direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan wijziging tweede herziening Buitengebied
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0289.0097Buitengeb2eH-ONT1

Motivering

Hoofdstuk 1 Algemeen

De actualisatie van het tijdelijk deel van het omgevingsplan voor het buitengebied, ook wel tweede herziening ‘buitengebied’, omvat vijf onderdelen. Fietspad Kierkamperweg, verduidelijking agrarische bestemmingen, de weg Kortenburg, AZC Keijenbergseweg 10-12, en aanpassingen met betrekking tot volkstuinen.

In onderstaande afbeelding staan de relevante locaties aangegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0289.0097Buitengeb2eH-ONT1_0001.jpg"

Hoofdstuk 2 Fietspad Kierkamperweg

2.1 Huidige situatie en geldende regels omgevingsplan

Op 18 augustus 2022 is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een fietspad ten zuiden van de Kierkamperweg. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk en het fietspad is in gebruik.

Binnen de projectlocatie geldt het tijdelijk deel omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) ‘Buitengebied’, vastgesteld op 30 september 2013.

Ter plaatse gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen:

  • Agrarisch – Onderzoek en onderwijs
  • Verkeer – Verblijfsgebied
  • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’
  • Aanduiding ‘Wro-zone – wijzigingsgebied ecologische verbindingszone’

Agrarisch – Onderzoek en onderwijs

Deze gronden zijn primair bestemd voor landbouwonderzoek en -onderwijs, met daarbij behorende functies zoals het instand houden van de historische wegenstructuur en het versterken van de landschapsstructuur en natuurkwaliteit.

Binnen deze bestemming zijn diverse werkzaamheden omgevingsvergunningplichtig, waaronder het aanbrengen van verhardingen, het afgraven of ophogen van gronden, het vergraven van sloten en het vellen van bomen.

Een fietspad is binnen deze bestemming niet toegestaan. Het gewenste tracé liep grotendeels over deze bestemming. Om de aanleg toch mogelijk te maken, is gebruikgemaakt van de tijdelijke omgevingsvergunning. Het fietspad draagt bij aan de doorstroming en verkeersveiligheid van zowel fietsers als gemotoriseerd verkeer.

Verkeer – Verblijfsgebied

Binnen deze bestemming zijn onder meer woonstraten, voet- en fietspaden, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Voor zover het project binnen deze bestemming valt, is het fietspad in overeenstemming met de geldende regels.

Waarde – Archeologie 2

Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van archeologische waarden. Voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 10.000 m² geldt een vergunningplicht.

Voor dit project zijn geen werkzaamheden benodigd en zijn daarmee niet vergunningplichtig binnen deze dubbelbestemming.

Wro-zone – wijzigingsgebied ecologische verbindingszone

Binnen deze aanduiding heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen ten behoeve van de aanleg van een ecologische verbindingszone.

Het doel hiervan is het versterken van de samenhang tussen bestaande natuurgebieden en het bevorderen van de biodiversiteit.

Het planologisch vastleggen van het fietspad doet geen afbreuk aan deze doelstelling en belemmert de toekomstige realisatie van de ecologische verbindingszone niet. Het project is daarmee in overeenstemming met de strekking van de aanduiding.

2.2 Nieuwe situatie en omgevingsplanwijziging 2e herziening Buitengebied

De tijdelijke omgevingsvergunning wordt met deze herziening planologisch vastgelegd.

De betreffende gronden worden in het geheel bestemd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Het fietspad is toegestaan binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en de bestaande situatie wordt daarmee op een juiste manier planologisch vastgelegd. Het toepassen van de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ voor het gebruik van een fietspad sluit aan bij de wijze waarop andere fietspaden zijn bestemd in het Wageningse buitengebied.

Door deze wijziging wordt de tijdelijke situatie permanent mogelijk gemaakt en planologisch verankerd binnen het omgevingsplan ‘Buitengebied’.

2.3 Beleids- en omgevingsaspecten

In de ruimtelijke onderbouwing die onderdeel uitmaakt van de verleende omgevingsvergunning is reeds gemotiveerd dat het fietspad past binnen een goede ruimtelijke ordening.

Het project sluit aan bij het gemeentelijk beleid om veilige en duurzame fietsverbindingen in het buitengebied te realiseren.

Daarnaast past het initiatief binnen de doelstellingen van het gemeentelijk fietsnetwerk en draagt het bij aan de verkeersveiligheid en bereikbaarheid in het buitengebied.

Er zijn geen nieuwe beleidsontwikkelingen die aanleiding geven om dit standpunt te herzien.

2.4 Conclusie

Het fietspad is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, sluit aan bij gemeentelijk en regionaal beleid, en wordt met deze herziening planologisch vastgelegd als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’.

Hoofdstuk 3 Verduidelijking agrarische bestemmingen

3.1 Huidige situatie en geldende regels omgevingsplan

Binnen het buitengebied van Wageningen gelden diverse agrarische bestemmingen, waaronder ‘Agrarisch - Onderzoek en onderwijs’, ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Agrarisch met waarden - Natuur en landschap’ Deze bestemmingen bieden ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven, met aandacht voor het behoud van landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden.

In de huidige planregels is de formulering van enkele bepalingen binnen deze bestemmingen niet geheel eenduidig, met name ten aanzien van het bouwen binnen het bouwvlak en het toegestaan van één bedrijfswoning per bouwvlak.

3.2 Nieuwe situatie en omgevingsplanwijziging 2e herziening Buitengebied

Artikel 3 en artikel 4 en artikel 5 zoals opgenomen in bestemmingsplan Buitengebied 2013 dan wel 1e herziening buitengebied 2023   Aangepast artikel zoals opgenomen in Buitengebied 2e herziening  
Artikel 3.1.2, artikel 4.1.2 en artikel 5.1.2 onder a
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:
1. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn agrarische bedrijven toegestaan.
2. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing.  
Artikel 3.1.2, artikel 4.1.2 en artikel 5.1.2 onder a
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:
1. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn gebouwen voor agrarische bedrijven toegestaan.
2. Per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan.
3. Indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing.  
Artikel 4.1.2 en artikel 5.1.2 onder b
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag een grondgebonden niet-veehouderijbedrijf worden uitgeoefend. Voorts is - al dan niet in combinatie met een grondgebonden niet-veehouderijbedrijf - uitsluitend ter plaatse van de onderstaande aanduidingen het daarbij behorende type agrarisch bedrijf toegestaan:
• 'intensieve veehouderij': een intensieve veehouderij
• 'grondgebonden veehouderij': een grondgebonden veehouderij  
Artikel 4.1.2 en artikel 5.1.2 onder b
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag één grondgebonden niet-veehouderijbedrijf worden uitgeoefend. Voorts is - al dan niet in combinatie met een grondgebonden niet-veehouderijbedrijf - uitsluitend ter plaatse van de onderstaande aanduidingen het daarbij behorende type agrarisch bedrijf toegestaan:
• 'intensieve veehouderij': een intensieve veehouderij
• 'grondgebonden veehouderij': een grondgebonden veehouderij  
Artikel 4.2.2 en artikel 5.2.2 onder d
Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mogen uitsluitend worden opgericht:
a. agrarische bedrijfsgebouwen bestaande uit maximaal 1 bouwlaag, met dien verstande dat reeds vergunde agrarische bedrijfsgebouwen in meer bouwlagen zijn toegestaan;
b. kassen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - omgevingsvergunning openheid';
c. teeltondersteunende voorzieningen;
d. één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per agrarisch bedrijf, met dien verstande dat:
1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', niet meer dan het aangegeven aantal woningen is toegestaan, met dien verstande dat deze woningen uitsluitend in één hoofdgebouw zijn toegestaan;
2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', geen bedrijfswoning is toegestaan;
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf.  
Artikel 4.2.2 en artikel 5.2.2 onder d
Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mogen uitsluitend worden opgericht:
a. agrarische bedrijfsgebouwen bestaande uit maximaal 1 bouwlaag, met dien verstande dat reeds vergunde agrarische bedrijfsgebouwen in meer bouwlagen zijn toegestaan;
b. kassen zijn niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - omgevingsvergunning openheid';
c. teeltondersteunende voorzieningen;
d. één bedrijfswoning met bijbehorende bijgebouwen per agrarisch bedrijf ,met dien verstande dat:
1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden', niet meer dan het aangegeven aantal woningen is toegestaan, met dien verstande dat deze woningen uitsluitend in één hoofdgebouw zijn toegestaan;
2. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', geen bedrijfswoning is toegestaan;
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf.  
Artikel 4.2.5 en artikel 5.2.5
Voor agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gelden de volgende aanvullende bepalingen:
a. de goothoogte bedraagt niet meer dan 9 m;
b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 14 m.  
Artikel 4.2.5 en artikel 5.2.5
Voor agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gelden de volgende aanvullende bepalingen:
a. gebouwen zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan;
b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 9 m;
c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 14 m.  

3.3 Beleids- en omgevingsaspecten

Deze aanpassingen zijn beleidsneutraal: ze brengen geen ruimtelijke veranderingen met zich mee. In de toelichting van het Bestemmingsplan Buitengebied 2013 is al gemotiveerd waarom agrarische bedrijven met bijbehorende bouwwerken worden toegestaan.

Met deze aanpassingen van de regels in artikel 3, 4 en 5 wordt verduidelijkt dat gebouwen alleen zijn toegestaan binnen de bestaande bouwvlakken. Dat agrarische bedrijfsgebouwen enkel zijn toegestaan binnen het bouwvlak volgt uit het huidige omgevingsplan ook uit 3.2.5, 4.2.7 en 5.2.8 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten bouwvlak.

Met deze aanpassing van de regels in artikel 4 en 5 wordt onderstreept dat hiermee wordt bedoeld dat er per bouwvlak met maximaal 1 agrarisch bedrijf en 1 bedrijfswoning wordt toegestaan. Uit de toelichting van het Bestemmingsplan buitengebied 2013 volgt dat agrarische bedrijven in 2013 een bouwvlak toegekend hebben gekregen op basis van de bestaande agrarische bouwvlakken en bestaande milieuvergunning of melding. Indien bedrijven destijds tevens een andere vorm van agrarische bedrijfsvoering beoefenden, zijn deze specifiek op de verbeelding aangeduid. Hieruit volgt dat het uitgangspunt; één agrarisch bedrijf per bouwvlak.

Maximaal 1 bedrijfswoning per agrarisch bedrijf is al opgenomen in de toelichting pagina 36 en artikel 4.2.2 lid d en 5.2.2 lid d. Dit gecombineerd maakt duidelijk dat destijds één agrarische bedrijfswoning per bouwvlak bedoeld was.

3.4 Conclusie

Met deze wijzigingen worden geen nieuwe activiteiten of bouwmogelijkheden toegestaan.

Hoofdstuk 4 Weg Kortenburg

4.1 Huidige situatie en geldende regels omgevingsplan

Vanaf het zorgcentrum Oranje-Nassau van de zorgorganisatie Zinzia loopt een deel van de Kortenburg naar het Noordnoordoosten toe richting de Hartenseweg. Dit betreft een bestaande verharde (geasfalteerde) weg die al langere tijd aanwezig is in het buitengebied van Wageningen echter niet als zodanig was bestemd.

Binnen het huidige tijdelijk deel van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) ‘Buitengebied’, vastgesteld op 30 september 2013, gelden ter plaatse de volgende bestemmingen en aanduidingen:

  • Bos
  • Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’
  • Dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’

Bos

De gronden met de bestemming Bos zijn bedoeld voor de instandhouding en ontwikkeling van bos en natuur, met mogelijkheden voor extensieve recreatie en natuurbeheer. Binnen deze bestemming zijn werken zoals verhardingen, afgravingen en het vellen van bomen omgevingsvergunningplichtig.

De weg Kortenburg valt binnen deze bestemming ‘Bos’. Deze bestemming sluit niet aan op het feitelijke gebruik; wegen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan, behalve bestaande paden van ondergeschikte betekenis.

Waarde – Archeologie 3

Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van archeologische waarden. Voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000 m² geldt een vergunningplicht.

Voor dit project zijn geen werkzaamheden benodigd en zijn daarmee niet vergunningplichtig binnen deze dubbelbestemming.

Waarde – Archeologie 4

Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van archeologische waarden. Voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 250 m² geldt een vergunningplicht.

Voor dit project zijn geen werkzaamheden benodigd en zijn daarmee niet vergunningplichtig binnen deze dubbelbestemming.

4.2 Nieuwe situatie en omgevingsplanwijziging 2e herziening Buitengebied

Met deze herziening wordt de planologische omissie hersteld. De weg Kortenburg krijgt de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’, waarmee het feitelijk gebruik van de weg wordt vastgelegd en gelegaliseerd. De huidige situatie wordt hiermee planologisch verankerd, zonder dat fysieke wijzigingen plaatsvinden of nieuwe ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt.

Omdat de weg al langere tijd aanwezig is, valt deze momenteel onder het overgangsrecht van het omgevingsplan.

In de aangrenzende gemeente Renkum heeft de weg Kortenburg de bestemming ‘Verkeer’. Het vastleggen van de weg als ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ is in overeenstemming met de wijze waarop vergelijkbare wegen in het buitengebied van Wageningen zijn bestemd.

De bestemming ‘Bos’ zal verdwijnen van de gronden waar de weg Kortenburg zich bevindt. Dit is in lijn met het gebruik, het is namelijk niet de bedoeling dat op deze locatie bos zal worden gerealiseerd.

4.3 Beleids- en omgevingsaspecten

Het plangebied ligt binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelzone (GO), en deels binnen het Nationaal Landschap Gelderse Vallei en Veluwe.

Daarnaast ligt een deel van de weg Kortenburg binnen het Natura 2000-gebied De Veluwe.

Het positief bestemmen van de bestaande, overgangsrechtelijke situatie brengt geen fysieke ingreep met zich mee en wijzigt het ruimtegebruik niet. Hierdoor blijven de waarden van deze beschermde gebieden onaangetast en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De wijziging heeft geen invloed op het karakter, de kernkwaliteiten of de ecologische waarden van het gebied.

Natuur: gebiedsbescherming (Natura 2000)

De ligging van de weg blijft ongewijzigd. Omdat geen nieuwe werkzaamheden plaatsvinden, is uitgesloten dat het project leidt tot stikstofdepositie of verstoring binnen het Natura 2000-gebied. Een nadere stikstofberekening is daarom niet vereist.

Natuur: soortbescherming

Het herbestemmen van de bestaande weg heeft geen enkel effect op de feitelijke situatie. Er worden geen werkzaamheden verricht en de verkeersintensiteit zal niet toenemen. Daarom kunnen effecten op beschermde soorten als gevolg van deze planologische wijziging worden uitgesloten en is nader onderzoek niet nodig.

4.4 Conclusie

Met deze planherziening wordt een feitelijke en langdurige verkeersfunctie planologisch vastgelegd.

De herziening heeft geen ruimtelijke of ecologische gevolgen, is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is niet in strijdt met zowel het gemeentelijk als provinciaal beleid voor het buitengebied

Hoofdstuk 5 AZC Keijenbergseweg 10-12

5.1 Huidige situatie en geldende regels omgevingsplan

Aan de Keijenbergseweg 10–12 bevindt zich het opvangcentrum voor asielzoekers in Wageningen en het bijbehorende terrein. Het terrein is grotendeels verhard en bebouwd met meerdere gebouwen, waaronder woonunits en ondersteunende voorzieningen voor de opvang van asielzoekers. De locatie biedt plaats aan circa 300 opvangplekken.

Binnen het huidige tijdelijk deel van het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) ‘Buitengebied’, vastgesteld op 30 september 2013, gelden ter plaatse de volgende bestemmingen en aanduidingen:

  • Maatschappelijk
  • Bos
  • Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’

Bos

De gronden met de bestemming ‘Bos’ zijn bedoeld voor de instandhouding en ontwikkeling van bos en natuur, met mogelijkheden voor extensieve recreatie en natuurbeheer. Binnen deze bestemming zijn bouwwerken en werkzaamheden zoals verhardingen, afgravingen en het vellen van bomen omgevingsvergunningplichtig.

Een deel van de bebouwing behorende tot het opvangcentrum bevindt zich binnen deze bestemming ‘Bos’. Deze bestemming sluit niet aan op het feitelijke gebruik; gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan.

Maatschappelijk

De gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bedoeld voor maatschappelijke voorzieningen, zoals zorg, onderwijs en opvang. Binnen deze bestemming zijn gebouwen en voorzieningen toegestaan die bijdragen aan het maatschappelijk functioneren, waaronder opvanglocaties en ondersteunende functies.

Het terrein aan de Keijenbergseweg 10-12 ligt grotendeels binnen de bestemming Maatschappelijk, dit betekent dat het bestaande gebruik als opvangcentrum is toegestaan.

Waarde – Archeologie 3

Deze dubbelbestemming waarborgt de bescherming van archeologische waarden. Voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000 m² geldt een vergunningplicht.

Voor dit project zijn geen werkzaamheden benodigd en zijn daarmee niet vergunningplichtig binnen deze dubbelbestemming.

Bij de actualisatie van het bestemmingsplan is gebleken dat een deel van de bestaande bebouwing ten onrechte buiten de bestemming ‘Maatschappelijk’ is komen te liggen. Delen van de gebouwen vallen daardoor deels binnen de bestemming ‘Bos’. Deze planologische fout zorgt ervoor dat delen van bestaande, vergunde bebouwing alleen via overgangsrecht zijn toegestaan.

Op 12 december 2018 is een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing en het gebruik van het terrein als opvangcentrum. Deze vergunning is inmiddels onherroepelijk. In die vergunning is uitgegaan van een bebouwingspercentage van 57%, in plaats van de 40% die in het plan is opgenomen. Ook is een aanpassing van het bouwvlak en de bestemmingsvlakken opgenomen, de aanpassingen dienen om ervoor te zorgen dat de bebouwing gebruikt kan worden binnen de passende bestemming.

5.2 Nieuwe situatie en omgevingsplanwijziging 2e herziening Buitengebied

Met deze herziening worden de vergunde situatie en bouwmogelijkheden van de omgevingsvergunning uit 2018 planologisch vastgelegd.

De volgende aanpassingen worden doorgevoerd:

  • De bestemming ‘Maatschappelijk’ en het bouwvlak worden aangepast, zodat de bestaande, vergunde gebouwen volledig binnen die bestemming en het bouwvlak vallen.
  • Het bebouwingspercentage wordt gewijzigd van 40% naar 57%, conform de verleende vergunning.
  • De bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden aangepast om rekening te houden met de bouwwerken die zijn toegelaten met de omgevingsvergunning.
  • Op de bestemming ‘Bos’ wordt een aanduiding ‘maatschappelijk’ gelegd waarbinnen de verspreid liggende kleine bouwwerken (zoals masten en een fietsenstalling) worden toegelaten zoals deze zijn toegelaten met de omgevingsvergunning).

Met deze correctie wordt het plan in overeenstemming gebracht met de feitelijke en vergunde situatie. Er worden geen nieuwe bouwwerken, functies of uitbreidingen toegevoegd; het betreft uitsluitend een herstel van planologische omissies.

5.3 Beleids- en omgevingsaspecten

De aanpassingen zijn beleidsneutraal: ze brengen geen ruimtelijke veranderingen met zich mee ten opzichte van de bestaande, vergunde situatie.

Het terrein blijft bestemd voor maatschappelijke doeleinden, passend binnen het gemeentelijk beleid voor opvangvoorzieningen en de regionale afspraken over asielopvang.

Het plan ligt deels binnen de Groene Ontwikkelzone en nabij het Gelders Natuurnetwerk. Omdat geen fysieke uitbreiding plaatsvindt en bestaande bebouwing wordt vastgelegd, zijn geen negatieve effecten op natuurwaarden te verwachten.

Ook voor andere omgevingsaspecten – zoals verkeer, geluid, water en archeologie – verandert er niets ten opzichte van de reeds beoordeelde situatie uit 2018.

De 2e herziening van het omgevingsplan Buitengebied heeft daarmee een reparerend karakter en borgt dat de feitelijke, vergunde situatie van het asielzoekerscentrum juridisch-planologisch juist wordt vastgelegd.

5.4 Conclusie

Het betreft het correct overnemen van een onherroepelijke omgevingsvergunning. De ontwikkeling is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en sluit aan bij het geldende gebruik en beleid. Met deze herziening wordt de bestaande bebouwing binnen de juiste bestemming geplaatst en daarmee planologisch goed verankerd.

Hoofdstuk 6 Volkstuinen

6.1 Huidige situatie en geldende regels omgevingsplan

In een deel van het buitengebied van Wageningen, de Wageningse Eng, zijn volkstuinen aanwezig. Binnen het huidige tijdelijk deel van het omgevingsplan (opgebouwd uit bestemmingsplan buitengebied 2013 en Buitengebied, 1e herziening 2024) zijn voor de functie, voorheen bestemming Agrarisch met waarden – Stadsrandgebied aangewezen gronden bestemd voor onder andere volkstuinen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding Volkstuin.

Wat nu onder volkstuin wordt verstaan volgt uit artikel 1.82 volkstuinen; grond waarop, anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld en voornamelijk ten eigen behoeve;

In de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 stond “De volkstuincomplexen in het plangebied zijn op de Wageningse Eng gelegen. Binnen de hiertoe aangeduide gebieden (functieaanduiding volkstuin) zijn de bestaande volkstuinen toegestaan. De inrichting van nieuwe volkstuincomplexen is uitsluitend mogelijk binnen deze gebieden en na het doorlopen van een omgevingsvergunningprocedure.”

Binnen de bestemming Agrarisch met waarden – Stadsrandgebied, zijn bouwregels opgenomen; artikel 6.2.2, waarvan lid a en lid d specifiek relevant zijn voor volkstuinen.

Tevens relevant is artikel 6.4.4 waarin de omgevingsvergunningsplicht voor verschillende werken en werkzaamheden, staan opgenomen. Dit is relevant voor het bebossen of beplanten van gronden met houtige gewassen.

6.2 Nieuwe situatie en omgevingsplanwijziging 2e herziening Buitengebied

Met de tweede herziening van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ worden allereerst verduidelijkingen doorgevoerd over wat bedoeld wordt met een volkstuin, in de regels onder begripsbepalingen en in de toelichting voor een andere duiding. Deze wijzigingen brengen geen nieuwe bouw- of gebruiksmogelijkheden met zich mee. Hiermee wordt beoogd enerzijds het belang van volkstuinen te benadrukken, allereerst voor de opgave lokaal voedsel verbouwen, maar ook divers ander gebruik met positieve algemene effecten.

Het gaat dan om het volgende; De primaire doelstelling is om voedsel te verbouwen. Daarnaast kan het gebruik als volkstuin ook recreatief en educatief zijn; als plaats om actief te tuinieren en daardoor te ontspannen en te leren. Het is nadrukkelijk geen aanleiding om vormen van verblijven in bouwwerken toe te staan.

Ten tweede worden wijzigingen opgenomen die het gebruik van de toegestane bouwwerken bij volkstuinen verduidelijken en uitbreiden. Dit is in relatie tot de ontwikkelings- en gebruiksmogelijkheden voor volkstuinen die in de vastgestelde visie Wageningse Eng staan opgenomen. De verduidelijking betreft dat het gaat om bouwwerken, geen gebouw zijnde, verblijven is dan duidelijker niet toegestaan. Toegestaan wordt een waterberging en tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. De tijdelijkheid van de teeltondersteunende voorzieningen is gebonden aan het kweekseizoen en in lijn met de al bestaande begrip zie artikel 1.75 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met een maximum van zes maanden.

Tenslotte wordt een uitzondering opgenomen op de werken en werkzaamheden waarvoor een vergunning moet worden aangevraagd. Uit de visie volgt dat ongeacht locatie en relatie tot gebruik de aanplant van houtige gewassen tot 1 meter tot de gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden volgen. Daarom is er geen nadere beoordeling nodig en kan tot 1 meter vergunningsvrij worden gemaakt.

Volledigheidshalve wordt het volgende opgemerkt in aanvulling paragraaf 5.5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De primaire doelstelling van volkstuinen is om voedsel te verbouwen. Daarnaast kan het gebruik als volkstuin ook recreatief en educatief zijn; als plaats om actief te tuinieren en daardoor te ontspannen en te leren. Het is nadrukkelijk geen aanleiding om vormen van verblijven in bouwwerken toe te staan.

Overzicht wijzigingen; bestaande regels en nieuwe regels

Regels en toelichting zoals opgenomen in bestemmingsplan Buitengebied 2013 ofwel 1e herziening buitengebied 2023   Aangepast artikel zoals opgenomen in Buitengebied 2e herziening  
Artikel 1 begrippen; 1.82 Volkstuinen
Grond waarop, anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld en voornamelijk ten eigen behoeve;  
Artikel 1 begrippen; 1.82 Volkstuinen
Grond waarop, anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld en voornamelijk ten eigen behoeve vanuit recreatief en educatief oogpunt;  
Artikel 6.2.2
In het gebied mogen uitsluitend worden gebouwd:  
Artikel 6.2.2
In het gebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd  
Artikel 6.2.2 onder a
c. Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' een opslag- en berging met een oppervlakte van maximaal 2 m² per 50 m² volkstuin en een bouwhoogte van maximaal 1,5 meter.  
Artikel 6.2.2 onder a
Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' een berging, ten behoeve van benodigde gereedschappen en materialen voor tuinieren met een oppervlakte van maximaal 2 m² per 50 m² volkstuin en een bouwhoogte van maximaal 1,5 meter, waaraan een waterberging van 1 m3 toegevoegd mag worden.  
Artikel 6.2.2 bouwregels onder d
Teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan, uitgezonderd een teeltondersteunende kas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende kas'. De bouwhoogte van de teeltondersteunende kas bedraagt maximaal 2,5 meter, de oppervlakte maximaal 20 m². Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'en de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geldt de aangegeven maatvoering.  
Artikel 6.2.2 bouwregels onder d
Teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan, uitgezonderd:
• een teeltondersteunende kas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende kas'. De bouwhoogte van de teeltondersteunende kas bedraagt maximaal 2,5 meter, de oppervlakte maximaal 20 m². Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'en de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geldt de aangegeven maatvoering;
• tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'. De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,5 m, met een oppervlakte van maximaal 12 m² per 50 m² volkstuin. De toegestane periode van aanwezigheid betreft half maart tot half september.  
6.4.4 Schema omgevingsvergunningen
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden ;
het bebossen of beplanten van gronden met houtige gewassen, met uitzondering van:
- erven;
- de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt  
6.4.4 Schema omgevingsvergunningen
Vergunningplichtige werken en werkzaamheden ;
het bebossen of beplanten van gronden met houtige gewassen, met uitzondering van:
- erven;
- de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt
- Houtige gewassen welke tot een maximale hoogte van 1 meter kunnen en mogen groeien op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'.  

6.3 Beleids- en omgevingsaspecten

In 2021 is de visie op de Wageningse Eng vastgesteld. Gekeken is of en op welke manier de daarin opgenomen ontwikkel en gebruiksmogelijkheden voor de volkstuinen kunnen leiden tot veranderingen in het omgevingsplan Dit met als doel het toegestane gebruik te verduidelijken en eenvoudiger te maken.

Met de begripswijziging wordt beoogd enerzijds het belang van volkstuinen te benadrukken, allereerst voor de opgave lokaal voedsel verbouwen, maar ook divers ander gebruik met positieve algemene effecten. Anderzijds zonder dat dit ruimte creëert voor meer bebouwingsmogelijkheden (vanuit de gedachte dat voor recreatie en verblijven (grote) bouwwerken nodig zijn). Dat is ongewenst vanwege de kernkwaliteit waardevol uniek landschap, van de Wageningse Eng waarbij zichtlijnen en openheid belangrijke waarden zijn.

Met de toevoeging, waterberging wordt dit bij een volkstuin passende voorziening mogelijk gemaakt.

Door tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding volkstuin als uitzondering van het verbod op te nemen, wordt dit onder voorwaarden vergunningsvrij In de visie op de Wageningse Eng worden gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden letterlijk opgesomd; als voorzieningen gereedschapskist, wateropvang, tijdelijke opkweek tunnel. Echter het is in een normaal gebruik van een volkstuin logisch diverse vormen van teeltondersteuning te gebruiken. Diverse vormen limitatief vastleggen, in regels per categorie lijkt moeilijk uitvoerbaar en te handhaven. Daarom is één algemene regel opgenomen, die zo goed mogelijk aansluit bij de visie. Onder teeltondersteunende voorzieningen vallen constructies al dan niet met gaas of ander beschermingsmateriaal. Als tijdelijke periode wordt half maart tot half september aangehouden. Hiermee wordt enerzijds ruimte gegeven voor het opkweken en begeleiden van een behoorlijk aantal soorten voedingsgewassen. Anderzijds wordt de periode beperkt tot de helft van het jaar, waarmee het open karakter van de Wageningse Eng voor een vergelijkbare periode te ervaren blijft. Overigens staat in het huidige omgevingsplan onder 1.76 reeds een definitie opgenomen welke 6 maanden als maximum stelt.

Door houtige gewassen tot 1 meter op te nemen als uitzondering van de vergunning plichtige werken en werkzaamheden; op te nemen wordt beoogd de regeldruk te verminderen. In de visie staan de diverse ontwikkelmogelijkheden genoemd voor houtige gewassen. Echter houtige gewassen tot 1 meter zijn voor alle volkstuinen, ongeacht locatie en relatie tot gebruik mogelijk. Daarom is er geen nadere beoordeling nodig en kan tot 1 meter vergunningsvrij worden gemaakt.

6.4 Conclusie

Met de wijzigingen wordt beoogd binnen de uitgangspunten van de visie Wageningse Eng op enkele aspecten meer gebruik- en ontwikkelmogelijkheden vergunningsvrij toe te staan. De herziening is in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is niet in strijdt met zowel het gemeentelijk als provinciaal beleid voor het buitengebied.

In de visie op de Wageningse Eng staat onder het kopje volkstuinen over ontwikkelings- en gebruiksmogelijkheden onder andere ; “De hoogte van voorzieningen op een complex (gereedschapskist, wateropvang, tijdelijke opkweek tunnel) bedraagt maximaal 1,5 m. “ Enkel een gereedschapskist wordt nu direct via de regels van het omgevingsplan toegestaan.

Hoofdstuk 7 Participatie

7.1 Opzet

De gemeente heeft op 10 november 2025 een kennisgeving gepubliceerd waarmee het college van Burgemeester en wethouders van Wageningen heeft meegedeeld dat zij van plan is een deel van het omgevingsplan te wijzigingen.

Vanwege de aard van de wijzingen is gekozen voor een informatieavond waar burgers, bedrijven of andere belanghebbenden hun vragen of opmerkingen konden stellen en tevens schriftelijk middels een vragen- en contactformulier kunnen achterlaten. Los daarvan heeft er op enkele onderdelen ook op andere wijze participatie plaatsgevonden.

7.2 Aanpassing van verkeersbestemmingen

Dit betreft het fietspad bij de Kierkamperweg en de weg Kortenburg. Tijdens de inloopavond zijn hier geen vragen over gesteld of opmerkingen middels het formulier achtergelaten. Desbetreffende grondeigenaren zijn geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen. Geen reactie ontvangen. Participatie leidt niet tot aanpassingen.

7.3 AZC aan de Keijenbergseweg

Een vertegenwoordiger van het COA was tijdens de avond aanwezig. Er zijn geen vragen over gesteld of opmerkingen middels het formulier achtergelaten. Participatie leidt dan ook niet tot aanpassingen.

7.4 Veruidelijking agrarische bestemmingen

Naar aanleiding van de kennisgeving heeft een belanghebbende geïnformeerd naar de wijzigingen. De informatie zoals gepresenteerd is tijdens de informatieavond is toegezonden. In een telefonisch gesprek heeft belanghebbende aangegeven geen vragen meer te hebben.

Tijdens de avond hebben twee personen aandacht gevraagd over hun specifieke woonsituatie in het buitengebied.

Ook zijn hiervoor twee invulformulieren ingevuld. Hiervoor zal nader contact worden opgenomen. Voorlopig lijkt de vraagstelling niet direct te maken te hebben met de voorgestelde wijzigingen.

Op dit moment geen reden tot aanpassingen van de voorgestelde wijzigingen. Indien dit uit later overleg of nadere bestudering volgt zal dit ook kunnen worden aangepast na ter inzagelegging.

7.5 Wijzigingen van regels met betrekking tot volkstuinen

De gemeente heeft een regulier overleg met de werkgroep richtlijnen volkstuinen Wageningse Eng. De werkgroep heeft de gemeente verzocht om aanpassingen van het omgevingsplan op diverse aspecten. Hierover is dan ook in het voorjaar en zomer diverse malen gesproken. Zonder hier volledig te zijn, gaan de wensen tot wijzigingen over de volgende aspecten;

Uitbreidingen van het volkstuinen areaal, aanpassingen definitie volkstuinen, het toestaan van meer voorzieningen en het schrappen van onderdelen van de vergunningplicht. Dit laatste houdt verband met; de wens om de aanplant van houtige gewassen, zonder nadere beoordeling.

De genoemde aspecten hebben volgens de gemeente te doen met thema’s die op een hoger niveau spelen; Wat is het gewenste karakter van de Wageningse Eng en wat is dan passend in relatie tot het gebruik van volkstuinen. Eerder is de visie op de Wageningse Eng opgesteld in overleg met meer belanghebbenden dan eigenaren/ gebruikers van de volkstuinen.

