| Plan: | TAM-omgevingsplan Bosrand 69 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 |
Dit plan wijzigt het Omgevingsplan gemeente Nunspeet in die zin dat na hoofdstuk 22 van het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet' [een hoofdstuk 22j] wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De hoofdstukken in dit plan moeten gelezen worden als paragrafen van [hoofdstuk 22j] van het 'Omgevingsplan gemeente Nunspeet'. In de artikelkop van de artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22j.] gelezen worden. In de kop van de bijlagen moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22j.] gelezen worden.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Bosrand 69 (hoofdstuk 22j), waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01.
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.5 gehanteerd.
Het TAM-omgevingsplan Bosrand 69 (hoofdstuk 22j) met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 van de gemeente Nunspeet.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een geometrisch bepaald vlak dat in de regels is aangewezen voor een gebruiksdoel.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de meetbepalingen zoals opgenomen in artikel 2 het bestemmingsplan 'Buitengebied 2023' met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01207-vg03, vastgesteld op 21 maart 2014.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 is aangewezen als 'Agrarisch'.
Een locatie die is aangewezen als 'Agrarisch' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 genoemde functies van de gronden.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in lid 4.2 wordt in ieder geval gerekend:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit wandel-, fiets- en ruiterpaden', af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.2 sub c.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.4.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit vergroten koepaden', af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.2 sub c.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.5.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit paardenbak' af te wijken van het bepaalde in lid 4.3.2 sub e.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.6.1 kan alleen worden verleend mits:
Voor het bouwen van bouwwerken geldt het volgende:
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit schuilgelegenheden', nieuwe schuilgelegenheden voor dieren te bouwen.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.8.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit teeltondersteunende voorzieningen', af te wijken van de bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.7.2 onder a.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.9.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van de bouwhoogte van afrasteringen voorzieningen zoals bedoeld in lid 4.7.2 onder b.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.10.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - omgevingsplanactiviteit zonne-energie', af te wijken van de bouwhoogte van zonnepanelen en de bijbehorende constructies en installaties zoals bedoeld in lid 4.7.2 onder b.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 4.11.1 kan alleen worden verleend mits:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 is aangewezen als 'Wonen'.
Een locatie die is aangewezen als 'Wonen' heeft de volgende functies:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 genoemde functies van de gronden.
Tot een gebruik, strijdig met deze functie, zoals bedoeld in lid 5.2 wordt in ieder geval gerekend:
Tot een gebruik in overeenstemming met deze functie, zoals bedoeld in 5.2, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis en de daarbijbehorende bouwwerken voor een beroep of bedrijf aan huis, met dien verstande dat dit is toegestaan indien:
Tot een gebruik in overeenstemming met deze functie, zoals bedoeld in 5.2, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van bewoning van bijbehorende bouwwerken - die al dan niet omgevingsvergunningvrij zijn gerealiseerd - waarin de bewoning in verband met mantelzorg binnen drie maanden wordt beëindigd.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een mantelzorgwoning te gebruiken welke niet voldoet aan het gestelde in lid 5.3.4.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.4.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een bed & breakfast te exploiteren.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.5.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.3.2 onder f.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.6.1 kan alleen worden verleend mits:
Voor het bouwen van de in lid 5.7.1 sub b genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 5.7.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 5.7.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van de in lid 5.7.1 sub b genoemde kelders gelden de volgende bepalingen:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.7.2 sub c.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.8.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.7.2 sub c, in die zin dat de oppervlakte van een woonhuis wordt vergroot ten behoeve van de bouw van erkers of serres.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.9.1 kan alleen worden verleend mits de oppervlakte van een erker of serre niet meer bedraagt dan 12 m2.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 5.7.3 sub a, in die zin dat een bijbehorend bouwwerk op minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel vóór de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 5.10.1 kan alleen worden verleend mits:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos, voorzover dat in de Bomenverordening is bepaald, te vellen of te rooien.
Het verbod zoals bedoeld in lid 5.11.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in lid 5.11.1 kan slechts worden verleend indien dat geen onevenredige afbreuk doet aan de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting.
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het in stand houden van bouwwerken waarvan de maatvoering afwijkt van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan is toegestaan indien de bestaande maatvoering bestond op het moment dat dit artikel in werking is getreden en het bouwwerk is gerealiseerd overeenkomstig een daartoe verleende omgevingsvergunning.
Tot een gebruik, strijdig met dit plan wordt in ieder geval gerekend:
Tot een gebruik, strijdig met dit plan wordt in ieder geval gerekend:
Tot een gebruik, strijdig met dit plan wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 10.5.1.
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 10.5.2 kan worden verleend mits:
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 10.5.2 kan, in afwijking van lid 10.5.3, ook worden verleend mits:
Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlakgrenzen niet meer dan 0,75 m bedraagt.
In aanvulling op artikel 22.26 en 22.36 van het omgevingsplan mogen bodemgevoelige bijbehorende bouwwerken niet groter zijn dan 50 m2.
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3'.
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende fucntie(s) mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden.
Bouwwerken staan ten dienste van de andere op deze gronden liggende functie(s).
Het bouwen van de in lid 12.4.1 genoemde bouwwerken zijn alleen toegestaan indien:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 12.4.2 onder a.
Het verbod zoals bedoeld in lid 12.5.1 is niet van toepassing op bouwwerken voor zover het gaat om vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid.
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 12.5.1 wordt alleen indien:
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod zoals bedoeld in lid 12.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden indien:
danwel
De regels in dit artikel hebben voorrang op de regels in Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.TAM0022j-vg01 is aangewezen als 'Overige zone - GNN.
Een locatie die is aangewezen als 'Overige zone - GNN' heeft mede als functie - naast de andere aangewezen bestemming(en) - het behoud, het herstel en de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk, waarbij de regels van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland in acht moeten worden genomen.