direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Dezonering Wagenwerkplaats Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.TAM005-0301

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Bij Koninklijk Besluit van 27 november 1992 is het NS-emplacement Wagenwerkplaats met een geluidgezoneerd industrieterrein vastgesteld. Op zo'n terrein zijn zoneringsplichtige activiteiten (voorheen: 'grote lawaaimakers') toegestaan en rond het industrieterrein ligt een geluidzone.

Binnen het gezoneerde industrieterrein NS-emplacement Wagenwerkplaats zijn gebieden aanwezig, waar geen zoneringsplichtige activiteiten meer zijn. De aanwezige bedrijfsmatige activiteiten zijn niet opgenomen in bijlage VIII van het Bal. Vanwege de afwezigheid van zoneringsplichtige activiteiten en het gegeven dat er op een geluidgezoneerd industrieterrein geen woningbouw mag plaatsvinden, is het de bedoeling om het gezoneerde industrieterrein te verkleinen. Hierdoor is het plangebied geen gezoneerd industrieterrein meer, maar wordt het onderdeel van de geluidzone die rond het gezoneerde industrieterrein ligt. In deze geluidzone zijn geluidgevoelige objecten - na afweging - mogelijk. Deze dezonering en afweging moeten worden vertaald in regels, die zijn opgenomen in dit plan.

In het Masterplan Wagenwerkplaats, vastgesteld op 9 juli 2019 vastgesteld, is de Wagenwerkplaats verdeeld in drie delen: Oost, West en Midden. Met de vaststelling van het 'Chw bestemmingsplan Wagenwerkplaats e.o. - deelgebieden Midden en West en spoorwegemplacement' zijn de gronden behorende tot de deelgebieden Midden en West (grotendeels) niet langer aangewezen als gezoneerd industrieterrein. Het industrieterrein is dus voor deze deelgebieden al gedeeltelijk gedezoneerd. Voor de Wagenwerkplaats Oost en de Van Rijnsoever-locatie is dit nog niet het geval en geldt nog een status van gezoneerd industrieterrein.

Om de beoogde ontwikkelingen planologisch mogelijk te maken, wordt na onderhavige dezonering, een afzonderlijke ruimtelijke procedure doorlopen.

Aangezien het een gedeeltelijke dezonering betreft blijft ter plaatse van het NS-emplacement een deel van het geluidgezoneerde industrieterrein nog bestaan.

Dit TAM-omgevingsplan ziet op het dezoneren van het gezoneerde industrieterrein ter plekke van de Van Rijnsoeverlocatie. Op termijn kan ook de dezonering voor de locatie Wagenwerkplaats-Oost (verder) in procedure worden gebracht.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied, oftewel het deel van het NS-emplacement Wagenwerkplaats, dat gedezoneerd wordt bestaat uit de Van Rijnsoever-locatie. Het plangebied wordt aan drie zijden omringd door de deelgebieden (Wagenwerkplaats Midden en West). Ten noorden van het plangebied ligt de wijk Soesterkwartier.

Navolgende afbeelding toont globaal de ligging en begrenzing van het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0001.png"

Industrieterrein, geluidszone en de Van Rijnsoeverlocatie in de rode cirkel (Bron: n4o)

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0002.png"

Van Rijnsoeverlocatie in de blauwe rechthoek (Bron: n4o)

1.3 Huidige planologische situatie

Voor de gronden in het plangebied geldt het omgevingsplan gemeente Amersfoort, dat geldt vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Dit tijdelijke omgevingsplan omvat de ter plaatse van het plangebied geldende voormalige bestemmingsplannen, de bruidsschat en verordeningen. Het onderhavige TAM-omgevingsplan vormt een partiële herziening van de bestaande ruimtelijke regels. Voor het overige blijft het omgevingsplan gemeente Amersfoort, met de onderliggende bestemmingsplannen onverkort van kracht.

Binnen het plangebied gelden op dit moment de volgende ruimtelijke plannen:

  • bestemmingsplan 'Veegplan B' (vastgesteld 26 september 2017);
  • wijzigingsplan 'Partiele herziening Veegplan B - Archeologie' (vastgesteld 17 september 2024);
  • beheersverordening 'Wagenwerkplaats e.o' (vastgesteld 26 maart 2019);
  • bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2023' (vastgesteld 23 april 2024);

Bestemmingsplan Veegplan B en Partiele herziening Veegplan B - Archeologie
Op basis van het bestemmingsplan 'Veegplan B' is de regeling voor archeologie geactualiseerd. Het plangebied heeft hier de dubbelbestemming Waarde - archeologie 3'. Met deze dubbelbestemmingen zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Dit plan is op 17 september gewijzigd door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Voor het plangebied is, afgezien van een smalle strook aan de noordzijde, de dubbelbestemming Waarde - archeologie 3' opgeheven.