In het kader van deze tweede herziening van het buitengebied is gekozen niet het proces en de participatie van de Visie Wageningse Eng overnieuw te doen, maar te kijken of en op welke wijze de wensen van de eigenaren en of gebruikers passen binnen de uitgangspunten van de visie.

Over de omvang van het volkstuinen areaal is in de eerste herziening van het bestemmingsplan Buitengebied uitgebreid aandacht aanbesteed en dat heeft geleid tot wijzigingen. Uit de gevoerde gesprekken wordt geconcludeerd dat er verschillend wordt gedacht over dit thema. Enerzijds is er een wens tot meer volkstuinen, er zijn wachtlijsten. Anderzijds zijn er gronden met de aanduiding die niet als zodanig in gebruik zijn. Omdat er geen concrete aanleiding was; geen concreet verzoek tot wijzigingen van de aanduidingen volkstuinen, is dit aspect niet meegenomen in deze herziening.

Tijdens de avond zijn hiervoor twee invulformulieren ingevuld;

Het eerste formulier betrof de vraag of braakliggende gemeentegrond kan worden gebruikt als volkstuin; dit zal worden nagezocht en de vraagsteller zal hiervan op de hoogte worden gesteld. Op dit moment geen aanleiding tot aanpassing van de voorgestelde wijzigingen.

Het tweede formulier betrof de voorgestelde wijzigingen artikel 6.2.2 bouwregels onder d. waarin als uitzondering van het verbod tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen wel mogelijk zijn. Er wordt benoemd dat er een verschil is tussen teeltondersteunende voorzieningen en teeltbeschermende voorzieningen. En ten tweede de wens genoemde voorzieningen hoger te mogen bouwen dan 1,5 meter.

Met de in de regels opgenomen tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, valt zowel de door werkgroep onderscheiden teelondersteuning als teeltbescherming. Met betrekking tot het tweede, blijven de toegestane voorzieningen binnen de maatvoering zoals benoemd onder de gebruiks- ontwikkelmogelijkheden van volkstuinen in de Visie op de Wageningse Eng; “De hoogte van voorzieningen op een complex (gereedschapskist, wateropvang, tijdelijke opkweektunnel bedraagt maximaal 1,5m.) “ Daarbij geldt dat een omgevingsvergunning kan worden ingediend, boven de genoemde hoogten waar de afweging zal worden gemaakt op basis van de specifieke locatie en uitwerking.

De werkgroep heeft op 23 en 24 november 2025 schriftelijk gereageerd.

De reactie betrof onder andere diverse vragen over de uitleg van bestaande en aangepaste artikelen.

Tevens de opmerking dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen teeltbeschermend en teeltondersteunend en het vergunningsvrij toestaan van deze voorzieningen hoger dan 1,5 meter.

Waar het gaat om teeltondersteunende voorzieningen geeft de werkgroep aan dat 2 meter voldoende is; echter niet tijdelijk maar jaarrond. Kortom permanente teeltondersteunende voorzieningen, met een hoogte van 2 meter.

Waar het gaat om de teeltbeschermende voorzieningen wenst de werkgroep een hoogte van 2 meter, vanwege praktische overwegingen. Het totale oppervlakte dient te worden beperkt tot 20m2 . Daarnaast het verzoek de periode van tijdelijkheid uit te breiden van 6 naar 8 maanden, wat beter past binnen het groeiseizoenen.

Zoals hierboven aangegeven wordt met de zes maanden een balans gezocht door een gelijke periode dergelijke voorzieningen niet toe te staan. Overigens geldt voor het gehele buitengebied volgens het ongewijzigde begrip 1.76 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen een periode van maximaal 6 maanden.

De werkgroep merkt op dat houtige vaste gewassen zoals bessenstruiken, bramen, frambozen, druiven, etc. gewoonlijk hoger dan 1 meter worden. Het verzoek is dan ook de uitzondering op de vergunningplicht van 1 meter te vervangen voor 1,5 meter, zodat de regels aansluiten bij de feitelijke werkelijkheid/praktijk. De gemeente interpreteert de visie zodanig dat 1 meter overal vergunningsvrij kan. Het vergunningsvrij toestaan van houtige gewassen hoger als 1 meter gaat dan voorbij aan het totstandkomingsproces van de visie waarbij ook andere aspecten zijn meegenomen. Ook hiervoor geldt dat houtige gewassen boven de 1 meter afhankelijk van uitwerking en situatie middels een omgevingsvergunning toegestaan kunnen worden. De visie benoemt in principe dat buiten het open middengebied houtige gewassen van maximaal 2 meter mogelijk zijn.

Met de werkgroep Volkstuinen Wageningse Eng blijft de gemeente in overleg.

Op dit moment geen redenen tot aanpassingen van de voorgestelde wijzigingen.