direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ermelo
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0233.TAMStationsstraat4-0401

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Pre-ambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Nijkerkerweg 54-56 Ermelo en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22p) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede artikel, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit plan) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22p van het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22p' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22p' gelezen worden.

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan gemeente Ermelo

Dit plan wijzigt het Omgevingsplan gemeente Ermelo in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22p wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste artikel, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in artikel 1.1.

1.3 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit plan zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ermelo, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMStationsstraat4-0401.

Artikel 2 Begripsbepaling

2.1 Algemene begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in het Omgevingsplan gemeente Ermelo zijn van toepassing op dit hoofdstuk.

2.2 Aanvullende begrippen

In aanvulling of afwijking op het bepaalde in artikel 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de begrippen onder 2.2.1 tot en met 2.2.14 gehanteerd.

2.2.1 TAM-omgevingsplan

Het TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ermelo met identificatienummer NL.IMRO.0233.TAMStationsstraat4-0401 van de gemeente Ermelo.

2.2.2 Omgevingsplan

Omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet.

2.2.3 Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.2.4 Bouwperceelsgrens

Een op verbeelding als zodanig aangegeven lijn, die door gebouwen niet mag worden overschreden, tenzij dat krachtens deze regels is toegestaan.

2.2.5 Bebouwingspercentage

het in procenten uitgedrukte deel van een bouwwerkperceel dat ten hoogste mag worden bebouwd.

2.2.6 Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

2.2.7 Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.2.8 Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.

2.2.9 Bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.2.10 Bouwwerk geen gebouwen zijnde

Bouwwerk of gedeelte daarvan, voor zover dat geen gebouw of onderdeel daarvan is.

2.2.11 Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.2.12 Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.2.13 Peil
  • 1. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
  • 2. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
2.2.14 Woning

Een eenheid van ruimten voor de huisvesting van één huishouden.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel;

3.2 bebouwde oppervlak van het perceel

de gezamenlijke oppervlakten van de gebouwen, die op hetzelfde perceel zijn of mogen worden opgericht, daaronder de oppervlakten van kelderruimten onder maaiveld mede begrepen met uitzondering van parkeerkelders;

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel;

3.5 inhoud van een bouwwerk

boven peil, tussen de buitenwerkse gevelvlakken, harten van scheidsmuren en dakvlakken, met inbegrip van erkers en dakkapellen, en voor zover betreft recreatiewoningen, bovendien met inbegrip van kelders;

3.6 lengte, breedte en diepte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidsmuren;

3.7 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Hoofdstuk 2 Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) en bouwen

Artikel 4 Archeologie

4.1 Toepassingsbereik regels voor activiteiten in archeologische waardengebieden
  • a. Deze afdeling gaat over het verrichten van activiteiten in archeologische waardengebieden die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de archeologische waarden.
  • b. Het betreft in ieder geval de volgende activiteiten voor zover deze activiteiten worden verricht in een gebied met een archeologische waarde:
    • 1. bouwen;
    • 2. het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden.

4.2 Aanwijzing archeologische waarden

Er is een gebied met een waarde - archeologie H.

4.3 Doelstelling archeologische waardengebieden

De archeologische waardengebieden zijn gericht op instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische (verwachtings)waarden.

4.4 Bouwactiviteiten in gebieden met een archeologische waarde
4.4.1 Vergunningplicht bouwactiviteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 4.2 bouwactiviteiten te verrichten.

4.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie H

In afwijking van artikel 4.4.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende bouwactiviteiten binnen waarde - archeologie H:

  • a. het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, waarbij de bebouwing minder diep reikt dan 0,3 meter;
  • b. het nieuwe gebouw of de uitbreiding niet groter is dan 100 m2.

4.4.3 Beoordelingsregels van bouwen binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 wordt verleend mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de archeologische waarden van het gebied.