Beheersverordening Wagenwerkplaats e.o
In 2013 en 2019 heeft de raad de 'Beheersverordening Wagenwerkplaats e.o.' vastgesteld. Met deze verordening is het gebied juridisch “op slot gezet” om aan de voorheen geldende actualisatieplicht te voldoen, in afwachting van de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Binnen de Beheersverordening heeft het plangebied de bestemming 'Bedrijf - Hovenier'. De inrit tot het terrein valt onder de bestemming 'Bedrijf en Dienstverlening 2'.

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0003.png" Verbeelding beheersverordening

Paraplubestemmingsplan Parkeren 2023
Het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Parkeren 2023' bevat een dynamische verwijzing waarmee - het nu nog in ontwikkeling zijnde nieuwe parkeerbeleid - als toetsingskader dient.

1.4 Wat is een TAM-Omgevingsplan?

'TAM' staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel. Met een TAM-omgevingsplan is het mogelijk om met de IMRO-standaard voor bestemmingsplannen en bijbehorende software het omgevingsplan te wijzigen.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is onderkend dat de planapplicaties voor het maken en publiceren van het omgevingsplan in combinatie met het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) vaak nog onvoldoende functioneren. Daarom is het TAM-omgevingsplan mogelijk gemaakt.

Dit TAM-omgevingsplan is dus opgesteld op basis van de IMRO-standaard voor bestemmingsplannen. Juridisch is het een wijziging van het omgevingsplan. Dit TAM-omgevingsplan wordt juridisch een apart hoofdstuk van het omgevingsplan.

1.5 Leeswijzer

Het onderhavige TAM-omgevingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop het plangebied met de te dezoneren gebieden zijn opgenomen en regels waarin de bepalingen die voor het plangebied gelden zijn opgenomen. Het TAM-omgevingsplan gaat vergezeld van een motivering op basis waarvan de bedoeling en de opbouw van de regels nader wordt gemotiveerd en verantwoord.

De motivering bestaat uit 7 hoofdstukken. Na de inleiding volgt hoofdstuk 2 waarin de dezonering wordt toegelicht. In hoofdstuk 3 en 4 worden de beleids, milieu, en omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 5 wordt de juridische systematiek van de regels toegelicht. Hoofdstuk 6 bevat de beschrijving van de economische uitvoerbaarheid en hoofdstuk 7 de beschrijving van de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie

2.1 Gezoneerd industrieterrein

Wettelijk kader
De beoordelingssystematiek voor gezoneerde industrieterreinen is gewijzigd onder de Omgevingswet. Voor industrieterreinen gaat gewerkt worden met geluidproductieplafonds. Om tot deze nieuwe beoordelingssystematiek te komen, moet een omzetting plaatsvinden. Totdat deze omzetting heeft plaatsgevonden, blijft het eerdere beoordelingskader conform de Wet geluidhinder van kracht. Bij het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in de geluidzone van een (gezoneerd) industrieterrein waarvoor nog geen geluidproductieplafond is vastgesteld, geldt dus nog het beoordelingskader van de Wet geluidhinder. Dit staat beschreven in artikel 3.6, Aanvullingswet geluid.

Tot het moment waarop het bevoegd gezag geluidproductieplafonds heeft vaststelt, kan de geluidzone rond een gezoneerd industrieterrein uit de Wet geluidhinder worden aangepast door de gewijzigde zone in het omgevingsplan op te nemen. Middels het onderhavige TAM-omgevingsplan wordt dit gedaan.

Gezoneerd industrieterrein NS-emplacement
Het NS-emplacement (met de Wagenwerkplaats) is een gezoneerd industrieterrein. Op zo'n terrein zijn zoneringsplichtige activiteiten (voorheen: 'grote lawaaimakers') toegestaan. Op onderstaande afbeelding is de grens van het gezoneerde industrieterrein in bruin aangegeven. Daarnaast is de geluidzone die om het industrieterrein heen ligt aangeduid in oranje. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting niet hoger zijn dan 50 dB(A).

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0004.png"

Het gezoneerde bedrijventerrein met geluidzone (Geluidskaart industrie, Provincie Utrecht)

In het 'Chw bestemmingsplan Wagenwerkplaats e.o. - deelgebieden Midden en West en spoorwegemplacement' is een gedeelte van het gezoneerde industrieterrein reeds gedezoneerd. Dat betekent dat op deze plekken geen 'grote lawaaimakers' meer gevestigd mogen worden en de betreffende gebieden onderdeel zijn geworden van de geluidszone.

In onderstaande overzichtskaart is de huidige situatie van de huidige zoneringen weergeven:

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0005.png"

Gezoneerd industrieterrein met de geluidzone en het te dezoneren plangebied

Een aantal activiteiten binnen het NS-emplacement maken nog deel uit van de vergunning zoals deze is afgegeven. Dit betekent dat het gezoneerde industrieterrein niet in zijn geheel opgeheven kan worden, maar alleen op gedeelten waar deze activiteiten niet meer plaatsvinden. Dit plan voorziet in het dezoneren van de Rijnoever-locatie.

2.2 Te dezoneren terrein

Om de geluidzones in beeld te krijgen en aan te kunnen passen is het van belang om te bepalen wat de geluidsbelasting is. Hiertoe is een onderzoek naar de effecten van deze beoogde gedeeltelijke dezonering uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 1 bij de motivering opgenomen. Hierin is gesteld dat ter plaatse van het plangebied geen sprake meer is van zoneringsplichtige activiteiten (voorheen: 'grote lawaaimakers'). Het is daarmee wettelijk mogelijk om dit gebied te dezoneren.

Op 30 mei 2024 is het ‘CHW Bestemmingsplan Wagenwerkplaats e.o. deelgebieden Midden en West en Spoorwegemplacement’ vastgesteld. In het kader van dit bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd.

Binnen het plangebied zijn op dit moment geen geluidgevoelige gebouwen aanwezig. Dit betekent praktisch dat er in de huidige situatie in de nabijheid van de aanwezige bedrijven geen woningen aanwezig zijn. Het dezoneren van het plangebied leidt daarmee niet tot knelpunten vanwege het veranderde beoordelingskader.

Uit een berekening van de gewijzigde geluidbelasting naar de omgeving blijkt dat bij het verkleinde industrieterrein, dus zonder het plangebied Van Rijnsoever, de bestaande situatie en de situatie na dezonering bijna geen verschil aangeeft. Alleen nabij het plangebied zelf is er sprake van zeer beperkt verschil. De geluidbelasting blijft echter ruimschoots binnen de buitenste zonegrens. Hieruit blijkt ook dat er geen noodzaak is om de geluidzone te verkleinen.

Uit het voorgaande blijkt dat de 50 dB(A) etmaalwaardecontour nauwelijks verandert door het verkleinen en dezoneren van het geluidgezoneerde industrieterrein Emplacement. Dit komt doordat de activiteiten die op het emplacement zelf plaatsvinden maatgevend zijn voor de geluidbelasting naar de omgeving.

Het gedeeltelijk dezonering door de Van Rijnsoeverlocatie uit het industrieterrein te halen treden geen wijzigingen op in de geluidbelasting naar de omgeving en wijzigt het beschermingsniveau voor de aanwezige geluidgevoelige gebouwen niet. De gewenst ontwikkeling op de Van Rijnsoeverlocatie doorloopt een planologische procedure waarbij moet blijken dat aan de overige wettelijke vereisten kan worden voldaan. In het kader van de Omgevingswet is er dus sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij het dezoneren van het industrieterrein binnen het plangebied.

2.3 ETFAL

Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de regels in het omgevingsplan leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit staat in artikel 4.2, eerste lid, Omgevingswet. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Nationaal beleid

3.1.1 NOVI

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven.

De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:

  • Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;
  • De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;
  • Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;
  • Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

Planspecifiek
Vanwege het conserverende karakter van voorliggend plan, waarbij enkel de geluidzone van een geluidgezoneerd industrieterrein wordt gewijzigd, is de NOVI niet specifiek van toepassing op het plan.

3.1.2 Conclusie nationaal beleid

Op basis van het onderhavige plan zijn er geen nationale belangen in het geding.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Utrecht

Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten van Utrecht. In de Omgevingsvisie Provincie Utrecht staat wat de provincie de komende jaren wil bereiken. In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie Utrecht vastgelegd. Dat is inclusief sociale aspecten die fysiek neerslaan, zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. De Omgevingsvisie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan.

