direct naar inhoud van 5.9 Geluid
Plan: Hooglanderveen en Vathorst
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0307.BP00066-0301

5.9 Geluid

5.9.1 Wet geluidhinder

De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor- ) wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd dient te worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten.

Bij vaststelling van een bestemmingsplan komen in de volgende gevallen de regels van de Wgh aan de orde:

  • het bestemmen van gronden voor nieuwe of gewijzigde geluidgevoelige objecten nabij (spoor-) wegen en industrieterreinen;
  • het bestemmen van gronden voor de realisatie of wijziging van (spoor-) wegen (met uitzondering van rijksinfrastructuur, zie § 5.8.2) en industrieterreinen;
  • het wijzigen van zonegrenzen van industrieterreinen.


De Wgh werkt met een systeem van voorkeursgrenswaarden en maximaal toegestane geluidsbelastingen. Indien een voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Hierbij mag de geluidsbelasting nooit hoger zijn dan de maximaal toegestane geluidsbelasting. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort.

5.9.2 Swung - 1

Per 1 juli 2012 is Swung 1 in werking getreden. Het gaat om een wijziging van de Wet milieubeheer die onder andere heeft geresulteerd in de invoering van geluidsproductieplafonds voor rijksinfrastructuur (rijkswegen en spoorwegen). Een geluidsproductieplafond geeft de toegestane geluidsproductie (geluidwaarde in Lden) vanwege een weg of spoorweg aan. Geluidsproductieplafonds gelden op referentiepunten langs rijkswegen en spoorwegen. De ligging van de referentiepunten, de grenswaarden en de bijbehorende gegevens zijn opgenomen in een openbaar, elektronisch toegankelijk geluidsregister. De wegbeheerders (Rijkswaterstaat en Prorail) moeten aan de grenswaarden op de referentiepunten voldoen en dat jaarlijks aantonen.

De nieuwe regels zijn, wat de rijksinfrastructuur betreft, in plaats gekomen van de regels in de Wet geluidhinder over de aanleg en reconstructie van een weg en de aanleg of wijziging van een spoorweg. Bij bouwen langs rijkswegen en spoorwegen blijft de Wet geluidhinder gelden, maar moet bij de berekening van de geluidsbelasting gebruik gemaakt worden van de brongegevens uit het register. Ook op decentraal beheerde wegen en spoorwegen blijft de Wet geluidhinder van toepassing.

5.9.3 Geluidgevolgen van aanwezige wegverkeer

Bij wegverkeer blijft de beoordeling van de ruimtelijk relevante milieubelasting in praktische zin beperkt tot de milieuaspecten geluid en trillingen.

Geluid

In de Wet geluidhinder (artikel 74 lid 1) is bepaald dat elke weg van rechtswege een geluidszone heeft. Uitgezonderd zijn wegen die zijn gelegen in een 30 km/uur-zone of in een woonerf. De breedte van de geluidszones is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van een weg (zie onderstaande tabel).

  aantal rijstroken   zonebreedte (meter)  
stedelijk gebied   1 of 2   200  
  3 of meer   350  
buitenstedelijk gebied   1 of 2   250  
  3 of 4   400  
  5 of meer   600  

Tabel: aan te houden geluidszones langs wegen


Zodra binnen deze geluidszones nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd dan wel aanpassing van wegen moet plaatsvinden, is akoestisch onderzoek vereist op grond van de Wet geluidhinder. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. Bij hogere grenswaarden dan de voorkeursgrenswaarde dan wel bij eerder vastgestelde hogere grenswaarden, maar niet hoger dan de maximaal toelaatbare hogere grenswaarde, zal een nieuw ontheffingsbesluit in het kader van de toepassing van de Wet geluidhinder moeten worden genomen (De voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt in de meeste gevallen 48 dB (Lden). De maximaal toegestane geluidsbelasting bedraagt 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie). Een ontheffingsbesluit kan worden genomen indien aan nadere randvoorwaarden van het gemeentelijke geluidhinderbeleid wordt voldaan.

De Wet geluidhinder is echter niet het enige instrument voor het ordenen van de omgevingskwaliteit. Inmiddels leert vaste jurisprudentie dat binnen zoneloze wegen (30 km/h-wegen) en buiten geluidzones (bv. onvoldoende of niet afgeschermde rijkswegen) op grond van de Wro in het kader van goede ruimtelijke ordening geluidonderzoeken toch noodzakelijk kunnen zijn en, vooral bij al aanwezige hoge geluidsbelastingen, afwegingen moeten worden gemaakt met betrekking tot het eventueel treffen van maatregelen.