4.5 Uitvoeren werken en werkzaamheden in gebieden met archeologische waarde
4.5.1 Vergunningplicht activiteiten binnen archeologische waardengebieden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning in gebieden met een archeologische waarde zoals bedoeld in artikel 4.2 de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren:

  • a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden;
  • b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen;
  • c. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage;
  • d. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur;
  • e. het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen, het bebossen van gronden en het rooien van bos of andere houtgewassen waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het scheuren van grasland.

4.5.2 Uitzonderingen vergunningplicht in waarde - archeologie H

In afwijking van artikel 4.5.1 geldt er geen vergunningplicht voor het verrichten van de volgende werken en werkzaamheden binnen waarde - archeologie H:

  • a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden over een oppervlakte van niet groter dan 100 m2 worden geroerd;
  • b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden waarbij de gronden niet dieper dan 0,3 meter worden geroerd;
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning.

4.5.3 Beoordelingsregels van werken en werkzaamheden binnen gebieden met archeologische waarde

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 wordt verleend indien door het uitvoeren van de werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolge blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.

Artikel 5 Algemene regels over parkeren

5.1 Toepassingsbereik parkeerregels

Deze paragraaf is van toepassing op het realiseren en gebruiken van parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen (daaronder begrepen (vracht)auto's en overige vervoersmiddelen) als opgenomen in Nota Parkeernormen Ermelo en dat bij het gebruik van gronden en bouwwerken gerealiseerd en in stand gehouden moet worden.

5.2 Parkeernormen voor activiteiten zonder vergunningplicht
  • a. Het aantal parkeerplaatsen voor vervoersmiddelen, zoals elders in het omgevingsplan of in een omgevingsvergunning is bepaald, wordt in stand gehouden.
  • b. Voor activiteiten die het gebruik van gronden en bouwwerken of de omvang van het gebruik op gronden en bouwwerken wijzigen en waarvoor op grond van dit omgevingsplan geen verbod behoudens omgevingsvergunning geldt, wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor vervoersmiddelen.
  • c. Van voldoende parkeergelegenheid is sprake als wordt voldaan aan de parkeernormen volgens de beleidsregel 'Nota parkeernormen Ermelo' in Bijlage 2 of, indien van toepassing, de daarna geldende beleidsregel waarin parkeernormen voor Ermelo zijn vastgelegd.

5.3 Omgevingsvergunning afwijken parkeernorm

Een omgevingsvergunning voor het afwijken van artikel 5.2 wordt verleend indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of
  • b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien,
  • c. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de parkeersituatie.

Hoofdstuk 3 Activiteiten

Artikel 6 Gemengd - Stationsstraat 47/47a Ermelo

6.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op de locatie Gemengd - Stationsstraat 47/47a Ermelo.

6.2 Oogmerk

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • b. het bereiken van een goed evenwicht tussen woonfunctie en de stedelijke kwaliteiten rond de terreinen;
  • c. het bereiken van een goede stedelijke inpassing van bouwwerken;
  • d. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken;
  • e. het beschermen van de gezondheid of veiligheid in de directe omgeving.

6.3 Gebruik
6.3.1 Aanwijzing gebruiksactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Gemengd - Stationsstraat 47/47a Ermelo zijn uitsluitend de volgende activiteiten toegestaan:

  • a. detailhandelsactiviteiten in overeenstemming met artikel 6.3.2 lid a;
  • b. wonen in overeenstemming met artikel 6.3.2 lid b;
  • c. kantoor;
  • d. parkeren;
  • e. in- en uitritten;
  • f. dakterras;
  • g. winkelwagens in overeenstemming met artikel 6.3.2 lid c;
  • h. aan huis gebonden beroep in overeenstemming met artikel 6.3.3;
  • i. onderdoorgang in overeenstemming met artikel 6.3.2 lid d.

6.3.2 Toegestane gebruiksactiviteiten
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel - begane grond' is detailhandel op de begane grond toegestaan.
  • b. Ter plaatse van de aanduiding 'wonen - op de verdieping' is wonen op de verdieping toegestaan.
  • c. Ter plaatse van de aanduiding 'stalling winkelwagens' is de stalling van winkelwagens toegestaan.
  • d. Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is op de begane grond uitsluitend een onderdoorgang voor voet- en fietsverkeer toegestaan.