Een belangrijke ambitie is inzetten op binnenstedelijke ontwikkeling. In de Omgevingsvisie beziet de provincie groen, water, energie, bebouwing, infrastructuur, cultuurhistorie en landelijk gebied in onderlinge samenhang. Hiermee wordt ruimte geboden voor duurzaam gebruik en ontwikkeling, voor sociale samenhang en voor behoud of verbetering van kwaliteit in de Utrechtse leefomgeving. De Omgevingsvisie gaat uit van een adaptieve aanpak; het is een groeidocument. Zo kan flexibel worden ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. In de omgevingsvisie zijn 7 thema's uitgewerkt, zie onderstaande afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0307.TAM005-0301_0006.png"
De 7 beleidsthema's van de provincie voor een gezonde en veilige leefomgeving

Planspecifiek
Dit TAM-omgevingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maar dezoneert een geluidgezoneerd industrieterrein. Dit is een gevolg van het gezonder en veiliger worden van de leefomgeving binnen het NS-emplacement. De dezonering biedt de mogelijkheid om later ontwikkelingen mogelijk te maken welke voldoen aan de ambities voor een binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Het dezoneren van het gezoneerde industrieterrein past daarmee binnen de omgevingsvisie Provincie Utrecht.

3.2.2 Omgevingsverordening Provincie Utrecht

De uitwerking van de omgevingsvisie van de Provincie Utrecht is doorvertaald in de Omgevingsverordening Provincie Utrecht (vastgesteld 7 februari 2024). Hierin is het gebied aangeduid als 'Stedelijk gebied'. Volgens de instructieregels verstedelijking moeten woningbouwplannen aansluiten bij het provinciaal programma Wonen en Werken. Dit houdt in dat verstedelijking zo veel mogelijk binnenstedelijk en nabij knooppunten plaatsvindt. Daarnaast moeten afspraken worden gemaakt over voldoende sociale en middensegment woningen en over energieneutrale, circulaire, klimaatadaptieve woningbouw, evenredig groenontwikkeling en efficiënt ruimtegebruik.

Planspecifiek
Om efficiënt ruimtegebruik mogelijk te maken is het van belang om in het plangebied te dezoneren. Indien dit niet gedaan wordt is het niet mogelijk om geluidgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) te realiseren. Om onder andere woningbouw in de toekomst op deze binnenstedelijke locatie, nabij een knooppunt, wel mogelijk te maken is dezonering van belang. Het dezoneren past daarmee binnen de omgevingsverordening van de Provincie Utrecht.

3.2.3 Conclusie provinciaal beleid

Op basis van het onderhavige plan zijn er geen provinciale belangen in het geding.

3.3 Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 Gezond Samenleven

Op 19 december 2023 heeft de raad de 'Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040 Gezond Samenleven' vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft een beeld van hoe de stad er in de toekomst uit ziet, in 2030 en verder. In de visie staan ook de belangrijkste doelen voor wonen, werken, groen, mobiliteit, duurzaamheid en ruimte voor cultuur, sport en onderwijs.

Amersfoort is voor veel mensen een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren. Om een stad en een thuis voor iedereen te blijven zijn er meer woningen nodig, vooral betaalbare woningen. Met meer woningen en meer mensen is er ook meer werkgelegenheid nodig, meer scholen en mogelijkheden voor sport en cultuur. Daarnaast is er ruimte nodig voor het opwekken van duurzame energie en voor het voorkomen van overlast door water of hitte vanwege klimaatverandering. Bij al deze uitdagingen is het belangrijk dat er ook voldoende openbare ruimte en groen is. Zowel voor de mens als voor de natuur. Om het gewenste toekomstbeeld van de gemeente mogelijk te maken zijn er zes ontwikkelopgaven opgesteld:

  • 1. een groene stad in een groene omgeving die water omarmt
  • 2. een duurzame en CO2-neutrale stad
  • 3. een stad met duurzame mobiliteit
  • 4. een inclusieve een aantrekkelijke stad om in te wonen
  • 5. een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie
  • 6. een stad waarin voorzieningen meegroeien

Planspecifiek
Het onderhavige TAM-omgevingsplan is bedoeld om een gedeelte van het geluidgezoneerd industrieterrein te dezoneren. De bovenstaande ontwikkelopgaven zijn daarmee niet direct van toepassing op dit plan. Dit plan biedt wel de basis om ontwikkelingen in het gebied in een later stadium mogelijk te maken. Hiervoor worden echter in de uitwerking van de stedenbouwkundige plannen aparte procedures gevolgd. Deze zullen (moeten) voldoen aan bovenstaande ontwikkelopgaven.

3.3.2 Visies op de Wagenwerkplaats

Visie op de Wagenwerkplaats 2008
Na de sluiting van de NS-Wagenwerkplaats in 2000 startte het denken over de toekomst van het gebied. Dat heeft in 2008 geleid tot de vaststelling door de raad van de “Visie op de Wagenwerkplaats”. Deze visie, bestaande uit twee pagina's, beschrijft de “droom” van de Wagenwerkplaats. Een droom die bestaat uit de totstandkoming van (1) een multifunctionele broedplaats van culturele en creatieve bedrijven van en voor de bewoners; (2) een duurzame gebiedsinrichting vanuit de mensen en een (3) een ontmoetingsplek voor jong en oud. In de visie staat: “Gebiedsontwikkeling is normaal gesproken iets voor ontwikkelaars en gemeente. Maar het is nu de uitdaging hoe we het kunnen doen zodat het duurzaam wordt, kwaliteit toevoegt en anonimiseren voorkomt. We doen het vanuit de mensen”.

Deze benadering vanuit het belang van duurzaamheid en met een prominente rol voor de burgers, stond en staat centraal in de planvorming voor de Wagenwerkplaats.

Masterplan Wagenwerkplaats 2016
Het hiervoor genoemde concept-Masterplan uit 2008 was niet meer actueel en volledig genoeg en bovendien te grofmazig om als onderbouwing te dienen voor een nieuw bestemmingsplan voor de Wagenwerkplaats. Daarom is in overleg met de gemeente en in opdracht van de NS ook een actualisatie en verdieping van het Masterplan uit 2008 gemaakt. Dat heeft geleid tot het Masterplan Wagenwerkplaats 2016. Dit plan is op 5 juli 2016 door de gemeenteraad vastgesteld.

Bij de vaststelling van het Masterplan 2016 is door de raad aantal moties aangenomen. In de moties wordt het college verzocht om:

  • 1. de planologische procedure voor het CPO-project Soesterhof te versnellen;
  • 2. zich hard te maken bij de NS dat zij zich maximaal zullen inspannen om een aantal bestaande functies in het gebied (de 'pioniers') te behouden; en
  • 3. de gebouwen rondom het “rode plein” te bestemmen voor diverse functies met als doel het karakter van het plein te handhaven.

Kort na de vaststelling van het Masterplan 2016 bleek dat de inzichten van de NS over de toekomstige inrichting van delen van het gebied van de Wagenwerkplaats waren gewijzigd. Eind 2016 besloot de Raad van Bestuur van de NS om de hoofdloods op het terrein te verbouwen en in gebruik te houden als opstelruimte voor nieuwe treinen tot in ieder geval 2050 en mogelijk nog langer. Dat had tot gevolg dat fase 3 van het Masterplan 2016, waarin rond 2025 woningbouw was gedacht, kwam te vervallen. Deze gewijzigde inzichten van de NS en de daarna gewijzigde inzichten van de gemeente over met name het stedenbouwkundige programma van deelgebied Oost hebben geleid tot een aangepast Masterplan 2019.

Masterplan Wagenwerkplaats 2019
Op 9 juli 2019 heeft de gemeenteraad het Masterplan Wagenwerkplaats 2019 vastgesteld. Het Masterplan uit 2019 verschilt op een aantal onderdelen van het Masterplan uit 2016. Belangrijk is dat bij de uitwerking van deelgebied Oost de kaders voor "Langs Eem en Spoor" worden betrokken. De Wagenwerkplaats Oost maakt deel uit van het gebied 'Langs Eem en Spoor' met een potentiële capaciteit van 4000-5000 woningen tot 2030. Het is van belang dat bij de uitwerking van deelgebied Oost de samenhang met de ontwikkeling van de andere bij Eem en Spoor betrokken gebieden is geborgd en daarbij ook nadrukkelijk de belangen van de Nieuwe Poort met een goede veiligheid en doorstroming worden betrokken. De andere bij Eem en Spoor betrokken gebieden zijn Trapezium, Eemplein, De Nieuwe Stad en Kop van Isselt. In deze vijf gebieden speelt een aantal ruimtelijke en programmatische opgaven:

