| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Armgardstraat 2a Doesburg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een ontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Armgardstraat 2a Doesburg en is als een nieuw hoofdstuk 22e opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Doesburg. Dit hoofdstuk 22e is op grond van artikel 11.1 van het Besluit electronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk 22e conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente Doesburg. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22e' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22e' gelezen worden.
Dit plan wijzigt het omgevingsplan Doesburg in die zin dat na hoofdstuk 22 van het omgevingsplan Doesburg een hoofdstuk 22e wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De regels in afdeling 22.2 met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in artikel 1.4, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk 22e.
De regels in dit hoofdstuk 22e zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Armgardstraat 2a Doesburg waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 zoals vastgelegd op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Omgevingsplan gemeente Doesburg, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling zijn van toepassing op dit hoofdstuk 22e.
in aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk 22e de
het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Armgardstraat 2a Doesburg met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 van de gemeente Doesburg bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01
met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen.
een geometrisch bepaald vlak die is aangewezen voor een gebruiksdoel.
een beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, (ontwerp)technisch of kunstzinnig gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
een kleinschalige vorm van logiesaccommodaties, waarbij één of meerdere gastenkamers aanwezig zijn en waarbij de gastenkamers geen eigen kookgelegenheid hebben en waarbij er een gemeenschappelijke ruimte is waar gasten een door de ondernemer bereide maaltijd (ontbijt) kunnen nuttigen.
het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen.
de onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
de vloer van een gebouw niet zijnde een keldervloer op het peilniveau.
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.
een al dan niet vrijstaand gebouw, dat architectonisch zowel als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van dat hoofdgebouw.
een activiteit bestaand uit bouwen.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
de grens van een bouwvlak.
het geheel van op gelijke of nagenoeg gelijke vloerhoogte gelegen ruimten in een gebouw uitgezonderd kelders.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. Bij woningen betreft dit ook de tuinfunctie behorende bij de op de aangrenzende grond gelegen woning.
een grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
iedere bovenbeëindiging van een gebouw.
gedeelte op het perceel tussen de zijgevelrooilijn van het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelgrens dat het achtererfgebied ontsluit.
de grens van een functievlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
geheel of gedeeltelijk boven en/of onder elkaar gelegen woningen in een gebouw of gebouwcomplex.
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als er meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.
persoon of groep personen die een huishouden voert waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen.
een dakconstructie van een gebouw gevormd door ten minste twee dakschilden met een geheel of gedeeltelijk hellend dakvlak van elk tenminste 15° en ten hoogste 75°.
onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
een woning die geschikt is voor bewoning in alle levensfasen en waarbij alle primaire leefruimten (woonkamer, keuken, badkamer en minimaal 1 slaapkamer) gelijkvloers zijn gerealiseerd, en waarbij al deze ruimtes rolstoeltoegankelijk zijn zonder trappen of treden.
een voorziening ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling onder peil en apparatuur voor telecommunicatie.
ondergeschikte delen aan een gebouw zoals, trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en naar aard en omvang daaraan gelijk te stellen bouwonderdelen.
een functie welke dient ter ondersteuning van de hoofdfunctie en daar onderdeel van uitmaakt, waarbij de functie qua oppervlakte, aard en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt is aan de hoofdfunctie, de functie uitsluitend te bereiken is via de entree van de hoofdfunctie en de openingstijden van de functie niet afwijken van de openingstijden van de hoofdfunctie.
een bouwwerk met een draagconstructie niet door wanden van zichzelf omsloten op een bouwperceel.
parkeereis als bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Doesburg 2025', waarbij rekening wordt gehouden met wijzigingen op de nota.
parkeerplaatsen t.b.v. (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen waarbij voldaan dient te worden aan het gemeentelijke parkeerbeleid en, voor zover van toepassing, mede dient te worden voldaan aan de eisen t.b.v. de ontsluiting en bevoorrading als opgenomen in het gemeentelijke beleid. Indien het gemeentelijke beleid over een bepaald onderwerp geen (volledig) beeld geeft gelden de normen van het CROW als beleidsdocument.
parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortservice.
een inrichting of instelling gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen, zoals een seksbioscoop, seksclub, seksautomaat of sekswinkel.
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt.
de lijn die gelijk loopt aan voorgevel(s) van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan.
het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid.