6.3.3 Aan huis gebonden beroep

Een beroep aan huis is toegestaan indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten zijn opgenomen in Bijlage 1 Lijst van niet publiekgerichte bedrijven aan huis of de bedrijfsmatige activiteit is qua aard, omvang en invloed vergelijkbaar met een daarin opgenomen beroeps- of bedrijfsmatige activiteit;
  • b. ten hoogste 30% van de bruto vloeroppervlakte van een woonhuis tot een maximum van 60 m2 mag worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroepsmatige dan wel bedrijfsmatige activiteit aan huis;
  • c. bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt ten behoeve van deze beroeps- en bedrijfsmatige activiteit;
  • d. de gezamenlijke voor de activiteiten te gebruiken bruto vloeroppervlakte per woning inclusief bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 100 m2;
  • e. de uitstraling van de woning blijft intact;
  • f. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu;
  • g. het gebruik geen onevenredige afbreuk heeft aan het karakter van het gebied;
  • h. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt. Er wordt voldaan aan Algemene regels over parkeren;
  • i. detailhandel is niet toegestaan;
  • j. het beroep wordt uitsluitend door de bewoner uitgeoefend.

6.3.4 Verboden gebruiksactiviteiten
  • a. Ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt uitgesloten' is het gebruik als supermarkt verboden.
  • b. Het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor zelfstandige bewoning is verboden.

6.4 Bouwen
6.4.1 Aanwijzing toegestane bouwactiviteiten

Ter plaatse van de locatie Gemengd - Stationsstraat 47/47a Ermelo is het toegestaan de volgende bouwwerken te bouwen:

  • a. gebouwen in overeenstemming met artikel 6.4.2, met dien verstande dat:
    • 1. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen - op de verdieping' een woning mag worden gebouwd;
    • 2. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' een onderdoorgang op de begane grond mag worden gebouwd;
  • b. bijbehorende bouwwerken in overeenstemming met artikel 6.4.3;
  • c. een bouwwerk geen gebouwen zijnde in overeenstemming met artikel 6.4.4.

6.4.2 Bouwen van een gebouw

Het is toegestaan een gebouw te bouwen mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. het gebouw wordt binnen het bouwvlak gerealiseerd;
  • b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan 10 meter;
  • c. het aantal woningen bedraagt niet meer dan 6;
  • d. een onderdoorgang met een maximale bouwhoogte van 4 meter.

6.4.3 Bijbehorende bouwwerken
  • a. In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 22.2.7 van het Omgevingsplan Ermelo gelden de regels in onderstaande leden als beoordelingsregels voor zover deze in strijd zijn met de bepalingen in paragraaf 22.2.7.
  • b. Een bijbehorend bouwwerk wordt binnen het bouwvlak gerealiseerd;
  • c. Voor de bouw- en goothoogte van een bijbehorend bouwwerk gelden de volgende regels:
    • 1. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 3 m, met dien verstande dat de goothoogte maximaal de aangegeven goothoogte mag bedragen met de omgevingsnorm;
    • 2. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5 m.
  • d. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een gebouw bedraagt maximaal 15% van de perceelsgrootte.

6.4.4 Bouwen van een bouwwerk geen gebouwen zijnde

Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan:

  • a. bij pergola's en soortgelijke constructies 3 meter;
  • b. bij palen en masten, zoals vlaggenmasten 8 meter;
  • c. bij erfafscheidingen op het voorerf 1 meter;
  • d. bij overige erfafscheidingen 2 meter;
  • e. bij overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 3 meter.

Hoofdstuk 4 Overgangsregels

Artikel 7 Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken
7.1.1 Algemeen

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

7.1.2 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 7.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.

7.2 Overgangsrecht gebruik
7.2.1 Algemeen

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

7.2.2 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 7.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

7.2.3 Onderbroken gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 7.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

7.2.4 Uitzondering

Het bepaalde in artikel 7.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.