Ruimtelijke opgaven:

  • 1. Hoe gebruiken we de Eem om Eemplein, De Nieuwe Stad en Kop van Isselt te verbinden;
  • 2. Hoe gebruiken we het spoor om Eemplein, Trapezium en Wagenwerkplaats te verbinden;
  • 3. Hoe kan de Nieuwe Poort de centrale schakel / as in het gebied worden, waar dat nu eerder een barrière in de beleving van samenhang is;
  • 4. Hoe verbinden we de verschillende gebieden met het Soesterkwartier dat aan al deze gebieden grenst; en
  • 5. Hoe krijgt de Amsterdamseweg de allure van een stadsentree.

Programmatische opgaven:

  • 1. Welk programma van stedelijke voorzieningen is nodig om het gebied de huiskamer en suite van de binnenstad te laten worden;
  • 2. Wat is het gewenste woningbouwprogramma;
  • 3. Hoe beheersen we de parkeerbehoefte en de mobiliteit/bereikbaarheid;
  • 4. Hoe verdelen we plancapaciteit kantoren over de verschillende deelgebieden; en
  • 5. Hoe maken we Langs Eem en Spoor een duurzaam gebied.

Planspecifiek
De plannen voor de transformatie worden steeds verder uitgewerkt, passend in relatie tot de overige ontwikkelingen in de omgeving. Voor de locatie Van Rijnsoever is een aanvraag omgevingsvergunning gedaan. Deze is positief beoordeeld en in procedure. Het realiseren van woningen is echter- gezien de gevoeligheid van deze functies op de locatie waar nu een gezoneerd industrieterrein bestaat - zonder dezonering niet mogelijk. Om de plannen uiteindelijk mogelijk te maken is het dus van belang om het plangebied te dezoneren. Hierin voorziet dit omgevingsplan.

3.3.3 Conclusie gemeentelijk beleid

Op basis van het onderhavige plan zijn er geen gemeentelijke belangen in het geding.

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten

Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een partiële herziening van het omgevingsplan gemeente Amersfoort. De voormalige onderliggende bestemmingsplannen, die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan, blijven gelden. In het kader van deze bestemmingsplannen heeft reeds een afweging van de milieu- & omgevingsaspecten plaatsgevonden. De herziening omvat geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden, waardoor de conclusies van de onderbouwing van de omgevingsaspecten onverkort van toepassing blijven en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Milieueffecten
Voorliggende motivering is kaderstellend voor een project uit bijlage V Omgevingsbesluit, te weten J10: een wijziging van een industrieterrein. In de derde kolom staat dat voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een dergelijk industrieterrein een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt op basis van artikel 16.43, lid 1, aanhef en onder b van de Oomgevingswet.

Het onderhavige plan betreft een verkleining van het gezoneerde bedrijventerrein in het omgevingsplan gemeente Amersfoort en gaat over een klein gebied op gemeentelijk niveau. Op grond van het gestelde in deze motivering kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling, gelet op de aard, omvang en ligging, geen aanzienlijke milieueffecten kent. Het uitgevoerde onderzoek omtrent de geluidzone geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit initiatief te kunnen nemen. Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport wordt in het kader van de dezonering dan ook niet nodig geacht.

Hoofdstuk 5 Juridisch bestuurlijke aspecten

5.1 Inleiding

Het TAM-omgevingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een toetsingskader voor activiteiten en ingrepen in de fysieke leefomgeving en een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het omgevingsplan en zodoende uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht.

Dit TAM-omgevingsplan vormt een partiele herziening van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan één juridisch geheel is met het Omgevingsplan gemeente Amersfoort wordt het als hoofdstuk 22h toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort gelezen te worden.

In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van dit omgevingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels dienen in samenhang met elkaar te worden begrepen.

5.2 Juridische systematiek

In deze paragraaf wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk zijn vormgegeven. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken.

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen
Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavig plangebied. In de regels van dit plan zijn alleen bepalingen opgenomen die specifiek zien op de dezonering van het industrieterrein. In artikel 1.3 is een voorrangsregeling opgenomen die bepaalt dat, ingeval van strijdigheid, de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan voorrang hebben op de regels zoals opgenomen in de ruimtelijke plannen die onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.