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de permanente huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
een woning.
een woning bestemd voor het al dan niet zelfstandig wonen voor mensen die in lichte dan wel overwegende mate hulpbehoevend zijn.
In aanvulling op en indien van toepassing in afwijking van het bepaalde in artikel 22.24 van dit
omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:
het deel van het bouwperceel uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden, tenzij in de regels anders is vermeld.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
van de bovenkant van de goot dan wel de druiplijn, het boeiboord of een gelijk daaraan te stellen constructiedeel, tot aan de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein ter plaatse. Bij toepassing van het meten van de goothoogte van een bouwwerk worden dakkapellen buiten beschouwing gelaten, behoudens dakkapellen waarvan de gezamenlijke breedte meer bedraagt dan 50% van de breedte van het betreffende dakvlak. De goothoogte wordt dan gemeten vanaf het peil tot aan de goot van de dakkapel.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen en met uitzondering van ondergrondse bouwwerken.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak.
bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
De bouwgrenzen mogen in afwijking van de verbeelding en het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze regels uitsluitend worden overschreden door tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen, hellingbanen, funderingen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 m.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin.
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Tuin heeft de volgende functies:
met daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen en onbebouwde gronden.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan als zij ten dienste staan van de functies genoemd in lid 4.2.
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen.
Een locatie die is aangewezen voor het gebruiksdoel Wonen heeft de volgende functies:
met daarbij behorende bouwwerken, voorzieningen en onbebouwde gronden.
Ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' zijn zorgwoningen toegestaan bestemd voor het al dan niet zelfstandig wonen van mensen die in lichte dan wel overwegende mate hulpbehoevend zijn, met daarbij behorende gemeenschappelijke en bijbehorende ruimten.
het ten behoeve van het aan huis gebonden beroep in gebruik te nemen vloeroppervlak bedraagt maximaal 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen met een maximum van 50 m2.
Bouwwerken zijn alleen toegestaan indien zij ten dienste staan van de functies genoemd in lid 5.2.
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.5 onder a. voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken buiten een bouwvlak als aan de volgende regels wordt voldaan:
De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing binnen het plangebied zoals opgenomen in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde elders in dit hoofdstuk 22e voor het overschrijden van bouwgrenzen voor:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels ten behoeve van:
Het bepaalde in 8.3 geldt in plaats van het bepaalde in artikel 22.29 lid 1 onder b en lid 2 en artikel 22.35 sub i van dit omgevingsplan.
Aan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken kunnen met betrekking tot het uiterlijk van bouwwerken voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid 8.3.2 genoemde belang.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt voor de toetsing aan het bepaalde in 8.3.2:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies.
Het is in ieder geval verboden om:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ter plaatse van het besluitgebied, is alleen toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig het bepaalde in Hoofdstuk 2 is alleen toegestaan als:
Met een maatwerkvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.1.1 indien strikte
toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door
dringende redenen gerechtvaardigd wordt en waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken wordt alleen verleend als aan de parkeereis op eigen bouwperceel wordt voldaan.
Of wordt voldaan aan de parkeereis wordt beoordeeld volgens:
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 10.2.1 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.35 en paragraaf 22.5.2 worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld onder 10.2.1 voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken alleen verleend als op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen.
Of wordt voldaan aan op eigen terrein voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen wordt beoordeeld volgens de richtlijnen van de CROW.
Met een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van het bepaalde in 10.3.1 indien strikte toepassing van dit voorschrift leidt tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen gerechtvaardigd wordt, waarbij een naar aard en omvang gelijkwaardige voorziening wordt getroffen die voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
In aanvulling op het bepaalde in paragraaf 22.5.2 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de beoordelingsregels genoemd in 10.3.2.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met
identificatienummer NL.IMRO.0221.TAM22EHMO-VA01 is aangewezen voor Waarde - Archeologie.
Een locatie die is aangewezen als Waarde - Archeologie heeft mede als functie de bescherming van de archeologische verwachting en de archeologische waarden.
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld onder 11.4.1 goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waarin de archeologische waarde van de gronden die blijkens de aanvraag worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
Een omgevingsvergunning mag alleen worden verleend, indien is gebleken dat de in 11.3 en 11.4 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 12.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 12.1.1 met maximaal 10 %.
Het bepaalde in 12.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen in het omgevingsplan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 12.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 12.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in, 12.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.