De ontwikkeling van het woongebied van het vigerende plangebied Vathorst en daarop volgende deelgebieden zijn onderworpen aan zgn. verleende hogere grenswaarden in het kader van de Wet geluidhinder. Deze kunnen worden onderscheiden in:

  • planinterne 30 km/h- wegen: geen ontheffing nodig in het kader van de Wet geluidhinder;
  • overige planinterne wegen: voor een gelimiteerd aantal woningen(950) maximaal toelaatbare grenswaarde 55 dB(A) en voor maximaal 50 woningen 60 dB(A);
  • rijksweg A1: voor 50 woningen in het plangebied maximaal 55 dB(A) en voor de overige woningen 50 dB(A); Swung 1 per 1 juli 2012 van toepassing;
  • rijksweg A28: voor 50 woningen in het plangebied maximaal 55 dB(A) en voor de overige woningen 50 dB(A); Swung 1 per 1 juli 2012 van toepassing.


Voorts zijn ontheffingsgrenswaarden verleend voor die gevallen die niet via een uitwerking van het vigerende bestemmingsplan tot stand kwamen.

Inmiddels worden de geluidgrenswaarden niet meer in dB(A) maar in dB uitgedrukt. De nieuwe voorkeurgrenswaarde voor wegverkeer en ook overige vastgestelde waarde in dB bedragen 2 dB minder dan de genoemde dB(A) waarden.

In het plangebied van dit bestemmingsplan zijn veel woonwijken en daarbij behorende 30 kilometer zones aanwezig. Deze worden in het kader van de toepassing van de Wet geluidhinder verkeerslawaai buiten beschouwing gelaten, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening betrekken we deze gebieden wel in de omschrijving.

De hoofdinfrastructuur in het plangebied is bepaald door de Boulevard, Verbindingsweg, Bergpas en Hanzetunnel. Mogelijk worden na toepassing van Swung 2 maximaal toelaatsbare waarden voor deze wegen vastgesteld. Alle genoemde wegen hebben minimaal twee rijstroken, zodat een zonebreedte van tenminste 200 meter moet worden aangehouden. Akoestisch onderzoek is verplicht zodra nieuwe geluidgevoelige bestemmingen (wonen, onderwijs, zorg) binnen deze zone worden gerealiseerd en/of wegen worden gereconstrueerd.

In het plangebied worden geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen gerealiseerd binnen de geluidszones van de wegen. Aanpassingen van wegen vinden niet plaats op basis van dit bestemmingsplan.

Trillingen

Niet bekend is of zich in het plangebied trillingsoverlast als gevolg van voelbare trillingen voordoet. Het kan zich voordoen bij busbanen of bij veel vrachtverkeer. In die situaties moet aandacht besteed worden aan de afstand tot woningen, het type wegdek en de voegovergangen in het wegdek. Er is geen wetgeving voor trillingsoverlast. Voor het beoordelen daarvan en het treffen van maatregelen wordt gebruikt gemaakt van richtlijnen.

5.9.4 Spoorweglawaai

Bij spoorverkeer blijft de beoordeling van de ruimtelijk relevante milieubelasting in praktische zin beperkt tot de milieuaspecten geluid en trillingen. Spoorwegen hebben volgens artikel 106b van de Wet geluidhinder een zone waarvan de breedte afhankelijk is van het aantal sporen en de intensiteit van het gebruik. In het Besluit geluidhinder, via de regeling zonekaart spoorwegen, is op een kaart per categorie spoorlijn de breedte vand e zone aangegeven. Deze kaart ligt ter inzage bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is ook alleen daar in te zien.

5.9.5 Geluidgevolgen van aanwezige spoorverkeer

Geluid

Zodra binnen deze geluidszones nieuwe geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd dan wel aanpassing van de spoorbaan moet plaatsvinden, is akoestisch onderzoek vereist op grond van de Wet geluidhinder. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. Bij hogere waarden dan de voorkeurswaarde van 55 dB moet een nieuw ontheffingsbesluit in het kader van de toepassing van de Wet geluidhinder worden genomen. Dit besluit kan worden genomen indien aan nadere randvoorwaarden van het gemeentelijke geluidhinderbeleid wordt voldaan. De uiterste grenswaarde van 68 dB mag in geen geval worden overschreden.
De ontwikkeling van het woongebied van het vigerende plangebied Vathorst en daarop volgende deelgebieden zijn onderworpen aan de Wet geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde Wet geluidhinder was destijds 60 dB(A) omdat het bestemmingsplan voor het jaar 2000 werd vastgesteld. Na het jaar 2000 gold een nieuwe voorkeursgrenswaarde van 57 dB(A). Inmiddels is deze voorkeursgrenswaarde gewijzigd in 55 dB. Er zijn bij de vaststelling van het bestemmingsplan Vathorst in 1999 geen ontheffingswaarden verleend. Dit betekende dat geluidafscherming langs het spoor moet voorzien in een geluidbelasting bij de woningen van niet meer dan 60 dB(A). De Wet geluidhinder is echter niet het enige instrument voor het ordenen van de omgevingskwaliteit. Inmiddels leert jurisprudentie dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening geluidonderzoek niet achterwege mag blijven naar de omvang van geluidreflectie van nieuwbouw richting de omgeving bij in het bestemmingsplan opgenomen bestaande woningen. Bij nieuwbouw van geluidgevoelige functies binnen een zone van 300 meter dient te allen tijde een akoestisch onderzoek te worden verricht.

Trillingen

In de directe nabijheid van de spoorbaan Amersfoort-Zwolle/Apeldoorn kunnen trillingen, vooral als gevolg van het goederenvervoer, trillingsoverlast veroorzaken. Na voorafgaand trillingsonderzoek is daarop ingespeeld bij de inmiddels gerealiseerde nieuwbouwwoningen direct bij het spoor door trillingdempende maatregelen bij woningen te treffen.

5.9.6 Geluidgevolgen van bedrijven

Bedrijven worden altijd beoordeeld op de geluid- en trillingsgevolgen naar de omgeving. Bij geluid kan naast de individuele beoordeling ook nog sprake zijn van een cumulatieve beoordeling van de geluidbelasting veroorzaakt door de gezamenlijke bedrijven. Hierbij moeten bedrijven binnen een begrensd bedrijventerrein de gezamenlijke toelaatbare geluidsbelasting onder elkaar verdelen. Het woongebied Vathorst ligt niet binnen een geluidzone van een bedrijventerrein, omdat vestiging van bedrijven die een bedrijventerrein zoneringsplichtig maken uitgesloten zijn en blijven.

Niet geluidgezoneerd bedrijventerrein Vathorst (grenzend aan de zuidzijde van voorliggend bestemmingsplan)

Het bestemmingsplan Vathorst sluit de vestiging van grote lawaaimakers expliciet uit. Op grond daarvan bevindt zich geen geluidzone rondom het bedrijventerrein dat ten zuiden van voorliggend bestemmingsplan gebied ligt. Het vigerende bestemmingsplan kent echter wel een werkwijze waarbij rekening wordt gehouden met de milieubelangen uit de omgeving. Op dit bedrijventerrein te vestigen bedrijven zijn onderworpen aan een milieu-categoriebeoordeling, waarbij vroegtijdig wordt bezien in hoeverre de milieubelasting naar de omgeving kan worden beperkt zonder de leefkwaliteit in Hooglanderveen en Vathorst te schaden. Het geluidaspect is naast stof- en geuroverlast en extrene veiligheid, een belangrijk onderdeel daarbij. Het vigerende plan laat alleen bedrijven toe in de milieucategorie 1 t/m 3 met de bevoegdheid voor het gemeentebestuur om een bedrijf dat in een naastgelegen hogere categorie, in de milieucategorie 3 te plaatsen. De milieucategorieën hoger dan 4 zijn uitgesloten van vestiging.

Niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomende bedrijven kunnen bij afzonderlijk besluit worden ingedeeld in een milieucategorie.

Naast deze werkwijze wordt de geluidkwaliteit gewaarborgd door de toepassing van milieuwetgeving.

Individuele bedrijven binnen het plangebied

Hoewel niet van toepassing op bestaande bedrijven zal in het kader van goede ruimtelijke ordening (GRO) een indicatie worden gegeven van de gewenste milieuafstanden voor geur (S), geluid(G), stof(D) en externe veiligheid(V) volgens de inzichten van de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering", versie 2009. Van deze afstanden weergegeven in meters kan worden afgeweken mits gedragen door een goede motivering. De grootste afstand is echter maatgevend voor de GRO-beoordeling.

Smink

De geluidvergunde ruimte bij Smink is vastgelegd in zijn milieuvergunning en is niet belemmerend voor het woon- en leefklimaat in Vathorst.

Individuele bedrijven buiten het plangebied

Buiten het plangebied bevinden zich geen bedrijven met enige geluidrelevantie voor het woongebied.

5.9.7 Geluidsnota gemeente Amersfoort (2006)

De gemeente heeft beleid opgesteld met betrekking tot het vaststellen van hogere grenswaarden (Geluidsnota gemeente Amersfoort, vastgesteld op 11 november 2006). Hierin zijn criteria en voorwaarden opgenomen die aan de hogere grenswaarde worden verbonden.