen, fietsparkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water.
In het werkingsgebied 'Maatschappelijk – Begeleidersunit' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de begeleiding van de bewoners van de Skaeve Huse woonunits.
In het werkingsgebied 'Maatschappelijk - Begeleidersunit' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor een berging ten behoeve van de begeleidersunit. De bouwhoogte van de berging mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
In het werkingsgebied 'Verblijfsgebied' mogen gronden en bouwwerken worden gebruikt voor:
In de aanduiding 'Verblijfsgebied parkeren' mogen gronden worden gebruikt voor parkeeractiviteiten.
In het werkingsgebied 'Groen-Skaeve Huse' mogen gronden worden gebruikt voor:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 14.2 wordt verleend als wordt voldaan aan een door bevoegd gezag goedgekeurde inrichtingsplan.
Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, is alleen toegestaan zolang de in 23.2 bedoelde groenmaatregelen in stand worden gehouden.
In het werkingsgebied Overig - Gastransportleiding mogen gronden worden gebruikt voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hogedruk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met daarbij behorende belemmeringstroken.
Tot een gebruik, strijdig met Overig - Gastransportleiding, wordt in ieder geval gerekend: