direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01

Regels

De in dit deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op deze regels, tenzij in artikel 1 daarvan is afgeweken met onderstaande 'van toepassing verklaren aanvullende begrippen'.

Voor de toepassing van deze regels gelden de volgende begrippen:

1.1 omgevingsplan

het Omgevingsplan van de gemeente Nunspeet;

1.2 plan

het plan 'TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01' met identificatienummer NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01 van de gemeente Nunspeet.

1.3 toepassingsbereik

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Hullerweg, Nunspeet, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01.

1.4 bijbehorend bouwwerk

een bijbehorend bouwwerk als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

1.5 bouwwerkperceel

een bouwwerkperceel als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

1.6 gebouw

een gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

1.7 geluidgevoelig gebouw

een geluidgevoelig gebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

1.8 hoofdgebouw

hoofdgebouw als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.

1.9 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, bemalinginstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie

1.10 transformatorstation

gebied met installatie(s) voor het transformeren van elektrische stroom.

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de waarden die daarin zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten:

2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, vlaggenmasten, bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.2 de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel

2.3 de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.4 ondergeschikte bouwdelen

Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlakgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

Hoofdstuk 2 Functieregels

Artikel 3 Bedrijventerrein

3.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijventerrein'.

3.2 Functieomschrijving

Op de voor 'Bedrijventerrein' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. bedrijven van maximaal milieucategorie 3.1 zoals opgenomen in 'Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten';
  • b. een gronddepot;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - activiteit hoogspanningsstation' tevens voor een transformatorstation (elektriciteitsdistributiebedrijf) van maximaal milieucategorie 4.2 zoals opgenomen in 'Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten', waarbij deze gronden worden gezien als een gezoneerd industrieterrein.
  • d. bij de functie behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, paden, verhardingen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en water.
3.3 Bouwactiviteiten
3.3.1 Gebouwen en overkappingen

Het is toegestaan om gebouwen en overkappingen te bouwen, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%) mag het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd niet meer bedragen dan is aangegeven;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' mag de goot-, en bouwhoogte van een gebouw of een overkapping niet meer bedragen dan is aangegeven.
  • c. in afwijking van sub a. en b. gelden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bouwregel hoogspanningsstation' de volgende regels voor gebouwen:
    • 1. het maximum bebouwingspercentage bedraagt maximaal 100%;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 meter.
3.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte bedraagt voor:
    • 1. erf- en terreinafscheidingen en keerwanden: 3,5 m;
    • 2. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 8 m.
  • b. in afwijking van sub a. gelden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bouwregel hoogspanningsstation' de volgende regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
    • 1. de bouwhoogte bedraagt voor voorzieningen voor bliksemafleiding en voor portalen maximaal 25 meter;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 12 meter.
3.4 Specifieke functieregels
3.4.1 Strijdig gebruik

Het is in ieder geval verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.

Tot een met artikel 3 strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:

  • a. Bevi-inrichtingen;
  • b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk;
  • c. zelfstandige kantoren;
  • d. detailhandel;
  • a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale, ter plaatse toegestane bedrijfsvoering;
  • b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of gebouwen ten behoeve van prostitutie of een seksinrichting.
3.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing gemeentedepot
  • a. Het is in ieder geval verboden zonder omgevingsvergunning de gronden of bouwwerken zoals aangeduid in het beplantingsplan in Bijlage 2 Landschappelijke inpassing gemeentedepot gebruiken, zonder dat de beplanting in het beplantingsplan uit Bijlage 2 binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van dit deel van het omgevingsplan is aangelegd en ingericht zoals in de bijlage is beschreven en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden. Het niet voldoen aan deze verplichting is een vorm van strijdig gebruik van de bepalingen in artikel 3.2 sub a.
  • b. Bij maatwerkvoorschrift kan afgeweken worden van het bepaalde onder a. voor een andere termijn en / of een andere inrichting, al dan niet op een andere locatie, met dien verstande dat hiertoe een ecologisch onderzoek als onderlegger dient te worden gegeven waaruit volgt dat de ecologische belangen niet in het geding zijn.
3.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing transformatorstation
  • a. Het is in ieder geval verboden zonder omgevingsvergunning de gronden of bouwwerken zoals aangeduid in het beplantingsplan in Bijlage 3 Landschappelijke inpassing transformatorstation gebruiken, zonder dat de beplanting in het beplantingsplan uit Bijlage 3 binnen 12 maanden na ingebruikname van het transformatorstation is aangelegd en ingericht zoals in de bijlage is beschreven en vervolgens duurzaam in stand wordt gehouden. Het niet voldoen aan deze verplichting is een vorm van strijdig gebruik van de bepalingen in artikel 3.2 sub b.
  • b. Bij maatwerkvoorschrift kan afgeweken worden van het bepaalde onder a. voor een andere termijn en / of een andere inrichting, al dan niet op een andere locatie, met dien verstande dat hiertoe een ecologisch onderzoek als onderlegger dient te worden gegeven waaruit volgt dat de ecologische belangen niet in het geding zijn.

