| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22c, Kanaalzone - Medel afronding 2 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0281.TAM03-va01 |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie
'Kanaalzone - Medel afronding 2' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22c) van het
omgevingsplan van de gemeente Tiel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van
het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke
voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk
conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel)
weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22c van het
omgevingsplan van de gemeente Tiel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen
moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22c' gelezen worden. In de
kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie
en direct voor het nummer van de bijlage '22c' gelezen worden.
Dit plan wijzigt het omgevingsplan gemeente Tiel in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22c Kanaalzone - Medel afronding 2 wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i,
j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van de regels van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn
niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit plan.
De regels in dit hoofdstuk 22c zijn van toepassing op de locatie Kanaalzone - Medel afronding 2 waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer
NL.IMRO.0281.TAM03-va01.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij
het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het
Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit plan, tenzij hierna van
deze artikelen wordt afgeweken.
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22c, Kanaalzone - Medel afronding 2 van gemeente Tiel met identificatienummer NL.IMRO.0281.TAM03-va01 ;
De geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer
NL.IMRO.0281.TAM03-va01 met de bijbehorende regels;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de planregels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
onderzoek dat wordt verricht door een dienst, bedrijf of instelling dat werkt conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende (dan wel te verwachten) zichtbare en/of onzichtbare sporen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen;
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
een activiteit, gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
alle grondwerkzaamheden/activiteiten die een effect hebben op het voortbestaan van archeologische waarden of verwachtingen in de bodem;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk;
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik;
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, met de daarbij behorende en daaraan ondergeschikte horeca;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen;
een civieltechnisch bouwwerk, zoals sluizen, viaducten en dergelijke, met uitzondering van een beeldend kunstwerk, waaronder verstaan wordt een uiting van beeldende kunsten;
een kantoor als onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft;
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden en bouwwerken;
Voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, schakelhuisjes, duikers, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, etc;
een bouwwerk op het erf van een gebouw of standplaats, dat strekt tot vergroting van het genot van het gebouw of de standplaats en dat, voor zover gebouwd vóór (het verlengde van) de voorgevel van een gebouw, geen tot de constructie zelf behorende wanden heeft en, voor zover gebouwd achter (het verlengde van) de voorgevel van een gebouw, maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren. In het kader van deze regels wordt onder overkappingen uitsluitend verstaan overkappingen die expliciet in de regels als zodanig zijn opgenomen;
vuurwerk dat is bestemd voor gebruik door personenen met gespecialiseerde kennis en een vergunning, zoals bedoeld in de categorieën F3 en F4 van Richtlijn 2013/29/EU betreffende pyrotechnische artikelen;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van het bestemmingsvlak waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;
de als Staat van Bedrijfsactiviteiten opgenomen standaard milieucategorisering van bedrijvigheid.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige
toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover
hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel.
De kortste afstand van een bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk.
Een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal met bouwwerken mag worden bebouwd.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
De lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met inachtneming van het volgende:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gebouwen en gronden als zelfstandige kantoren en het gebruik van gebouwen en gronden ten behoeve van detailhandel, anders dan als nevenactiviteit.
Opslag is uitsluitend toegestaan voor opslag van materialen of goederen, met dien verstande dat:
Onder gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden of gebouwen ten behoeve van een functie voor groepen verminderd of niet-zelfredzame personen (bijvoorbeeld een kinderdagverblijf).
Bedrijven als bedoeld in artikel 5.1 mogen niet aansluiten op het gastransportnet zoals bedoeld in de Gaswet.
De bouw en ingebruikname van een bedrijventerrein op de gronden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – waterberging' overeenkomstig de in artikel 5.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan indien binnen het zoekgebied, zoals met groen weergegeven op de kaart zoals opgenomen in Bijlage 2 van de regels, 188 m3 additionele waterberging voor hemelwater is gerealiseerd met een wateroppervlakte van 940 m2.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – geluid' geldt dat de activiteiten van het ter plaatse aanwezige bedrijf op een geluidgevoelig gebouw moeten voldoen aan de waarden zoals opgenomen in onderstaande tabel.
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in lid 6.1 sub e. genoemde functies en hiervoor gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Indien een gebouw met een kap is afgedekt mag de dakhelling niet meer dan 65º bedragen.
Het is verboden de in dit plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met het in dit plan bepaalde.
Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van prostitutie, tenzij dit gebruik middels deze regels is toegestaan.
Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de nota 'Parkeernormen Tiel 2022', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels.
Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 10.3.1 en 10.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de nota 'Parkeernormen Tiel 2022', met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels.
Het gebruiken van gronden ten behoeve van de in hoofdstuk 2 toegelaten functies is uitsluitend toegestaan, indien de agrarische activiteiten (waaronder het bemesten) ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - saldering' blijvend gestaakt is.
Bij omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, worden afgeweken van:
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van gemeente Tiel, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
De voor 'Waarde - Archeologisch monument' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden.
In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemming(en) mag niet worden gebouwd.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt door de aanvrager een rapport overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld.
Indien uit het archeologisch rapport zoals bedoeld onder 13.2.1 blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de bouwvergunning kunnen worden verstoord, verbinden burgemeester en wethouders een of meerdere van de volgende voorwaarden aan de omgevingsvergunning:
Het onder 13.2.1 bepaalde is niet van toepassing in geval van een aanvraag om omgevingsvergunning voor:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de inrichting en het gebruik van de gronden aangewezen voor 'Waarde - Archeologisch monument', indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.
Het is verboden op of in de als 'Waarde - Archeologisch monument' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning vanaf een diepte van 30 cm onder maaiveld de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod als bedoeld in lid 13.3.1 is niet van toepassing voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die:
De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 kan slechts worden verleend indien de aanvrager een rapport heeft overlegd, waarmee is aangetoond dat de archeologische waarde van het terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is veiliggesteld.
Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.3.1 een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden: