Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen van dit besluit
Voor de toepassing van dit hoofdstuk (hoofdstuk 22c van het omgevingsplan) gelden de volgende begripsbepalingen, en de begripsbepalingen in het bestemmingsplan voor zover hiervan in dit hoofdstuk niet wordt afgeweken:
1.1 bestemmingsplan
de geldende bestemmingsplannen op de locaties als bedoeld in Artikel 3, te weten:
-
a. bestemmingsplan 'Buitengebied', vastgesteld door de gemeenteraad op 11 juni 2014 (identificatienummer NL.IMRO.0289.0025BpBuitengebied-ONHE), hierna ook afzonderlijk aangeduid als 'bestemmingsplan Buitengebied';
-
b. bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening', vastgesteld door de gemeenteraad op 29 januari 2024 (identificatienummer NL.IMRO.0289.0084Buitengeb1eher-VSG1), hierna ook afzonderlijk aangeduid als 'bestemmingsplan Buitengebied 1e herziening';
-
c. bestemmingsplan 'Buitengebied, 1e herziening' (herstelbesluit), vastgesteld door de gemeenteraad op 11 november 2024 (identificatienummer NL.IMRO.0289.0084Buitengeb1eher-VSG2).
Artikel 2 Begripsbepalingen voor de toepassing van het bestemmingsplan
Voor de toepassing van het bestemmingsplan gelden de volgende begripsbepalingen en de begripsbepalingen in het bestemmingsplan voor zover hiervan niet in dit hoofdstuk wordt afgeweken:
2.1 volkstuinen:
grond waarop, anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld en voornamelijk ten eigen behoeve, vanuit recreatief en educatief oogpunt.
Artikel 3 Toepassingsbereik
-
1. Dit hoofdstuk (hoofdstuk 22c van het omgevingsplan) is van toepassing op de volgende locaties, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0289.0097Buitengeb2eH--ONT1 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl:
-
a. fietspad Kierkamperweg;
-
b. de weg Kortenburg;
-
c. Keijenbergseweg 10-12;
-
d. de locaties in het bestemmingsplan met de bestemmingen 'Agrarisch - Onderzoek en onderwijs', 'Agrarisch met waarden, 'Agrarisch met waarden - Natuur en landschap';
-
e. de locaties in het bestemmingsplan met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Stadsrandgebied'.
-
2. Op de locaties, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b, treedt dit besluit in de plaats van het bestemmingsplan. De regels van het bestemmingsplan zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de regels in het bestemmingsplan niet van toepassing zijn voor zover dat in Hoofdstuk 3 is bepaald.
-
3. Op de locatie, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder c, treedt dit besluit in de plaats van het bestemmingsplan. De regels van het bestemmingsplan zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
-
4. Op de locaties, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder d blijft het bestemmingsplan van toepassing, met dien verstande dat de regels in het bestemmingsplan worden gelezen in samenhang met het bepaalde in Hoofdstuk 2 van dit besluit.
-
5. Op de locaties, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder e blijft het bestemmingsplan van toepassing, met dien verstande dat de regels van het bestemmingsplan worden gelezen in samenhang met de verbeelding bij dit besluit (en niet de verbeelding bij het bestemmingsplan).
Artikel 4 Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk (hoofdstuk 22c van het omgevingsplan).
Hoofdstuk 2 Regels over functies
Artikel 5 Agrarisch - Onderzoek en onderwijs: agrarisch bouwvlak
In plaats van artikel 3.1.2, aanhef en onder a van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:
-
1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn gebouwen voor agrarische bedrijven toegestaan;
-
2. per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan;
-
3. indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing.
Artikel 6 Agrarisch met waarden: agrarisch bouwvlak
In plaats van artikel 4.1.2, aanhef en onder a van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:
-
1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn gebouwen voor agrarische bedrijven toegestaan;
-
2. per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan;
-
3. indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing.
Artikel 7 Agrarisch met waarden: bebouwing binnen bouwvlak
Bij de toepassing van artikel 4.2.2, aanhef en onder d van het bestemmingsplan worden de woorden 'per agrarisch bedrijf' buiten beschouwing gelaten.
Artikel 8 Agrarisch met waarden: agrarische bedrijfsgebouwen
In plaats van artikel 4.2.5 van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Voor agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gelden de volgende aanvullende bepalingen:
-
1. gebouwen zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan;
-
2. de goothoogte bedraagt niet meer dan 9 m;
-
3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 14 m.
Artikel 9 Agrarisch met waarden - Stadsrandgebied: bouwregels
In plaats van artikel 6.2.2 van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
-
1. In het gebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd in de vorm van:
-
a. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin' een berging ten behoeve van benodigde gereedschappen en materialen voor tuinieren, met een oppervlakte van maximaal 2 m2 per 50 m2 volkstuin, en een bouwhoogte van maximaal 1,5 m, waaraan een waterberging van maximaal 1 m3 toegevoegd mag worden;
-
b. erfafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1,5 m;
-
c. uitsluitend de volgende teeltondersteunende voorzieningen:
- een teeltondersteunende kas, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende kas'. De bouwhoogte van de teeltondersteunende kas bedraagt maximaal 2,5 m en de oppervlakte maximaal 20 m². Ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' en de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' geldt de aangegeven maatvoering.
- tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'. De bouwhoogte bedraagt maximaal 1,5 m en de oppervlakte bedraagt maximaal 12 m2 per 50 m2 volkstuin. Dit is alleen toegestaan in de periode half maart tot half september.
-
d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - gereedschapsberging' een gereedschapsberging conform verleende vergunning d.d. 20 mei 2008 welke is opgenomen als bijlage 3 bij deze regels.