Artikel 4 Natuur - Houtwal

4.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Natuur - Houtwal'.

4.2 Functieomschrijving

Op de voor 'Natuur - Houtwal' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. het behoud en herstel van beplanting ten behoeve van de aldaar voorkomende uit landschappelijk en ecologisch oogpunt waardevolle houtopstanden, en
  • b. wadi's.
4.3 Bouwactiviteiten

Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen, met een bouwhoogte van maximaal 2 m.

4.4 Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.4.1 Toegestaan

Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die:

  • a. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van dit Hoofdstuk 22a;
  • b. het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;
4.4.2 Vergunningplicht

Met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is het toegestaan de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanleggen en verharden van wegen en paden en het aanleggen of aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden anders dan normaal spit- en ploegwerk, en
  • c. het verlagen van de bodem en afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden.
  • d. het vellen of rooien van bomen en struiken, alsmede het verwijderen van landschapselementen;

mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 4.4.3.

4.4.3 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden, bedoeld in lid 4.4.2, wordt verleend indien door de uitvoering daarvan, dan wel de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige natuurwaarden.

Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied

5.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

5.2 Functieomschrijving

Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan:

  • a. wegen met een verblijfsfunctie;
  • b. voet- en fietspaden;
  • c. groenvoorzieningen en water;
  • d. straatmeubilair;
  • e. nutsvoorzieningen.
5.3 Bouwactiviteiten

Het is toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen, met inachtneming van de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte bedraagt voor lichtmasten maximaal 10 m;
  • b. de bouwhoogte bedraagt voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 5 m;
  • c. ten behoeve van water mogen bouwwerken, zoals bruggen, duikers, damwanden en soortgelijke bouwwerken mogen worden gebouwd.
5.4 Specifieke functieregels
5.4.1 Strijdig gebruik

Tot een met artikel 5 strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale, ter plaatse toegestane bedrijfsvoering;
  • b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of gebouwen ten behoeve van prostitutie of een seksinrichting.

Artikel 6 Leiding - Hoogspanningsverbinding

6.1 Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als 'Leiding - Hoogspanningsverbinding'.

In geval van strijdigheid van regels, gaan de regels van dit artikel vóór de overige regels die ingevolge andere artikelen opgenomen in deze regels van toepassing zijn.

6.2 Functieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen locatie is, naast de andere voor die gronden aangewezen gebruiksactiviteiten, tevens de functie voor:

  • a. leidingen ten behoeve van het transport van elektriciteit ter plaatse en in de directe nabijheid van de aanduiding 'hartlijn leiding - hoogspanningsverbinding';
  • b. de bescherming van de leiding(en);

met daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen.

6.3 Bouwactiviteiten
6.3.1 Toegestaan

Het is uitsluitend toegestaan om een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten te verlenen, mits het bouwwerken, geen gebouwen betreftfen ten dienste van de hoogspanningsleiding, met een maximum bouwhoogte van 40 meter.

6.4 Maatwerkvoorschrift
6.4.1 Afwijking bouwen ten behoeve van andere functie

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.3 en toestaan dat wordt gebouwd ten dienste van de andere daar voorkomende functies.

6.4.2 Beoordelingsregels voor het afwijken

Een in 6.4.1 genoemde afwijking kan slechts worden verleend indien uit overleg met de leidingbeheerder blijkt dat daartegen met het oog op het doelmatig functioneren van de hoogspanningsverbinding(en) en/of het aspect veiligheid geen bezwaar bestaat.

6.4.3 Procedure

Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt de beheerder(s) van de hoogspanningsverbinding gehoord.

6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.5.1 Toegestaan

Het is toegestaan om werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren die:

  • c. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van dit Hoofdstuk 22a;
  • d. het normale onderhoud en beheer betreffen;
  • e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning;
6.5.2 Vergunningsplicht

Met een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is het toegestaan de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • a. het aanbrengen van diepwortelende en/of hoogopgaande beplanting;

mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 6.5.3.

6.5.3 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden, bedoeld in lid 6.5.2, wordt verleend indien:

  • b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig en veilig functioneren van de in de strook gelegen leidingen.
  • c. de beheerder(s) van de hoogspanningsverbinding om advies is gevraagd en geen negatief advies heeft afgegeven. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 7 Juridische regelingen TAM-omgevingsplan

7.1 Relatie met Omgevingsplan Nunspeet

Dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01 is gericht op het kunnen realiseren van een nieuw transformatorstation en het verplaatsen van het gemeentedepot op de locatie aan de Hullerweg en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Nunspeet. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met de landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

7.2 Leeswijzer TAM-regels en Omgevingsplan Nunspeet

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) moet als volgt worden gelezen:

