Regels
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Soof aan de Rijn en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22o]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Buren. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22o.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22o]' gelezen worden.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Toepassingsbereik
-
a. In afwijking van het bepaalde in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, te weten bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 , artikel 5 (Recreatie - Verblijfsrecreatie) sublid 5.2.1 met de daarbij horende begrippen, en wijze van meten, gelden voor de locatie als bedoeld in het vierde lid de regels zoals opgenomen in dit hoofdstuk.
-
b. In aanvulling op het bepaalde in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, te weten bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3, artikel 5 (Recreatie - Verblijfsrecreatie) lid 5.2 en lid 5.4 met de daarbij behorende begrippen, en wijze van meten, gelden voor de locatie als bedoeld in het vierde lid de aanvullende regels zoals opgenomen in dit hoofdstuk.
-
c. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
-
d. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Soof aan de Rijn, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10c-OVA1 zoals vastgelegd op www.regelsopdekaart.nl
Artikel 2 Begripsbepalingen
Voor het bepaalde in Artikel 2 Begripsbepalingen gelden de begrippen uit artikel 1 'Begrippen' van de regels uit bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1.
Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen
Voor het bepaalde in Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen gelden de meet- en rekenbepalingen uit artikel 2 'Wijze van meten' van de regels uit bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1.
Hoofdstuk 2 Functieregels
Artikel 4 Recreatie - Verblijfsrecreatie
4.1 Bouwregels
4.1.1 Recreatiewoningen
-
a. In afwijking van artikel 5.2.1 sub d van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 geldt de volgende regels:
-
1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 50 m²' mag:
- de oppervlakte van een recreatiewoning niet meer bedragen dan 42 m²;
- het aantal recreatiewoningen niet meer bedragen dan 62;
-
b. In afwijking van artikel 5.2.1 sub e onder 2 van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 geldt de volgende regel:
-
1. 'het aantal recreatiewoningen niet meer bedragen dan 41.
4.1.2 Aanvulling bouwregels
-
a. In aanvulling op artikel 5.2 van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 gelden voor het bouwen van bergingen bij recreatiewoningen de volgende regels:
-
1. het aantal bergingen bedraagt niet meer dan 41;
-
2. bergingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 75 m ²';
-
3. per recreatiewoning van 75 m² is maximaal één berging toegestaan;
-
4. een berging dient in zijn geheel of in delen verplaatsbaar te zijn;
-
5. de oppervlakte van een berging mag niet meer bedragen dan 6,5 m²;
-
6. de bouwhoogte van een berging mag niet meer bedragen dan 2,6 m.
4.2 Specifieke gebruiksregels
-
a. In aanvulling op artikel 5.4 van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 geldt de volgende regel:
-
1. Tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik en in gebruik laten nemen van gronden en bebouwing ten behoeve van functies als bedoeld in artikel 5.1 van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 indien de landschapselementen uit het beplantingsplan uit bijlage 2 van het bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1 niet in stand worden gehouden.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Voor het bepaalde in Hoofdstuk 3 Algemene regels gelden de regels uit Hoofdstuk 3 zoals opgenomen in bestemmingsplan Eck en Wiel, Rijnbandijk 6a, 10a, 10b en Schans 3 met identificatienummer NL.IMRO.0214.ECKRijnbandijk10a-BVA1.
Hoofdstuk 4 Overgangsregels
Artikel 5 Overgangsrecht
5.1 Overgangsrecht bouwwerken
5.1.1 Algemeen
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
-
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
-
b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
5.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 5.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 5.1.1 met maximaal 10 %.
5.1.3 Uitzondering
Het bepaalde in 5.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen in het omgevingsplan.
5.2 Overgangsrecht gebruik
5.2.1 Algemeen
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
5.2.2 Strijdig gebruik
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 5.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
5.2.3 Onderbroken gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 5.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
5.2.4 Uitzondering
Het bepaalde in 5.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.