Hoofdstuk 2: Algemene regels over activiteiten
In dit hoofdstuk zijn bepalingen ten aanzien van de aanvraagvereisten opgenomen die van toepassing zijn op een omgevingsvergunning die vereist is op grond van dit plan.

Voor een omgevingsvergunningplicht gebruikt u het aanvraagformulier behorende bij de activiteit [afwijken van regels in het omgevingsplan].

De aanvraagformulieren treft u aan op de website omgevingswet.overheid.nl. Daar kiest u voor het tabblad [Aanvragen].

Hoofdstuk 3: Regels ter bescherming van waarden en objecten
Dit TAM-omgevingsplan voegt een regeling toe waarmee het industrieterrein deels wordt gedezoneerd en onderdeel wordt van de geluidszone, middels het opnemen van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie', in de regels en op de verbeelding van het omgevingsplan.

Op basis van de regels worden activiteiten uitgesloten die in aanzienlijke mate geluid veroorzaken. Ook is een aanvullende beoordelingsregel en aanvraagvereiste opgenomen in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag voor de bouw van een geluidgevoelig object. Evenals een instanhoudingsverplichting voor de bestaande geluidswal binnen het plangebied. Daarnaast is een bepaling opgenomen dat geluidswaarden ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht gelden, om de geluidsruimte van de betreffende bedrijven binnen het plangebied niet te vergroten.

Hoofdstuk 4: Overgangsregels
In dit hoofdstuk is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige TAM-omgevingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht.

Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat. Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige omgevingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing.

Verbeelding
De verbeelding die is opgesteld voor het TAM-omgevingsplan dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'gebiedsaanduidingen' voorkomen.

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

Dit TAM-omgevingsplan voorziet in de juridisch-planologische verankering van de gedeeltelijke dezonering van het industrieterrein NS-emplacement in het omgevingsplan gemeente Amersfoort. Aan dit plan zijn, behalve de kosten van het opstellen van het plan, geen kosten verbonden voor de gemeente. Ook voorziet dit plan niet in een bouwplan, waardoor er geen kostenverhaalsregels zijn. Gezien het voorgaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.

Hoofdstuk 7 Participatie

7.1 Participatie

Onderdeel van het zorgvuldig opstellen van een TAM-omgevingsplan is participatie. Bij participatie worden burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties voorafgaand aan de besluitvorming actief betrokken. De omgeving en betrokken instanties vroeg bij een project betrekken, vergroot het draagvlak en voorkomt vaak bezwaren in een later stadium.

Voor het maken van de plannen heeft de gemeente Amersfoort een participatiegids ontwikkeld. In de gids staan handvatten voor iedereen die een plan heeft. Voor complexe ontwikkelingen is er een stappenplan opgesteld. Uitgangspunt is dat omwonenden en andere belanghebbenden actief betrokken zijn bij het ontwikkelen van de plannen.

Bij de totstandkoming van de Kaderstellende Notitie en het Uitwerkingsvoorstel / Stedenbouwkundig plan zijn de stappen gevolgd van de Participatiegids en hebben diverse besprekingen en bijeenkomsten plaatsgevonden. Het voorliggende TAM-omgevingsplan is een technische regeling die nodig is om de verschillende planologische procedures te kunnen starten die voortkomen uit het vastgestelde Uitwerkingsvoorstel / Stedenbouwkundig plan. Daarom is het niet nodig om over dit TAM-omgevingsplan uitgebreid te participeren en kan worden volstaan met de ter inzage legging.

7.2 Vooroverleg

Aangezien voorliggend TAM-omgevingsplan slechts een zeer minimale wijziging betreft is hierover niet geparticipeerd. Het plan wijzigt niet de activiteiten (functies) die mogelijk zijn in het gebied en ook niet de bouwmogelijkheden. Het plan regelt enkel dat het gebied geen onderdeel meer is van het gezoneerde industrieterrein van de Wagenwerkplaats maar dat het nu in de geluidszone ligt van het gezoneerde industrieterrein. Voor het wijzigen van de activiteiten (functies) en de bouwmogelijkheden wordt op termijn een afzonderlijke wijziging van het Omgevingsplan opgesteld.

7.3 Zienswijzen

Het ontwerpbesluit heeft met de daarbij behorende stukken ter inzage gelegen van 23 oktober 2025 tot en met 4 december 2025. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.