Voorliggend TAM-omgevingsplan:   Omgevingsplan Nunspeet  
Regels:   Hoofdstuk 22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01d  
Hoofdstukken 1, 2, 3, en 4:   Paragrafen (22x.1 t/m 22C.4) van hoofdstuk 22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01  
Artikelen:   Artikel 22a.x.x in de paragrafen  
Bijlagen:   Toelichting
Bijlage 22a.1, Landschapsplan
Bijlage 22a.2, Verkennend bodemonderzoek gemeentewerf
Bijlage 22a.3, Verkennend bodemonderzoek Van Olst
Bijlage 22a.4, Vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten
Bijlage 22a.5, Watertoets
Bijlage 22a.6, Natuurwaardenonderzoek
Bijlage 22a.7, Stikstofdepositie berekening transformatorstation
Bijlage 22a.8, Stikstofdepositie berekening gemeentedepot
Bijlage 22a.9, Akoestisch onderzoek
Bijlage 22a.10, Aanmeldnotitie mer-beoordeling

Regels:
Bijlage 22a.1, Staat van bedrijfsactiviteiten  
7.3 Toepassingsbereik
7.3.1 Bestemmingsplannen in omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie als bedoeld in lid 7.3.4.

7.3.2 Relatie met de Bruidsschat

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van dit omgevingsplan, zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in lid 7.3.4, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk;

7.3.3 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van deze regels in dit hoofdstuk.

7.3.4 Geometrische werkingssfeer voorliggend TAM-omgevingsplan

Deze regels zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl en 'Regels op de kaart'

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 9 Toepassingsbereik Bouw- en gebruiksactiviteiten

Op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01 zijn uitsluitend de bouw- en gebruiksactiviteiten toegestaan zoals die zijn opgenomen in deze regels.

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het daarom verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde activiteiten.

Artikel 10 Algemene binnenplanse omgevingsplanactiviteiten

10.1 Binnenplanse omgevingsplanactiviteiten

Met een omgevingsvergunning staat het bevoegd gezag toe dat:

  • a. de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages worden verruimd tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, teneinde deze bij de definitieve uitmeting van het plan in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie;
  • b. het beloop of profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft;

mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 10.2.

10.2 Beoordelingsregels

De in lid 10.1 bedoelde omgevingsvergunningen mogen niet leiden tot een onevenredige aantasting van:

  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • het straat- en/of bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de milieusituatie;
  • de sociale veiligheid.

Artikel 11 Dynamische beleidsverwijzingen

11.1 Parkeerbeleid
11.1.1 Parkeernormen en laad- en losvoorzieningen bij een omgevingsplanactiviteit
  • a. Bij de verlening van een omgevingsvergunning:
    • 1. dient een te verwachten behoefte aan het parkeren of stallen van auto's, (motor)fietsen en/of andere voertuigen krachtens een voorschrift verbonden aan de omgevingsvergunning in voldoende mate verzekerd te zijn dat voldoende parkeervoorzieningen zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort en dat deze parkeervoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden;
    • 2. dient een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort en dat deze laad- en losvoorzieningen worden gerealiseerd en in stand worden gehouden.
  • b. Van voldoende mate van parkeervoorzieningen zoals bedoeld in sub a onder 1 en/of sub 2 is sprake indien is voldaan aan de parkeernormen zoals opgenomen in de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) danwel diens rechtsopvolger zoals dat geldt op het tijdstip van indiening van de aanvraag als bedoeld in sub a.
11.1.2 Maatwerkvoorschriften

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 11.1.1. Het bevoegd gezag wijkt af van het bepaalde in lid 11.1.1:

  • a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of
  • b. voor zover op andere wijze in de benodigde parkeervoorzieningen en/of laad-en losvoorzieningen wordt voorzien, met dien verstande dat bij toepassing van deze afwijking tevens rekening dient de worden gehouden met de bereikbaarheid van de hulpdiensten,

mits is voldaan aan de beoordelingsregels in lid 11.1.3.

11.1.3 Beoordelingsregels

De afwijking als bedoeld in lid 11.1.2 kan uitsluitend worden toegepast, indien is aangetoond dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. de parkeersituatie in de openbare ruimte;
  • b. het woon- en leefklimaat;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
11.1.4 Maatwerkvoorschrift Parkeerfonds
  • a. Van de parkeerregels genoemd in lid 11.1.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds.
  • b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014), danwel het betreffende hoofdstuk in diens rechtsopvolger.
  • c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014),danwel het betreffende hoofdstuk in diens rechtsopvolger.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Locatiegericht overgangsrecht

12.1 Overgangsrecht bouwwerken en bouwactiviteiten
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 22a van het omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan;
  • b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het eerste lid onder artikel 12.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%;
  • c. Het eerste lid onder artikel 12.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 22a, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende tijdelijke omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.2 Overgangsrecht functies en gebruiksactiviteiten
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 22a en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;
  • b. Het is verboden het met Hoofdstuk 22a strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 12.2, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind;
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 12.2, na het tijdstip van inwerkingtreding van Hoofdstuk 22a voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten;
  • d. Het eerste lid onder artikel 12.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende tijdelijke omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 13 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:

Regels van het TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01.