| Plan: | TAM - omgevingsplan Schotkampweg 179, Hoofdstuk 22n |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0302.TAM0022n-vg01 |
Preambule
Dit TAM-IMRO omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Schotkampweg 179 te Elspeet en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22n) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22n van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22n' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22n' gelezen worden.
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.43 gehanteerd.
Het TAM - omgevingsplan Schotkampweg 179, Hoofdstuk 22n met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022n-vg01 van de gemeente Nunspeet.
De geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022n-vg01 met de bijbehorende regels.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch,archeologische waarde therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw;
een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdfunctie;
een bedrijfseconomische eenheid; onder eenheid worden ook verstaan rechtspersonen die ruimtelijk als één bedrijf optreden. Onder bedrijf - buitengebied gerelateerd wordt begrepen een bedrijf dat vanwege de aard van de bedrijfsvoering past in het buitengebied;
in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is voor beheer of toezicht;
bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;
functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; indien en voorzover twee bouwpercelen middels de figuur relatie met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bouwperceel;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
de aan een bouwwerk of gebied (waaronder begrepen landschapselementen) toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van de woning;
afschermende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend aan een ander bedrijf of een woning;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
een verzameling van één of meerdere personen die samen één zelfstandig huishouden vormen dat zich kenmerkt door continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid;
twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen;
een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;
inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen;
de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de functie;
een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;
een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en dat binnen 24 uur demontabel is. De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen;
een kleinschalig gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor kortdurend recreatief nachtverblijf en niet is opgebouwd uit steenachtige materialen met uitzondering van fundering;
de digitale verbeelding van het Plan TAM - omgevingsplan Schotkampweg 179, Hoofdstuk 22n.
de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel;
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden;
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat;
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Wolfseinden worden hieronder niet begrepen.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bouwonderdelen zoals goten, dakoverstekken en in dakoverstekken geïntegreerde goten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen met een oversteek van meer dan 75 cm worden in de oppervlakte meeberekend.
De hoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan:
tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren van de ruimtes die in gebruik zijn voor de beroeps- en/of bedrijfsactiviteit.
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven:
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Agrarisch'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies:
met daarbijbehorende veldschuren, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere werken.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 5.2.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden ook de volgende beoordelingsregels.
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een nieuwe schuilgelegenheid te bouwen. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning teeltondersteunende voorzieningen te bouwen boven de 0,3 meter. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning afrasteringen te bouwen boven de 1,5 m. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning zonnepanelen en bijbehorende constructies en installaties te bouwen. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Tot een met het TAM-omgevingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Groen'.
In het voor 'Groen' aangewezen gebied zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 6.2.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
met daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen en erven.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in 7.2.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van dit omgevingsplan gelden ook de volgende beoordelingsregels.
Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels:
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken:
In aanvulling op/in afwijking van artikel 22.27 en 22.36 van dit omgevingsplan gelden de volgende regels voor bijbehorende bouwwerken:
Met een omgevingsvergunning is een kortere afstand tot de weg dan het bepaalde in 7.4.1 onder b toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een groter oppervlak van een woonhuis dan 120 m2, zoals bepaald in 7.4.1 onder c, toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een groter oppervlak van een woonhuis dan 120 m2, zoals bepaald in 7.4.1 onder c, toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een groter oppervlak van een woonhuis dan 120 m2, zoals bepaald in 7.4.1 onder c, toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een afwijkende goothoogte toegestaan dan is bepaald in 7.4.1 onder d en 7.4.2 onder d. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een hogere bouwhoogte van een woonhuis toegestaan dan is bepaald in 7.4.1 onder e. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is een andere dakvorm toegestaan dan is bepaald in 7.4.1 onder f. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan er een andere afstand van het bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het woonhuis, zoals bepaald in 7.4.2 onder a, toegestaan worden. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan een vrijstaand bijbehorend bouwwerk op een afstand meer dan 25 meter van het dichtsbijzijnde punt van het woonhuis, zoals bepaald in 7.4.2 onder b , gesitueerd worden. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan een andere afstand tot de bouwperceelgrens dan bepaald in 7.4.1 onder h en 7.4.2 onder f toegestaan worden. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan ten behoeve van een grotere woonruimte met behoud van de waarde van het kleine woonhuis, de vereiste ondergeschiktheid van bijbehorende bouwwerken qua afmetingen aan het hoofdgebouw zoals bepaald in 7.4.1 en 7.4.2 losgelaten worden. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Tot een met het TAM-omgevingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
Met een omgevingsvergunning kan, anders dan bepaald in 7.6 onder c en artikel 2.42, woningsplitsing worden toegestaan, in die zin dat twee woningen in 1 woonhuis woren gevestigd. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan, anders dan bepaald in 7.6 onder e, een aangebouwd of vrijstaand bouwwerk of aparte unit bij een woning gebruikt worden voor bewoning. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Voor de beoordelingsregels voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bed & breakfast wordt verwezen naar artikel 14.2 Bed & breakfast.