-
2. Paardenbakken zijn niet toegestaan.
Artikel 10 Agrarisch met waarden - Stadsrandgebied: schema omgevingsvergunningen bebossen of beplanten van gronden
In afwijking van artikel 6.4.4 van het bestemmingsplan geldt voor het bebossen of beplanten van gronden met houtige gewassen het volgende schema:
het bebossen of beplanten van gronden met houtige gewassen, met uitzondering van: - erven; - de gronden ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt'; - hagen tot een hoogte van 1,5 meter en solitaire schuilbomen ten behoeve van het houden van dieren; - houtige gewassen welke tot een maximale hoogte van 1 meter kunnen en mogen groeien op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin'.
|
omgevingsvergunning is noodzakelijk in verband met een doelmatig gebruik van de gronden: - er vindt geen wezenlijke aantasting plaats van: - de historische verkavelingsstructuur; - de openheid
|
Artikel 11 Agrarisch met waarden - Natuur en landschap: agrarisch bouwvlak
In plaats van artikel 5.1.1, aanhef en onder a van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende bepalingen:
-
1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' zijn gebouwen voor agrarische bedrijven toegestaan;
-
2. per bouwvlak is maximaal één agrarisch bedrijf toegestaan;
-
3. indien blijkens de aanduiding 'relatie' sprake is van een koppeling van twee aanduidingen 'bouwvlak' dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van toepassing.
Artikel 12 Agrarisch met waarden - Natuur en landschap: bebouwing binnen bouwvlak
Bij de toepassing van artikel 5.2.2, aanhef en onder d van het bestemmingsplan worden de woorden 'per agrarisch bedrijf' buiten beschouwing gelaten.
Artikel 13 Agrarisch met waarden - Natuur en landschap: agrarische bedrijfsgebouwen
In plaats van artikel 5.2.5 van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Voor agrarische bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gelden de volgende aanvullende bepalingen:
-
1. gebouwen zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan;
-
2. de goothoogte bedraagt niet meer dan 4 m;
-
3. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 8 m.
Artikel 14 Bos: Algemene bestemmingsomschrijving
In aanvulling op artikel 10.1.1 van het bestemmingsplan geldt:
De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van maatschappelijke functies uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos - maatschappelijke functies' en uitsluitend voor zover deze legaal aanwezig waren op 1 oktober 2025, zoals blijkt uit de omgevingsvergunning van 12 december 2018 met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing, die als Bijlage 1 bij deze regels zijn gevoegd.
Artikel 15 Bos: Bouwregels
In plaats van artikel 10.2 van het bestemmingsplan geldt:
-
1. ten dienste van de maatschappelijke functies ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bos - maatschappelijke functies' zijn bouwwerken toegelaten, voor zover deze legaal aanwezig waren op 1 oktober 2025, zoals blijkt uit de omgevingsvergunning van 12 december 2018 met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing, die als Bijlage 1 bij deze regels zijn gevoegd;
-
2. voor het overige zijn uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming met een bouwhoogte van maximaal 2,5 m.
Artikel 16 Maatschappelijk: Bouwregels gebouwen
In plaats van artikel 15.2.2, onder b van het bestemmingsplan geldt:
-
a. Voor de bebouwde oppervlakte geldt het volgende:
-
1. in afwijking van de in de tabel in 15.1.2, onder b opgenomen bebouwingspercentage per bouwvlak geldt dat het bebouwingspercentage per bouwvlak niet meer mag bedragen dan 57%.
Artikel 17 Maatschappelijk: Bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde
In plaats van artikel 15.2.5 van het bestemmingsplan geldt de volgende bepaling:
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen gelden de volgende bepalingen:
-
a. de bouwhoogte van speeltoestellen bedraagt niet meer dan 3 m;
-
a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijnde overkappingen, bedraagt niet meer dan 2 m.
Hoofdstuk 3 Overige bepalingen
Artikel 18 Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden locaties te gebruiken anders dan overeenkomstig de regels over het gebruiken van locaties, waaronder in elk geval wordt verstaan:
-
a. de regels over het gebruiken van locaties die zijn opgenomen in dit hoofdstuk (Hoofdstuk 3) en in Hoofdstuk 2;
-
b. de regels over het gebruiken van locaties in het bestemmingsplan waaronder in elk geval de bestemmingsomschrijving, de specifieke gebruiksregels en de algemene gebruiksregels.
Artikel 19 Toepassen regels over nadere eisen
Voor zover in het bestemmingsplan is bepaald dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen, blijft deze bepaling buiten toepassing.
Artikel 20 Toepassen regels over binnenplanse afwijking
Voor zover voor een activiteit in het bestemmingsplan is bepaald dat bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van daarbij aangegeven regels, geldt dat:
-
a. de bepaling moet worden gelezen als verbod om de activiteit zonder omgevingsvergunning te verrichten;
-
b. de omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de beoordelingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen;
-
c. als de aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarbij wordt afgeweken van de gebruiksregels en waarop een bepaling in afdeling 22.3 van dit omgevingsplan van toepassing is: de omgevingsvergunning wordt geweigerd als niet wordt voldaan aan die bepaling, tenzij hiervan is of kan worden afgeweken met een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 22.45, en aan dat maatwerkvoorschrift wordt voldaan.
Artikel 21 Toepassen regels over omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
Voor zover voor een activiteit in het bestemmingsplan is bepaald dat een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, kan worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de beoordelingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen, geldt dat de omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de beoordelingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen.
Artikel 22 Toepassen regels over wijzigingsbevoegdheid
Voor zover in het bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen of daarnaar wordt verwezen, blijft de desbetreffende bepaling buiten toepassing.