direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Dezonering Wagenwerkplaats Oost
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.TAM005-0301

Regels

Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het vastleggen van de regeling voor het gedeeltelijk dezoneren van het NS-emplacement voor de locaties Wagenwerkplaats Oost en Van Rijnsoever en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22h) van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan gemeente Amersfoort. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22h' gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22h' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Geometrische afbakening

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie in dit TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Dezonering Wagenwerkplaats Oost waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM005-0301.

1.2 Omgevingsplan gemeente Amersfoort

De regels in dit plan zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het 'Omgevingsplan gemeente Amersfoort' zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.

1.3 Voorrangsregeling

De regels in dit plan hebben voorrang op de regels in de besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder d, g, of l van de Invoeringswet Omgevingswet.

1.4 Bruidsschat

De regels in afdeling 22.2 en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan. Aanvullend op deze begripsbepalingen gelden voor de toepassing van dit plan de volgende begripsbepalingen:

2.1 plan

Het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22h Dezonering Wagenwerkplaats Oost met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM005-0301 van de gemeente Amersfoort;

2.2 Omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort;

2.3 TAM-omgevingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

Hoofdstuk 2 Algemene regels over activiteiten

Artikel 3 Toepassingsbereik

De regels van dit plan zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM005-0301.

Artikel 4 Aanvraagvereisten

  • 1. De aanvraagvereisten, zoals bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit plan. In het bijzonder geldt dat het bepaalde in artikel 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit in dit plan.
  • 2. In aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de (aanvullende) beoordelingsregels.

Hoofdstuk 3 Regels ter bescherming van waarden en objecten

Artikel 5 Geluidzone - industrie

5.1 Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM005-0301 is aangewezen als 'geluidszone - industrie'.

5.2 Functieomschrijving

Een locatie die is aangewezen als 'geluidzone - industrie' is mede aangewezen als geluidzone behorend bij het industrieterrein Rangeerterrein NS.

5.3 Oogmerk

De regels van dit artikel zijn gesteld met het oog de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van gronden en gebouwen op het geluidgezoneerde industrieterrein.

5.4 Waar waarden gelden voor een activiteit binnen de geluidzone

Voor het bepalen van de waarde van geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in de artikel 22.63, eerste lid ook op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.

5.5 Gebruiksactiviteiten

Activiteiten die in aanzienlijke mate geluid veroorzaken, als bedoeld in artikel 5.78b Besluit kwaliteit leefomgeving, zijn verboden.

5.6 Bouwactiviteiten
5.6.1 Aanvullende beoordelingsregel

De omgevingsvergunning voor de bouw van een geluidgevoelig object wordt alleen verleend indien de geluidsbelasting niet hoger is dan de voorkeurswaarde of een verkregen hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder.

5.6.2 Aanvullende aanvraagvereiste

Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van een geluidgevoelig object wordt een rapport verstrekt waaruit de mate van geluid op de gevel van het geluidgevoelig object blijkt.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 6 Overgangsrecht

6.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%.
  • c. Het bepaalde in sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

6.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan en daarmee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het bepaalde in sub a, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.