Met een omgevingsvergunning is het, anders dan het bepaalde in 7.6 onder g, toegestaan dat een woonhuis wordt gebruikt voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in 7.8.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die;
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 7.8.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Archeologie 2'.
Een als 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen locatie heeft, naast voor de andere daar voorkomende functie(s), mede de volgende functie:
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat:
In afwijking van artikel 8.3.1 behoeft geen rapport te worden overgelegd indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld.
Indien uit het in lid 8.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in 8.4.1 is niet van toepassing indien:
danwel
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'Waarde - Jonge heideontginning'.
Een als 'Waarde - Jonge heideontginning ' aangewezen locatie heeft, naast voor de andere daar voorkomende functie(s), mede de volgende functie:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in 9.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen.
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 9.3.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals mede omschreven in Bijlage 2, welke bijlage deel uitmaakt van dit toetsingskader. Ondanks het bepaalde in Bijlage 2 kan een vergunning voor een houtopstand verleend worden als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld danwel niet onevenredig worden aangetast.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlakgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.
Tot een met het TAM-omgevingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
Tot een met het TAM-omgevingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van:
Met een omgevingsvergunning kan, anders dan bepaald in 7.4.1 onder b het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een zwembad toegestaan worden. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning kan, anders dan bepaald in 13.1 onder a, toegestaan worden dat een woning en/of woonhuis en/of bedrijfswoning en/of wooneenheid wordt gebruikt voor onzelfstandige bewoning. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden:
Met een omgevingsvergunning is het toegestaan om het terrein aan te passen aan de werkelijke afmetingen. De omgevingsvergunning kan worden mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het Plan.
Met een omgevingsvergunning kan de bouwhoogte van bouwwerken worden vergroot tot niet meer dan 10 m. De omgevingsvergunning kan worden verleend als:
Met een omgevingsvergunning kan gebouwd worden voor nutsvoorzieningen. De omgevingsvergunning kan worden verleend als:
Met een omgevingsvergunning kan de bouwhoogte van gebouwen worden vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes. De omgevingsvergunning kan worden verleend als de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m2.
Met een omgevingsvergunning kan een evenement worden toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden.
Met een omgevingsvergunning kan de aanleg van een ontsluitingsweg van percelen worden toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Overige zone - bed en breakfast buitengebied' kan het college van Burgemeester en Wethouders een omgevingsvergunning verlenen, waarbij, anders dan bepaald in artikel 7.6, onder f, het gebruiken van en het verbouwen tot een bed en breakfast wordt toegestaan. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden.
Gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend.
Met een omgevingsvergunning kan een kleine windturbine worden toegestaan binnen de functieaanduidingen waar een hoofdgebouw aanwezig is. De omgevingsvergunning kan worden verleend onder de volgende voorwaarden.
en mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit Plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
De adressen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, betreffen de adressen zoals deze op de verbeelding zijn terug te vinden op het moment van vaststelling van het plan. Deze zijn niet leesbaar op ruimtelijke plannen.
De ter plaatse en in de regels geboden ruimte ten aanzien van de situering, de maatvoering en de vormgeving van bouwwerken kan nader worden ingevuld door de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke "Welstandsnota" en het "Aanvullend welstandsbeleid bij nieuwbouw en uitbreiding van agrarische bedrijven in de gemeente Nunspeet".
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit hoofdstuk, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Lid 17.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de rest van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dit plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in lid 17.3 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 17.3, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Lid 17.3 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met dit plan voor inwerkintreding van dit hoofdstuk, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.